Annemarie van Gaal schrijft wekelijks een opiniecolumn in De Telegraaf.

Gerelateerde afbeelding Annemarie van Gaal – De Columns


12 november 2018

Vreemde actie van ABN Amro

Vorige week presenteerde ABN Amro zijn kwartaalcijfers. Niet veel nieuws onder de zon, behalve dat topman Van Dijkhuizen aankondigde dat de bank meer winst wil gaan maken om de aandeelhouders tevreden te stellen. Tuurlijk, alles voor de aandeelhouders. Tegelijkertijd werd bekend dat de ABN Amro drie commissarissen met onmiddellijke ingang, voortijdig loost en vervangt door andere commissarissen. Deze rigoureuze actie doet bij mij de wenkbrauwen fronsen.
De bank beroept zich op een onderzoek van de Europese Centrale Bank die een snoeihard oordeel velde over de belabberde relatie tussen de bestuurders van de bank en haar commissarissen. De voorzitter van de Raad van Commissarissen moest daarom begin dit jaar al het veld ruimen en nu volgen dus nóg drie commissarissen.
Waren alle vier de commissarissen niet goed genoeg? Of voelde de top van de bank zich misschien teveel op haar vingers gekeken door de kritische commissarissen? Was de belabberde relatie te wijten aan de commissarissen of aan de bestuurders, vraag ik me dan af.

“Het gaat erom dat de bank goede dingen doet”

De top van de ABN Amro wast zijn handen in onschuld en zegt al langer op zoek te zijn naar commissarissen met meer kennis van de bankensector. Tuurlijk. Ervaren bankiers als commissarissen, lekker makkelijk: Geen lastige vragen en zij begrijpen als geen ander dat de salarissen van bankiers en bankmedewerkers ver boven hun capaciteiten liggen en dat het bankiersvak dichtgetimmerd is met regels waarachter je je comfortabel kunt verschuilen, zonder jezelf af te vragen of de regels wel terecht zijn en nog wel passen bij de maatschappij.
Mij lijkt dat de ABN Amro juist commissarissen zou moeten willen die niét doordrenkt zijn van het bankiersvak en die behalve toezicht houden ook kunnen challengen, adviseren en de broodnodige maatschappelijke antenne zijn.
Maar nee, de bank wil alleen commissarissen met bankierservaring.
De vorige, lastige voorzitter van de Raad van Commissarissen is inmiddels vervangen door Tom de Swaan. Lekker vertrouwd, want De Swaan heeft tot zijn pensionering notabene zélf in de Raad van Bestuur van de ABN Amro gezeten. Hij zal niet snel iets ter discussie stellen of met lastige vragen komen, want hij is vergroeid met de cultuur van de bank. Mijn grootste schrikbeeld is een cultuur als binnen Goldman Sachs bank. Zo krijg ik nog steeds kippenvel als ik denk aan de uitspraken van Lloyd Blankfein, de topman van deze bank. Goldman Sachs speelde een hele foute rol bij de bankencrisis in 2007 want zij speculeerden namelijk in producten die ze nota bene zélf aan haar klanten verkocht hadden.
Blankfein zei vervolgens dat zijn bank een ‘sociaal doel’ had en zonder blikken of blozen voegde hij eraan toe dat hij als bankier ‘God’s work’ deed. Je moet toch wel behoorlijk ver heen zijn om te denken dat je als bankier het werk van God doet. Qua cultuur moeten we geen voorbeeld willen nemen aan een bank als Goldman Sachs, lijkt me.
De twee nieuw aangenomen ABN Amro-commissarissen beloven in dat kader niet veel goeds. De eerste is een voormalige topvrouw van een Scandinavische bank die daarvoor jarenlang bij (jawel) Goldman Sachs werkte. De tweede commissaris is ook iemand die zijn hele leven bij banken heeft gewerkt en recent, nota bene tijdens de crisisjaren, tien jaar lang partner was bij (tromgeroffel!) Goldman Sachs.
Kees van Dijkhuizen, de topman van ABN Amro, belooft dat hij de cultuur en de transparantie binnen de top gaat verbeteren. Ik weet niet of de commissarissen met Goldman Sachs-werkervaring mij daarvan gaan overtuigen.
Ik ken geen van de vroegere of huidige commissarissen, maar wat ik wel weet is dat een goed afgestelde maatschappelijke antenne, op dit moment belangrijker is dan verregaande kennis van het bankiersvak. Het gaat er niet om dat de bank de dingen góed doet, maar dat zij de goede díngen doet.
Banken zitten teveel in hun ivoren toren en stellen eisen waar ze in geen enkele andere sector mee weg zouden komen. Klein voorbeeldje: Een huiseigenaar heeft nog een klein hypotheekje van € 25.000 voor een woning met een waarde van ruim € 400.000. Hij wil zijn vrouw voor de helft mede-eigenaar van de woning maken, maar de bank eist dat zijn vrouw dan ook mee tekent als schuldenaar op de hypotheekakte. Onzinnig want de bank heeft een lening die een paar procent is van de garantie, dus waarom een extra schuldenaar bijschrijven? Maar het meest schokkende is dat ze voor deze onzinnige actie tweeduizend euro in rekening brengen. Banken berekenen ook al jaren teveel boeterente bij het oversluiten of het extra aflossen van de hypotheek.
Slaat de ABN Amro niet door? Natuurlijk is het belangrijk om bankervaring binnen de Raad van Commissarissen te hebben, maar toch niet bij alle commissarissen? Het vertrouwen van de samenleving win je zo niet terug. Waarom niet de helft van de commissarissen met bankkennis en de andere helft, commissarissen die met hun beide benen in de maatschappij staan en de juiste signalen oppakken. Commissarissen met ervaring in andere sectoren die de vertaalslag naar de bankensector kunnen maken. Die niet alleen vergenoegzaam naar de winst kijken, maar beseffen dat de ABN Amro er niet alleen voor de aandeelhouders is, maar ook voor zijn klanten en voor de lange termijn.

5 november 2018

Voorrang voor werkenden

’Gratis scooter en woonruimte in Amsterdam’, zo werft restauranteigenaar Ron Blaauw tegenwoordig nieuwe medewerkers. Kun je nagaan hoe krap de arbeidsmarkt is als je zo moet stunten om personeel voor je horecabedrijven te krijgen.
We hebben in ons land een nijpend personeelsgebrek, niet alleen in de horeca, maar bijvoorbeeld ook in de zorg, de bouw of het onderwijs. Vorige week hoorde ik minister Hugo de Jonge in het televisieprogramma Nieuwsuur praten over de enorme personeelstekorten in de zorg. Als er niets verandert komen we over een paar jaar meer dan 100.000 werknemers in de zorg tekort. De Jonge bedacht een actieplan en belooft zich de komende jaren in te gaan zetten om meer mensen voor de zorg te werven. Prima dat een minister zich sterk maakt om de personeelstekorten in de zorg op te lossen, maar er is maar een relatief kleine vijver waar je uit kunt vissen en zijn inzet voor de zorg maakt het probleem om bijvoorbeeld mensen voor het onderwijs te vinden, alleen maar groter.
Door het nijpende lerarentekort hebben een paar basisscholen inmiddels een 4-daagse schoolweek en sturen andere scholen regelmatig hele klassen naar huis als de leraar ziek is. Voor ouders waarvan één van beiden werkt en de ander thuis is, is een uitgevallen schooldag nog wel op te lossen, maar in gezinnen waarvan beide ouders werken of gezinnen met een alleenstaande, werkende ouder, is dit een groot probleem. Veel ouders zullen met de handen in het haar zitten als je onderweg naar je werk, stopt om je kind bij school af te zetten en daar hoort dat de deuren vandaag dicht blijven.
De overheid probeert met man en macht meer vrouwen fulltime te laten werken en meer vrouwen te laten doorstromen naar de top van het bedrijfsleven, maar dit is natuurlijk gedoemd te mislukken als de basisscholen hun zaakjes niet op orde krijgen en op onverwachte dagen dicht zijn.
Het bedrijfsleven bedenkt nog wel creatieve manieren om aan nieuw personeel te komen, maar de bestuurders in de zorg of het onderwijs zijn niet gewend om creatief te zijn.
Toch denk ik dat ook scholen en ziekenhuizen met wat meer creativiteit beter functioneren, betere werkgevers worden en beter personeel aan kunnen trekken. Bestuurders in die sectoren moeten zich ervan bewust zijn dat creativiteit steeds belangrijker wordt. Creativiteit kunnen ze ook inzetten om de enorme bureaucratie in hun sector te lijf te gaan. Als je hoort dat leraren of zorgmedewerkers gemiddeld 2 tot 3 uur per dag bezig zijn met administratie, dan weet je dat er ergens iets faliekant verkeerd gaat. Als we de administratieve rompslomp met slimme oplossingen tot 20 minuten per dag kunnen terugbrengen, dan houden zij meer tijd over voor het échte werk en is het voor de toekomst ook weer gemakkelijker om personeel te werven.
Maar nu even iets anders. Goed onderwijs en goede zorg zijn de basis van onze samenleving en wij mogen nooit het risico lopen dat er te weinig mensen zijn om het werk te doen.
Als ik onze overheid een advies mag geven, denk ik dat zij zich eens moet verdiepen in de échte problemen van onze samenleving en zich af moet vragen waar de oplossingen liggen. Ik leg het uit. De reastauranteigenaar die ik aan het begin van de column aanhaalde begrijpt dat de beschikbaarheid van een woning in de buurt en bereikbaarheid belangrijk zijn om ergens te komen werken.
Voor toekomstige zorgmedewerkers en onderwijzers geldt hetzelfde. Ook zij zouden verleid kunnen worden voor een baan als er een fijne, betaalbare huurwoning in de buurt van het ziekenhuis of de school beschikbaar is.
Kijk, nu praten we over scheefwonen als mensen een sociale huurwoning bezet blijven houden, terwijl ze inmiddels te veel verdienen voor een sociale huurwoning en eigenlijk zouden moeten verhuizen.
In de toekomst zouden we ook moeten durven praten over scheefwonen als werkloze mensen een sociale huurwoning in de stad, vlakbij de school of het ziekenhuis, bezet houden terwijl de onderwijzer of de zorgmedewerker iedere dag twee uur moet reizen om van en naar zijn werk te komen. Ook dát is scheefwonen.
Werkloze of bijstandsgerechtigden zouden in deze tijd van krapte niet de betaalbare huurwoningen in grote steden bezet moeten houden. Zonder werk hoef je namelijk niet per se in een bepaalde gemeente te wonen, maar kun je in feite overal wonen. Begrijp me niet verkeerd, ik pleit er níet voor om mensen uit hun woning te zetten, maar ik vind het in deze tijden van krapte op de arbeidsmarkt niet meer dan logisch dat woningcorporaties werkenden voorrang gaan geven voor een betaalbare huurwoning. Woningcorporaties zouden meer moeten samenwerken met de ziekenhuizen en scholen en als er huurwoningen in de buurt van ziekenhuizen of scholen vrij komen, dan zou de woningcorporatie deze woningen moeten bestemmen voor de zorgmedewerkers en leraren die er werken. Een leuke bijvangst is dat minder woon-/werkverkeer sowieso in de files scheelt. Dat is belangrijk, maar nog veel belangrijker is dat meer mensen zullen kiezen voor een baan in de zorg of het onderwijs en dat we deze sectoren, die zo belangrijk zijn voor de toekomst van ons land, helpen.

29 oktober 2018

Het ’beste’ pensioen van de wereld

Vorige week maakte adviesbureau Mercer de nieuwe wereldranglijst van pensioenstelsels bekend. Na zeven jaar lang als tweede te zijn geëindigd, staat Nederland nu weer fier boven aan de lijst van 34 landen.
Ik denk dat ze bij de pensioenfondsen, vakbonden en op het Binnenhof taart hebben besteld. Pfff, opluchting alom. Deze score zien zij ongetwijfeld als een teken dat ze niet verder hoeven te onderhandelen over een modernisering van ons pensioenstelsel, want hoeveel beter wil je worden als je de beste bent?
Jammer. Na jarenlang soebatten had dit kabinet eindelijk heilig beloofd om ons oudbakken pensioenstelsel te hervormen. Van een grote collectieve pot waarvan niemand weet wat zijn of haar deel precies was, zouden we in elk geval naar persoonlijke pensioenpotjes gaan. Logisch, een flink deel van je inkomen gaat naar je pensioenopbouw en dan mag je toch ook wel enige garantie krijgen dat het gestorte bedrag van jou is en dat een ander er niet mee vandoor kan gaan.
Persoonlijke pensioenpotjes passen beter bij de huidige tijd. We kunnen dan zonder problemen veranderen van baan en ons potje meeverhuizen zonder dat het gekort wordt. Misschien zouden we het potje zelfs kunnen aanspreken om bijvoorbeeld een paar jaar eerder met pensioen te gaan, of om een wereldreis te maken als blijkt dat we vóór de pensioendatum ongeneeslijk ziek zijn en niet lang meer te leven hebben. We zouden het persoonlijke pensioenpotje in kunnen zetten als borg voor het kopen van een huis, waardoor we meer hypotheek kunnen krijgen. Met een persoonlijk potje zou dat allemaal mogelijk zijn, met een collectieve pensioenpot kan dat niet.
Pensioenfondsen zien op tegen het vele werk om het stelsel te moderniseren en ook de vakbonden laten alles liever bij het oude. Waarom? Nou, gewoon omdat vakbonden altijd alles liever bij het oude laten.

Ik vraag me trouwens überhaupt af waarom de vakbonden nog aan de onderhandelingstafel zitten. Hoe relevant zijn zij nog met die paar leden die ze vertegenwoordigen? Waarom zitten er bijvoorbeeld geen delegaties van jonge premiebetalende werkenden en gepensioneerden aan tafel in plaats van vakbonden? Zij zijn de dupe van het ouderwetse pensioenstelsel.

De eerste plek op de Mercer wereldranglijst zal nu vooral voor de vakbonden het ultieme argument worden om alles bij het oude te laten. Volgens Mercer hebben landen als Argentinië, China en India de slechtste pensioenstelsels ter wereld en Nederland, Denemarken en Zweden de beste. De ranking van Mercer zal vast kloppen: wij zullen inderdaad een beter pensioenstelsel hebben dan bijvoorbeeld Argentinië, dat geloof ik meteen, maar heeft Mercer wel genoeg gekeken in hoeverre het pensioenstelsel past bij de samenleving?
Eén van de aspecten die Mercer meetelt in de beoordeling is bijvoorbeeld hoeveel procent van de werkende bevolking deelneemt aan een pensioenplan. Nederland scoort hier als hoogste met ruim 80 procent. Ja, als je álle mensen neemt die ooit in het verleden ergens kortere of langere tijd een pensioentje hebben opgebouwd, dan kom je wel aan 80 procent. Maar hoe relevant is dat percentage? Zou je niet moeten meten hoeveel procent van de werkende bevolking actief op dit moment deelneemt aan een pensioenplan? Als je alle zzp’ers, mkb-ondernemers, flexwerkers of oproepkrachten eraf haalt die nu geen pensioen opbouwen, dan kom je op minder dan de helft en dan zakt Nederland toch wat verder weg in de score.
Een andere vraag uit het onderzoek is of je je pensioenopbouw kunt meenemen naar je volgende werkgever? Nederland haalt hier met het antwoord ’ja’ de maximale score. Wat helaas niet meegenomen wordt is dat je in veel gevallen een flinke korting moet slikken als je dat doet.
Of neem de vraag of de opgebouwde pensioenen over het algemeen verdeeld worden bij scheiding. Nederland haalt hier met het antwoord ’ja’ opnieuw de maximale score. Maar wat niet meegenomen wordt is dat je in de meeste gevallen als ex-vrouw voor eeuwig afhankelijk blijft van de grillen van je ex-partner. Als hij besluit om eerder te stoppen met werken, dan krijg jij ook minder pensioen zonder dat je daarover hebt kunnen beslissen en als je ex-man eerder overlijdt, dan krijg jij met wat geluk ongeveer de helft van wat je had gekregen als je ex-man nog had geleefd. Niet eerlijk, maar dat telt ook niet mee.
Een ander aspect dat flink meetelt in de score is de vraag of je ergens terecht kunt met je klachten. Weer haalt Nederland hier de maximale score, want onze pensioenfondsen hebben een klachtenlijn. Maar hoe er vervolgens met je klachten wordt omgegaan, wordt niet gemeten. Minimaal 95 procent van de bellers met een klacht krijgt het onbevredigende antwoord ’helaas, dat zijn onze regels’ en anderen zijn óf te laat met de klacht of hebben het formulier verkeerd ingevuld waardoor ze ook nul op rekest krijgen.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik wil niet zeggen dat het rapport niets voorstelt, want het is een degelijk onderzoek, maar het feit dat we zo hoog eindigen, mag geen reden zijn om alles te laten zoals het is. Verandering en aanpassing van ons pensioenstelsel aan de huidige tijd is nu meer dat ooit nodig. Overheid, het is tijd om in te grijpen.


22 oktober 2018

De blinde vlekken van GroenLinks

Wie zichzelf nog een keer wil fotograferen bij de ’I amsterdam’ letters op het Museumplein, moet snel zijn. Binnenkort worden de letters weggehaald omdat deze slogan volgens de GroenLinksers in de Amsterdamse gemeenteraad het symbool is voor het massatoerisme dat de stad ’teistert’ én omdat het staat voor individualisme.
Vreemde redenering. De slogan ’I amsterdam’ is briljant en geeft iedereen het gevoel dat hij welkom is. Ik kan me geen mooiere en uitnodigendere slogan voorstellen en ook geen mooiere plek voor deze slogan dan op het Museumplein.
GroenLinks slaat de plank mis, maar dat doet ze wel vaker. Op de pagina van de GroenLinks-fractie van Amsterdam kondigt fractievoorzitter Femke Roosma nog aan dat ze een stad wil waar „Amsterdammers het voor het zeggen hebben, in plaats van de markt of de overheid”. Interessante uitspraak, want zeven op de tien Amsterdammers willen dat de letters ook op het Museumplein blijven, maar GroenLinks luistert niet naar de Amsterdammers en zet haar plannen door. Dus hoezo willen zij een stad waar Amsterdammers het voor het zeggen hebben en niet de overheid? Of geldt deze uitspraak alleen voor de besluiten die níét door GroenLinks genomen worden?
Ik ben bang dat GroenLinks aan een ernstige vorm van wereldvreemdheid lijdt. Volgens fractievoorzitter Femke Roosma houden de multinationals en de commercie Amsterdam in hun greep en wordt dat ’met de dag’ erger. We moeten de economie terugclaimen volgens haar, maar wie dacht zij dat verantwoordelijk zijn voor de economie? Dat zijn wij. Iedereen die Amsterdam bezoekt of er woont of werkt, maakt de economie van Amsterdam.
Roosma heeft het vooral gemunt op de buitenlanders. Sommige buitenlanders mogen van haar blijven, zoals de uitgeprocedeerde asielzoekers van de ’We Are Here’-kraakbeweging. Andere buitenlanders is zij liever kwijt dan rijk.
Neem bijvoorbeeld de toeristen. Amsterdam wordt volgens haar ’geteisterd’ door toerisme. Maar goed toerisme is ook van belang voor de economie van Amsterdam. Niet alleen de grote hotels en musea profiteren ervan, maar ook vele tienduizenden kleine ondernemers met winkels en restaurants danken hun inkomsten aan de steeds groter wordende stroom toeristen. Ook gewone Amsterdammers pikken een graantje mee van de toeristen door een kamer via Airbnb te verhuren. Maar ook dat moet stoppen volgens Roosma. Ze noemt Airbnb zelfs ’de wolf in schaapskleren van de zogenaamde deeleconomie’.
Een andere groep buitenlanders die veel aan de Amsterdamse economie bijdragen zijn de expats. De vele expats zijn er mede verantwoordelijk voor dat Amsterdam de technologie-hoofdstad van Europa is geworden met bedrijven als Booking.com, TomTom en Adyen. Al die expats moeten natuurlijk wel ergens wonen en zij huren meestal woningen die in de vrije markt verhuurd worden. De eigenaren van die woningen zijn vaak particulieren die een extra appartement hebben gekocht dat zij verhuren aan expats. GroenLinks noemt ze ’speculanten’ die gestopt moeten worden.
Maar wat dacht GroenLinks dan? Waar gaan de expats dan wonen? Als ze nergens kunnen wonen, helpen ze ook niet mee met de economie.
Aan de andere kant zijn er groepen buitenlanders die GroenLinks wél van harte welkom heet. Ten eerste zijn dat de arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. GroenLinks heeft recent een initiatief gelanceerd met de titel ’Een warm welkom voor arbeidsmigranten’ en ervoor gezorgd dat er een loket komt voor de arbeidsmigranten waar zij informatie kunnen inwinnen, zodat zij geen slachtoffer worden van oplichting en uitbuiting. Inmiddels weten we dat de risico’s van oplichting en uitbuiting niet alleen bij de arbeidsmigranten liggen. Door de massale uitkeringsfraude van arbeidsmigranten lopen wij als samenleving ook risico.
En dan is er nog een andere groep buitenlanders die GroenLinks omarmt en dat zijn de uitgeprocedeerde asielzoekers zoals van ’We Are Here’. Hoeveel rotzooi deze groep ook schopt, hoeveel huizen ze ook kraken en hoeveel overlast ze ook bezorgen: GroenLinks zal ze geen strobreed in de weg leggen, ze krijgen een 24-uurs opvang, een bataljon advocaten tot hun beschikking, er wordt geen tegenprestatie gevraagd en het wordt ze niet lastig gemaakt.
Roosma hield anderhalve week geleden een toespraak waarin ze uitspreekt dat ze hoopt op een terugkeer van activistische groepen zoals de Amsterdamse kraakbeweging die in de jaren ’60 en ’70 tegen het kapitalisme streed. Volgens haar bracht de Amsterdamse kraakbeweging een ’democratische vernieuwing’ die we nu ’harder dan ooit’ nodig hebben.
Dus daarom omarmt ze de kraakbeweging van ’We Are Here’. Ze verwacht dat zij de democratische vernieuwing gaan brengen. Wereldvreemd zei ik al.
Roosma vindt dat de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers nu te veel wordt bepaald door economische afwegingen. Dat is volgens Roosma niet nodig want ’Amsterdam is ongelooflijk rijk’.
Tuurlijk, nog wel, maar iedere vorm van welvaart is snel voorbij als we GroenLinks haar gang laten gaan. Als we onze welvaart kwijtraken door de verkeerde beslissingen van een gemeenteraad dan kan deze mooie stad ook niet meer goed zijn voor haar inwoners die kwetsbaar zijn en extra zorg en financiële hulp nodig hebben. Nee. Amsterdam is rijk, maar vooral dankzij iedereen die met de beste bedoelingen naar de stad komt en er zijn of haar steentje aan bijdraagt.

15 oktober 2018

Kwijtschelding belastingen is geldslurpend

Als de dividendbelasting níet geschrapt wordt, houden we een kleine 2 miljard euro in de knip, ieder jaar opnieuw. Het geld brandt al in de zakken van onze politici en iedereen heeft er wel een leuke bestemming voor: de zorg, het onderwijs of een verlaging van de vennootschapsbelasting voor ondernemers.
Stel dat we wat overhouden, dan wil ik er ook nog een bestemming aan toevoegen, namelijk het schrappen van de mogelijkheid van kwijtschelding bij de gemeenten. Ik leg het uit.

Rioolheffing

De gemeente heft belastingen zoals de rioolheffing, waterschapsbelasting of de ozb-belasting. Voor mensen met een bijstandsuitkering of een laag inkomen zijn deze belastingen vaak te hoog om te betalen en dus kunnen zij kwijtschelding aanvragen. Dat lijkt fijn, maar dan begint de ellende pas.
De procedure rondom het aanvragen van kwijtschelding is zó ingewikkeld dat mensen die toch al in de problemen zitten, dit er niet meer bij kunnen hebben. Ik krijg vaak wanhopige mails van mensen die dagen bezig zijn met het verzamelen van alle gevraagde stukken: bankafschriften van de afgelopen drie maanden, de laatste belastingaanslagen, beslissingen van het UWV, brieven van de gemeente en nog veel meer. Alles moet overlegd worden voordat zo’n aanvraag tot kwijtschelding in behandeling wordt genomen.
Een deel van de mensen die recht hebben op kwijtschelding kan simpelweg geen ingewikkelde formulieren invullen, laat staan alle bijlagen verzamelen. Anderen kunnen door de financiële stress niet eens de moed opbrengen om eraan te beginnen. Zij geven het op en komen daardoor nóg verder in de problemen.

Foutje

Van degenen die alles wél keurig invullen, verzamelen en opsturen, worden er veel afgewezen omdat ze een klein foutje hebben gemaakt, bijvoorbeeld omdat de termijn verstreken is, omdat ze de voorwaarden niet goed hebben gelezen of omdat ze één van de meer dan vijftig pagina’s aan bijlages niet hebben meegestuurd.
Alles is namelijk een reden om afgewezen te worden. ’Heeft u langer dan drie maanden geleden de rioolheffing betaald en u wilt nu kwijtschelding? Jammer, alleen bedragen die korter dan drie maanden geleden betaald zijn, komen in aanmerking voor kwijtschelding.’
Of als je met veel moeite van je bijstandsuitkering een bedragje van 600 euro hebt kunnen sparen voor als de wasmachine kapot gaat of als je kind op schoolreis moet? ’Jammer, u krijgt ook geen kwijtschelding, want daarvoor mag u namelijk geen geld op uw rekening hebben’.

Adviesbureaus

Veel gemeenten schakelen dure adviesbureautjes in die de aanvragen voor kwijtschelding beoordelen. Medewerkers van het adviesbureau spitten dagenlang alle bankafschriften door op redenen om kwijtschelding te kunnen afwijzen. Contante bedragen die recent zijn opgenomen, betekenen een afwijzing. Verzekeringspremies die betaald zijn voor bijvoorbeeld een levens- of uitvaartverzekering? Dat vertegenwoordigt waarde, dus ook een afwijzing. Ieder jaar worden in ons land ongeveer 300.000 verzoeken tot kwijtschelding van gemeentebelastingen gedaan en relatief veel worden afgewezen.
De kosten die het adviesbureau rekent voor het afhandelen van een verzoek om kwijtschelding, of de kosten van de dagen dat een gemeente-ambtenaar ermee bezig is, zijn vele malen hoger dan het vaak geringe bedrag waarvoor kwijtschelding gevraagd wordt.
Aan het hele kwijtscheldings-circus zijn we, ieder jaar opnieuw, een paar honderd miljoen euro kwijt. De kosten daarvan worden natuurlijk weer verrekend in de belasting van het deel van de bevolking dat wél zijn aanslagen betaalt.

Aardbevingsschade

Deze hele gang van zaken doet me trouwens denken aan de afhandeling van de aardbevingsschade bij de Groningers. Van het bedrag dat bestemd was voor de compensatie van de schade aan huizen kwam maar 5% bij de Groningers terecht en 95% ging naar dure adviesbureaus, inspecteurs en controleurs die het moesten uitvoeren en afwijzen. Idioot dat zoiets jarenlang in stand blijft.
Natuurlijk begrijp ik dat we secuur moeten omgaan met verzoeken tot kwijtschelding, je wilt namelijk niet dat mensen daar misbruik van maken. Maar toch is het van de zotte dat we een systeem als dit van kwijtschelding in stand houden, als het apparaat dat het uitvoert vele malen meer kost dan het bedrag dat ermee gemoeid is?
Ik wil het systeem van kwijtschelden in deze column ook even van een andere kant benaderen: is het eigenlijk niet bizar dat mensen überhaupt kwijtschelding van belastingen kunnen vragen? Iedereen – of je nu veel of weinig verdient – hoort in ons land belasting te betalen. Als je weinig verdient, betaal je minder en als je veel verdient betaal je meer. Dat is alleen maar eerlijk. Dus als de onderkant van de samenleving kwijtschelding kan vragen, omdat ze met geen mogelijkheid hun belastingen kunnen betalen, dan hebben ze toch te weinig inkomen?

Basistoeslag

Waarom zou je dan belasting opleggen, waartegen zij bezwaar kunnen maken en wij als samenleving het tienvoudige kwijt zijn om het bezwaar af te handelen?
We hebben nu wat geld over, dus waarom schaffen we het hele geldslurpende systeem van kwijtschelding bij de gemeenten niet af en geven we iedereen die een inkomen heeft van minder dan bijvoorbeeld 24.000 euro bruto per huishouden een basistoeslag van duizend euro per jaar van de Belastingdienst? Met deze basistoeslag hebben de laagste inkomens het beter en kunnen ze de lokale belastingen en andere tegenvallers betalen zonder de stress van het ridicule kwijtscheldingscircus.

 


8 oktober 2018

Wegkijken stimuleert Poolse WW-fraude

Ik wil nog even terugkomen op de uitkeringsfraude van onze Poolse arbeidsmigranten. Weet u het nog? Tienduizenden Polen die via foute tussenkantoortjes onze werkloosheidsuitkeringen opstrijken. De Polen werken zes maanden in Nederland en vieren vervolgens met een WW-uitkering op zak drie maanden een royaal betaalde vakantie in Polen. Daarna begint het riedeltje weer van voren af aan: zes maanden werken, drie maanden een WW-uitkering.
Geef ze eens ongelijk: een Nederlandse WW-uitkering is 70% van je laatstverdiende loon, dus als je hier € 1800 per maand verdiende dan is je uitkering € 1.260 per maand en dat is anderhalf keer de hoogte van een gemiddeld netto salaris in Polen, dat ongeveer € 800 is.
Deze fraude kan blijven bestaan dankzij de vele foute tussenkantoortjes die dit mogelijk maken. Zij beheren de DigiD’s van de frauderende Polen en fungeren als aanvrager en postadres voor de uitkeringen. Het misbruik schijnt al jaren bekend te zijn bij het UWV maar daar leek niemand zich er druk om te maken. Volgens de eigen rapporten van het UWV hebben zij in 2017 al 151 frauduleuze tussenkantoortjes ontdekt die gezamenlijk een kleine tienduizend WW-uitkeringen incasseerden voor Polen. Het UWV heeft er destijds niets mee gedaan, behalve de aanbeveling dat er verder onderzoek naar gedaan zou worden. Achteraf vindt het UWV ook dat het ’alerter’ had kunnen zijn. Tja, alerter.
Volgens zijn eigen medewerkers heerst er al jaren een wegkijkcultuur. Dit lakse gedrag maakt ons kampioen ’kat op het spek binden’ voor arbeidsmigranten die willen frauderen.
Op een totaal aantal van ruim 300.000 WW-uitkeringen in ons land worden er maar liefst 40.000 betaald aan (vooral Poolse) arbeidsmigranten. Daar krijg je toch koude rillingen van?

Toeslagen

Om het nóg erger te maken: De WW-uitkering is één manier om misbruik te maken van ons sociale stelsel. Terwijl je hier in Nederland ingeschreven blijft, ontvang je natuurlijk ook je zorg- en huurtoeslag terwijl je in Polen je vakantie viert. Een beetje handige Pool heeft zijn sociale huurwoning ook nog eens tijdelijk aan een Poolse vriend onderverhuurd. Voor je kinderen ontvang je trouwens ook Nederlandse kinderbijslag. Die betalingen blijven doorlopen zolang je je uitkering hebt. Als je de kinderbijslag vergelijkt met een gemiddeld salaris in Polen incasseer je met twee kinderen er zo een kwart maandsalaris bij, iedere maand opnieuw.

Fortuin

Bleef het daar maar bij, maar Poolse werknemers schijnen zich ook regelmatig ziek of arbeidsongeschikt te melden en met een riante ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering op zak mág je zelfs naar Polen verhuizen. Eenmaal in Polen hoef je vanwege de afstand ook niet bang te zijn dat je wordt opgeroepen voor een herkeuring bij het UWV, dus tot je AOW ben je verzekerd van een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering en daarna krijg je, ook weer van de Nederlandse Staat, een AOW-uitkering voor alle jaren dat je hier ingeschreven hebt gestaan. Wat denk je dat dit hele circus ons land kost? Alleen de uitvoeringskosten zijn al een fortuin. Als ik het totale bedrag van uitkerings- en toeslagenfraude en uitvoeringskosten van Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten bij elkaar optel, schat ik het op een half miljard euro per jaar.

Laks

Wouter Koolmees moest vorige maand ook erkennen dat de controle bij het UWV ’onder de maat’ is, maar hij belooft het te gaan oplossen op een manier, zoals ze bij de overheid alles oplossen: niet door de fraude aan te pakken, maar door meer controles te gaan invoeren. Hij gaat honderden extra UWV-controleurs inschakelen die strenger gaan controleren en meer persoonlijke bezoekjes gaan brengen aan de huisadressen van de frauderende Polen. Zo, dat zal afschrikken zeg.
Nee, we moeten naar een ander systeem. De frauderende Poolse arbeidsmigranten zijn fout, maar het UWV is minimaal net zo fout door er al jaren zo laks mee om te gaan.
Ik zou zeggen, filter meteen alle Polen uit het systeem die op deze manier misbruik maken of hebben gemaakt van onze WW-uitkering, dan zie je ook meteen wie de tussenkantoortjes zijn. Geef de tussenkantoortjes een boete van € 10.000 per fraudegeval en laat iedere betrapte Pool bijvoorbeeld gedurende twee jaar niet meer in aanmerking komen voor een uitkering in ons land en laat hem vóór hij hier weer aan het werk kan, eerst zijn onterecht ontvangen uitkering terugbetalen.
Ik vraag me ook af of andere landen zoals Duitsland en Engeland net zoveel last hebben van uitkeringsfrauderende Poolse arbeidsmigranten. Mocht dat zo zijn, dan zouden we met spoed een Europese registratie moeten opzetten, zodat arbeidsmigranten niet meer van land naar land kunnen hoppen met hun fraude.

Solidair

En mocht het UWV niet in staat zijn om deze fraude binnen een paar maanden een halt toe te roepen, dan zou ik als overheid niet schromen om een privaat bedrijf in de arm te nemen, dat de jacht op frauderende arbeidsmigranten en foute tussenkantoortjes kan inzetten. Kijk, wij zijn een solidair volkje. Wij betalen met zijn allen graag sociale premies als bescherming voor mensen die het nodig hebben en in tijden van nood een beroep kunnen doen op onze solidariteit. Door de fraude niet aan te pakken ondermijn je op termijn ons aller gevoel van solidariteit, dus neem actie.

1 oktober 2018

Werkwijze BKR past niet bij deze tijd

Registratie studielening een idioot voornemen
Het BKR, het Bureau Krediet Registratie, wil nu ook de studieschulden van studenten officieel gaan registreren. Slaat het BKR in zijn ijver niet een beetje door?
Het BKR is er om het leen- en aflosgedrag van consumenten bij te houden en zo consumenten te beschermen dat ze niet meer lenen dan ze aankunnen. Op zich een prima streven natuurlijk. Maar die ’bescherming’ moet niet omslaan in het ontnemen van kansen van groepen in onze samenleving. BKR is in de jaren zestig opgericht en het lijkt wel alsof hun houding en werkwijze ook nog steeds uit die jaren stamt. Niet goed.

Milieu

Kijk, het leenstelsel voor studenten is ervoor bedoeld dat iedereen kan studeren, ongeacht of je uit een rijk of arm milieu komt. Als studenten die lenen massaal met hun studieschuld geregistreerd staan bij BKR, dan wordt het voor hen lastig om een hypotheek af te sluiten als zij klaar zijn met hun studie.
Ik kom later in deze column terug op de problematiek van studenten, maar eerst nog even iets over het BKR en zijn werkwijze. Regelmatig krijg ik e-mails of brieven van mensen met klachten over het BKR.
Zo was er bijvoorbeeld een ondernemer die een conflict kreeg met zijn bank. In 2007 trof hij een betalingsregeling met de bank en ze spraken af dat hij maandelijks een bedrag zou betalen. Acht jaar lang hield hij zich keurig aan de betalingsafspraak. Het BKR hield acht jaar lang een negatieve code achter zijn naam.

Telefoonabonnement

De code gaf een betalingsachterstand aan, terwijl hij iedere maand keurig het afgesproken bedrag overmaakte naar de bank. Zolang die codering achter zijn naam bleef staan, was hij kansloos voor nieuwe bedrijfskredieten en leverde zelfs het verlengen van zijn telefoonabonnement problemen op.
Of deze: een jonge vrouw bestelde online voor €100 bij een warenhuis en door omstandigheden was zij te laat met betalen. Ze kreeg vijf jaar lang een negatieve code achter haar naam en kon daardoor jarenlang geen hypotheek krijgen.
Nog een voorbeeld: de moeder van een briefschrijver bleek op zijn naam spullen te hebben gekocht bij een postorderbedrijf in 2011. Hij wist daar niets van en omdat hij niets had besteld, diende hij een klacht in en betaalde de rekeningen niet. Pas in 2014 kwam de aap uit de mouw en bleek zijn moeder de bestelling te hebben gedaan. Hij heeft toen de rekening van €200 met boete alsnog betaald, maar de negatieve BKR-code blijft aan zijn naam geplakt tot 2019 en al die tijd ondervindt hij er de nare gevolgen van.

Nieuwe start

Nadat je aan je betalingsverplichting hebt voldaan, houdt BKR de achterstandscode nog vijf jaar in stand en dat is gewoon té lang in onze huidige tijd. Ongeveer 720.000 Nederlanders hebben momenteel een negatieve BKR-codering. Er kan veel gebeuren in vijf jaar en je moet wel in de gelegenheid zijn om je leven te beteren en een nieuwe start te maken, vind ik. Als mensen met een negatieve BKR-codering een kleine lening willen afsluiten, kunnen ze alleen terecht bij dubieuze geldverstrekkers die een woekerrente rekenen. Dus in plaats van hen te helpen om hun leven op orde te krijgen na een betalingsprobleem, duwt het BKR ze verder het moeras in. Ik vind de duur en de consequenties van een BKR-codering voor vaak kleine bedragen buitenproportioneel.
Maar even terug naar de studenten en het idiote voornemen van het BKR om de studielening te registreren. Rijke ouders zullen vaak de studie van hun kind betalen, maar gelukkig kunnen kinderen van minder gefortuneerde ouders via ons leenstelsel geld lenen voor hun studie. Studeren is investeren in jezelf en je verdiencapaciteit en een studieschuld is geen gewone schuld: je betaalt geen of vrijwel geen rente, mag er 35 jaar over doen en er wordt rekening gehouden met de hoogte van je inkomen.

Discrimineren

Als BKR nu ook studieleningen officieel gaat registreren, dan discrimineren we de studenten uit minder gefortuneerde nesten.
Studenten van rijke ouders hebben dan geen BKR-registratie, krijgen na hun studie een mooie baan en kunnen vervolgens zonder problemen een hypotheek met lage rente en kosten afsluiten. Studenten die hebben moeten lenen voor hun studie hebben dat geluk dan niet. Zij zijn gedoemd tot huren en een groot deel van hun hele salaris is nodig om de veel te hoge huur te betalen en de studentenlening af te lossen, voor zij voor een normale hypotheek in aanmerking kunnen komen. Studeren geeft iedereen de kans om een beter leven op te bouwen. Laten we die kansen dan ook gelijk houden voor iedereen.

Factor

Als ik het voor het zeggen zou krijgen bij het BKR, zou ik álle leningen registreren, maar wel met een factor erachter waar een krediet- of hypotheekverstrekker rekening mee moet houden.

Bij een studieschuld zou ik factor ’0’ achter het leenbedrag zetten en bij een krediet van een postorderbedrijf factor 0,9 of 1,0. De factor geeft aan hoe zwaar de lening meegewogen mag worden bij een hypotheek of lening. Daarnaast wil ik ervoor pleiten dat een negatieve codering maximaal één jaar mag blijven staan en, mits er in dat jaar geen nieuwe achterstallige betalingen bijkomen, resoluut verwijderd moet worden na dat jaar.


24 september 2018

Een welverdiend pensioen

Het pensioenakkoord schijnt in zicht te zijn. Tot mijn grote teleurstelling verklapte Rutte vorige week al dat er geen uitzondering gemaakt zal worden voor zware beroepen om eerder met pensioen te gaan. Om zo’n uitspraak kan ik me nu al kwaad maken.
Persoonlijk vind ik dat iedereen die 40 of 45 jaar gewerkt heeft met pensioen zou mogen gaan als hij dat wil en niet zou hoeven te wachten tot zijn 67e. Ik vind dat je na zoveel jaren je steentje wel hebt bijgedragen aan de maatschappij. Het zijn vaak de mensen met de zwaarste beroepen of laagste opleidingen die daarvan gaan profiteren omdat zij vaak al, meteen na hun schooltijd, beginnen met werken en er op hun 63e vaak al 45 jaar op hebben zitten. Ik vind dat deze groep in aanmerking moet komen om na 45 jaar werken hun volledige AOW-uitkering en hun opgebouwde pensioen te krijgen, zonder gekort te worden.
Het komt goed uit dat juist déze groep zou profiteren van een eerdere pensioendatum, want zij profiteren namelijk het minst van hun opgebouwde pensioen ná pensionering omdat ze over het algemeen eerder overlijden dan de groep hoogopgeleiden met de fysiek minder zware banen. Laagopgeleiden overlijden gemiddeld 7,5 tot 8 jaar eerder dan hoogopgeleiden. Dus neem even als vergelijk een advocaat en een stratenmaker. De advocaat geniet na zijn pensionering gemiddeld nog 24 jaar lang van zijn AOW-uitkering en zijn opgebouwde pensioen, terwijl de laagopgeleide stratenmaker er maar amper 16 jaar van kan genieten.
Niet eerlijk. Er moet een balans zijn tussen de jaren dat je werkt en de jaren dat je van je pensioen kunt genieten. En die balans is zoek, zeker bij de groep mensen met een zwaar beroep.
Nu haken de mensen met een zwaar beroep vaak noodgedwongen een paar jaar voor hun pensionering af, omdat hun rug versleten is, hun handen kapot zijn of het werk te gevaarlijk wordt. Dat betekent in alle gevallen een forse financiële aderlating en het is te hopen dat ze het financieel kunnen overbruggen tot hun pensioendatum. Die ellende gun je niemand en zeker niet iemand die er al 45 jaar noeste arbeid op heeft zitten. Ik zou het een toonbeeld van beschaving vinden als wij in een land als Nederland mensen die 45 jaar gewerkt hebben, zonder verplichtingen laten genieten van de jaren die hen nog resten.
Maar Rutte wil er dus niet aan om voor de zware beroepen een uitzondering te maken. Het argument dat politici vaak gebruiken is dat het lastig is om de groep zware beroepen precies te definiëren. Dat klopt ook wel. Onze zuiderburen, de Belgen, hebben dat namelijk ook al geprobeerd en dat leidt tot nogal wat discussies.
Maar waarom doen we niet gewoon wat onze oosterburen, de Duitsers doen? Zij hebben al jarenlang de regel dat iedereen die 45 jaar heeft gewerkt vanaf zijn 63e met pensioen kan, als hij of zij dat wil. Zonder uitzondering.
Deze 45-jarengrens heb ik met veel politici besproken en zonder uitzondering reageren zij dat het weliswaar een prima idee is, maar helaas onuitvoerbaar omdat het aantal werkjaren niet te bewijzen is. In ons land is er geen overheidsinstantie die de gegevens over iemands arbeidsverleden zo ver terug in de tijd goed heeft bijgehouden. De meeste bedrijven zullen ook hun salarisadministratie niet decennialang bewaren, dus ook via hen is het niet te bewijzen dat iemand echt al 45 jaar heeft gewerkt.
Maar stel dat we iemands arbeidsverleden wél zouden kunnen bewijzen? Stel dat er een betrouwbare instantie is die het wél allemaal feilloos heeft bijgehouden en die precies kan zeggen hoeveel jaar iemand gewerkt heeft? Dan zouden we de mogelijkheid om met pensioen te gaan na 45 jaar werken toch meteen moeten invoeren?
En nu komt het: die instantie is er! En ook nog heel dicht bij huis. Soms zoek je te lang naar een oplossing of denk je te ingewikkeld over een probleem en blijkt dicht bij huis de beste oplossing gewoon voor het oprapen te liggen.
Kijk, de instanties die in ons land de aantallen gewerkte jaren altijd perfect hebben bijgehouden, zijn namelijk de pensioenmaatschappijen zelf. In ieders pensioenoverzicht kun je precies zien hoeveel jaar je hebt gewerkt bij iedere werkgever. Zo heb ik bijvoorbeeld toen ik net begon met werken 4,24 jaar bij mijn eerste werkgever gewerkt en achttien jaar geleden heb ik nog 1,08 jaar bij de TMG gewerkt. Ik weet het zelf niet meer precies, maar de pensioenfondsen hebben het prima bijgehouden voor mij.
Dus waarom zouden we niet het pensioenoverzicht als bewijs nemen? Als je volgens je pensioenoverzicht bij elkaar 45 jaar pensioen hebt opgebouwd, dan is dat het bewijs dat je minimaal 45 jaar hebt gewerkt en dat je vanaf die datum je AOW krijgt en met pensioen mag. Simpel.
De kleine groep van zzp’ers of flexwerkers zullen hun arbeidsverleden op deze manier niet kunnen aantonen omdat zij geen pensioen hebben opgebouwd en er dus ook geen administratie van is. Dat is jammer, maar de grootste groep, namelijk degenen met een vast arbeidscontract, kunnen hun arbeidsverleden op deze manier wél eenvoudig bewijzen.

Dus mijn oproep aan de politici in Den Haag met hun fysiek niet zulke heel zware banen: gun de harde werkers in ons land na 45 jaar hun pensioen en maak je hier sterk voor.


19 september 2018

Volle portemonnee is niet dankzij regering

De koopkrachtplaatjes vliegen ons weer om de oren: het koopkrachtplaatje van de tweeverdieners met drie kleine kinderen, van de alleenwonende man met een bijstandsuitkering, van het gepensioneerde stel met alleen een AOW-uitkering en een afgeloste koopwoning…
Koopkrachtplaatjes worden berekend aan de hand van denkbeeldige huishoudens. Pure fictie, de omstandigheden kloppen nooit met de werkelijkheid. Maar goed, dat zijn we inmiddels wel gewend van de regering. De pensioenen worden per slot van rekening ook gekort vanwege fictieve rekenrentes en de vermogensbelasting die je betaalt is ook gebaseerd op fictie.

Gedraai

Met Prinsjesdag erger ik me altijd aan twee dingen. Het eerste is de neiging om altijd maar weer te nivelleren. Als een koopkrachtplaatje te negatief of té positief uitpakt, dan wordt er aan de knoppen gedraaid en gesleuteld aan de hoogte van de toeslagen, belastingen en speciale regelingen. De ambtenaren draaien net zolang aan de knoppen tot er geen enorme uitslagen naar links of naar rechts meer zijn. Dat gedraai aan de knoppen leidt alleen maar tot meer ingewikkeldheid en bureaucratie, die daarnaast bakken met geld kost om in stand te houden.
Het tweede waaraan ik me erger, is de zelfvoldaanheid van onze regering als de plannen worden bekendgemaakt. Ze slaan zichzelf op de borst, alsof zij er in hoogsteigen persoon verantwoordelijk voor waren dat het economisch goed gaat in ons land. Dit jaar hadden ze ook nog een volle portemonnee om uit te delen en meldden ze trots dat ’vrijwel iedereen’ erop vooruitgaat. Maar de volle portemonnee is er niet dankzij hen, eerder ondanks hen. De overheid is noodzakelijk, maar moet die noodzaak zo groot zijn? Regels versimpelen of bezuinigen is snijden in eigen vlees en dat kunnen ze niet.

Vooruit duwen

De volle portemonnee is er niet door hen, maar hooguit door de economische rugwind en door de werkgevers én werknemers die ons land vooruit duwen.
Toch heeft het kabinet het lef om te zeggen dat het tijd wordt dat de werkgevers loonsverhogingen gaan uitdelen. En de FNV die ook nog een duit in het zakje doet met haar looneis van 5 procent. Een loonsverhoging van 5 procent betekent dat de overheid nóg meer loonbelasting en premies kan heffen en het volgend jaar een nog grotere portemonnee heeft voor onzinnige uitgaven.

Nee, veel beter is het wanneer de overheid stopt met het bureaucratische gedraai aan de knoppen en het geld dat ze daarmee overhoudt, gebruikt voor het significant verlagen van het verschil tussen bruto- en nettoloon. Het zou mooi zijn als de lagere inkomens helemaal niet meer gekort zouden worden op hun brutoloon. Netto meer overhouden van je brutosalaris levert geld op voor álle werkenden en dat zou pas écht een mooie aankondiging zijn voor Prinsjesdag.


17 september 2018

Sussers en blussers tegenover salafisme

Ik maak me grote zorgen over de opkomst van radicale moslims en salafisten. Even voor de duidelijkheid, ik ben voor vrijheid van elke vorm van geloof, maar tégen de radicale, fundamentalistische gelovigen die onze samenleving omver willen trekken.
Uit wetenschappelijk onderzoek waar Mohammed Soroush eerder deze maand op promoveerde, blijkt opnieuw dat salafisten onze samenleving en ons gedrag afkeuren en nooit loyaal aan ons zullen zijn. Hun hoogste doel is om onze maatschappij te ontwrichten en ons volgens hun salafistische ideaal te laten leven. Soroush concludeert dan ook dat salafistische opvattingen niet verenigbaar zijn met de Nederlandse. Als wij het belangrijk vinden dat onze maatschappij overeind blijft, dan zullen we hard en rigoureus moeten optreden tegen het gedachtegoed van radicale moslims.
Tot voor een kort had ik mijn hoop gevestigd op een politieke partij als de VVD om de opkomst van radicale moslims en salafisten te stoppen. Inmiddels weet ik beter; de VVD is op dit gebied, de partij van sussers en blussers geworden.
Gelukkig werd ik deze week aan de andere kant weer positief verrast door de uitspraken van Femke Halsema, de nieuwe burgemeester van Amsterdam. Zij vindt dat fundamentalisten niet meer vallen onder de vrijheid van geloof. Radicale moslims die niet voor gelijke rechten staan en bijvoorbeeld vrouwen als minderwaardig aan de man zien, zal ze niet meer uitnodigen voor een gesprek. Waar haar voorganger, de VVD’er Jozias van Aartsen, nog wilde samenwerken met fundamentalistische organisaties, sluit zij een samenwerking resoluut uit. Daarnaast kondigde ze ook aan om gebedshuizen waar haatpreken gehouden worden, resoluut te sluiten. Gelijk heeft ze. Ik prijs me gelukkig dat we op dat vlak een burgemeester met ballen hebben in Amsterdam.
Eerder dit jaar was ik te gast bij een uitzending van WNL op Zondag. Sander Dekker, onze minister voor Rechtsbescherming, was er ook en de discussie ging over de ondoorzichtige stroom van gelden uit Koeweit en Saoedi-Arabië die tientallen moskeeën in ons land ontvangen. Ter illustratie werd een filmpje getoond van een salafistische prediker in een van deze Nederlandse moskeeën die verwerpelijke teksten riep en onder andere zei dat besnijdenis bij vrouwen goed was omdat het de lust van vrouwen verminderde.
Sander Dekker werd gevraagd om een reactie op dit filmpje en hij reageerde met dezelfde slappe houding die we zo ondertussen wel kennen van onze politici. Hij vond dat we moesten onderzoeken hoe we de stroom van giften aan de moskeeën transparant konden maken. Hij suggereerde dat het wellicht een idee zou zijn om de moskeeën te dwingen om in het jaarverslag giften boven een bepaalde grens op te nemen en te vermelden wie de gulle gever is. Typisch zo’n VVD-standpunt. Wat denkt Sander Dekker dan? Dat de salafisten uit het Midden-Oosten dan stoppen met financieren? Zou het jaarverslag nog betrouwbaar zijn?
Maar wat me aan zijn reactie nog het meest verbaasde was dat hij met geen woord repte over de inhoud van de teksten van de prediker. Vrouwenbesnijdenis is pure verminking en is illegaal in ons land. Hoe kunnen wij als geciviliseerd land toestaan dat iemand in ons land deze vorm van verschrikkelijke verminking bij vrouwen predikt?
Ik kan me hier zo kwaad om maken. Het lijkt mij volkomen duidelijk dat je niet iets mag prediken dat verboden is in ons land, maar onze politici schijnen er maar geen standpunt over te kunnen innemen en blijven hangen in de discussie of de verheerlijking van terroristisch geweld strafbaar moet zijn of niet. De VVD wil het níet strafbaar stellen omdat zij, zoals ze zelf zeggen, ’geen gedachtepolitie wil zijn’. Zij willen verheerlijking van terroristisch geweld daarom ongemoeid wil laten. Hun redenatie is dat je mag denken wat je wilt, zolang je het maar niet uitvoert.
Natuurlijk moet onze vrijheid van meningsuiting overeind blijven en is onze tolerantie ten opzichte van andersdenkenden een groot goed, maar we hoeven als brave Nederlanders toch niet te accepteren dat we her en der dood gewenst worden door een paar ’andersdenkenden’ of dat we moeten toestaan dat een salafist vrouwenbesnijdenis predikt in een moskee in Nederland?
Ik vind dat er een grens moet zitten aan het uitspreken van dergelijke teksten. Wat doen we als een kleine, intolerante groep de rest van de samenleving haat en haar wil ontwrichten? Wat doen we als de mening van enkelen de mening van velen gaat gijzelen? Blijven we tolerant, zelfs als het mensen betreft die deze tolerantie om zeep willen helpen? Hoe lang blijft de VVD nog op haar standpunt staan dat dit moet kunnen? ’Andersdenkenden’ mogen wettelijk gezien nu nog alles roepen. Terroristisch geweld of vrouwenbesnijdenis prediken is nu nog niet strafbaar, maar het moet linksom of rechtsom wel een halt toegeroepen worden. We hoeven het niet over onze kant te laten gaan. Sterker nog, we mógen het niet over onze kant laten gaan.
Waar de VVD uitblinkt in slapte, hebben we nu gelukkig wel een GroenLinks-burgemeester die met ferme hand bestuurt en de haatpredikers gaat aanpakken en de uitwassen veroorzaakt door het salafisme gaat bestrijden. Het lijkt de wereld op zijn kop maar ik hoop dat de VVD zich achter de oren gaat krabben en ook ballen toont.

10 september 2018

We maken watjes van onze studenten

Lezers vragen vaak of het niet moeilijk is om iedere week weer een onderwerp te verzinnen. Dat is niet zo. Het verzinnen van een onderwerp is gemakkelijk. Blader voor de lol maar eens door een hele week kranten en de onderwerpen vliegen je om de oren. Deze week was ook weer zo’n week waarin ik iedere dag wel drie onderwerpen kon bedenken.
Een mooi onderwerp zou bijvoorbeeld de grootschalige fraude van tienduizenden Polen zijn geweest. Via foute tussenpersonen incasseren zij onze werkloosheidsuitkeringen, terwijl ze vakantie vieren in Polen. Veel Polen schijnen er een lekker ritme op na te houden: zes maanden werken in Nederland en dan drie maanden een royaal betaalde vakantie dankzij onze WW-uitkering. Daarna begint het riedeltje weer van voren af aan. Dit misbruik schijnt al jaren bekend te zijn bij het UWV, maar daar lijkt niemand zich druk te maken om het op te lossen.
Over fraude gesproken: ik had deze column natuurlijk ook kunnen schrijven over de ING, die haar ogen dichtkneep bij frauderende klanten. Uit eigen ervaring weet ik trouwens dat álle grote banken in ons land te laks en te traag reageren bij meldingen van fraude. Bij verdenking zouden ze tegoeden op bankrekeningen meteen moeten bevriezen en niet pas na achttien uur in actie komen als het geld al lang in de zakken van fraudeurs is verdwenen. Ik schrik ook van de laksheid van onze eigen regering. Onlangs diende CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt nog een wet in die het onder andere mogelijk maakt dat banktegoeden van fraudeurs bevroren kunnen worden. In Amerika, Canada en tal van andere landen geldt deze zogeheten Magnitsky-wet al, maar om een onverklaarbare reden nog niet in Nederland. Tot mijn stomme verbazing stemde de VVD tégen dit wetsvoorstel. De slappe reden was dat deze partij vindt dat zo’n wet in EU-verband aangenomen moet worden. Tuurlijk, wachten op de EU; wachten op sint-juttemis dus.
De Staat krijgt binnenkort 775 miljoen euro op zijn rekening gestort vanwege de door het Openbaar Ministerie aan ING opgelegde boete. Dat komt goed uit, want het OM kwam toevallig net geld tekort omdat het 200 miljoen euro aan gemeenschapsgeld door de plee had gespoeld vanwege een mislukt ict-project. Het trieste is dat zowel het geblunder bij het OM als het geblunder bij de ING uiteindelijk, linksom of rechtsom, door u en mij wordt betaald. De ING wordt niet gestraft met de boete, zij maakt gewoon een jaartje wat minder winst. Nee, de echte verliezers zijn wij met z’n allen.

Burn-out

Uiteindelijk heb ik toch besloten om een luchtiger onderwerp te kiezen voor deze column. Ik las namelijk de aankondiging van minister Van Engelshoven dat onze studenten het té zwaar hebben. Studenten schijnen de druk van hun studentenleven niet aan te kunnen en daarom kampt een kwart van de studenten zelfs met verschijnselen van een burn-out. Van Engelshoven gaat het leven van de studenten verlichten door het aantal punten dat studenten in het eerste jaar moeten halen, drastisch te verlagen. Nu heb ik zelf een studerende zoon, wiens druk vooral bestaat uit het feit of hij voldoende kan ’indrinken’ voor hij uitgaat en wat hij moet doen om de juiste sneakers te kunnen kopen. Het is zeker niet zijn studie die druk op hem legt. Hij geeft zelf ook toe dat hij door het relaxte studietempo lui wordt en zich moeilijk kan focussen op de studie. De maatregel van Van Engelshoven om de druk voor studenten nóg verder te verlagen is weer zo’n typisch Nederlandse pampermaatregel, met als gevolg dat we watjes van onze studenten maken.
Het afgelopen jaar studeerde mijn zoon in Parijs en wist hij me trots te vertellen dat hij met vlag en wimpel voor alle vakken was geslaagd én geen enkele les had gemist. Omdat dit in bizar contrast stond met zijn gedrag in Amsterdam, vroeg ik hem of de lessen misschien interessanter waren. Dat was niet zo, de regels waren anders.

Kater

In Frankrijk mag je per semester, per vak, maar één les missen. Als je er meer mist, dan ben je onherroepelijk gezakt voor dat vak. ’Je kijkt wel uit om een les te missen als je geen zin hebt, of een kater hebt, want misschien komt er nog een dag dat je echt ziek bent en dan heb je de verzuimles al verbruikt’. Daarnaast krijg je ook een directe beloning als je geen enkele les in een semester mist, want dan telt dat voor 10 procent van dat vak voor een cijfer ’10’. De druk om te studeren wordt dus verhoogd en niet verlaagd. Volgens mij is dat beter.
Neem een hbo-opleiding. Daar staat vier jaar voor, maar kan gemakkelijk in twee jaar. Veel beter, maar scholen zullen niet meewerken omdat ze van de overheid een bepaald bedrag per student per jaar krijgen. Als ze vier jaar over de studie doen, krijgen ze bijna twee keer zoveel dan wanneer een student twee jaar over zijn studie doet. Eigenlijk zou de overheid hetzelfde bedrag moeten betalen per afgestudeerde student. Veel beter om studies in een kortere tijd te doen: twee jaar eerder op de arbeidsmarkt, twee jaar eerder een salaris en twee jaar minder studieschuld. Meer focus en minder stress.

 


3 september 2018

Verkoop sigaretten vanuit dichte kast

Onze overheid gaat nu wel heel ver in haar gedram om Nederland gezonder te maken. Sigaretten krijgen neutrale verpakkingen. Alcohol en sigaretten worden duurder en suikerhoudende dranken worden duurder dan suikervrije varianten. Onze overheid denkt kennelijk nog steeds dat alles met prijspolitiek te regelen is.
Ik vraag me af of het duurder maken van ongezonde producten wel de meest effectieve manier is. Prijsverhogingen zullen de keuzes die mensen maken, nauwelijks beïnvloeden. Mensen die verslaafd zijn aan sigaretten of alcohol laten zich echt niet tegenhouden door de prijs ervan. Zelfs al kun je het niet betalen, dan nóg wint je rookverslaving van je gezond verstand. Als alle pakjes sigaretten 50 cent duurder worden, zal dat ongetwijfeld een aantal niet-rokers in ons land opleveren. Maar juist de mensen die zouden moeten stoppen omdat ze het geld niet kunnen missen, zullen stug doorgaan met roken.
Kijk, roken is ongezond, daar vertel ik niets nieuws mee. Ooit heeft onze overheid in al haar wijsheid de verkoop van sigaretten goedgekeurd, maar met de kennis van nu en ons streven om de samenleving gezond te houden, zouden sigarettenfabrikanten in de huidige tijd waarschijnlijk nooit voet aan de grond hebben gekregen in ons land.

3000 euro per jaar

Ik heb persoonlijk niets tegen roken, mijn eigen man rookt ook, maar een wereld zonder sigaretten zou gezonder zijn en het zou daarnaast goed zijn voor de portemonnee van veel mensen want een rookverslaving is een dure hobby. Een pakje sigaretten kost nu al 7 of 8 euro, waardoor een rookverslaafde een kleine 3000 euro per jaar aan roken kwijt is. Driekwart van dit bedrag belandt trouwens rechtstreeks in onze belastingkas.
De huidige prijs van een pakje sigaretten is voor iedereen een hoog bedrag en toch is deze prijs voor de meeste rokers kennelijk nog niet het goede argument om hun ongezonde gewoonte op te geven. Ik geloof dan ook niet dat als je gek bent op suiker, je zult switchen naar suikervrije frisdrank omdat het een dubbeltje goedkoper is.
Nee, als we de samenleving écht gezonder willen maken, moeten we aan andere knoppen draaien en ongezonde producten bijvoorbeeld lastiger verkrijgbaar maken.
Even terug naar mijn eigen situatie. Zoals ik al zei; mijn man rookt. Weliswaar alleen ’s avonds, maar toch. Deze zomer waren we in Moskou en wilden we op het vliegveld Sheremetyevo belastingvrije sigaretten kopen. Goed gezocht, een paar keer heen en weer gelopen, maar in het hele taxfree deel van de luchthaven, was geen pakje sigaretten te vinden. Althans, wij zagen het niet. Na een medewerker gevraagd te hebben, werden we naar een hoek gestuurd waar een dichte kast met twee witte schuifdeuren stond. Op een tafeltje lag een vel papier met een lijst van de sigarettenmerken en bijbehorende prijzen. Pas nadat we gezegd hadden welk sigarettenmerk we wilden kopen, schoof de verkoper de witte kastdeur open, pakte de slof eruit en schoof de deur met dezelfde snelheid weer dicht.

“Als zelfs een land als Rusland sigaretten uit het zicht legt, waarom doen wij dat dan eigenlijk nog niet?”

Het voorval verbaasde me. Rusland staat nou niet bepaald bekend om zijn zorgen voor een gezonde samenleving en als zelfs een land als Rusland sigaretten uit het zicht legt, waarom doen wij dat dan eigenlijk nog niet?
Waarom worden bij ons de sigaretten nog steeds vol in het zicht aangeboden?
Lidl kondigde onlangs als eerste supermarktketen aan, te stoppen met de verkoop van sigaretten. Uiterlijk in 2022 zijn de sigaretten uit de filialen verdwenen. U leest het goed: 2022. Waarom nu aankondigen dat je over vier jaar iets verandert? Als je een beslissing neemt en er publiciteit voor zoekt, voeg dan ook de daad bij het woord en niet over vier jaar. Maar dat terzijde.

Lastiger

Sigaretten hoeven wat mij betreft niet verboden te worden, maar ze mogen best lastiger verkrijgbaar zijn. De overheid zou bijvoorbeeld kunnen eisen dat alle supermarkten, kiosken en benzinestations die sigaretten verkopen, dit alleen kunnen doen mits de pakjes achter gesloten witte kastdeuren liggen. De beslissing om sigaretten overal uit het zicht te leggen, zou een prima eerste stap zijn. Het lastig maken om sigaretten te kopen, werkt volgens mij beter dan neutrale pakjes of een prijsverhoging. Niemand vindt het leuk om naar een witte kast te lopen en daar te wachten op een verkoper die de kastdeur kan openen en het pakje sigaretten kan pakken.
Dit ongemak zou zomaar de lust om te roken of de verslaving weg kunnen laten ebben bij veel mensen.
Met suikerhoudende frisdrank is het eigenlijk hetzelfde. Als kinderen gewend zijn aan suikerhoudende frisdrank, dan zullen ze niet kiezen voor de suikervrije variant omdat die een paar cent goedkoper is. Misschien stimuleert de prijskorting zelfs het tegenovergestelde gedrag en drinken kinderen in hun lunchpauze liever de suikerhoudende frisdrank want die is duurder, dus ’beter’. Stel dat het verstoppen van sigaretten achter witte kastdeuren helpt om rookverslavingen te verminderen, waarom zouden we dan met andere ongezonde producten niet hetzelfde doen?
Waarom zou je in supermarkten de suikerhoudende troep niet achter witte kastdeuren kunnen opslaan en de gezonde, suikervrije producten gewoon in de schappen kunnen leggen? Op een gegeven moment wordt het gemak ingeruild voor de moeite en voor je het weet is iedereen aan de gezondere producten gewend.

27 augustus 2018

Eigenwoningbelasting oneerlijk voor oudere

Ik ben een fan van koopwoningen. Een eigen woning is voor veel hardwerkende Nederlanders namelijk de enige manier om een mooi vermogen voor de toekomst op te bouwen. Aflossen van je hypotheek is ook goed, want dan komt het bezit langzaamaan als een spaarvarken aangewaggeld.
Ook als ik het even vanuit het standpunt van onze regering bekijk, is het voor ons land goed om zoveel mogelijk Nederlanders met koopwoningen met een flinke overwaarde te hebben, want zij zullen vrijwel nooit een beroep kunnen doen op een bijstandsuitkering. Zij zullen blijven werken en belasting betalen, want het laatste wat je wilt, is je koopwoning opgeven.
Door massaal af te lossen, belanden wij ook nooit meer in de ellende van de recente bankencrisis. Veel mensen raakten vanaf 2008 in de problemen toen de huizenprijzen drastisch daalden en de banken hen aflossingsvrije hypotheken bleken te hebben verkocht. Veel gezinnen konden geen kant op, omdat ze hun huis niet konden verkopen zonder met een enorme restschuld achter te blijven.

Wet Hillen

Maar nu even naar de situatie van vandaag. We geloven weer in aflossen en de banken verkopen gelukkig ook geen aflossingsvrije hypotheken meer. Maar net nu we die discipline van aflossen goed in ons systeem hebben, verrast de overheid ons weer met een andere regel en schaffen ze de Wet Hillen af.
De Wet Hillen gaf mensen met een vrijwel afgeloste of afgeloste woning, het voordeeltje dat ze hun eigenwoningforfait konden verrekenen. Een kleine stimulans om je hypotheek af te lossen, zeg maar. Eigenlijk ook fair, je doet namelijk ook geen beroep meer op het belastingvoordeel van hypotheekrenteaftrek, dus daar mag best een voordeeltje tegenover staan. Dit voordeeltje voor trouwe aflossers wordt de komende jaren in rap tempo afgeschaft.
Over het wel of niet afschaffen van de Wet Hillen, kun je discussiëren. Persoonlijk vind ik het een domme zet van het kabinet, maar eigenlijk wil ik het in deze column over iets anders hebben, namelijk over het principe van het eigenwoningforfait.

Huisbelasting

Het eigenwoningforfait is niets meer en niets minder dan een ordinaire belasting op je koopwoning, dus zullen we het vanaf nu niet gewoon ’eigenwoningbelasting’ noemen? Het principe vind ik niet fair om een aantal redenen. Ten eerste omdat je al belasting hebt betaald over het geld waarmee je je woning hebt gekocht of afgelost. Hoe groter en duurder de woning is waarin je woont, hoe meer belasting je als burger al naar de Belastingdienst hebt gebracht. Dus hoe fair is het dat je ieder jaar opnieuw, weer belasting moet betalen over de waarde van je eigen woonhuis?
De regering zal antwoorden dat een eigen koopwoning een vorm van vermogen is en dat we daar nu eenmaal belasting over moeten betalen. Daar wil ik ook een paar dingen tegenin brengen. Op de eerste plaats vind ik een koopwoning waarin je met je gezin woont, geen ’gewoon’ vermogen. Je kunt het namelijk niet omzetten in geld, zoals je dat wel kunt met een aandelenportefeuille of een vakantiehuis. Een koopwoning waarin je zelf woont is een eerste levensbehoefte en eerste levensbehoeften zouden niet belast moeten worden. Kunnen we ook eens een keer iets níet belasten in ons land?

“Een koopwoning waarin je zelf woont is een eerste levensbehoefte en eerste levensbehoeften zouden niet belast moeten worden”

Maar mijn grootste bezwaar tegen de eigenwoningbelasting is dat het voor een grote groep mensen met nauwelijks inkomen, onbetaalbaar wordt. Zo maak ik me bijvoorbeeld zorgen over de vele ouderen met een koopwoning. Van de 65-plussers in ons land heeft maar liefst 60% een koopwoning die vaak afgelost of vrijwel afgelost is. De eerste jaren is het effect van afschaffing van de Wet Hillen nog mondjesmaat, maar in de jaren daarna stijgen de kosten voor deze woningbezitters tot ongekende hoogte.

Erfpacht

Een koopwoning in Nederland heeft een gemiddelde prijs van een kleine drie ton, maar in een stad als Amsterdam liggen de prijzen hoger. Daar betaal je aan eigenwoningbelasting misschien wel 4000 tot 5000 euro per jaar. In Amsterdam komen daar bovendien ook nog de exorbitant hoge kosten van erfpacht bovenop.
Iemand met een goed inkomen kan de eigenwoningbelasting nog wel ophoesten, maar hoe gaan ouderen met een AOW-uitkering en misschien nog een klein aanvullend pensioentje dit betalen? Je bent weliswaar rijk op papier, maar waar haal je het geld vandaan om de vele duizenden euro’s per jaar te betalen? Het verschil met mensen die een sociale woning huren, wordt zo wel heel groot.
Het is te gemakkelijk om te suggereren dat ouderen hun woning kunnen verkopen, want de overheid stimuleert ouderen juist om zolang mogelijk thuis te blijven wonen en daarnaast zijn er nauwelijks betaalbare huurwoningen beschikbaar. Mijn voorstel aan ons kabinet zou zijn om de eigenwoningbelasting te verlagen en het voor ouderen zelfs helemaal kwijt te schelden.
Kabinet, denk even na; het gemis aan belasting hark je toch wel binnen door de erfbelasting die je na het overlijden incasseert op de verkochte woning. Als je de eigenwoningbelasting niet wilt kwijtschelden, kun je het ook achteraf verrekenen met de erfbelasting. Gun ouderen met een eigen woning een financieel onbezorgde oude dag. Ik hoop dat ons kabinet tot inkeer komt en zich snel realiseert dat ze hun fout moeten herstellen.

 


20 augustus 2018

Uitbuiting op de Wallen gaat door

Vorige week kwam in het nieuws dat uit onderzoek blijkt dat veel prostituees op de Wallen in Amsterdam met enorme schulden kampen. Tienduizenden euro’s schuld en vrijwel geen mogelijkheid om hun schuld af te lossen, ongeacht hoe hard en hoe lang ze werken.
Hun inkomsten dekken nauwelijks de torenhoge huren die zij aan de huisbazen moeten afdragen voor hun kleine kamertje met rood lampje en raam. Met drie of vier klanten op een avond kunnen ze nét de huur van 150 tot 200 euro die de kamer per avond kost, betalen. De huren zouden omlaag moeten, maar kennelijk is er zo’n enorme schaarste aan beschikbare ramen op de Wallen, dat de inhalige huisbazen deze exorbitante huren kunnen blijven rekenen.
Eigenlijk is het triest als je bedenkt dat de schaarste aan ramen op de Wallen door de gemeente zélf is veroorzaakt. Dat zit zo: Lodewijk Asscher was in 2007 wethouder in Amsterdam en wilde koste wat kost de vrouwenhandel op de Wallen aanpakken. Een nobel streven, maar in plaats van de vrouwenhandel aan te pakken en te berechten, besloot hij zoveel mogelijk ramen te sluiten. Hij had de naïeve overtuiging dat als er minder bordeelramen op de Wallen zouden zijn, er automatisch ook minder prostitutie zou zijn en dus ook minder vrouwenhandel. Vreemde redenatie. De foute pooiers waren de boosdoeners en niet de prostituees.
Kijk, je kunt vóór of tegen prostitutie zijn, maar feit is dat het legaal is en dat het kennelijk voorziet in een behoefte.

De overleden burgemeester Eberhard van der Laan zei ooit: „Prostitutie is niet alleen het oudste beroep ter wereld, maar het zou ook het normaalste beroep van de wereld moeten zijn.”

Terug naar de Asscher-actie: met heel veel belastinggeld kocht de gemeente Amsterdam in rap tempo zoveel mogelijk bordeelpanden op. Eind 2007 had de gemeente bijna 100 bordeelpanden op de Wallen in handen, die ze vervolgens renoveerde en voor een symbolisch lage huur verhuurde aan creatieve bedrijfjes. Maar hoe naïef was Asscher? Door het sluiten van de vele ramen van de bijna 100 bordeelpanden, werden veel prostituees gedwongen om nieuwe plekken elders in de stad en daarbuiten te zoeken om hun klanten te ontvangen. De prostitutie verplaatste zich naar onzichtbare en vooral oncontroleerbare plekken buiten de stad of achter gesloten gordijnen. De vrouwenhandel op de Wallen is goed aangepakt, maar wat gebeurt er nu elders op die andere, onzichtbare, oncontroleerbare plekken die door Asschers actie zijn ontstaan?

“Prostituee in greep van de huisbaas”

Tegelijkertijd voltrekt zich op de Wallen op dit moment een ander drama, want daar hebben de huiseigenaren met een bordeelvergunning nu de macht in handen. Die macht zullen ze niet snel opgeven, want het levert te veel geld op. Reken even mee: stel je voor dat je een pand hebt met een bordeelvergunning en zes ramen aan de straatkant. Prostituees kunnen die ramen huren voor een dag-, een avond- of een nachtdienst. Zo’n pandje kan zomaar vele tienduizenden euro’s aan huurinkomsten per maand opleveren. Iedere maand.
Doordat er maar weinig ramen overbleven na de opkoop van Asscher in 2007, kunnen de louche huiseigenaren torenhoge huren vragen voor de resterende ramen. De prostituees willen het liefst op de Wallen werken omdat ze zich daar nog enigszins beschermd voelen, maar met deze hoge huren werken ze zich ook in de schulden. Prostituees die hun huurschuld niet meer kunnen betalen, komen in het krijt te staan bij hun huisbaas. Triest. Prostituees die uit de vak willen stappen, kunnen dat niet omdat ze met handen en voeten aan hun huisbaas gebonden zijn vanwege de huurschuld.
De prostituees zijn van de regen in de drup gekomen: van de louche pooiers en vrouwenhandelaren die hen vroeger dwongen om zich te prostitueren zijn het nu de huisbazen geworden die hen in de greep houden met hun torenhoge huren. Oplopende huurschulden zijn een dwangmiddel voor de huisbaas om de prostituees in hun macht te houden. Er is minder vrouwenhandel op de Wallen, dat is een plus, maar dit is net zo goed een pressiemiddel dat wij niet zouden moeten willen.
Zo zie je maar hoe een beslissing om schaarste te creëren, een averechtse uitwerking heeft. Ik zie wel een oplossing, maar daarvoor heb je lef nodig. Kijk. De gemeente zou de ramen van de 100 door haar opgekochte panden weer open kunnen stellen voor prostituees en er reële, haalbare huren voor vragen van bijvoorbeeld een paar tientjes per raam. Prostituees die in deze 100 panden ramen huren, zouden geregistreerd en gecontroleerd moeten worden. Ze zouden voldoende moeten kunnen verdienen om btw en inkomstenbelasting af te dragen, net als iedere andere zzp’er.
Als de huren van de ramen van gemeentepanden omlaag gaan, dan zullen de louche huiseigenaren moeten volgen met lagere raamhuren en de prostituees hoeven dan niet meer voor niets te werken om hun achterstallige huurschulden in te lopen.
Het zal waarschijnlijk niet gebeuren, want de gemeente wil uiteraard niet te boek staan als exploitant van bordelen.

Maar waarom richt ze geen goede stichting op met scherpe toezichthouders die dit in goede banen kunnen leiden? De Wallen zullen ervan opknappen en de prostituees zullen dankbaar zijn.


13 augustus 2018

Een pensioen waar je wat aan hebt

De Rabobank pleitte twee weken geleden in deze krant voor een ’ontschotting’ tussen huizen- en pensioenvermogen. Prima plan, vind ik. Nederlanders staan in alle ranglijstjes bovenaan als meest vermogende particulieren, maar dat vermogen staat niet op onze bankrekening, het zit verstopt in onze koophuizen en vooral in ons pensioen.
Even ter verduidelijking: ik heb het hier over de aanvullende pensioenen en niet over de AOW-uitkering. In ons land krijgt iedereen na zijn pensionering een AOW-uitkering van ruim 800 euro als je een partner hebt, en een deel van ons krijgt daarbovenop nog een aanvullend pensioen, dat is opgebouwd via hun werkgever.
Vermogens in huizen en pensioenen zouden prima gecombineerd kunnen worden. Zo is een afgeloste woning op het moment dat je stopt met werken, een mooi vermogen en een prima alternatief voor je pensioen. Met een (vrijwel) afgeloste woning heb je namelijk nauwelijks woonlasten en daardoor kun je wellicht rondkomen met minder pensioen of zelfs alleen met een AOW-uitkering.
En aan de andere kant, waarom zou je tegenwoordig alleen een hypotheek kunnen krijgen als je een flink bedrag aan spaargeld meebrengt? Waarom zouden de vele tienduizenden euro’s die je aan pensioen hebt afgedragen, daar niet voor gebruikt kunnen worden? Of in ieder geval als een borg kunnen dienen? Die ontschotting zou een prima stap zijn, alleen hebben we daarvoor wel een ander pensioenstelsel nodig.

Individu

Met ons collectieve pensioenstelsel heb je als individu namelijk niets in handen. Alles wat je aan pensioenpremie betaalt, wordt door een pensioenfonds omgezet in een aanspraak op een uitkering ná je pensioendatum. Het geld is tot die datum niet opneembaar en feitelijk ook niet jouw vermogen. Om het voorstel van de Rabobank te kunnen uitvoeren zul je ons stelsel moeten veranderen van een collectief stelsel naar persoonlijke pensioenpotjes.
Jammer dat iedereen in Den Haag bij dit soort voorstellen altijd om het hardst roept dat wij niet moeten sleutelen aan ons pensioenstelsel omdat we ’het beste pensioenstelsel van de wereld hebben’. Dat is namelijk niet zo. We hebben een prima collectief en op solidariteit gebaseerd pensioenstelsel, maar slaan de plank mis als het om individuele wensen of inspraak gaat. Om toekomstbestendig te zijn zullen pensioenfondsen moeten luisteren naar de markt en hun bedrijfsmodel moeten aanpassen naar een individueler stelsel waar klanten meer inspraak hebben.
Zodra deze discussie oplaait, is de reactie van de pensioenfondsen dat het vele miljarden euro’s gaat kosten om over te schakelen van ons huidige pensioenstelsel naar een stelsel van individuele pensioenpotjes. Deze miljarden euro’s zijn volgens de pensioenfondsen nodig omdat er dan geen nieuwe pensioenpremie meer binnenkomt en de pensioenfondsen te weinig in kas zouden hebben om de toekomstige pensioenen van de huidige deelnemers te betalen. Ik weiger dit te geloven.

Generaties

Kijk. Stel dat je nu op 1 september een streep zou zetten onder het huidige stelsel en over zou gaan naar het stelsel van persoonlijke pensioenpotjes. Wat je tot nu toe hebt ingelegd, krijg je zoals afgesproken, uitgekeerd door het pensioenfonds in een maandelijkse pensioenuitkering nadat je met pensioen gaat: je pensioen ’oude stijl’ zeg maar. Alles wat je vanaf 1 september inlegt, gaat naar je eigen persoonlijke pensioenpot: je pensioen ’nieuwe stijl’. Omdat ook twintigers pensioenpremie betalen, moeten de pensioenfondsen nog zeker 60 of 70 jaar pensioenen ’oude stijl’ uitkeren, terwijl we daarnaast het pensioen ’nieuwe stijl’ hebben. Zo duurt het nog een paar generaties voor we helemaal zijn overgestapt van het collectieve pensioenstelsel naar het nieuwe pensioenstelsel met persoonlijke pensioenpotten.
Als de pensioenfondsen zeggen dat ze daar niet genoeg geld voor in kas hebben, dan geloof ik dat niet. De pensioenfondsen hebben op dit moment 1400 miljard euro in kas en dat is meer dan voldoende om alle opgebouwde pensioenaanspraken tot nu toe, uit te keren in pensioenen. Niet als je rekent met de fictieve rekenrentes van 2%, maar wel als je met normale, reële rendementen rekent. Ik bespaar jullie de rekensommen in deze column, maar hoe ik mijn berekeningen ook wend of keer en zelfs al ga ik aan de bovenkant van de schattingen zitten, dan nog houden wij honderden miljarden over.

Rendement

Bedenk even dat een pensioenfonds als het APG over de afgelopen twintig jaar een gemiddeld rendement heeft behaald van 7% per jaar. Als zij de hele pot van 1400 miljard euro zouden beheren, dan halen zij een gemiddeld rendement van 100 miljard euro per jaar. Met dit rendement van 100 miljard euro per jaar en een gemiddeld aanvullend pensioen van 900 euro per maand per gepensioneerde, zouden de pensioenfondsen bijna 10 miljoen Nederlanders hun pensioenuitkering kunnen geven zónder in te teren op hun vermogen. En er zijn trouwens geen 10 miljoen gepensioneerden met een aanvullend pensioen, het zijn er maar 1,6 miljoen en in de komende decennia gaan heel geleidelijk de werkenden van nu met pensioen, terwijl van de groep gepensioneerden mensen overlijden. Nee, we komen geen geld tekort, we houden geld over.

Als we besluiten dat het opgebouwde vermogen verdeeld moet worden onder degenen die het hebben opgebouwd, dan vieren we binnenkort allemaal feest, want dan krijgen we veel meer dan we hadden verwacht. De pensioenuitkeringen worden voor de verandering dan eens niet ’gekort’ maar jaarlijks ’gelengd’. Ook leuk.


6 augustus 2018

Goed dat percentage overwerkers stijgt

Vorige maand kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met ’alarmerende’ cijfers over de toename van overwerk in ons land. Nu wordt in ons land al snel iets alarmerend genoemd, dus leest u rustig verder.
Vijf jaar geleden gaf 64% van de werknemers aan dat zij soms of regelmatig overuren maakten en nu is dat percentage volgens het CBS al bijna 66%. In vijf jaar tijd. Als ik dit soort minuscule stijgingen zie, vraag ik me altijd af of het überhaupt de moeite waard is om je onderzoeksresultaten te melden.
Die 2% is toch niet echt iets om je druk over te maken en hoe groot is de foutmarge van het onderzoek eigenlijk? Was het misschien een bloedhete dag en keken de ondervraagden niet op een procentje meer of minder omdat ze weer zo snel mogelijk in de tuin of op het balkon wilden gaan zitten?

Nieuwe werken

Sowieso is de vraag of je wel of niet overwerkt steeds lastiger te beantwoorden. Veel bedrijven hebben het nieuwe werken inmiddels geïntroduceerd en dan maakt het niet uit waar of wanneer je je werk doet, zolang je het maar goed doet en op tijd af hebt. Wanneer ben je dan nog aan het overwerken? Als je in het weekend een rapport doorleest of je mails checkt tijdens de treinreis?
Verreweg de meeste werknemers kennen deze vrijheid niet en werken nog steeds volgens vastomschreven uren op vaste plekken.
Persoonlijk vind ik het trouwens een goed teken dat, hoe minuscuul ook, het percentage overwerkers stijgt. Meer overwerk betekent dat onze economie harder draait dan de werkgevers hebben ingeschat en dat is goed voor ons land.
Fijn dat er dan werknemers zijn die overuren willen maken als hun baas het vraagt. Met betaald overwerk kom je wat ruimer bij kas te zitten of je kunt er je geldtekort mee oplossen. Volgens het Nibud hebben maar liefst 8 van de 10 bedrijven werknemers met financiële problemen. Dát vind ik pas alarmerend en dat is een probleem dat we niet mogen onderschatten.
Werknemers met geldzorgen kunnen zich slecht concentreren, krijgen door de geldstress een kort lontje en melden zich vaker ziek op hun werk. Geldzorgen van een werknemer zijn op de eerste plaats vreselijk voor hem of haar, maar ook voor het bedrijf waarvoor zij werken. Een werknemer met schulden ’kost’ een bedrijf gemiddeld €11.000 per jaar.

Geldzorgen

Die geldzorgen van hardwerkende Nederlanders gaan me aan het hart. Alles om ons heen wordt duurder, prijzen van boodschappen of vakanties stijgen zienderogen maar de salarissen blijven in veel branches gelijk. Neem bijvoorbeeld de bouw. Op dit moment zijn wij met een onderkeldering aan een pand bezig en de voorman die het project leidt is geweldig. Het is zwaar werk en hij sjouwt de hele dag met loodzware metalen palen of schept hele vrachtwagens aan zand weg. Daarnaast komt er ook veel kennis bij kijken want de kleinste meetfout kan funest zijn.
Vandaag vertelde hij dat hij al vanaf zijn zestiende werkt en dat al twintig jaar bij hetzelfde bouwbedrijf doet. Ondanks zijn twintig jaar ervaring is zijn salaris de laatste tien jaar niet meer verhoogd. Bruto verdient hij € 2600 per maand en toen hij daar laatst met zijn baas over wilde praten, reageerde die: „Wat zei je? Opslag of ontslag? Je weet waar de deur is.”

Bijstandsmoeder

Met dit salaris houd je netto minder over dan een alleenstaande bijstandsmoeder die van allerlei toeslagen en regelingen kan profiteren. Ik begrijp dat veel werkgevers de salarissen tijdens de laatste crisis niet verhoogd hebben, maar inmiddels is de markt behoorlijk aangetrokken, wordt er meer en duurder gebouwd en kan er echt in veel branches wel een salarisverhoging vanaf.
Tot dat moment biedt overwerken een uitkomst. Onze voorman werkt ook over om wat extra geld te kunnen verdienen. Alleen is het jammer dat je met overwerk meestal in een hogere belastingschijf valt en de overheid van die extra verdiensten maar liefst 52% aan loonbelasting inhoudt.
De overheid zou ook haar duit in het zakje kunnen doen om deze groep hardwerkende Nederlanders te helpen. Stel je voor dat iedereen bijvoorbeeld maximaal 10 of 15 uur per maand belastingvrij zou mogen overwerken? Geen loonbelasting over de extra uren.
Volgens mij krijgen we daar een fijnere samenleving van. De werknemer verdient belastingvrij wat extra geld. Daarmee kan hij zijn schulden gemakkelijker afbetalen waardoor hij uiteindelijk geen geldzorgen meer heeft. Het extraatje zal iedere werknemer goed uitkomen. De werkgever aan de andere kant, krijgt werknemers die graag een paar uur extra overwerken én werknemers met minder stress over geld.

Overuren

De overheid loopt alleen wat belastinginkomsten op de overuren mis, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door een beter draaiende economie. Daarnaast zijn de kosten die de overheid bespaart op bijvoorbeeld de schuldhulpverlening, de schuldsanering en maatschappelijke kosten, enorm. Ieder gezin met problematische schulden schijnt ons als samenleving meer dan € 100.000 per jaar aan hulpverleners en bureaucratie te kosten.
Laat de overheid eens verder kijken dan het Binnenhof en de werkgevers toestaan om overuren tot een bepaald maximum onbelast uit te betalen. Dat zou alvast een mooie stap in de goede richting zijn van een schuldenloze maatschappij.

30 juli 2018

Slimme vakbond heeft de toekomst

De vakbonden luiden de noodklok, want zij verliezen aan de lopende band leden. De FNV blijkt de grootste verliezer met meer dan 50.000 afhakende leden in een jaar tijd.
In totaal zijn nog maar 1,7 miljoen mensen lid van een vakbond. Haal van dit aantal de niet-werkenden zoals gepensioneerden, studenten en de uitkeringsgerechtigden af en je houdt amper één miljoen relevante leden over. Best weinig als je het afzet tegen de 7,5 miljoen werkende Nederlanders. Ondanks alle lokkertjes die de vakbonden bieden zoals gratis juridische bijstand, korting op je benzine, je ziektekostenverzekering en hulp bij het invullen van je belastingformulier, lukt het hen tóch niet om meer mensen te overtuigen. Uit pure wanhoop nodigen de vakbonden zelfs uitkeringsgerechtigden of studenten uit om voor een of twee euro per maand lid te worden. Hebben die iets aan een vakbond? Nee, maar die voordeeltjes zijn leuk en de vakbond hunkert naar grotere ledenaantallen.
En om het nóg gekker te maken: een lidmaatschap van een vakbond is ook nog eens fiscaal aftrekbaar, het is dus in feite een door de overheid gesubsidieerd lidmaatschap.
Door al die voordeeltjes, vraag ik me sowieso af hoe gemotiveerd de huidige vakbondsleden werkelijk zijn. Kozen zij voor de vakbond of voor al die voordeeltjes?
Ondanks alle kortingen en cadeautjes is tóch maar 13 procent van de werkenden in ons land lid van een vakbond.

Sportschool

Vergelijk dit percentage voor de lol eens met een abonnement op een sportschool. Een gemiddeld sportschoolabonnement kost enkele tientallen euro’s per maand, je kunt het niet aftrekken van de belasting (waarom eigenlijk niet?), je krijgt er geen gratis juridisch advies bij, geen kortingen en tóch is ruim 16 procent van alle volwassenen in ons land, lid van een sportschool. Meer volwassenen zijn dus lid van een dure sportschool dan van de goedkope vakbond, ondanks alle cadeautjes en aftrekbaarheid.
Af en toe duiken er linkse geluiden op dat iedereen verplicht zou moeten worden om lid van een vakbond te worden. Dat zou de idiotie ten top zijn. Nee, we moeten het gewoon onder ogen zien: vakbonden als de FNV en CNV doen er niet meer toe in de huidige tijd. Ze grijpen iedere strohalm aan om aandacht te trekken, maar slaan de plank finaal mis. Ten einde raad betalen ze soms figuranten die zogenaamd als ’ontevreden personeelsleden’ met spandoeken voor bedrijven heen en weer lopen. Best zielig.

Bestaansrecht

De FNV en CNV waren broodnodig in de jaren 60 en 70 toen werknemers nog soms uitgebuit werden, maar in onze huidige tijd zijn zij overbodig geworden. Een vast contract is niet meer de heilige graal die het vroeger was en niemand heeft nog behoefte aan vakbonden die algemene, dwingende afspraken maken. Ik denk dat de vakbonden zich eens achter de oren moeten krabben en bedenken of zij nog wel bestaansrecht hebben in hun huidige vorm in deze tijd en in deze arbeidsmarkt.
Kijk, vrijwel alle grote bedrijven hebben een prima ondernemingsraad die de situatie van het bedrijf kent en op een goede manier opkomt voor de belangen van de werknemers terwijl hij ook het langetermijnbelang van het bedrijf in de gaten blijft houden. Zelfs de rechters zien de huidige arbeidsmarkt veranderen en staan niet meer aan de kant van de vakbonden.
Vorige week besliste een rechter nog dat een bezorger van Deliveroo ongelijk had door van zijn werkgever een vast arbeidscontract te eisen. Uiteraard werkt Deliveroo vanwege de dynamische markt liever met zzp’ers en dat is haar goed recht.
Dat vond de rechter ook. Als een werknemer graag een vast arbeidscontract wil, dan moet hij bij een andere werkgever gaan werken die dat wél wil aanbieden: niemand houdt hem tegen.
Voor veel beroepen liggen de banen op dit moment voor het opscheppen en dat wordt misschien wel de wal die het schip gaat keren voor de vakbonden. Als de vakbonden de moed hebben om zichzelf opnieuw te gaan uitvinden en relevant worden in de huidige markt, dan zie ik wel een mooie toekomst voor ze.

Hulp

Ik denk dat ze moeten stoppen met hun onvermurwbare standpunten en het afdwingen van algemene voorwaarden voor een hele branche. Ze zouden niet meer tegenover de werkgever moeten gaan staan, maar juist ernáást. Werkgevers hebben nu, meer dan ooit, behoefte aan goed personeel en daarbij kunnen ze wel wat hulp van de vakbonden gebruiken.
Vakbonden zouden met hun kennis en ervaring de beste bemiddelaars kunnen zijn tussen werkgevers en werknemers. Zij kennen beide posities en zouden met voorstellen voor afspraken kunnen komen die op de persoon zijn afgestemd en passen bij de levensstijl of de specifieke behoeften van de werknemer én bij de doelen van het bedrijf. Vakbonden zouden samen met de werkgever persoonlijke regelingen en tegemoetkomingen kunnen bedenken om goed personeel te krijgen en houden. Ze kunnen zich inzetten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en bedenken hoe de werkgevers hen tegemoet kunnen komen.
De vakbond niet meer als activist met afgedwongen, collectieve arbeidsvoorwaarden, stakingen of grove voeten tussen de deur, maar als een slimme bemiddelaar voor de verhitte arbeidsmarkt. Ik zie de mooie, zonnige toekomst voor de vakbonden al gloren.

23 juli 2018

Te flex of nog niet flex genoeg?

Onze economie draait prima en dat is vooral te danken aan het grote aantal zzp’ers in ons land en werknemers met een flexibel of tijdelijk arbeidscontract. De best draaiende ondernemingen hebben namelijk geen vaste stroom werk meer, maar zijn flexibel en buigen mee met vraag en aanbod van de markt.
Inmiddels heeft nog maar 60 procent van alle werkenden een vast arbeidscontract en bijna 40 procent is zelfstandig of werkt met een tijdelijk of flexibel contract. Onze economie floreert vanwege flexibiliteit, laten we het omarmen.
Vakbonden en de overheid doen nog steeds alsof een vast arbeidscontract het hoogst bereikbare is en boven aan ieders wensenlijstje staat, maar dat is natuurlijk allang niet zo. Het gros van de zzp’ers en flexwerkers wil helemaal geen vast contract en jongeren kiezen sowieso liever voor bewegingsvrijheid in plaats van de beklemmende zekerheid van een vast contract.

Voordeeltjes

Begin deze maand kwam de denktank OESO ook met een rapport over de arbeidsmarkt en gaf daarin nota bene de zzp’ers en flexwerkers er de schuld van, dat de lonen van de werknemers in vaste dienst niet sneller stijgen. Flexibele werknemers zouden volgens de OESO oneerlijke concurrentie leveren en zij dringt er dan ook bij de overheid op aan om alle fiscale voordeeltjes voor zzp’ers af te bouwen én om zzp’ers en flexwerkers te verplichten om zich te verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Zo komt er weer een gelijk speelveld, aldus de vele medewerkers met vaste arbeidscontracten van de OESO. Tuurlijk, gelijk speelveld voor de zzp’er: geen fiscaal voordeel meer, maar wél een dure, verplichte verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid terwijl je wél alle onzekerheid en verantwoordelijkheid blijft houden zonder een financieel vangnet van bijvoorbeeld een WW-uitkering als het misgaat. Nee, zo blijft er altijd juist een óngelijk speelveld over. Niet goed.
Maar ik heb wel een idee hoe we de ongelijkheid kunnen weghalen en meteen ook een eind maken aan de hele discussie over wel of geen VAR-verklaring en verplichte verzekeringen voor zzp’ers.

Niet eerlijk

Kijk, de werknemers met een vast contract hoeven zich niet te verzekeren voor ziekte of arbeidsongeschiktheid, hun werkgever is namelijk maar liefst twee jaar lang verantwoordelijk voor de loondoorbetaling in het geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid. In het geval van de zzp’er of flexwerker zou deze de verzekering zelf moeten betalen. Dat is in principe al niet eerlijk.
Die twee jaar loondoorbetaling is de grootste ergernis van werkgevers en de allerbelangrijkste reden waarom er überhaupt niet meer vaste contracten worden aangeboden. Als ik met kleine ondernemers praat zijn ze altijd verbolgen over het feit dat zíj verantwoordelijk zijn voor de ziekte van hun werknemer. Ze zeggen dan: ’Het is toch niet míjn schuld dat een paard tijdens het weekend op hun voet gaat staan? Of dat ze ongelukkig terecht komen tijdens hun skivakantie? Waarom ben ik er dan wél verantwoordelijk voor en moet ik het salaris doorbetalen?’
Iedere ondernemer zal begrijpen dat als het een ongeluk tijdens het werk betreft, hij of zij zal moeten betalen. Maar waarom betalen omdat je werknemer een ongeluk krijgt tijdens het uitoefenen van zijn gevaarlijke hobby of omdat hij of zij zich een paar maanden niet lekker voelt vanwege een scheiding? Ondernemers kunnen zich verzekeren voor de ziekte van hun personeel, maar die dure verzekering betaalt alleen de loonkosten van degene die ziek is, niet de kosten van de vervanging en de vele extra kosten die erbij komen kijken.
Nee, als we écht een gelijk speelveld willen creëren, dan zouden we íédere Nederlander dezelfde verantwoordelijkheid moeten geven, ongeacht of het nu mkb-ondernemers, zzp’ers, werknemers met een vast contract óf werknemers met een flexibel of tijdelijk contract, zijn.

Afsluiten

Ik doe even een voorzet: stel dat we iedereen, en dan bedoel ik ook echt iedereen die werkt, zzp’ers, flexwerkers en óók de werknemers met een vast contract, zélf een verplichte verzekering voor ziekte of arbeidsongeschiktheid laten afsluiten.
Het eerste voordeel is dat die verzekering vanwege het grote aantal polissen zeker goedkoper zal worden. Uiteraard zullen de werkgevers hun werknemers moeten compenseren in bruto salaris voor de verzekering die zij nu ook betalen. Dat is goed, want dan zien de werknemers ook hoe duur de verzekering is en zullen zij er ook verantwoordelijker mee omgaan.
Ik ben fan van de zogenaamde broodfondsen waar veel zzp’ers al bij zijn aangesloten. Kleinschalig, geen geld dat aan de strijkstok van een grote verzekeraar blijft hangen. Wellicht kunnen we ons broodfondsen-arsenaal uitbouwen. Heel Nederland één groot broodfondsen-web.
De verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt verplicht, maar iedereen kan zélf bepalen of hij zijn inkomen bij ziekte wil laten ingaan na twee dagen, vijf dagen of (maximaal) twee weken, afhankelijk van je financiële situatie.

Daarmee leg je de verantwoordelijkheid neer bij de individuele werkende en zul je zien dat de ziekmeldingen vanwege ’te diep in het glaasje gekeken’ of vanwege ’lekker weer en het strand lonkte’ zullen afnemen en dat gaat ons aller welvaart nóg beter maken. Daarnaast trekt het de positie van werknemers met een vast contract en werknemers met een flexibel contract of zzp’ers gelijker en dat wilden we toch?


16 juli 2018

Puntensysteem voor de Eerste Kamer

Ik weet dat een Eerste Kamerlidmaatschap geen fulltime baan is en dat je er best nog iets naast kan doen. Maar Eerste Kamerlid zijn is wel een belangrijke taak én een serieuze aanslag op je agenda. Op dinsdag vergadert de Eerste Kamer in Den Haag, die dag ben je als Kamerlid sowieso al kwijt en daarnaast ben je nog een extra dag bezig om je stukken te lezen en je voor te bereiden. Het is belangrijk werk, dus die tijd moet je er ook aan besteden. De rest van de werkweek kun je wat anders doen. Dat is prima, want het is goed dat politici liefst met twee, maar in ieder geval nog met één been in de maatschappij staan.
Maar dat éne been, als dat nou blundert… wat gebeurt er dan?
Neem even de perikelen rond André Postema als voorbeeld. Postema is voorzitter van de LVO-raad, het Limburgse Voortgezet Onderwijs én Eerste Kamerlid, naast een aantal andere nevenfuncties. Onder zijn verantwoordelijkheid lopen honderden leerlingen hun diploma mis. Niet fijn voor de PvdA, namens welke partij hij in de Eerste Kamer zit, maar nog veel erger voor de honderden kinderen die door zijn falende toezicht benadeeld zijn.
Met zijn fulltime baan als voorzitter van de LVO-raad verdient hij € 179.000 per jaar, precies het maximale salaris dat bestuurders van publieke en semi-publieke instellingen mogen verdienen. Daarnaast is hij Eerste Kamerlid, waarvoor hij inclusief alle toeslagen, vergoedingen en reiskosten nog eens dik € 50.000 per jaar opstrijkt.

Commissies

Voor het fractievoorzitterschap komt er nog een paar duizend euro extra bij en daarnaast zit hij nog in een aantal commissies van de Eerste Kamer en ook dat tikt lekker aan op de bankrekening van de familie Postema.
Alleen al met zijn Eerste Kamerlidmaatschap voor de PvdA verdient hij anderhalf keer een modaal salaris.
Dus als fulltime ambtenaar én als Eerste Kamerlid krijgt hij bij elkaar een riant inkomen van ruim € 230.000, ruim zes keer een modaal inkomen. Daarnaast heeft hij ook nog tijd voor maar liefst vier ándere nevenfuncties. Vier. Knap? Nee, niet zo knap blijkt, want hij blundert behoorlijk als voorzitter van het Limburgse Voortgezet Onderwijs en opstappen weigert hij.
Kijk, wij hebben allemaal 24 uur in een dag en als je gezegend bent met veel energie, dan kun je best werkweken maken van 50 uur, maar geen 100 uur. Niet als je alles goed wilt doen tenminste. Zowel het voorzitterschap van de LVO-raad als het Eerste Kamerlidmaatschap, maar ook de nevenfuncties van Postema vereisen tijd en aandacht. Halfslachtig werk betekent blunders en het resultaat is nu dat honderden kinderen hun diploma mislopen. Vertrouwen wij iemand nog wel die zo slecht zijn vak uitoefent en zo weinig toezicht houdt, om een belangrijke baan als Eerste Kamerlid uit te oefenen waarmee hij in feite toezicht houdt op onze regering?

“Halfslachtig werk betekent blunders”

Ondanks zware druk van de PvdA om zijn Eerste Kamerlidmaatschap op te zeggen, weigert Postema. Voor de bühne zegt hij zijn PvdA-fractievoorzitterschap op, maar hij blijft gewoon aan als Eerste Kamerlid. Hij draagt zijn taken over aan een nieuwe voorzitter; alweer de derde voorzitter van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer in een half jaar tijd.
De opvolger van André Postema is Esther-Mirjam Sent. Volgens mij is zij een prima vrouw, maar zij maakt het qua tijdsbesteding nóg bonter. Naast PvdA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer is zij hoogleraar en vice-decaan bij de Radboud universiteit in Nijmegen. En dat is nog niet alles, zij heeft daarnaast maar liefst tien nevenfuncties. Tien. Knap? Nee, niet knap. Onverantwoord.

Te belangrijk

Een lidmaatschap van de Eerste Kamer is niet iets wat je ’erbij’ doet, daar is het veel te belangrijk voor. Ik zou de discussie weleens aan willen zwengelen hoever we hiermee door willen gaan.
Even ter vergelijking: Als je commissaris bent bij een bedrijf dan moet je je houden aan de zogenaamde code Tabaksblat, die bepaalt dat je als commissaris maximaal vijf punten mag hebben. Ieder commissariaat telt voor één punt en een voorzitterschap van een Raad van Commissarissen voor twee punten.
Dat is een prima systeem en het gaat wildgroei tegen van mensen die denken dat ze wel even tien belangrijke nevenfuncties ’ernaast’ kunnen doen. Met vier commissariaten waarvan één als voorzitter, of met drie commissariaten waarvan twee als voorzitter, zit je aan je maximale vijf punten. Meer kan niet en dat is maar goed ook. Je kunt alleen dingen goed doen als je er voldoende ruimte voor hebt in je agenda én in je hoofd.
Ik stel voor dat ze in Den Haag deze discussie ook gaan voeren en dat een Eerste Kamerlidmaatschap voor bijvoorbeeld drie punten gaat tellen. Een fulltime baan is niet te combineren met een Eerste Kamerlidmaatschap, tenzij je een of twee dagen minder gaat werken.
Een Eerste Kamerlidmaatschap is dan ook niet te combineren met bijvoorbeeld drie commissariaten, want dan kom je boven je maximale vijf punten.
Je wilt toch geen baantjesjagers op een belangrijke positie als Eerste Kamerlid?
Deze discussie is hard nodig want wij verdienen namelijk betere bestuurders en politici, met minder aandacht voor hun eigen bankrekening en meer aandacht voor hun belangrijke taak.


 9 juli 2018

Klant lozen: terecht of onverantwoord?

’Van Lanschot loost duizenden klanten’ kopte het Financieele Dagblad vorige week. Ik vroeg me af waarom je als bedrijf je klanten zou lozen, dus ik las geboeid verder. Van Lanschot blijkt alleen nog maar geïnteresseerd te zijn in klanten die minimaal een vermogen van €500.000 bij hun bank beleggen.
Alle andere klanten met ’alleen maar’ een spaarrekening of een betaalrekening zijn ze liever kwijt dan rijk, en daarom hebben ze die een brief gestuurd met de mededeling dat ze op zoek moeten gaan naar een andere bank. Van Lanschot zegt hun bankrekeningen zonder pardon op.

Beleggen

Het viel veel klanten rauw op hun dak, niet iedereen wil zijn zuurverdiende geld namelijk risicovol beleggen via de overbetaalde vermogensbeheerders van de bank en dat kun je ze niet kwalijk nemen.
De AFM heeft er geen bezwaar tegen dat ze klanten de wacht aanzeggen, mits ze die klanten maar een alternatief bieden en dat doet Van Lanschot ook, want ze schrijven in hun brief naar hun vermogende klanten dat zij ’voor slechts €1,50 per maand’ terecht kunnen bij de Rabobank. Gênant eigenlijk.
Natuurlijk begrijp ik dat Van Lanschot minder verdient aan geld dat op een spaarrekening staat dan aan geld dat zij naar hartenlust mogen beleggen en waar zij kosten voor mogen rekenen. Maar om dan zomaar een groep trouwe klanten te laten vallen, die je nota bene in veel gevallen zélf hebt overgehaald om bij je te komen bankieren, gaat best ver. Het is trouwens niet voor het eerst dat Van Lanschot de relatie met een groep klanten eenzijdig opzegt. Tijdens de financiële crisis in 2012 kregen duizenden mkb-ondernemers die klant waren bij Van Lanschot, een brief. De brief begon met de zin: ’U weet dat een duidelijke focus essentieel is voor een goede bedrijfsvoering’. Tsja, en vervolgens kwam de mededeling dat deze ondernemers niet meer voldeden aan de ’focus’ van Van Lanschot, want die was namelijk verlegd en zij wilden vanaf dat moment alleen nog maar bedrijven bedienen met een omzet van meer dan €5 miljoen. ’U voldoet hier niet aan’, concludeerde de bank en de ondernemers werden gedwongen om op zoek te gaan naar een andere bank die bereid was hen te financieren, want Van Lanschot beëindigde de relatie. Van Lanschot was onverbiddelijk, bood geen hulp en heeft met deze actie veel ondernemers in een faillissement geduwd.
Nu ben ik ondernemer én liberaal, dus ik vind in principe dat ieder normaal bedrijf zijn eigen afweging moet kunnen maken. Ik zou het bijvoorbeeld niet vreemd vinden als een particulier bezorgbedrijf een opslag vraagt om pakketjes naar het drukke centrum te brengen, of wanneer een winkel maar drie dagen per week open is omdat het anders niet rendabel is. Dat begrijp ik.
Maar een bank heeft een publieke functie én bovendien een zorgplicht en dat vind ik toch een ander verhaal.
Stel dat een energiebedrijf zou zeggen: ’Vanaf nu bezorgen wij alleen nog maar in villa’s. U woont in een appartement en dat levert niet voldoende op voor ons, dus gaat u maar op zoek naar een ander energiebedrijf. Wij zeggen hierbij onze relatie op. Goedemiddag.’
Of de Nederlandse Spoorwegen die zegt: ’Wij zijn vanaf nu alleen nog maar geïnteresseerd in mensen die minimaal vijf keer per week met de trein reizen. U doet dat niet, dus u begrijpt dat wij u vanaf volgende maand niet meer kunnen vervoeren. U kunt als alternatief de bus nemen of een auto kopen.’ Dat zouden we nooit accepteren van de NS, maar waarom accepteren we het wel van een bank?

Meedogenloos

De publieke opinie is vaak meedogenloos waar het de grote banken zoals ING en ABN Amro betreft, maar om de een of andere vreemde reden, zien we een kleine bank als Van Lanschot en haar acties over het hoofd.
Weet u nog dat het land te klein was toen aangekondigd werd dat de topman van ING een salarisverhoging van vijftig procent zou krijgen en daarmee €3 miljoen per jaar zou gaan verdienen? Onder grote druk van klanten en de media is die loonsverhoging destijds teruggedraaid. Maar toen de topman van Van Lanschot een salarisverhoging van 25 procent kreeg en daarmee op een jaarinkomen van €1,5 miljoen kwam, was er nauwelijks ophef. Even ter vergelijking: ING heeft bijna 13.000 werknemers, Van Lanschot maar 1680, ING heeft een balanstotaal van €846 miljard, Van Lanschot €14,7 miljard; nog geen twee procent van de grootte van de ING Bank dus. De topman van Van Lanschot verdient op dit moment bijna net zoveel als de topman van ING, terwijl zijn bank slechts een vijftigste van de grootte van de ING heeft.
Benieuwd wie dat gaat betalen? Nou, met wat geluk houden ze bij Van Lanschot nog het groepje vermogende klanten over dat dik gaat betalen aan het vermogensbeheer, dus maakt u zich daar maar geen zorgen over.
De AFM houdt toezicht op het gedrag en de cultuur van de banken. Het lijkt mij de hoogste tijd dat ze het gedrag en de cultuur bij Van Lanschot eens onderzoeken. Als de AFM het niet doet, dan doen de klanten het wel. Hoop ik.