Iedere maandag verschijnt een column van Annemarie in ‘De Telegraaf’.

Gerelateerde afbeelding   Annemarie van Gaal – De Columns


9 september 2019

Boeren zijn de oplossing in aanpak woningnood

Die stikstof gaat ons land stilleggen. Zelden trouwens een woord tegengekomen dat zo goed de lading dekt. Door de stikstofuitspraak van de Raad van State mogen we voorlopig niet harder dan 100 km/u op zesbaanswegen rijden en het verstikt ook één van de belangrijkste levensslagaders van Nederland: maar liefst 18.000 bouwprojecten liggen voorlopig stil. Honderden ambtenaren op de afdeling ’Vergunningen’ bij de gemeenten in ons land zijn de komende maanden aan het duimendraaien omdat er geen vergunningen meer afgegeven worden.

Drama. We komen nu al 100.000 woningen tekort en in de komende tien jaar komen er nog eens een half miljoen gezinnen bij in ons land. Waar gaan zij wonen? Nieuwbouw lamleggen is geen optie, er moet een oplossing komen.

Nederland lost het weer op z’n Nederlands op met een stappenplan: we gaan eerst kijken welke noodwetten we kunnen bedenken om het probleem voor de korte termijn te omzeilen; en daarna gaat een commissie aan de slag om te bestuderen hoe we het stikstofprobleem kunnen aanpakken.

Typisch Nederlands om die twee zaken te scheiden, terwijl de mooiste oplossingen juist liggen in het combineren van de twee zaken. Eigenlijk is het heel simpel. Het is ook geen briljant idee wat ik in deze column beschrijf, want het ligt namelijk nogal voor de hand.

Kijk, nieuwbouwwoningen worden niet meer met aardgas verwarmd en stoten daarom ook nauwelijks nog stikstof uit. Als we in de komende tien tot vijftien jaar een miljoen nieuwe woningen bouwen dan is de uitstoot van stikstof ongeveer tien gram per hectare per jaar. De nieuwbouw zelf is dus geen reden om de vergunningverlening voor woningbouw bij gemeenten stil te leggen. Het stikstofprobleem van nieuwbouw komt niet van de huizen zelf, maar van de machines die tijdens de bouw gebruikt worden, maar dat is maar tijdelijk.

Nee, de echte boosdoeners van de stikstofuitstoot zijn onze boeren. Maar liefst 70% van alle stikstofuitstoot is afkomstig van onze boerenbedrijven; en dan vooral van de intensieve veehouderij. Nederland is simpelweg te dichtbevolkt voor de hoeveelheid boerenbedrijven in ons land.

De op-één-na grootste boosdoener is het wegverkeer in Nederland, maar die staat op verre afstand van de uitstoot van de boerderijen. Alle auto’s, openbaar vervoer en vrachtverkeer in ons land leveren een schamele 10% van alle stikstofuitstoot.

Ik heb wel te doen met de boeren in ons land, ze werken keihard en velen kunnen desondanks nauwelijks het hoofd boven water houden. Vaak moet de vrouw er noodgedwongen een baan naast nemen om de kosten voor het gezin te dekken. De verkoop van een koe voor de vleeshandel levert nauwelijks meer op dan de aankoop ervan plus de kosten van verzorging en voeding.

Veel boeren kampen ook met gebrek aan opvolging. Kinderen willen of kunnen het bedrijf niet overnemen. Ze hebben hun ouders zien ploeteren en daar passen ze voor. Boeren die stoppen verkopen de grond vaak aan de buurman, die ook boer is. Landbouwgrond levert een paar euro per vierkante meter op. Een gemiddeld boerenbedrijf bezit tussen de twintig en zeventig hectare aan grond, dus die verkoop brengt in ieder geval nog een schamel pensioentje op voor de boer.

Een projectontwikkelaar die grond koopt waarop een bouwvergunning is afgegeven, betaalt grif tweehonderd euro per vierkante meter en dat is een heel groot verschil met de twee of drie euro per vierkante meter die de boer krijgt voor zijn landbouwgrond.

Dus waarom combineert de gemeente beide zaken niet? Zoek uit welk boerenland geschikt is voor woningbouw; en dan het liefst boerenland waarop intensieve veeteeltbedrijven staan. Bied de boeren aan om te stoppen met hun bedrijf. Als bedankje voor het stoppen met zijn bedrijf krijgt de boer van de gemeente een bouwvergunning op zijn grond en kan hij de grond voor een mooi bedrag verkopen aan een projectontwikkelaar die er nieuwbouwwoningen op gaat bouwen. Veel boeren die inefficiënte bedrijven hebben en daardoor financieel klem zitten, zullen hier vast oren naar hebben.

De stikstofuitstoot tijdens de bouw zal niet hoger zijn dan die van een werkend veeteeltbedrijf op dezelfde plek, dus dat kan tegen elkaar weggestreept worden. Daar zal de Raad van State het ook mee eens zijn.

De boer kan dan op een goede manier afscheid van zijn boerenbedrijf nemen, hij krijgt genoeg geld om zijn schulden bij de bank af te betalen en zijn pensioen veilig te stellen, de gemeente heeft grond waarop gebouwd kan worden en de projectontwikkelaar kan aan de slag. Probleem opgelost.

Onze export qua landbouw en veeteelt zal afnemen, maar als het per saldo voor een boerenbedrijf niets oplevert, dan wordt er ook geen belastinggeld over afgedragen en verliezen we er als land ook niets aan. En de geweldige ex-boeren uit ons land hoeven ook niet stil te gaan zitten na de verkoop. Zij kunnen vast een mooie boterham verdienen door het adviseren van boerenbedrijven in Oost-Europese of Afrikaanse landen, waar nog volop grond beschikbaar is en de stikstofuitstoot geen probleem is. Deze boerenbedrijven kunnen veel leren van onze fantastische ex-boeren.

Kortom een mooie oplossing voor iedereen. Nu nog snelheid en daadkracht bij de gemeenten.


2 september 2019

Tientallen miljarden kun je ook besparen op bureaucratie

’Modaal is nog niet boven Jan’ kopte deze krant zaterdag. Persoonlijk had ik de kop wat sterker aangezet, want ’nog niet boven Jan’ geeft aan dat er nog hoop is, maar die hoop is ijdel. Met dit kabinetsbeleid gaat het namelijk niet lukken dat Jan Modaal ooit ’boven Jan’ komt.
 
De middenklasse is zwaar de pineut in ons land: hun banen staan onder druk, de samenleving is hopeloos ingewikkeld geworden, hypotheken zijn onbereikbaar en iets positiefs als een kleine salarisverhoging wordt grotendeels opgeslurpt door de belastingen.
 
Onze overheid is nu van plan om met de huidige lage rente tientallen miljarden euro’s te lenen om in onze economie te pompen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan, zeg maar. Op zich kan ik nog wel meegaan in de plannen om de economie een injectie te geven, maar dan moet het geld natuurlijk wél op de juiste manier besteed worden en niet verzanden in verdere bureaucratie en managementlagen.
 
Een deel van het geld zal gepompt worden in de zorg en het onderwijs, maar alles wat er tot nu toe aan extra geld naar de zorg of het onderwijs is gegaan, heeft geresulteerd in nóg meer overbodige bureaucratie en nutteloze managementlagen, die de boel alleen maar lamleggen.
 
De overheid wil met de miljarden ook de bouw aanjagen, zodat er meer woningen gebouwd gaan worden. Maar de trage bouw van woningen is niet de schuld van de opdrachtgevers, projectontwikkelaars of bouwbedrijven. De traagheid komt vooral door de verlammende bureaucratie bij de gemeenteafdelingen die de vergunningen afgeven. Investeringen om meer agenten op straat te krijgen klinken ook goed. Toch ben ik bang dat iedere investering in de politie alleen maar verzandt in nog meer bureaucratische ellende en lamleggende systemen.
 
Even een zijstapje: Vijf maanden geleden is de scooter van mijn man gestolen. Hij stond pal voor ons huis op slot en is waarschijnlijk ’s nachts door een rondtrekkende dievenbende met slot en al in een busje geladen. We waren niet verzekerd voor diefstal, want de premie is door diezelfde rondtrekkende dievenbendes onbetaalbaar geworden. Een paar weken later werden we al door de politie gebeld dat onze scooter gevonden was in een loods met andere gestolen spullen in Beverwijk. Gelukkig, dachten we nog, dat scheelt weer de aanschaf van een nieuwe scooter. Hulde voor het opsporingsteam van de politie natuurlijk.
 
“Neem eigen organisatie onder loep”
 
’Wanneer kunnen we de scooter ophalen?’ Dat was een beetje een naïeve vraag van ons, want je krijgt je eigen scooter niet terug zolang het onderzoek loopt; en hoelang dat gaat duren, kan de politie niet zeggen.
 
Sindsdien wachten we, maar de scooter hebben we nog steeds niet. Af en toe nemen we zelf contact op met de politie, maar daar krijgen we niet veel meer te horen dan de mededeling dat ’het onderzoek loopt’. Als de politie zelf een bericht stuurt, worden we daar ook niet veel wijzer van. Neem het bericht dat we vandaag kregen. Ik zal het even letterlijk citeren:
 
„Bedankt voor uw bericht. Ik zie in de door u verstuurde bijlage, dat u een bericht zou ontvangen voor het verdere verloop van uw aangifte en of deze in behandeling zou worden genomen.”
 
Hoezo is het nog een vraag of de aangifte wel in behandeling wordt genomen? De scooter is gestolen, gevonden en kan terug naar de rechtmatige eigenaar, lijkt me. Maar goed, we lezen verder:
 
„Ik heb voor u nagevraagd of uw aangifte in behandeling is genomen. De aangifte die u destijds via internet deed is niet in behandeling genomen omdat er sprake zou zijn van opsporingsindicatie.”
 
Opsporingsindicatie… Geen idee wat ze ermee bedoelen, waarschijnlijk dat de gestolen scooter inmiddels gevonden is. Maar hoezo wordt de aangifte niet in behandeling genomen als de gestolen scooter terecht is?
 
Ik lees verder. Misschien dat de verdere tekst uitsluitsel geeft:
 
„Dit betekent dat u opnieuw aangifte dient te doen.”
 
Hoezo opnieuw aangifte? Aan onze situatie is niets veranderd.
 
„… Mijn advies is om te vragen of u uw afspraak bij een 3D loket kunt inplannen, dat gaat over het algemeen vlotter.”
 
Geen idee wat een 3D loket is. Maar heel erg vlot gaat het tot nu toe niet.
 
„… Ik hoor graag wanneer u de aangifte heeft gedaan, dan kan ik uw aangifte toevoegen aan het dossier.”
 
Er zit toch al een aangifte in het dossier?
 
Het lijkt me duidelijk dat de scooter van ons is: aankoopbewijs, kenteken, verzekering, alles staat op naam. Vervolgens wordt de scooter gestolen, doen we aangifte en dan begint de bureaucratische ellende.
 
Als ik lees dat de politie al jaren kampt met een gebrek aan politieagenten, waardoor duizenden zaken op de plank blijven liggen of worden stopgezet, dan vraag ik me af of er geen enorme tijdwinst te halen is als de politie de interne organisatie eens onder handen neemt en de bureaucratie weghaalt? Ik kan me voorstellen dat politieagenten zelf ook balen van het nutteloze werk dat ze moeten doen.
 
Een verbetering in onze economie is een goed streven, maar met wat gezond verstand en pragmatische opruimers is minimaal net zoveel winst te behalen als met een lukrake injectie van tientallen miljarden. Ik zou zeggen: begin daar, dan hoef je niet te lenen.

26 augustus 2019

Onrust in zorg om nieuwe regiefunctie

Met verbazing luisterde ik vorige week naar het gesprek dat Eva Jinek had met Bruno Bruins, onze minister voor Medische Zorg. Nu was ik sowieso al verbaasd dat de voormalige baas van het UWV in dit kabinet onze minister voor Medische Zorg werd. Ze hannesen bij het UWV al jaren van het ene geklungel naar de andere. Als we net bekomen zijn van de grootscheepse Polenfraude, worden we weer opgeschrikt doordat het UWV jarenlang ten onrechte uitkeringen blijft betalen aan gevangenen.
 
Alles zit bij het UWV gevat in systemen en die blijven maar doorratelen. Nee, UWV-topman Bruins was geen voor de hand liggende keuze van Rutte: de zorg in ons land is namelijk gebaat bij goede, simpele oplossingen en het UWV blonk daar onder zijn leiding niet bepaald in uit. Het UWV liep wél altijd voorop in nodeloze ingewikkeldheid, processen en berekeningen die de boel eerder lam leggen dan verduidelijken. Systemen waren er schijnbaar belangrijker dan medewerkers die zelf konden nadenken.
 
Maar even terug naar het gesprek aan tafel bij Jinek. Bruins gaf een toelichting op het nieuwe wetsvoorstel voor verpleegkundigen. Voortaan worden verpleegkundigen op grond van hun opleiding verdeeld in zogenoemde regieverpleegkundigen en ’gewone’ verpleegkundigen.
 
“Misschien achterban checken?”
 
Degenen die recent een hbo-opleiding verpleegkunde hebben afgerond, worden regieverpleegkundige; en alle anderen met een mbo-opleiding blijven ’gewone’ verpleegkundigen. De regieverpleegkundige is als gevolg daarvan belangrijker dan de gewone verpleegkundige. De regieverpleegkundige mag ingewikkeldere zorg geven, staat in hoger in aanzien en gaat uiteraard meer verdienen dan de ’gewone’ verpleegkundige.
 
Iemand die tot ieders tevredenheid dertig jaar als gediplomeerd verpleegkundige op de intensive care of de afdeling oncologie heeft gewerkt, vele mensenlevens heeft gered, continu bijleert en dagelijks ingewikkelde zorg verleent, staat door deze wet binnenkort op een lager treetje dan een net afgestudeerde hbo’er zonder énige ervaring.
 
Opleiding is kennelijk de gemakkelijk te meten maatstaf geworden en belangrijker dan werkervaring, talent en kwaliteit. Volstrekt onlogisch als je het mij vraagt.
 
Maar ik moet ook even voor minister Bruins in de bres springen: het schrijven van dit wetsvoorstel werd in gang gezet door zijn voorganger; en daarnaast was het de uitdrukkelijke wens van nota bene de beroepsvereniging van verpleegkundigen dat deze wet er zou komen. Bruins voert alleen maar uit.
 
Het wetsvoorstel leidde tot veel onrust onder de ’gewone’ verpleegkundigen die het vernederend vinden dat de net afgestudeerde hbo’er, zónder ervaring, automatisch boven hen zal staan, meer zal verdienen en de ingewikkeldere zorgtaken zal afpakken.
 
Bruins begrijpt de ophef niet en raadde alle verpleegkundigen aan om vooral „lekker te blijven werken.” Bruins: „Iedereen kan gewoon blijven werken, het is helemaal niet nodig om regieverpleegkundige te worden.”
 
Het is kennelijk nog niet tot hem doorgedrongen dat er door dit wetsvoorstel scheve verhoudingen op de werkvloer zullen ontstaan, omdat de verpleegkundigen het oneerlijk vinden dat hun vele jaren aan ervaring, de belangrijke inzichten die zij in de loop der jaren hebben opgedaan en zelfstudie niet meer gezien worden en alles teruggebracht wordt tot een systeempje waarmee we de verpleegkundigen op grond van opleidingen gaan scheiden.
 
En dan zijn we weer terug bij de kern waar het bij het UWV ook misgaat: meetbare processen en systemen zijn gemakkelijker om beleid op te maken dan iets ongrijpbaars als kwaliteit.
 
Ik wil het ook niet bagatelliseren, want natuurlijk is een opleiding ook belangrijk. Maar ook weer niet zo belangrijk dat zaken als ervaring, talent, intelligentie en inzicht er rücksichtslos voor ingeruild kunnen worden. We verkwanselen veel talent als we dit doen en dat kunnen we ons niet veroorloven. De zorg in ons land is immens belangrijk, iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken en de kwaliteit van onze zorg valt of staat met gemotiveerde verpleegkundigen.
 
Toch vind ik deze gang van zaken iets vreemds hebben en daar wil ik deze column graag mee afsluiten. Kijk, een beroepsvereniging van verpleegkundigen vraagt de minister om een wet te maken waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen verpleegkundigen met verschillende opleidingen. Het is de wens van de beroepsvereniging dat hoogopgeleiden meer taken, verantwoordelijkheden en salaris krijgen. Vervolgens worden commissies en stuurgroepen ingesteld, rapporten over en weer gestuurd en talloze concept wetteksten geproduceerd. Tienduizenden arbeidsuren worden eraan besteed. Na jaren ligt er een wetsvoorstel waar de beroepsvereniging haar goedkeuring aan geeft. Maar de inkt is nog niet droog of de pleuris breekt uit onder verpleegkundigen en vele tienduizenden van hen komen in opstand. Dan vraag ik me af: is er tussendoor geen overleg geweest met de verpleegkundigen zelf? Heeft niemand gezegd ’misschien moeten we checken of dit wel goed valt bij onze achterban’?
 
Bruins probeert nu de boel te sussen en begrijpt dat hij naarstig op zoek moet naar een compromis. Maar ligt het echte probleem niet bij de beroepsvereniging? Zij zouden álle verpleegkundigen moeten vertegenwoordigen, maar doen dat niet. Kennelijk hebben zij bar weinig aansluiting met of gevoel bij hun achterban. Zitten daar soms mensen op een kantoortje ideeën te ventileren die nauwelijks weten wat er echt speelt in de beroepsgroep die zij vertegenwoordigen? Dat lijkt me dan het echte probleem hier.

19 augustus 2019

Gemeenten aan zet bij woningprobleem

Net als alle grote steden in ons land, kampt Den Haag met een gebrek aan betaalbare huurwoningen. Het probleem is bekend: onderwijzers, politieagenten en leraren, verdienen te veel voor een goedkope sociale huurwoning en komen met geen mogelijkheid aan een betaalbare huurwoning in het middensegment tot €1000 per maand.

Boudewijn Revis, de Haagse wethouder voor wonen, werd met de neus op de feiten gedrukt toen hij op het politiebureau aangifte deed van zijn gestolen fiets. De agente die de aangifte opnam vertelde dat ze net gescheiden was en op zoek naar een betaalbare huurwoning in Den Haag. Door de krapte op de middensegment-huurmarkt lukte het haar niet en moest ze iedere dag anderhalf uur reizen.

Revis wil hier iets aan doen en komt nu met een primeur voor Nederland: voortaan moet iedereen die een huurwoning in het middensegment in Den Haag wil huren, een vergunning aanvragen; en die vergunning krijg je alleen als je als alleenstaande niet meer dan €57.000 per jaar verdient of als stel niet meer dan €67.000. Verhuurders van huurwoningen in het middensegment mogen die alleen verhuren aan huurders met een dergelijke vergunning. Daarmee hoopt Wethouder Revis het scheefwonen in het middensegment tegen te gaan en te voorkomen dat het toch al schaarse aanbod van middensegmentwoningen wordt weggekaapt door mensen die met hun inkomen ook best een duurdere huurwoning in de vrije sector kunnen betalen.

Duwen tegen een betonnen muur

Ik begrijp de gedachtegang van Revis wel, en iedere poging om te zorgen dat deze groepen aan een betaalbare huurwoning kunnen komen, verdient lof. Maar deze vergunning lost het probleem van de krapte op de middensegmentwoningmarkt niet op. Hij is aan het duwen tegen een betonnen muur die nauwelijks meegeeft. Met de beste bedoelingen, dat wel.

Die muur hebben we trouwens zelf neergezet. Kijk, scheefwoners in een sociale huurwoning die te veel verdienen zouden moeten verhuizen, maar waarom zouden ze dat doen? Ze worden door niemand gedwongen om te vertrekken en zolang ze goedkoop kunnen huren zullen ze dat blijven doen. Hetzelfde geldt voor het middensegment. Ongetwijfeld zijn er ook hier scheefwoners die meer zouden kunnen betalen dan een huur van ongeveer €1000 en zouden kunnen verhuizen naar een duurdere huurwoning, maar waarom zouden ze? Niemand dwingt ze om te verhuizen en zolang ze goedkoper kunnen blijven huren, zullen ze dat doen.

Uurtje reistijd

Maar even terug naar het doel van wethouder Revis. Hij wil dat onderwijzers, leraren en politieagenten betaalbaar in de stad kunnen wonen waar ze werken. Zeker met een lerarentekort is dat iets om je als wethouder druk over te maken. Tegenstanders zullen argumenteren waarom je als onderwijzer per se in de stad zou moeten wonen en wat het bezwaar is tegen een uurtje reistijd van en naar je werk.

“Laat agent hypotheek afsluiten bij overheid”

Daar zit wat in, maar als je deze stelling verder doortrekt dan zou je je ook kunnen afvragen waarom mensen met een bijstandsuitkering in de stad moeten wonen. Voor hen zou er helemaal geen bezwaar moeten zijn tegen het wonen buiten de stad. Reistijd is voor hen geen issue, omdat ze niet van en naar werk hoeven te reizen. Dus waarom zou je dan als gemeente niet met de woningcorporaties afspreken dat de sociale huurwoningen die in de stad beschikbaar komen, alleen nog verhuurd worden aan leraren, politieagenten of iedere andere beroepsgroep waar een tekort aan is? Veel leraren en politieagenten verdienen weliswaar te veel voor een sociale huurwoning, maar je zou de inkomensgrens best tijdelijk kunnen verhogen, tot er meer middensegmentwoningen gebouwd zijn. Waarom niet?

Minister Ollongren stimuleerde onlangs gemeenten om met ideeën en regelingen te komen om de woningmarkt los te wrikken. Wat let een gemeente om iets verder te kijken dan alleen de huurwoningmarkt? Betaalbaar wonen is niet beperkt tot alleen huurwoningen. In de jaren 80 hadden we in ons land bijvoorbeeld een regeling met zogenoemde premiewoningen, waarbij de gemeente een bijdrage gaf aan mensen die anders de koopwoning niet zouden kunnen betalen. Waarom niet weer zo’n plan van stal halen of een moderne variant ervan?

Juist nu, met de extreem lage rente, is een koopwoning betaalbaar voor grote groepen werkenden. Maar ’betaalbaar’ betekent nog niet ’haalbaar’, want de steeds strengere regels om een hypotheek te krijgen, gooien roet in het eten.

Creatieve extraatjes

Waarom zou je daar geen rol gaan spelen als gemeente? Je zou bijvoorbeeld borg kunnen staan voor een deel van de hypotheek van leraren, politieagenten of andere groepen. De gemeente kan de prijzen van koopwoningen voor deze groepen drukken door lagere grondprijzen aan de ontwikkelaars te vragen, of kan creatieve extraatjes verzinnen voor de bewoners, zoals geen gemeentelijke heffingen de eerste vijf jaar.

Je zou als gemeente zelfs, bijvoorbeeld via de BNG (de bank voor de overheid), hypotheken kunnen verstrekken aan bewoners die je in je stad wilt verwelkomen. Met de lage (zelfs negatieve) rente kan de gemeente gemakkelijk grote sommen geld lenen tegen een vaste, lage, langlopende rente. En met het koophuis als onderpand voor de hypotheek loopt de gemeente als hypotheekgever ook nauwelijks risico. Ideeën genoeg om te zorgen dat middengroepen ook in de grote steden aan een woning kunnen komen, nu nog de wil.


12 augustus 2019

Meer ministers nodig uit het bedrijfsleven

Twee weken geleden begon Boris Johnson aan zijn nieuwste klus als premier van het Verenigd Koninkrijk. Hij is vastberaden om de geschiedenisboeken in te gaan als de man die de Brexit voor elkaar krijgt en daar zal alles voor moeten wijken. Argumenten tégen de Brexit zullen verzwegen worden en veranderende omstandigheden omzeild. Alles om de eer van Johnson en zijn kornuiten hoog te houden.

Die kornuiten zijn ook voor een groot deel nieuw. Johnson heeft namelijk de helft van de ministers uit het kabinet van Theresa May weggestuurd en vervangen door mensen uit zijn eigen elitaire milieu: Blanke heteromannen uit de rijkste milieus, die elkaar kennen van diverse dure privéscholen. Het kabinet van Boris Johnson houdt namelijk een dubieus record: Maar liefst 64% van de 33 ministers heeft de jeugd doorgebracht op privéscholen. Dit in tegenstelling tot 30% van de ministers in het kabinet van May en een schamele 6% als je het vergelijkt met de hele Britse bevolking.

Johnson heeft zelf zijn middelbare schooljaren doorgebracht op Eton, een school die tienduizenden euro’s per jaar kost. Reken maar dat hij daar weinig kinderen uit gewone milieus is tegengekomen. De helft van zijn ministers heeft bovendien een universitaire opleiding gevolgd aan een van de twee peperdure topuniversiteiten van Groot-Brittannië: Cambridge en Oxford. Ter vergelijking: slechts één procent van de Britse bevolking heeft gestudeerd aan een van deze twee universiteiten.

Allerbeste talent

Voorstanders kunnen zeggen dat Johnson het allerbeste talent aan zich heeft weten te binden, en dat klopt zeker voor wat betreft de opleiding. Maar een peperdure, elitaire opleiding is nog geen garantie dat je een goed politicus zult zijn. Integendeel, zou ik bijna zeggen. Een goed politicus moet zich kunnen inleven in de werelden van rijk én arm en moet zich bekommeren om de toekomst van iedereen. Johnson wilde een kabinet dat een ’reflectie’ zou zijn van het ’moderne Groot-Brittannië’, maar daarin heeft hij jammerlijk gefaald met deze groep van overwegend blanke heteromannen uit zijn eigen elitaire wereldje.

Boris Johnson en zijn ministers zullen niet veel merken van een Brexit. Hun luxe wereldje zal niet veranderen en hun privileges zullen blijven bestaan. Ze zullen de beste whisky’s blijven drinken in de duurste ’members only’-clubs, tijdens de weekenden zullen ze jagen op wild en logeren in de kastelen van vrienden die hij nog kent uit zijn tijd op Eton. Maar daarbuiten, in de gebieden waar Boris Johnson en de zijnen geen weet van hebben, vallen de klappen. Een op de vijf Britten leeft in bittere armoede en een op de drie huishoudens heeft minder te besteden dan het bestaansminimum. Het zijn vooral deze huishoudens die getroffen zullen worden door de Brexit. Als er ontslagen vallen of faillissementen te betreuren zijn, zal het vooral in deze laag van de samenleving zijn. Johnson kent niemand uit deze groep.

Dat is in Nederland gelukkig anders. Op de eerste plaats is bij ons iedere universiteit van prima kwaliteit en is een universitaire opleiding voor iedereen enigszins betaalbaar of goed financierbaar, ook voor kinderen uit de allerarmste gezinnen. Wij zijn wat opleiding betreft het land waar ’een dubbeltje een kwartje kan worden’ en daar ben ik best trots op. Bij ons heeft maar liefst 15% van de bevolking een opleiding afgerond aan een van onze geweldige universiteiten.

Diversiteit

Maar laat ik er toch een paar kanttekeningen bij plaatsen, door de diversiteit van ons eigen kabinet even onder de loep te nemen. Ons kabinet bestaat uit zestien ministers. Allemaal hebben ze, op Hugo de Jonge na, minimaal een universitaire opleiding. Maar De Jonge heeft na zijn hbo-opleiding nog een master gedaan, dus dat schakel ik voor het gemak even gelijk aan een universitaire opleiding. Sommige ministers hebben zelfs twee of drie universitaire opleidingen gedaan. Iedere minister heeft gemiddeld ruim anderhalve universitaire opleiding afgerond.

In vergelijking met de 15% van de rest van Nederland is 100% wat aan de hoge kant. Maar goed, Rutte heeft op het gebied van opleidingen in ieder geval kwaliteit aan zich weten te binden en omdat in ons land een goede universitaire opleiding voor iedereen min of meer bereikbaar is, zal de afkomst van onze ministers vast diverser zijn dan in Groot-Brittannië.

Werkervaring

Waar we echter wél de plank misslaan, is qua diversiteit in werkervaring. Slechts zes van de zestien ministers hebben ooit in hun leven enige jaren ervaring in het bedrijfsleven opgedaan. Meestal als consultant trouwens. Maar liefst tien ministers uit ons kabinet zijn direct na hun studie gaan werken als ambtenaar op een ministerie of in het onderwijs en zijn vervolgens politicus geworden. Gemiddeld genomen hebben onze ministers allemaal ruim twintig jaar ervaring als ambtenaar en/of politicus. Qua diversiteit, of liever gezegd gebrek aan diversiteit, kun je je met dit feitje ook achter de oren krabben.

Van Boris Johnson wordt gezegd dat hij een politiek ’van enkelen, door enkelen en voor enkelen’ voert. Wij zijn beter, veel beter. Onze ministers zijn bekend met alle lagen van de bevolking en leven zich in. Maar het kan beter: laten we bij het volgende kabinet eens werk maken door meer mensen uit het bedrijfsleven te verleiden om minister te worden.


5 augustus 2019

Langdurig smullen van soap bij OM

Al anderhalf jaar smullen we van de smeuïge details die naar buiten komen over de liefdessoap bij het Openbaar Ministerie. Hoofdofficieren Marc van Nimwegen en Marianne Bloos zijn de hoofdrolspelers in het doktersromannetje en alles draait om de grote vraag of de twee al seks hadden, toen ze dat eigenlijk nog niet mochten hebben.

Laat ik ze verder in deze column Marc en Marianne noemen, want per slot van rekening kennen we inmiddels meer sappige details van hen dan van menig persoon in onze vriendenkring.

Kijk, het zit zo. Marc en Marianne hebben in 2016 gezegd dat ze in 2015 een relatie kregen, maar niemand gelooft dat. Iedereen is ervan overtuigd dat ze al jaren eerder seks met elkaar hadden en dat is een kwalijke zaak omdat Marc toen nog de baas van Marianne was.

Een hooggeleerde commissie deed onderzoek waarbij ieder flinterdun feitje werd onderzocht en iedere collega die ooit iets gezien of gehoord kon hebben over de affaire, werd ondervraagd. Meer dan honderdtwintig gesprekken verder en meer dan een jaar (!) later, kwam deze commissie tot haar oordeel dat het aannemelijk is dat ze al een relatie hadden toen ze nog ontkenden dat ze een relatie hadden.

Wat zullen er vele uren verkletst zijn bij de talloze koffieapparaten op het Openbaar Ministerie: „Hebben ze jou al gesproken?”, „Wat heeft Arend-Jan gezegd?” „Zou het dan echt zo zijn?” „Goh, schande zeg.”

Door het openbaar gemaakte rapport kwamen alle details van de affaire op straat te liggen: gescharrel op de achterbank van de dienstauto, collega’s die gezien hebben dat de twee samen een hotelkamer binnengingen of dat hij haar aanraakte op een manier zoals je je vriendin aanraakt. Heel spannend allemaal en smullen voor de media natuurlijk.

Vorige week kwamen Marc en Marianne opnieuw in het nieuws, dit keer met het bericht dat de Rijksrecherche gaat onderzoeken of zij beiden strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Ook dat nog. Nu moet ik opletten dat ik niet cynisch word, maar kunnen ze hun tijd bij het OM niet beter aan andere zaken besteden? Het continue klagen over de werkdruk bij het OM komt op deze manier toch in een ander daglicht te staan.

“Zien we dit nog wel in het juiste perspectief?”

En nu even tussen u en mij: zien we deze zaak dan nog wel in het juiste perspectief?

Kijk. Marc en Marianne zijn waarschijnlijk inderdaad jaren eerder verliefd op elkaar geworden. Dat overkomt de besten.

Eén op de drie werknemers heeft ooit een relatie met een collega gehad en volgens het CBS heeft vier procent van alle werknemers op dit moment een relatie op de werkvloer. Als je dit percentage doortrekt naar het Openbaar Ministerie, dan zijn daar op dit moment een paar honderd mensen aan het scharrelen.

Maar even terug naar Marc en Marianne. Ze worden verliefd op elkaar en hebben seks. Dat gebeurt weleens.

Marc is op dat moment haar baas en zou eigenlijk beter moeten weten, maar ja, als al je bloed naar je hart loopt, dan krijgt je verstand te weinig bloed en doe je domme dingen.

Hadden ze al seks toen Marianne promotie kreeg? Hoe onbelangrijk. Niemand twijfelt aan haar kwaliteiten of vindt dat zij die promotie niet verdient. Dus wat is het probleem, zou je zeggen. Ander feitje: Ze zijn samen naar een congres over internationale criminaliteit en vrouwenhandel in Thailand geweest, kosten ruim 11.000 euro. Waarom je naar Thailand moet voor zo’n congres is mij overigens een raadsel. Maar als Marc en Marianne niet naar Thailand zouden zijn gegaan, dan waren er vast wel twee andere collega’s gegaan. Ik maak me nog het meest boos over het feit dat er zulke dure snoepreisjes gemaakt worden van gemeenschapsgeld.

Volgens de gedragscode hadden Marc en Marianne meteen moeten melden dat ze een relatie hadden. Maar ja, gedrag laat zich niet zo gemakkelijk coderen, zeker niet als je verliefd bent.

En ook, wanneer heb je een relatie? Moet je een hechte vriendschap tussen bijvoorbeeld twee vrouwelijke collega’s ook melden als een relatie? Is een paar keer seks een relatie? Logisch trouwens dat Marc en Marianne het niet meteen aan de grote klok hebben gehangen, want beiden waren op dat moment nog in een andere relatie.

Nu even naar hun situatie van vandaag: beiden hebben een jaar geleden hun werk moeten neerleggen en met afgrijzen moeten toekijken hoe ieder smeuïg detail van hun privéleven naar buiten kwam. Hun beider foto’s zijn tot in den treure in alle kranten afgedrukt, zonder balkje. En nu leven ze weer in onzekerheid omdat ze het resultaat van het strafrechtelijk onderzoek door de Rijksrecherche moeten afwachten.

Laten we het even van een andere kant bekijken: twee mensen met een mooie carrière worden verliefd op elkaar en verzwijgen dat. Daarvoor hebben ze flink geboet; hun carrières zijn kapot, ze hebben geen privacy meer en zijn de laatste anderhalf jaar publiekelijk aan de schandpaal genageld alsof het de grootste criminelen zijn. Ze hebben al wel een hele forse prijs betaald voor hun relatie. Zijn ze niet genoeg gestraft? Laten we het vooral luchtig blijven zien, het is per slot van rekening warm genoeg.


29 juli 2019

Breid eed uit voor politici als Otten

Ik lees wekelijks minimaal tien berichten in deze krant waarvan ik van mijn stoel val. Neem even het bericht dat Henk Otten ruzie heeft met zijn partij Forum voor Democratie. De partij beschuldigt hem van een ’vermoedelijke poging tot fraude’ en van ongeoorloofde grepen in de partijkas en zet Otten officieel uit de partij, zo werd zondagavond duidelijk.

Otten verklaarde eerder dat zélfs als hij uit de partij zou worden gezet, hij gewoon als onafhankelijk Eerste Kamerlid door zal gaan. Stel dat het klopt dat Otten geld van de partijkas heeft misbruikt, dan kan het toch niet zo zijn dat iemand vervolgens simpelweg besluit om door te gaan als Eerste Kamerlid? Of zie ik iets over het hoofd hier? Eerste Kamerleden moeten nota bene onze wetsvoorstellen beoordelen, hoe kunnen we dat overlaten aan mensen die het zelf niet zo nauw nemen? Waarom zouden wij daarmee akkoord moeten gaan? Nogmaals, het bewijs is in dit voorbeeld nog niet geleverd, maar het gaat even om het feit.

Wij halen massaal onze schouders op bij zo’n krantenbericht, omdat we er tóch niets aan kunnen veranderen. Kennelijk zijn de regels zo dat iemand dit voor zichzelf kan beslissen.

Eerste Kamerleden leggen bij hun beëdiging een eed of belofte af waarmee ze beloven dat ze om Eerste Kamerlid te worden nooit een gift of gunst hebben gekregen of beloofd, nooit een geschenk of belofte hebben aangenomen of zullen aannemen en bovendien trouw zullen zijn aan de koning en de Grondwet.

Prima tekst, maar het ondervangt natuurlijk niet een actie van Otten om als zelfstandig Eerste Kamerlid door te gaan. Een wet om dit soort excessen te vermijden zal wel een brug te ver zijn, maar waarom zouden we deze eed niet uitbreiden met een zin als: „Daarnaast beloof ik dat wanneer ik de eer van mijn ambt schaad of de wet overtreed, ik mijn functie neerleg”?

Lijkt me een hele kleine uitbreiding van de eed, maar wel zo nuttig.

Lijst

We zouden ook een lijst met regels kunnen opstellen waaraan Eerste Kamerleden zich moeten houden? Een lijst die ze vrijwillig ondertekenen. Een verkeersboete voor een paar kilometer te hard rijden op de snelweg is niet zo erg, dat overkomt iedereen weleens en we zijn per slot van rekening allemaal mensen. Maar met te veel alcohol op achter het stuur gaan zitten, moedwillig belasting ontwijken, een greep uit de kas doen of frauderen zou er wel op moeten.

Laat de Eerste Kamerleden tijdens de installatie hiervoor tekenen en een lijst publiceren wie eventueel niet heeft getekend.

Wie niet tekent is verdacht en zal scherp in de gaten gehouden worden.

Wachtgeld

Eerste Kamerleden krijgen geen wachtgeld als ze opstappen, maar wethouders, burgemeesters, gedeputeerden of Tweede Kamerleden wél. Nu kunnen frauderende wethouders of burgemeesters met laakbaar grensoverschrijdend gedrag, met een groots gebaar hun functie neerleggen en opstappen omdat ze weten dat ze nog jarenlang gebruikmaken van een riante wachtgeldregeling want dat is nou eenmaal de regel. Tweede Kamerleden die zich misdragen kunnen afscheid nemen van de partij en lekker als eenmansfractie doorgaan. Niet goed.

Laten we voor hen ook die uitbreiding van de eed invoeren:

„Daarnaast beloof ik dat wanneer ik de eer van mijn ambt schaad of de wet overtreed, ik mijn functie neerleg.”

Op een gegeven moment moet het toch genoeg zijn geweest met al die uitwassen? We willen toch een geloofwaardige regering? En geen foute gasten die zich er niets van aantrekken en vervolgens fluitend doorgaan als zelfstandig Kamerlid? En wij, die onze schouders ophalen omdat het nu eenmaal in ons land mogelijk is. Nog wel.

Boerka

Maar nu we het toch over het naleven van regels hebben, een bericht waar ik ook van mijn stoel van viel is dat de politie nu al zegt dat ze het boerkaverbod niet gaat handhaven. Hoezo? Handhaven van regels en wetten is de basis van onze samenleving. Hoe kunnen we verwachten dat burgers zich aan de regels houden als de politie het ook niet doet? Natuurlijk moeten we blijven nadenken of een regel of wet nut heeft en of het onze samenleving ten goede komt, maar wie is de politie om dit te beslissen? Het moet niet gekker worden.

Het kan toch niet zo zijn dat zij eigenhandig kunnen besluiten of iets wel of niet fout is of de moeite van het handhaven waard?

Ik ben zelf bepaald niet bang uitgevallen, maar ik kom regelmatig in Londen en ik vind het doodeng om in een lobby of hal te staan met alleen maar vrouwen in boerka’s. Ik zie ze niet, ik kan ze niet peilen en met de beste bedoelingen kan ik ook geen contact maken. Laatst zag ik er zelfs vrouwen op straat lopen die over hun boerka een soort metalen gezichtsmasker droegen. Dat lijkt me een afschuwelijke vorm van onderdrukking van vrouwen. Deze situaties willen we niet in Nederland. Nu kunnen we het tij nog keren, laat de politie dan in ieder geval onze beste vriend zijn.


22 juli 2019

Overheid moet in eigen vlees snijden

Jan Modaal zit behoorlijk klem. Deze krant bericht er regelmatig over en ik zie het om me heen. Het leven wordt voor de hardwerkende Nederlander alsmaar duurder en zelfs met een brutoloon van zo’n €3.000 tot €4.500 per maand is het voor veel gezinnen steeds lastiger om rond te komen.

Het beroerde is dat de stijgende kosten vooral te wijten zijn aan onze eigen overheid. Zo zijn de energiekosten duurder vanwege de hogere energiebelasting en zijn de dagelijkse boodschappen duurder geworden vanwege de hogere btw.

In het geval je in het verleden een koopwoning hebt weten te bemachtigen, heb je ook pech. De prijs van je woning is op papier weliswaar gestegen, maar van die prijsstijging kun je geen brood extra kopen. Integendeel; terwijl je hypotheekrenteaftrek steeds kariger wordt, betaal je door de hogere waarde van je woning wél een steeds hogere ozb, waterschapsbelasting en hogere gemeentelijke heffingen. Fair? Nou nee. Maar de hardwerkende middenklasse is ook de groep die de overheid niet veel last zal bezorgen of tegendruk zal geven. Goede slachtoffers dus.

Bedrijfsleven

Premier Rutte wijst met een beschuldigende vinger naar het bedrijfsleven, want volgens hem zijn zij de schuld van de situatie omdat zij de lonen niet genoeg laten stijgen. Lekker makkelijk: De overheid is zélf de grootste profiteur van iedere loonstijging. Van iedere 100 euro loonsverhoging houdt de werknemer gemiddeld 30 euro over en 70 euro belandt rechtstreeks in het laatje van de overheid. Dus hoe fair is het om de werkgevers op te roepen om meer loon te betalen als je zelf de grootste innemer en profiteur daarvan bent?

Veel mkb-ondernemers hebben het trouwens zeker niet breed en worstelen na de magere jaren nog iedere dag om het hoofd boven water te houden.

De overheid aan de andere kant is een soort rupsje-nooit-genoeg geworden dat continu speurt naar geld dat hij van Jan Modaal kan afpakken zodat hij hiervan zijn peperdure verbouwingen, nutteloze snoepreisjes en mislukte IT-hobby’s kan bekostigen. Ik vind het zo langzamerhand een beschamende situatie. Wij waren altijd het land van hoop. Het land waar Jan Modaal kon hopen op een betere toekomst. Het land waar je van een dubbeltje een kwartje kon worden, mits je je best deed en hard werkte. Van die basis is nu weinig meer over en dát reken ik dit kabinet aan. Geldwolven zijn het, die steeds maar weer op zoek gaan naar geld dat afgepakt kan worden van de middenklasse.

Gepiepeld

Het is beroerd dat wij met een overheid opgezadeld zijn die alle ambitie van de hardwerkende middenklasse kapot weet te meppen. Maar niet alleen de hardwerkende middenklasse voelt zich gepiepeld, ook de mkb-ondernemers voelen zich door diezelfde overheid in de steek gelaten.

Als Rutte roept dat de winsten bij mkb-ondernemers ’tegen de plinten klotsen’ en dat zij daarom wel hogere lonen kunnen betalen, dan vermoed ik dat hij in de war is met het klotsende geluid van de plinten op zijn eigen ministeries. Het geld gulpt daar door de gangen. Niet geld dat ze zelf hebben verdiend maar geld dat geïnd is door de steeds hogere belastingen die de ondernemers en de hardwerkende burgers betalen.

Ik vraag me af waarom de budgetten van onze landelijke én lokale overheid als een soort zelfrijzend bakmeel, ieder jaar groter moeten worden. Wanneer houdt het op? Wanneer zijn de ministeries voldaan en tevreden met het geld dat ze krijgen?

Waarom kan de overheid niet de ambitie omarmen om haar taak te doen met hetzelfde geld dat ze vorig jaar kreeg? Of liever nog, om eens grondig te bezuinigen waardoor zij minder geld hoeft te vragen van haar burgers?

Broekriem aanhalen

Als de hardwerkende middenklasse van ons land de broekriem moet aanhalen, waarom zou de overheid zichzelf niet dezelfde taak opleggen? Waarom is er niemand die bij alle overheidsuitgaven nagaat of de uitgave écht nodig en nuttig is?

Ik pleit voor een minister van Bezuiniging in het volgende kabinet.

Iemand die de stofkam haalt door de hobbyprojecten en zinloze onderzoeken van de overheid. Iemand die de nutteloze procedures waar veel mankracht en geld aan wordt besteed zonder dat iemand zit te wachten op de uitkomst, stopt. Iemand die de vele snoepreisjes bekijkt op hun nut en ze schrapt als dat nut niet bewezen is.
Duur en onnodig

In ieder huishouden is het nuttig om af en toe alle uitgaven tegen het licht te houden en te schrappen wat te duur of onnodig is.

Vitale onderdelen moet je ongemoeid laten, maar er groeit gaandeweg veel vet op de botten dat eraf gesneden kan worden of kostenposten die ingewisseld kunnen worden voor goedkopere alternatieven.

Ik pleit voor een minister van Bezuiniging in het volgende kabinet. Iemand die de overheidsuitgaven terugbrengt naar de realiteit. Iemand die het als zijn eer en taak ziet om de ambitie van de hardwerkende middenklasse weer aan te wakkeren en die ervoor gaat zorgen dat de overheidsuitgaven niet jaar na jaar als een zelfrijzend bakmeel stijgen, maar dat zij op een efficiënte manier juist ieder jaar lager worden. Met een lagere overheidsbegroting kunnen onze lasten en belastingen omlaag, zodat de groepen die we nu steeds de overheidsrekening laten betalen, weer kunnen ademhalen.


15 juli 2019

Kamerverhuizing mooi opruimmoment

In het kader van de broodnodige modernisering van onze democratie heeft minister Ollongren onlangs een paar voorstellen gedaan. Eén van haar voorstellen is dat we de helft van de Eerste Kamerleden om de drie jaar gaan kiezen. Het Eerste Kamerlid blijft dan zes jaar zitten in plaats van de huidige vier jaar. Volgens Ollongren geeft het meer continuïteit in de Eerste Kamer, minder politieke aardverschuivingen en minder politieke macht.

Op zich kan ik me wel vinden in haar voorstel, want zo kunnen de leden van de Eerste Kamer zich weer bezig gaan houden met hun eigenlijke taak, namelijk het beoordelen van wetsvoorstellen en hebben ze minder in de politieke macht te brokkelen. Zes jaar zitten is een prima termijn voor hen die goed werk leveren, maar aan de andere kant ook té lang voor degenen die er de kantjes aflopen.

Andere boeg

Ik gooi de discussie even over een andere boeg: hebben we alle 75 Eerste Kamerleden nog nodig, of zouden we ook met minder Eerste Kamerleden toe kunnen? Binnenkort staat er een grote verhuizing op stapel omdat het Binnenhof grondig wordt gerenoveerd en dus moeten alle leden van de Eerste en Tweede Kamer en hun medewerkers hun verhuisdozen pakken en tijdelijk verkassen naar leegstaande regeringsgebouwen in de stad.

Ik ben zelf gek op verhuizen omdat het zo lekker opruimt. Bij alles wat je in de verhuisdoos stopt, kun je je afvragen ’heb ik het nog nodig, of kan het weg?’ Ik kan me geen leukere manier voorstellen om van oude troep af te komen. Overbodige spullen verdwijnen namelijk nooit uit zichzelf maar hopen zich op tot je rigoureus besluit om ze weg te gooien. Dus waarom gebruiken we deze Binnenhof-verhuizing niet om na te denken of we alles nog willen bewaren? Dus: willen we nog door met het aantal van 75 Eerste Kamerleden?

Onafhankelijk en kritisch

Ik pleit voor een kleinere Eerste Kamer. Kijk, als burger hoop je dat ieder Eerste Kamerlid onafhankelijk en kritisch kijkt naar wetsvoorstellen en vervolgens zijn of haar eigen afwegingen maakt om voor of tegen te stemmen of om een aanpassing te bepleiten, ongeacht de partijdruk, maar dat is helaas niet het geval. In werkelijkheid zijn de Eerste Kamerleden pionnetjes die door hun eigen partij ingezet worden om de regeringspartijen een afstraffing te geven of ze tot tegenprestaties te dwingen. Dus denk even mee: Wat is het nut van 75 Eerste Kamerleden als alle leden meestemmen met hun partij ongeacht hun eigen mening? Zo heeft de Eerste Kamer toch niet het nut waar het voor bedoeld is?

Zouden we niet alvast naar minder Eerste Kamerleden kunnen gaan? Scheelt ook in de plannen voor de verbouwing, want we hoeven dan geen rekening te houden met een immense zaal voor de Eerste Kamerleden, omdat een kleinere zaal ook toereikend is. Dat is wel zo handig, want per slot van rekening vergaderen de Eerste Kamerleden maar één dag in de week in Den Haag en staat de zaal de overige zes dagen van de week leeg. Zonde.

Rigoureuze beslissing

Nu politieke partijen steeds talrijker worden, wordt het moeilijker om een minimaal aantal te nemen, want iedere partij wil zich vertegenwoordigd zien. Toch zullen we ooit een rigoureuze beslissing moeten nemen en desnoods een kiesdrempel moeten invoeren om de wildgroei aan splinterpartijtjes tegen te gaan.

We zouden onze Eerste Kamer en de 75 leden ook kunnen laten vervangen door een commissie van bijvoorbeeld tien wijze, onafhankelijke mannen en vrouwen die de wetsvoorstellen nog een keer goed bekijken en het werk doen dat nu door de Eerste Kamer gedaan wordt.

Het zal even wennen zijn om zonder Eerste Kamer door het leven te gaan, maar als je je realiseert dat veel andere, uitstekend functionerende democratische landen, óók geen Eerste Kamer hebben, dan is het niet zo’n gek idee. Landen als Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken hebben bijvoorbeeld ook maar één Kamer en geen twee, zoals wij.

Geweldig werk

En nu we toch bezig zijn: hebben we die 150 Tweede Kamerleden ook allemaal nodig? Moeten die allemaal meeverhuisd worden? Kijk, er zijn Kamerleden die geweldig werk leveren, maar er zijn ook tientallen Kamerleden die je niet hoort of ziet en die je echt niet zou missen als ze er niet zijn. Veel te vaak is de zaal van de Tweede Kamer zowat leeg en de paar Kamerleden die er wel zijn, zitten wat op hun telefoon te kijken of zijn duidelijk met iets anders bezig.

Er zijn Kamerleden die nooit vragen stellen en die nooit het woord nemen. Ik herinner me ex-Kamerlid Ybeltje Berckmoes die in een heel jaar als Kamerlid slechts 32 woorden uitsprak in de Tweede Kamerzaal. Hoeveel Tweede Kamerleden een goed aantal zouden zijn, is de vraag. Maar beter selecteren kan geen kwaad. Elk Tweede Kamerlid minder scheelt niet alleen een riant salaris, maar ook een paar medewerkers, extra kosten en riante wachtgeldregelingen in de toekomst. Scheelt zomaar honderden mensen die niet verhuisd hoeven te worden én waardoor we ook voor de Tweede Kamer toe kunnen met een kleinere zaal na de verbouwing.

Zoals ik al zei: Zo’n verhuizing is een mooi moment om te bedenken wat weg kan en wat je wilt houden.


8 juli 2019

Klant moet bloeden voor falend beleid

Honderdduizenden Nederlanders dachten verzekerd te zijn van een volledig verzorgde uitvaart op het moment dat ze zouden overlijden. Logisch, want daar betaalden ze per slot van rekening iedere maand de premie voor.

Helaas dacht verzekeraar Yarden daar anders over: jezelf verzekeren betekent nog niet dat je verzekerd bent, want Yarden wijzigt eenzijdig de voorwaarden en nabestaanden zullen te zijner tijd vele duizenden euro’s moeten bijbetalen. Dat is nu precies wat de verzekerden níét wilden: ze verzekerden zich juist om hun nabestaanden niet op te zadelen met kosten.

Yarden heeft door verkeerd beleid niet genoeg geld in kas om de toekomstige uitvaarten van verzekerden te betalen, dus heeft DNB zich ermee bemoeid en Yarden gedwongen om deze maatregel te nemen.

Je zou denken dat Yarden zich diep schaamt, het boetekleed aantrekt, gaat reorganiseren en snijden in de eigen kosten. Maar nee, het ligt niet aan hen, het ligt uiteraard aan de lage rente en de te lage premies die de verzekerden betalen, dus zoeken ze de oplossing ook buiten henzelf: de verzekerden zullen moeten bloeden voor het jarenlang falende beleid van Yarden. De verzekering zal in de toekomst niet meer een volledig verzorgde uitvaart dekken, maar slechts een vast bedrag, waarbij de kist, de cake of de volgauto’s bijbetaald moeten worden.

Er zijn een paar dingen die mij irriteren. Ten eerste dat Yarden net doet of het de eerste keer is dat zij zo’n draconische maatregel moeten nemen. Dat is namelijk niet zo.

Meer dan tien jaar geleden moest ik de uitvaart regelen van een overleden man. Hij was ’gelukkig’ verzekerd bij Yarden voor een volledig verzorgde uitvaart waarvoor hij al meer dan dertig jaar premie had betaald.

Toen ik na zijn overlijden Yarden belde, bleek dat zij deze verzekering vijf jaar eerder eenzijdig versoberd hadden. Yarden had gemeld dat deze verzekering niet langer een volledig verzorgde uitvaart dekte, maar dat er slechts €500 korting op een uitvaart gegeven zou worden, mits die uiteraard via Yarden geregeld zou worden. Voor dat laatste heb ik vriendelijk bedankt, want de uitvaart regelen via Yarden zou vele duizenden euro’s duurder zijn dan wanneer ik het zelf zou doen. Waar ik nog het meest van baalde was dat een uitvaartverzekeraar mensen op zo’n emotioneel moment in hun leven, zo voor het blok zet. Daar is Yarden overigens niet de enige in.

“Hopelijk komt Yarden met compensatie”

Een paar weken geleden hoorde ik een verhaal van een zoon die net zijn vader had verloren. De zoon ging samen met zijn moeder de crematie regelen.

’Hoe lang is uw man?’, vroeg de uitvaartbegeleidster aan de moeder. Ze had de precieze lengte nodig voor het bestellen van de kist. De moeder antwoordde ’1,80 meter’.

Het formulier werd getekend en terwijl moeder en zoon in rouw waren, werd de moeder gebeld door iemand van het uitvaartcentrum, die haar vertelde dat haar overleden man geen 1,80 meter was, maar acht centimeter langer. Dat was onmogelijk volgens zijn moeder, maar de medewerker bleef erbij dat hij toch echt 1,88 was. De consequentie was dat ze ’helaas’ een andere kist nodig had en die was ’helaas’ €2000 duurder. Tenenkrommende praktijken van bedrijven die je zouden moeten bijstaan op die meest emotionele momenten in je leven.

Even terug naar Yarden. Yarden zit zwaar in de problemen, niet alleen vanwege de lage rente en de strenge normen van DNB, maar vooral omdat zijzelf in het verleden verkeerde keuzes hebben gemaakt. Dat is vervelend, maar waarom zouden de verzekerden hiervoor moeten opdraaien?

Yarden heeft nu in al haar wijsheid besloten dat verzekerden minder vergoed krijgen voor een uitvaart óf meer premie moeten gaan betalen… Uiteraard geldt deze belofte alleen tot het moment dat ze weer besluiten om de voorwaarden wijzigen.

Ik vraag me af waarom DNB niet wat harder van leer trekt en Yarden verplicht om ook zélf de broekriem aan te halen? Per slot van rekening rekenen collega-verzekeraars zoals Dela of Monuta nagenoeg dezelfde premie als Yarden, terwijl zij hun verplichtingen prima kunnen nakomen. Waarom dwingen onze toezichthouders Yarden niet om bijvoorbeeld op verzoek de volledige ingelegde premie terug te betalen als verzekerden daarom vragen? Waarom worden de consequenties van fout beleid weer bij de verzekerden gelegd?

Waarom komt Yarden er bijvoorbeeld nog mee weg om voor een volledig verzorgde uitvaart tussen de €6000 en €10.000 te rekenen, terwijl je bij budgetuitvaartbedrijven of als je alles zelf onderhandelt niet meer dan €2000 of €3000 voor dezelfde uitvaart kwijt bent? Kennelijk is de bureaucratie bij Yarden zo groot en zo duur, dat een kopje koffie twee euro en een plakje cake vijf euro moeten kosten.

De meeste Nederlanders hebben een uitvaartverzekering, maar het draagvlak voor verzekeringen kalft af als verzekeraars de consequenties van verkeerd beleid continu kunnen neerleggen bij verzekerden die trouw hun premies betalen.

Ik hoop dat Yarden openheid van zaken geeft over de maatregelen die zij zélf gaan nemen en dat zij met een regeling komen hoe zij de honderdduizenden Nederlanders die nu de dupe zijn, gaan compenseren als het weer beter gaat.

Dat, óf we zetten op iedere verzekeringspolis de tekst: ’Beloften uit het verleden, bieden geen garantie voor de toekomst’.


1 juli 2019

Wachtgeld is lang niet altijd eerlijk

Ik wil het nog even hebben over Jorrit Nuijens. Weet u het nog? De volledig doorgedraaide GroenLinks-wethouder van Diemen die voor veel overlast zorgde op een Amsterdams terras en zich slechts met de allergrootste moeite door agenten liet overmeesteren? Hij spuugde vervolgens nog een agent vol in het gezicht en bleek drugs op zak te hebben: die bedoel ik.

Hij was nog maar nét een jaartje wethouder en locoburgemeester in Diemen en nu is er weer een einde aan zijn mooie carrière gekomen, want Nuijens is inmiddels opgestapt. Volgens de burgemeester van Diemen waren er ’grenzen overschreden’. Gut, echt?

Zure beslissing

De keuze om op te stappen zal best een zure beslissing voor Jorrit Nuijens zijn geweest. Hij had het nét zo mooi voor elkaar: ondanks het feit dat hij geen enkele bestuurlijke ervaring of relevante opleiding had, werd hij toch benoemd als wethouder en locoburgemeester.

Begrijp me niet verkeerd: het maakt me trots dat wij voor belangrijke posten vooral kijken naar iemands talenten en inzet en niet alleen naar opleiding of ervaring. Ik vind het mooi dat we in een land leven waar niet-voor-de-hand-liggende mensen kansen krijgen en zelfs de mooiste posities van ons land kunnen bezetten. Aan de andere kant doet het me dan wel pijn dat iemand die deze kans krijgt, kennelijk zo laks en onnadenkend met zijn verantwoordelijkheden omgaat. Het wethouderschap is belangrijk in onze samenleving en daar moeten we de beste mensen voor selecteren die trots zijn op hun positie, er hun uiterste best voor doen en zich fatsoenlijk gedragen.

Mooi salaris

Nuijens was één van de 1144 wethouders in ons land. Wethouders verdienen zeker niet slecht, want afhankelijk van de grootte van de gemeente verdienen zij tussen de €69.000 en €147.000 per jaar. Nuijens verdiende als wethouder van de gemeente Diemen zo’n €94.000 per jaar en dat is, hoe je het ook wendt of keert, best een mooi salaris voor deze baan. Maar het allermooiste aan de baan lijkt het wachtgeld te zijn.

Ook Nuijens hoeft niet op een houtje te bijten, want ondanks zijn schandalige gedrag ontvangt hij de komende jaren gewoon wachtgeld.

We hebben de laatste jaren ruim €126 miljoen alleen al aan wachtgeld voor ex-wethouders betaald, niet alleen omdat wethouders aan het einde van hun termijn stoppen, maar vooral omdat wethouders tussentijds om allerlei redenen opstappen.

Voortijdig vertrokken

Maar liefst vier op de tien wethouders die bij de voorlaatste gemeenteperiode begonnen zijn, zijn voortijdig vertrokken. Zij hebben niet hun termijn van vier jaar uitgediend, maar zijn gewoon midden in hun termijn opgestapt omdat ze er geen zin meer in hadden, de hoeveelheid werk tegenviel, ze meer tijd met hun gezin wilden doorbrengen of vanwege ruzie met collega’s; allemaal redenen voor maar liefst vier op de tien wethouders om het bijltje erbij neer te gooien. Vier op de tien.

Maken we het wethouders niet te gemakkelijk om voortijdig op te stappen als zij vervolgens nog jarenlang verzekerd zijn van een riante wachtgeldregeling en zelfs van een riante pensioenopbouw, die gewoon doorloopt tijdens de jaren dat zij wachtgeld ontvangen?

Een paar jaar geleden verdedigde ex-minister Ronald Plasterk de wachtgeldregeling nog met het argument dat het niet goed is als politici om financiële redenen blijven zitten terwijl ze het totaal niet eens zijn met het standpunt van hun eigen partij. Hier kun je vraagtekens bij zetten, vind ik.

Waardevoller

Want waarom moet het in zo’n geval gemakkelijk gemaakt worden om op te stappen? Je bent veel waardevoller als je blijft zitten en probeert met de juiste argumenten je eigen standpunt te verdedigen. Als je blijft en vecht, bereik je altijd meer dan wanneer je met wachtgeld in je achterzak ongestoord en ongezien de arena kunt verlaten.

De Raad van State boog zich onlangs nog over een SP-voorstel om het wachtgeld voor politici af te schaffen en hun, net als de rest van Nederland, een gewone werkloosheidsuitkering te geven. Maar ook de Raad zag er de noodzaak niet van in. Waarschijnlijk is een uitgavepost van €126 miljoen voor opstappende wethouders ’klein bier’ voor de Raad van State.

Hoe fair is het dat je een oud-wethouder nog jarenlang betaalt als hij of zij opstapt omdat het tegenvalt om werk en privé te combineren? Had hij dat niet van tevoren kunnen bedenken? Voor hardwerkende burgers met een gewone baan is het ook niet altijd even gemakkelijk om werk en privé te combineren. En hoe fair is het om wachtgeld te betalen aan oud-wethouders die opstappen nadat ze overlast hebben bezorgd, betrapt zijn op pedofiele relaties of zelfs de boel hebben opgelicht?

Financiële parachute

Aan de meeste wethouders die tussentijds opstappen wordt niet meer dan een klein berichtje in een regionale krant of het plaatselijke sufferdje gewijd. Logisch, iedere week stappen er wel ergens een paar wethouders op om uiteenlopende redenen, en met zo’n prachtige financiële parachute als de wachtgeldregeling is dat ook geen lastige beslissing.

Ik hoop dat er ooit een verstandige regering komt die besluit om de wachtgeldregeling voor burgemeesters, wethouders, gedeputeerden én Tweede Kamerleden opnieuw te bekijken. Opstappen om principiële politieke redenen moet beschermd blijven, maar opstappen omdat je je zwaar misdragen hebt of de boel hebt opgelicht, niet meer.


24 juni 2019

Wij zijn toch niet het land van gratis?

Vorige week kwam in het nieuws dat we een modderfiguur slaan als het op het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers aankomt. Dat wisten we natuurlijk al, maar het is nu met keiharde cijfers nog eens aangetoond.

Het lukt ons slechts in 18% van de gevallen om uitgeprocedeerde asielzoekers terug te sturen naar hun eigen land. Maar liefst 82% van alle uitgeprocedeerde asielzoekers blijft dus, in alle illegaliteit, in ons land ronddolen en raddraaien. De afgelopen jaren liepen meer dan 10.000 uitzettingen spaak omdat het land van herkomst de persoon in kwestie niet wil terugnemen of simpelweg niet reageert op een verzoek van een ambtenaar uit Nederland.

Ik weet dat ik zaken soms te simpel voorstel, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we met een andere aanpak en wat extra inspanning beter kunnen scoren dan die schamele 18%.

Volgens het rapport kwam er 2310 keer een negatief antwoord om een onderdaan terug te nemen en is 8020 keer een verzoek ingetrokken „omdat er binnen een jaar geen antwoord kwam”.

Ik begrijp dat niet. Hoezo wordt een verzoek ingetrokken als er na een jaar nog geen antwoord is? En dan? Laten we het dan maar gaan en mag de illegaal voor altijd in ons land blijven?

Ik weet zeker dat we een beter percentage kunnen halen, maar niet vanuit de bureaucratische werkelijkheid van Den Haag. Kijk, een land als Noorwegen doet het iets beter met 25% uitzettingen, maar zij hebben dan ook eigen ambtenaren in de landen van herkomst die de bureaucratie daar in goede banen leiden. Waarom leren wij daar niet van?

Ik heb zelf tien jaar in Rusland gewoond, ik weet hoe bureaucratie in dit soort landen werkt. Hele dagen heb ik in wachtruimtes en op kantoren gewacht en honderden kilometers gereden, maar uiteindelijk kwam ik wel op kantoor mét de juiste papieren en de goede handtekeningen. In plaats van nóg meer ambtenaren in Den Haag, moeten we go-getters naar het land van herkomst sturen die daar ter plaatse schriftelijke verzoeken persoonlijk aan ambtenaren overhandigen en níet weggaan tot het geregeld is. En als wij het zelf niet kunnen organiseren, waarom laten we dan de Noren niet tegen vergoeding ook onze belangen behartigen? Iedere procent die we boven op onze score van 18% halen, scheelt honderden uitgeprocedeerde asielzoekers in ons land, met alle kosten en ellende van dien.

En nog iets. Als landen als Afghanistan standaard niet reageren op verzoeken van onze overheid, dan stop je toch met geld overmaken voor ontwikkelingssamenwerking, tot er wél gereageerd wordt? Of draai het om: We betalen nu een bedrag aan een uitgeprocedeerde asielzoeker om vrijwillig ons land te verlaten. Stop daarmee en geef dat geld aan het land voor iedere asielzoeker die met hun hulp terugkeert naar zijn vaderland.

En als een land als Marokko al duizend keer niet heeft gereageerd op onze verzoeken, dan schort je toch de export van de kinderbijslag voor kinderen in Marokko op, tot de overheid wél reageert? Je kunt zeggen dat de kinderen in Marokko niet de dupe mogen worden, maar moeten wij dan de dupe worden van de nalatigheid van hun ambtenaren? Met drie kinderen in Marokko ontvang je aan Nederlandse kinderbijslag bijna net zoveel als een gemiddeld Marokkaans jaarinkomen. Reken maar dat Marokkaanse ouders die recht hebben op Nederlandse kinderbijslag enorme druk gaan uitoefenen op hun overheid.

Ik weet zeker dat vanaf dat moment alle verzoeken uit ons land met gezwinde spoed door de Marokkaanse overheid behandeld zullen worden.

Nu even terug naar het probleem van de ronddolende en raddraaiende, uitgeprocedeerde asielzoekers in ons eigen land.

In Amsterdam worden momenteel zo’n 500 uitgeprocedeerde asielzoekers her en der in opvangcentra opgevangen. Ze mogen er maximaal anderhalf jaar wonen, terwijl er in de tussentijd aan hun ’toekomstperspectief’ gewerkt wordt: geen idee wat daarmee bedoeld wordt.

De gemeenteraad heeft in al zijn wijsheid besloten om één van die opvangplekken recht tegenover de ingang van een sjiek winkelcentrum in Amsterdam-Buitenveldert te openen. Als je je realiseert dat de uitgeprocedeerde asielzoekers iedere dag om 9 uur ’s morgens met een paar euro daggeld op zak hun opvangadres moeten verlaten en pas aan het eind van de middag weer terug mogen komen, dan hoef je geen helderziende te zijn om te voorspellen wat de aard van hun dagbesteding zal zijn.

Maak van de nood een deugd. Waarom plannen we de opvanglocaties niet op plekken waar ze kunnen werken, zolang ze er verblijven in afwachting van de uitzetting? Werken betekent niet automatisch dat ze niet meer illegaal zijn, dat principe zouden we los moeten laten. Hun opvang en de uitzetting kosten toch ook geld, dus wat is er mis om ze daarvoor te laten werken? We zijn toch niet het land van gratis?

Toch gloort er een lichtpuntje aan de horizon met de benoeming van Ankie Broekers-Knol als staatssecretaris voor het vreemdelingenbeleid.

De laatste tijd heb ik een paar keer met haar gesproken en ze is een vrouw naar mijn hart. Ze staat haar mannetje, is niet snel onder de indruk en weet precies hoe ze door taai beleid moet klieven. Prima keuze van onze regering. Go for it, Ankie!


17 juni 2019

Soepelere regels voor hypotheek starters

Ons nieuwe pensioenstelsel. Het idee was mooi: Pensioenen zouden individueler worden en degene die de premie inlegt zou meeprofiteren van de behaalde rendementen en meer keuzevrijheid krijgen. Na tien jaar gebakkelei door de overheid en vakbonden, is het resultaat niet meer dan een slap afgietsel is van het oorspronkelijke idee.

Buiten de langzamere stijging van de AOW-leeftijd en het vrij op te nemen potje, is het belangrijkste resultaat dat de pensioenfondsen minder buffers hoeven aan te houden zodat er meer kans is dat de pensioenen verhoogd gaan worden en minder kans dat ze gekort zullen worden. Gut, moet hier tien jaar lang over vergaderd worden? Het is niet eens ’oude wijn in nieuwe zakken’, maar gewoon oude wijn in dezelfde oude zakken, met een scheutje koelvloeistof erbij om het wat zoeter te maken.

Ondanks dit halfslachtige resultaat, waren de onderhandelaars tevreden en gingen rustig slapen. Niemand hield nog rekening met het duveltje in het doosje dat al die tijd op tafel stond. Dat duveltje was namelijk het advies van de commissie-Dijsselbloem over de toekomstige rekenrente voor de pensioenfondsen. Iedereen wist dat het advies eraan zat te komen, maar kennelijk hield niemand er rekening mee dat dit duveltje nog uit het doosje kon springen om roet in het eten te gooien.

Duveltje

Zo kon het gebeuren dat daags nadat iedereen tevreden in slaap was gedommeld in de overtuiging dat tien jaar pensioenonderhandelingen nu eindelijk ten einde waren, het duveltje in de persoon van Dijsselbloem alsnog uit het doosje sprong om ons te vertellen dat de rekenrente nóg verder omlaag moest.

Hierdoor zouden de pensioenfondsen in plaats van mínder buffers, juist weer méér buffers aan moeten houden waardoor de kans groter is dat de pensioenen gekort zullen worden. Zo zie je maar weer, behaalde onderhandelingsresultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Toch vraag je je dan af: Had nou níemand tijdens die laatste onderhandelingsdagen kunnen vragen; ’Jongens, wanneer verwachten we eigenlijk dat advies over die rekenrente?’

Kennelijk heeft ook niemand erbij stilgestaan dat we moesten onderhandelen over een nieuwe manier om de rekenrente vast te stellen, zodat we niet steeds heen en weer worden geschud door een fictief duveltje in een doosje. Die rekenrente bestaat namelijk niet echt.

Pensioenfondsen moeten hun toekomstige pensioenuitkeringen berekenen aan de hand van de rekenrente, alsof dat het toekomstige rendement is dat ze gaan behalen. Een lage rekenrente betekent dat ze meer buffers moeten aanhouden en daarmee wordt de kans groter dat de pensioenen gekort gaan worden. Heeft verder niets met de werkelijkheid te maken.

Bankencrisis

Ik neem jullie in mijn column nog even mee naar de bankencrisis van alweer zo’n twaalf jaar geleden. Vóór de bankencrisis hadden de pensioenfondsen zo’n €700 miljard in kas en mochten zij rekenen met een vast percentage van 4%. Sindsdien is de rekenrente ingevoerd en is de pensioenberg aangegroeid tot €1.500 miljard. Jaarlijks komen er miljarden meer aan pensioenpremies bij, dan dat er aan pensioenen uitgekeerd worden.

Herinneren jullie je nog de reden van de bankencrisis? Amerikaanse banken hadden torenhoge hypotheken verstrekt aan niet-kredietwaardige Amerikanen, zonder werk en zonder toekomstperspectief. Die hypotheken werden vervolgens verpakt in mooie hypotheekpakketjes en die pakketjes werden door de Amerikaanse kredietbeoordelaars voorzien van een top-aanbeveling. Onze Nederlandse pensioenfondsen en banken trapten er met open ogen in, kochten ze in als zoete broodjes en voilà, de bankencrisis was geboren.

Paniekreactie

Als paniekreactie op die bankencrisis zijn in ons land de hypotheekregels verder aangescherpt, waardoor het voor met name starters bijna onmogelijk is om nog een hypotheek te krijgen. Maar wat moeten ze dan? Voor te veel geld een huis huren? De regels zijn zo strikt dat zelfs een studieschuld wordt meegenomen waardoor je als afgestudeerde tienduizenden euro’s minder hypotheek kunt krijgen. Best een vreemde redenering, want zou een afgeronde studie niet juist een positief criterium moeten zijn? Een afgeronde studie zorgt er over het algemeen voor dat je meer verdiencapaciteit hebt en dat is juist goed. En het feit dat je starter bent betekent dat je nog een heel werkzaam leven voor je hebt. Eigenlijk zouden de hypotheekregels voor starters in ons land juist versoepeld moeten worden.

Inmiddels begrijp ik dat Amerikaanse beleggingsfondsen opnieuw de Nederlandse pensioenfondsen aan het ronselen zijn om Amerikaanse hypotheekpakketjes te kopen. Voor een nieuwe crisis hoeven de pensioenfondsen, volgens de Amerikaanse fondsbeheerders, niet bang te zijn want ’een zeepbel blaast nooit op op dezelfde plaats als waar hij de vorige keer gespat is’. Tuurlijk, slaap rustig verder.

Studieschuld

Ik hoop dat onze pensioenfondsen wijzer geworden zijn en nooit meer zullen investeren in de Amerikaanse rommelhypotheken, maar in plaats daarvan samen met onze overheid een oplossing zoeken om de Nederlandse hypotheekmarkt toegankelijker te maken voor bijvoorbeeld starters. Even een eerste aanzet: Zou een pensioenfonds niet de studieschuld van een starter over kunnen nemen? De starter kan daardoor enkele tienduizenden euro’s meer hypotheek krijgen en de schuld aan het pensioenfonds bijvoorbeeld terugbetalen via een ietwat verhoogde pensioenpremie (betaalt de werkgever ook aan mee). De overheid hoeft alleen nog een oplossing te bedenken waardoor deze schuld niet meetelt voor aan te houden buffers van de pensioenfondsen.


3 juni 2019

CJIB veroorzaker schuldenprobleem

Tamara van Ark, onze staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kondigde vorige week aan dat zij maar liefst 80 miljoen euro gaat spenderen aan een campagne om mensen met schulden te laten weten dat ze eerder aan de bel moeten trekken voor hulp. Het taboe moet van schulden af, vindt ze.

Ik vraag me af wie het meest gaat profiteren van deze injectie van 80 miljoen euro. Ten eerste natuurlijk het reclamebureau dat de opdracht krijgt om de campagne te maken en daarnaast ook de NPO die een smak aan reclame-inkomsten krijgt om deze campagne uit te zenden, zal er blij mee zijn. Maar zijn de anderhalf miljoen gezinnen in ons land met fikse schulden er ook bij gebaat?

’Eerder aan de bel trekken’ lijkt een sympathiek advies voor gezinnen in schulden en Tamara van Ark doet het vast met de beste bedoelingen, maar we gaan voorbij aan de échte veroorzaker van het probleem die bovendien nooit meewerkt aan het oplossen ervan. Dat is namelijk het CJIB; het incassobureau van onze eigen overheid.

Als je de opgestapelde schulden van gezinnen in de financiële problemen afpelt en kijkt waar het écht misging, wat de start van de schulden was, dan is de ellende vaak begonnen met een kleine verkeersboete of naheffing van het CJIB.

Opblaasbeleid

Die boete of naheffing konden ze niet op tijd betalen en dat kleine incidentje groeide door het bizarre opblaasbeleid van het CJIB vervolgens uit tot een mega-probleem.

Even een voorbeeld. Je hebt je auto geparkeerd in een woonwijk. Je hebt nog gezocht naar een betaalautomaat maar kon er geen vinden, dus je nam aan dat het vrij parkeren was. Twee dagen later ontvang je een boete van €104 omdat je auto blijkbaar op een parkeerplaats voor vergunninghouders stond. Als je niet meteen betaalt komt er €50 bovenop en als je wacht tot de 2e aanmaning dan is je boete opgelopen tot €294. Bijna drie keer zoveel!

Of je hebt 5 kilometer te hard gereden op de A1 en de boete van €40 groeit in no-time aan tot €102 als je niet snel betaalt.

Ieder klein, menselijk misstapje wordt bestraft: de twee dagen te laat ingediende belastingaangifte toen je ziek was, de te hoge zorgtoeslag die uitgekeerd werd maar waar je achteraf gezien geen recht op had, de hond die je vergat aan te lijnen in het park… Alles wordt bestraft met een boete of een naheffing.

Iedereen maakt weleens een foutje en als je een boete krijgt van een paar tientjes, dan is dat voor de meesten van ons geen probleem. Maar wél voor die alleenstaande moeder die van €20 per week moet rondkomen of voor de hardwerkende man die met zijn inkomen nét boven het minimumloon zijn gezin moet onderhouden. Ze wíllen wel betalen, maar ze kunnen echt niet.

Hulp zoeken zinloos

Hulp zoeken bij het CJIB is zinloos. Boetes onder de €75 moet je in één keer betalen en als je het niet kunt betalen, dan blaast het CJIB jouw aanslag verder op en begint het probleem: iedere aanslag is als een ballon die steeds verder opgeblazen wordt tot het vier, vijf, pakweg zes keer het bedrag van de originele aanslag was. Een kleine boete wordt zo ’ongemerkt’ een onoverkomelijk probleem.

Vervolgens knapt het ballonnetje en is er weer een gezin in grote financiële problemen gekomen. Als je niet kunt betalen mag de overheid ook nog eens ongevraagd geld van je bankrekening halen en dat doet ze ook, waardoor je met een andere betaling in de problemen komt. Van de regen in de drup dankzij het CJIB.

Terwijl goedwillende burgers vanwege kleine misstapjes in de schuldenellende gestort worden, komen grote beroepscriminelen weg met onbeduidende taakstrafjes omdat ze ’lastiger’ aan te pakken zijn.

Schuldsanering

Als je helemaal in de put zit en uit pure ellende in de schuldsanering terechtkomt, dan nóg kom je niet van je CJIB-boetes af. Zelfs ná een schuldsanering, als je aan je zogenaamde ’schone lei’ begint, dan duikt de schuld aan het CJIB weer op en begin je weer met een schuld aan het CJIB. Pure discriminatie eigenlijk, want waarom moeten private ondernemers financieel pijn lijden als een klant in de schuldsanering gaat en wordt hun schuld zonder pardon afgeboekt terwijl het CJIB altijd buiten schot blijft? Een schuld aan het CJIB is toch niet meer of minder dan een schuld aan een ondernemer? Ik begrijp die voorkeurspositie van het CJIB niet zo goed.

Je vraagt je zo langzamerhand ook af waarom onze overheid het beleid van het CJIB in stand houdt. Is het opblaasbare boetebeleid een mooie manier om goedwillende mensen met financiële stress en een onoplosbaar schuldenprobleem op te zadelen? Of willen ze de hele schuldenindustrie, waar per slot van rekening miljarden euro’s in omgaan, koste wat kost in stand houden?

Nu de vraag: waarom kom je dan als overheid met een campagne dat je eerder aan de bel moet trekken als je schulden hebt? Tamara van Ark kan beter gaan praten met haar collega’s in het kabinet om een oplossing te zoeken voor de schuldenaanjager die het CJIB heet.


27 mei 2019

Zouden we het weer zo doen?

CDA-politicus Elco Brinkman pleitte vrijdag om ons stelsel van sociale zekerheid flink te versoberen. Volgens hem zouden we opnieuw moeten kijken naar zaken als kinderbijslag, de AOW en de Ziektewet. Ooit opgezet omdat mensen in armoede belanden als ze kinderen krijgen, weinig of geen pensioen hebben of ziek worden. Brinkman vraagt zich af of ons sociale stelsel nog past in de huidige tijd en of we het niet zouden moeten herzien.

Een heel gedurfde uitspraak, want hij kreeg meteen heel Nederland over zich heen met boze reacties. Toch zou het zeker niet slecht zijn om eens te kijken of ons sociale stelsel nog wel zo sociaal is en of het nog past bij de huidige tijd.

Neem bijvoorbeeld de kinderbijslag. Best een mooi bedrag dat je voor je kind krijgt, maar eigenlijk is het gek dat iedereen hetzelfde bedrag krijgt, ongeacht hoeveel je verdient of bezit. Wij vinden het nu normaal omdat het altijd zo is geweest is, maar is dat wel zo?

Eigenlijk is het ook een gek gebaar van de overheid voor het hebben van kinderen. Waarom zou iemand die drie of vier keer modaal verdient een bijdrage van de overheid moeten krijgen omdat hij een kind heeft? Het is niet nodig, maar je ontvangt het tóch. Andere gezinnen daarentegen hebben het dubbel en dwars nodig en kunnen niet rondkomen van hun salaris zónder de kinderbijslag. Ook dat is vreemd.
Te duur

Hoe kan het zijn dat in een welvarend land als het onze, de salarissen zó laag zijn en de belastingen zó hoog, dat het hebben van kinderen simpelweg te duur is?

Als we het systeem van kinderbijslag opnieuw zouden moeten bedenken, zouden we het dan weer zo doen? Of zouden we kinderbijslag opheffen en degenen met een laag inkomen een belastingvoordeel geven zodat ze veel meer overhouden?

En nog iets. Niet alleen onze uitkeringen, maar ook vele tientallen miljoenen euro’s aan kinderbijslag gaan naar kinderen in het buitenland. Alleen al naar Polen wordt ieder jaar zo’n 16 miljoen euro aan kinderbijslag overgemaakt omdat één van de ouders in ons land werkt.

Als je er opnieuw over zou nadenken, zou je de kinderbijslag ook kunnen vervangen door iets anders. Je zou bijvoorbeeld kunnen besluiten om de btw op alle producten voor kinderen zoals luiers, kindervoeding, kinderkleding, schoolspullen etc. naar 0% te verlagen. Daarmee besparen ouders met kinderen veel geld, het is gemakkelijker en goedkoper om uit te voeren en de bijdrage van de overheid blijft daarmee in ieder geval in Nederland.

Brinkman had het ook nog over onze Ziektewet. Kijk, het lijkt me niet meer dan logisch dat je in een land als Nederland niet meteen in de armoede belandt als je werkt en ziek wordt of een ongeluk krijgt. Voor werknemers met een vast arbeidscontract is het allemaal prima geregeld. De werkgever betaalt de eerste twee jaar door en als je daarna nog ziek bent, krijg je een ziekte-uitkering van de overheid. Maar een steeds groter deel van werkend Nederland is geen traditionele werknemer met een vast contract meer, maar is ondernemer, zzp’er of flexwerker en krijgt helemaal niets als hij of zij ziek wordt.

Als je geld gespaard hebt, een werkende partner of een eigen huis hebt, kom je ook niet meer in aanmerking voor een bijstandsuitkering.

Dit is ook zo’n aspect van ons sociale stelsel dat niet meer zo goed aansluit bij de huidige tijd en de manier waarop onze samenleving is ingericht.

Het is de hoogste tijd dat we gaan nadenken of er op onderdelen niet een beter en socialer stelsel te bedenken is. We mogen niet vergeten dat onze financiële welvaart opgebracht wordt door álle werkenden, niet alleen door werknemers met een vast contract. Dus waarom zou ons sociale stelsel zo moeten overhellen naar alléén werknemers met een vast contract? Ook hier de vraag: Als we er opnieuw over zouden nadenken, zouden we het dan weer zo doen?

Neem even het volgende voorbeeld. Vorige week sprak ik een ondernemer die dertig jaar een kapperszaak heeft gehad. Zeker geen vetpot maar hij kon er altijd nét van rondkomen. Hij heeft twee medewerksters in dienst die beiden al bijna twintig jaar bij hem werken. Hun salarissen en pensioenpremies heeft hij altijd op tijd betaald, maar zijn eigen bescheiden salaris schoot er vaak bij in omdat er niet voldoende omzet was.

Hij is nu bijna 70 jaar, zijn huurcontract loopt ten einde en hij wil stoppen met de zaak. Er is echter nog één laatste probleem: om zijn bedrijf te stoppen moet hij de arbeidscontracten van beide medewerksters beëindigen en is hij verplicht om een transitievergoeding aan hen te betalen. Dit kost hem bijna €40.000 en dat is toevallig precies het bedrag dat hij in de dertig jaar heeft kunnen sparen en opzij had gezet voor zijn oude dag. Heel zuur.

Degene die alle risico’s heeft genomen en nooit een vangnet heeft gehad, moet nu zijn laatste spaargeld betalen aan medewerksters die altijd verzekerd zijn geweest van dat vangnet.

Misschien toch niet zo’n slecht idee om ons hele sociale stelsel, met al zijn goede zaken maar ook zijn tekortkomingen, een keertje tegen het licht te houden.


20 mei 2019

Circus van overvloed dat EU heet

Donderdag kunnen we kiezen voor het Europese Parlement maar als ik naar mijn stembiljet kijk, voel ik een beetje weerzin. Natuurlijk ga ik stemmen, maar ik zou willen dat er op het stembiljet een extra vakje was om aan te kruisen dat je vóór de EU, maar tégen de Brusselse bureaucratie, regels en geldverkwisting bent. Tégen het zelfrijzende bakmeel van de alsmaar uitdijende begrotingen en beloningen daar.
Vorige week was D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld te gast bij een uitzending van Goedemorgen Nederland van WNL, nadat ze eerder in het nieuws was vanwege de honderdduizenden euro’s die ze in Brussel kon declareren bovenop haar salaris. Ze wilde in de televisie-uitzending nog wel even kwijt dat ze zich aan ’alle regels’ heeft gehouden en ze vindt zelf ook dat de vergoedingen voor de Europarlementariërs in Brussel ’veel te ruim’ zijn. Gut, echt?
D66 pleit voor een verlaging van de buitensporige vergoedingen, maar daar was tot nu toe geen meerderheid voor te vinden in het parlement, aldus In ’t Veld. Toch wil ze ons nog wel blij maken met een dode mus: „Ik heb goede hoop dat er in de komende periode wél een meerderheid voor zal zijn.” Beetje naïef. Denkt ze nu écht dat wij geloven dat er íemand onder de Europarlementariërs te vinden zal zijn die gaat stemmen voor minder gratis geld in zijn portemonnee? Het is één groot graaicircus geworden daar in Brussel, en alle parlementariërs doen vrolijk mee.
Nu we toch bij het onderwerp EU zijn beland, wil ik het ook nog even hebben over Frans Timmermans. Inmiddels is hij al maanden fanatiek aan het campagnevoeren, omdat hij graag het baantje van zijn baas, drankorgel Juncker, over wil nemen. Hij reisde naar zijn woonplaats Heerlen om daar het startschot voor zijn campagne te geven, lobbyde de afgelopen maanden fanatiek bij staatshoofden en ministers en is de laatste weken vooral in Nederland vanwege de vele interviews en televisiedebatten ter ere van hemzelf.
Dit is tekenend voor de wereld van overvloed die EU heet. Ten eerste, hoe kun je zoveel tijd besteden aan je eigen campagne? Heb je dan geen werk te doen in Brussel? En ten tweede, ik herinner me dat Timmermans vijf jaar geleden nog als onderknuppel van Juncker werd aangesteld om de bezem door de vele onnodige regels en bureaucratie van de EU te halen. Hij zou als PvdA’er de inefficiëntie en geldverkwisting in Brussel in toom gaan houden. We kunnen inmiddels wel concluderen dat hij jammerlijk gefaald heeft. In de normale wereld kom je dan niet in aanmerking voor een promotie. Maar de EU is geen normale wereld. Maar ach, het baantje is hem gegund. Met Timmermans weten we in elk geval wat we kunnen verwachten, met een Duitser of Oostblokker weet je het nooit. Nee, dan hebben we liever zekerheid.
’Zekerheid’ is trouwens ook de nieuwe slogan van de PvdA. Lodewijk Asscher was lange tijd dolende en wist niet waar zijn eigen partij voor staat. Nu weet hij het: zijn partij staat voor zekerheid. Bij de PvdA draait tegenwoordig dan ook alles om zekerheid: zeker zijn van een woning, zeker zijn van goede zorg en zeker zijn van goed onderwijs.
Frans Timmermans en zijn Brusselse collega’s zijn in ieder geval ’zeker van een goed inkomen’. De ’Partij van de Arbeid’ is de ’Partij van de Zekerheid’ geworden. Best jammer.
Ik vraag me af of ’zekerheid’ iets is waar de kiezers op zitten te wachten. Niets is zeker tegenwoordig, en dat is vooral te danken aan de onvoorspelbaarheid en de grillen van onze eigen overheid, de PvdA incluis. Wat heb je aan de belofte van zekerheid als je iedere dag voelt dat de grond onder je voeten steeds verder wegzakt? Je wilt niet horen dat je de zekerheid hebt dat je nét je hoofd boven water kunt houden, je wilt vooruit in het leven, kansen kunnen grijpen, uitgedaagd worden, jezelf verbeteren en de beste kunnen worden.
Wat die slogan van ’zekerheid’ betreft, past de PvdA wel weer perfect bij de EU. In de EU hebben alle landen namelijk ook de zekerheid dat zij met alle andere landen één geheel vormen. Als het ene land minder presteert dan het andere land, dan wordt er genivelleerd tot alle landen weer gelijk zijn. Zo ontvangen Oostbloklanden miljarden meer euro’s uit de EU-ruif dan ze betalen, waardoor ze hopelijk mee kunnen komen met de rest. Andere landen, zoals Nederland, dekken dat verschil af en betalen veel meer dan ze krijgen. Wie zei ook alweer ’nivelleren is een feestje’? Oh ja, dat was de PvdA.
De EU wil alle landen gelijk behandelen, maar daarmee blijven EU-landen op het niveau van het zwakste land en verbeteren ze zich in het tempo van het traagste land. Een land moet kunnen excelleren zonder gestraft te worden omdat binnen de EU alle landen gelijk moeten zijn. Wij zijn Nederland en wij excelleren toevallig. Alleen merken we dat niet, omdat we vele miljarden moeten betalen voor de landen die achterblijven en het prima vinden om gevoed te worden door het circus van overvloed dat EU heet.

13 mei 2019

Topatlete Caster Semenya won de jackpot

Eerder deze maand besloot het sporttribunaal dat de Zuid-Afrikaanse topatlete Caster Semenya niet meer mag meedoen aan hardloopwedstrijden voor vrouwen, tenzij ze zware testosteron-remmers gaat slikken.
Caster Semenya heeft een bijzonder lichaam. Ze voelt zich vrouw, is opgevoed als vrouw en is geboren zonder penis, dus je zou kunnen concluderen dat ze een vrouw is. Maar Semenya heeft aan de andere kant geen eileiders of baarmoeder en haar lichaam maakt een ongebruikelijke hoeveelheid testosteron aan.
Ze is een speling van de natuur. „God heeft me zo gemaakt, en ik ben er tevreden mee”, zei ze daarover in interviews. Ik heb veel bewondering voor mensen die zo sterk zijn dat zij op deze manier met hun lot kunnen omgaan.

Testosteron

Door de hoeveelheid testosteron die haar lichaam aanmaakt, kweekt ze meer spiermassa dan een gemiddelde vrouw en dat geeft haar een voordeel bij hardloopwedstrijden. Dat vonden de andere vrouwelijke sprinters niet eerlijk. Het sporttribunaal moest zich erover buigen en besloot na rijp beraad dat het inderdaad een ongelijk speelveld is en dus een oneerlijke strijd voor de andere vrouwelijke atletes om het op te nemen tegen Semenya. Zij eist nu dat Semenya op een onnatuurlijke manier met zware medicijnen haar testosteron gaat afbouwen tot een ’vrouwelijk’ niveau. Zo niet, dan mag ze niet meer meedoen met wedstrijden.
Logische beslissing, denk je op het eerste gezicht. Dat vond ik ook toen ik het hoorde.
Toch zat deze uitspraak me niet lekker en vorige week moest ik er steeds aan denken. Ik neem jullie even mee in mijn gedachtegang: kijk, op de eerste plaats helpt testosteron weliswaar bij het opbouwen van je spieren, maar daarmee word je nog niet automatisch wereldkampioen sprinten op de 800 meter. Semenya heeft er, net als iedere andere topatleet, jarenlang voor getraind en keihard voor geknokt.

Afwijkingen

De tweede overweging is dat we eigenlijk allemaal zijn geboren met ’afwijkingen’ ten opzichte van het gemiddelde. Zowel fysiek als mentaal hebben we ’afwijkingen’ ten opzichte van elkaar. Mentaal gezien kan de één beter met tegenslagen omgaan, en heeft de ander een beter geheugen of meer doorzettingsvermogen. Dat is logisch, maar het bepaalt wel succes. Ook op fysiek gebied kun je stellen dat iedere topsporter een bepaalde aangeboren afwijking heeft, die voordelig uitpakt ten opzichte van anderen.
Als je bijvoorbeeld naar topvoetballers kijkt dan blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat zij, in een bepaald gebied in hun hersenen (het gebied dat situaties overziet en handelt), bij de bovenste één of twee procent van de bevolking horen. Motorisch hoogbegaafd dus eigenlijk. Om een goede voetballer te worden zul je uiteraard keihard moeten trainen, maar door deze ’afwijking’ of speling van de natuur in je denksysteem, kun je wel een voetballer van wereldformaat worden.
Maar nu de vraag: zouden we een voetbalteam testen op motorische hoogbegaafdheid en bijvoorbeeld al naar gelang de score, eisen dat zij met acht of negen man gaan spelen omdat ze anders té goed zijn? Of met dertien of veertien man omdat ze lager scoren? Willen we garanderen dat het mindere team net zoveel kans heeft om te winnen als het betere team? Nee, dat lijkt mij ook niet.

Basketballer

Of deze: het is handig voor een basketballer om lang te zijn, want dan duw je de bal gemakkelijker in het net. Je kunt gerust stellen dat een lengte van meer dan 2,30 meter een speling van de natuur is. Gaan we van basketballers eisen dat ze nog maar maximaal 1,90 meter mogen zijn, omdat het anders niet eerlijk is? Of gaan we aan één kant van het veld de basket dertig centimeter hoger zetten, omdat het team gemiddeld langere spelers heeft en wij vinden dat beide teams gelijke kansen op de overwinning moeten hebben?
Geven we hoogbegaafde schakers een ’straf’ van drie zetten tegen minder begaafde tegenspelers? Of nog erger: zouden we van hoogbegaafde schakers eisen dat zij medicijnen gaan slikken om hun denkvermogen te verminderen omdat het anders niet eerlijk is ten opzichte van andere schakers die ook wel eens willen winnen? Nee, dat doen we niet. Uitzonderlijke talenten zijn per definitie ’spelingen van de natuur’.
Caster Semenya is wel een heel bijzondere speling van de natuur.

Loterij

Je kunt het ook zien als een loterij. Je hebt zelf niet in de hand waarmee je geboren wordt. Je kunt bij wijze van spreken een goed lotje of een minder goed lotje trekken en daarmee een kleinere of een grotere afwijking ten opzichte van het gemiddelde hebben. Op de schaal van afwijkingen heeft Caster Semenya eigenlijk de jackpot gewonnen.
Het is maar een gedachtegang, maar je zou kunnen zeggen dat haar lot haar afwijking heeft bepaald en daarmee haar overwinningen. Ik gun het haar van harte. Ik begrijp dat sportfederatie deze beslissing neemt, maar eigenlijk is het ook jammer.
Caster Semenya zou zeker in deze tijd, waarin we weten dat niet iedereen 100% tot een bepaald geslacht behoort, een groot voorbeeld kunnen zijn. Ze wijkt af, maar is moedig, goudeerlijk en ook nog eens wereldkampioen. Waarom zouden we dit prachtige verhaal willen ontkrachten? Toch zeker niet om iemand die minder snel is, te laten winnen?

6  mei 2019

Deurwaarder moet uitweg aanbieden

Ik kijk weleens naar televisieprogramma’s over deurwaarders, maar wel met een knoop in mijn maag. Ik vind het beroerd om te zien hoe twee botte deurwaarders een schamel huisje van een arme alleenstaande moeder of werkloze man voor wie het leven even te veel werd, binnendringen en geld eisen voor onbetaalde facturen.
Mensen met schulden bezwijken sowieso al bijna onder de stress, en deze deurwaarders doen er nog een schepje bovenop door geld te eisen dat er overduidelijk niet is. Als er niet betaald kan worden, halen ze spullen uit het huis die ze voor een habbekrats verkopen. Het weinige speelgoed van de kinderen, de oude televisie en de laptop van de schoolgaande zoon… Alles van enige waarde wordt meegenomen om daarmee zoveel mogelijk van de openstaande rekening en hun kosten te betalen.

De kinderen durven vervolgens geen vriendjes meer thuis uit te nodigen, omdat hun speelgoed weg is; en de schoolgaande zoon mist tentamens en huiswerkopdrachten omdat zijn laptop is meegenomen. Verplaats je even in de situatie van het gezin: de meeste schulden beginnen met een kleine misstap of een onvoorziene tegenvaller. Dat kan iedereen overkomen. Als het niet lukt om de eerste rekeningen te betalen, dan stapelen de brieven van deurwaarders en boetes, incassokosten en nieuwe schulden zich op tot het een uitzichtloze berg wordt en het gezin uit pure stress het bijltje erbij neergooit. Ze wíllen de rekeningen wel betalen, maar weten niet meer hóe.

Het verdienmodel van een deurwaarder is simpel: hoe meer geld zij van deze wanhopige gezinnen kunnen innen, hoe meer zij verdienen. Laatst hoorde ik een eigenaar van een incassobureau in een televisieprogramma uitleggen hoe ver hij gaat om het geld te innen. Ze gaan betalen, ’linksom of rechtsom’, aldus de directeur. Koude rillingen krijg ik ervan. Is het alle ellende waard?

Een aantal incasso- en deurwaardersbureaus beweert dat ze vanaf nu ’duurzaam’ zullen gaan incasseren. Daarmee bedoelen ze waarschijnlijk dat ze meer empathie zullen tonen en de gezinnen in schulden niet meer het vel over de neus zullen trekken. Maar hun verdienmodel blijft gelijk, en wat is er in hemelsnaam duurzaam aan deze manier van incasseren? Ze duwen kwetsbare gezinnen met schulden steeds verder in de ellende en bieden geen mogelijkheid om hun situatie ten goede te keren.

Daar is ons mooie land toch niet mee gediend? Willen bedrijven als Eneco, Aegon of Bol.com dat de duimschroeven op deze manier steeds verder aangedraaid worden bij gezinnen met schulden, of zouden zij het ook liever anders zien? Ik denk het laatste.

Stel dat de deurwaarders zichzelf opnieuw zouden kunnen uitvinden en een nieuw verdienmodel zouden omarmen? Stel dat zij in plaats van ouderwetse ’onder druk-zetters en geldophalers’ degenen zouden worden die oplossingen bieden aan wanhopige gezinnen? Stel dat zij zich erop toeleggen om bijvoorbeeld arbeid aan te bieden waarmee de schulden vereffend kunnen worden? Het mooie is: er is momenteel zoveel werk en we komen overal handen tekort, dus arbeid is gemakkelijk te vinden.

Op dit moment is een incassobureau al met een test bezig om mondjesmaat degene met schulden in contact te brengen met uitzendbureaus in de omgeving. Dat is een mooie eerste stap en de resultaten zijn hoopgevend. Maar daarmee zijn de schulden nog niet afbetaald. Nóg beter is het als het incassobureau standaard werk zou aanbieden om daarmee de schuld te vereffenen.

Ik maak het even concreet met een voorbeeld: stel dat je als deurwaarder met alle gemeenten de afspraak maakt dat je graffiti van huizen, bruggen en muren verwijdert en dat de gemeenten daarvoor een budget vrijmaken.

Iedereen die een schuld heeft, krijgt van de deurwaarder het aanbod om in een graffiti-schoonspuitteam te gaan werken. Dat kan overdag, maar ook in het weekend of ’s avonds, zodat het naast je eventuele baan kan. Ieder gewerkt uur wordt niet uitbetaald, maar wordt in mindering gebracht op de schuld tot de hele schuld is afbetaald. De deurwaarder houdt de urenregistratie bij. Er zijn nog tal van andere klussen te bed

enken die veel tijd kosten, nu niet gedaan worden en waarvan ons land zou opknappen.

Feitelijk is dit een win-win-winsituatie: het deurwaarderskantoor krijgt haar omzet betaald door de gemeente en hoeft de gezinnen met schulden niet verder in de ellende te duwen. Voor het gezin met schulden is het fijn dat zij van een uitzichtloze situatie nu zelf het heft in handen krijgen en hun schulden kunnen wegwerken door uren te werken. De gemeente is ook een winnaar, want die hoeft minder geld uit te geven aan maatschappelijk werkers, budgetcoaches en de medewerkers bij de schuldenbalie. Plus de omgeving knapt ervan op: muren van gebouwen, huizen en bruggen zullen er schoner en frisser uitzien dan ooit.

Onze samenleving is het waard om kwetsbare gezinnen met schulden vooruit te helpen, toekomstperspectief te geven en niet verder de afgrond in te duwen. Het is de hoogste tijd voor deurwaarders en incassobedrijven om hun verdienmodel over een andere, fijnere boeg te gooien. Stel dat alle deurwaarders en incassobureaus in ons land gezamenlijk een landelijke arbeidsbemiddeling hiervoor zouden opzetten? Nou?

Nu zoeken we alleen nog een paar deurwaarderskantoren met lef.


29 april 2019

Bijna genekt door drie stemmen te kort

Wat uit had kunnen lopen op een gigantische blunder, liep uiteindelijk met een sisser af in het Europarlement. Met drie extra stemmers hadden we de stemming over het idiote Europese voorstel om uitkeringsfraude van Oost-Europese werknemers heel gemakkelijk te maken, van de agenda kunnen halen. Een dag later kwamen de Europarlementariërs na publicaties in De Telegraaf toch wél opdraven, waardoor ze een inhoudelijk besluit hierover toch uit wisten te stellen.

Als drie Europarlementariërs eerder deze maand de moeite hadden genomen om te stemmen in plaats van te lunchen of te lanterfanten, dan was ons land in de toekomst behoed voor grootschalige fraude en misbruik van onze uitkeringen. Iets wat ons honderden miljoenen euro’s per jaar kan gaan kosten.

Maar helaas, van de 26 dikbetaalde Europarlementariërs die namens ons in Brussel zitten, kwamen er maar elf opdagen om te stemmen. De overige vijftien vonden het kennelijk niet de moeite waard om uit hun luie stoel te komen.

Collegialiteit

„Ik had eerlijk gezegd niet op de radar hoe belangrijk dit was”, was de reactie van een van de niet-aanwezige D66-Europarlementariërs. Gut. Word je niet betaald om te weten wat wel en wat niet belangrijk is? En als je het niet weet, is het dan te veel moeite om het uit te zoeken? Van enige collegialiteit tussen de 26 Nederlandse Europarlementariërs is kennelijk ook geen sprake, want anders heb je vandaag de dag wel een groepsapp met elkaar, waarop je zaken deelt en elkaar eraan herinnert om morgen vooral te gaan stemmen.

Europarlementariërs ontvangen een dikke twee ton euro’s per jaar aan salaris, onkostenvergoedingen, aanwezigheidsvergoedingen en toeslagen. Daar mag je toch wel iets voor terugverwachten?

Het is toch niet meer dan normaal om van ze te eisen dat ze alles doen om het Nederlandse belang te dienen?

Presentielijst

Het is bekend dat veel Europarlementariërs standaard de presentielijst tekenen om de aanwezigheidstoeslag van €300 per vergaderdag te ontvangen en vervolgens de zaal verlaten. Ik vraag me dan ook af of iemand van de vijftien niet-aanwezige Europarlementariërs toevallig wél de aanwezigheidstoeslag van die dag heeft opgestreken. Misschien een klusje voor De Telegraaf om uit te zoeken?

Met uitzondering van VVD’er Dennis Wiersma reageerden onze politici in Den Haag nogal lauwtjes op deze verloren stemming. „Onbegrijpelijk” was zo’n beetje de heftigste reactie die ik uit Den Haag heb gehoord.

„Gemiste kans” zeiden andere politici. Gemiste kans? Dat is als je op de kermis een euro in de grijpmachine gooit en de grijper ernaast grijpt. Dát is een gemiste kans. Maar een blunderend groepje dat ons als land had kunnen behoeden voor honderden miljoenen euro’s aan fraude-uitkeringen, is geen gemiste kans.

Ik heb overigens nog geen van de afwezige Europarlementariërs excuses horen maken. U wel? De Nederlandse WW-uitkering die frauderende Oost-Europese arbeidsmigranten straks kunnen opstrijken, is per maand nét zo hoog als het bedrag dat één Europarlementariër per dag aan salaris ontvangt. Zouden ze misschien te lang in Brussel ronddolen en daardoor ieder besef van de waarde van geld kwijt zijn geraakt?

Salarissen

Ik blijf nog even stilstaan bij het onderwerp salarissen; niet die in Brussel maar in ons eigen land. Hoewel het economisch steeds beter gaat, is het minimum uurloon in ons land nog steeds beschamend laag namelijk €9,33. Daarvoor moet een werknemer een uur lang stenen sjouwen of steigers bouwen. Ter vergelijking: een Europarlementariër verdient dit bedrag met vijf minuten niksen.

Ik ben in mijn columns vaak kritisch op de vakbonden, maar ik wil de FNV nu eens een pluim geven voor het feit dat zij pleiten om het minimum uurloon in ons land te verhogen naar €14. Persoonlijk vind ik het de hoogste tijd dat het loon voor deze groep laagbetaalde en hardwerkende Nederlanders met een flinke stap omhoog gaat.

Eerdere looneisen van 2 of 3% per jaar zijn leuk, maar zetten weinig zoden aan de dijk voor mensen met een laag inkomen. Hoe hoger je uurloon, hoe meer het oplevert. Door iedere keer in te zetten op percentuele verhogingen, lopen de hoge uurlonen steeds verder uit de pas met de lage uurlonen. Het minimum uurloon op €14 krijgen, zou pas écht een mooie stap voor de welvaart van ons land zijn en voor de laagbetaalde, hardwerkende groep werknemers.

Crisisjaren

Het bedrijfsleven zal vast roepen dat ze ertegen zijn, omdat zij na de magere crisisjaren nog niet voldoende vet op de botten hebben kunnen kweken. Daar hebben ze gelijk in en dat argument weegt zwaar, maar wat nóg zwaarder zou moeten wegen is het belang van de hardwerkende arbeider die simpelweg met geen mogelijkheid rond kan komen van een minimumloon. Het kan toch niet zo zijn dat in een welvarend land als Nederland 10 of 15% van onze werkenden iedere dag stress heeft, omdat ze ondanks een fulltime baan niet kunnen leven van hun salaris? In Amerika hebben bedrijven als Wallmart, Starbucks en Amazon ook al het voortouw genomen en daar het minimum uurloon verhoogd, omdat er anders niet van te leven is.

Onze overheid zou ook best een duit in het zakje kunnen doen door het bedrijfsleven een compensatie te geven om dit mogelijk te maken. We willen toch ook bijstandsgerechtigden stimuleren om hun uitkering vaarwel te zeggen en voor het minimumloon te gaan werken? Nou, dan moet er wel een voordeel zijn. Kan de overheid een deel van de meevaller van 11 miljard euro daar niet voor inzetten?


15 april 2019

Waarom scholen met religie belasten?

Nog maar drie jaar geleden meldde de Amerikaanse gezondheidsorganisatie trots dat de besmettelijke ziekte mazelen niet meer voorkwam in Amerika. Door consequent vaccineren was deze ziekte helemaal uitgeroeid volgens de medici.
Helaas was de blijdschap van korte duur, want inmiddels woedt in grote delen van Amerika een uitbraak van mazelen. Alleen al in New York zijn vele honderden kinderen besmet geraakt omdat hun orthodox-joodse ouders hen, vanwege het geloof, niet hebben ingeënt. In Nederland is gemiddeld 10% van de kinderen niet ingeënt en in de streng christelijke regio’s in ons land is het zelfs bijna de helft.
Dat je eigen kinderen ziek worden omdat je ze niet hebt laten vaccineren, is tot daar aan toe. Maar dat je onze medische vooruitgang belemmert, doordat je vanwege geloof of overtuiging verhindert dat een besmettelijke ziekte wereldwijd tot stoppen gebracht wordt, is best iets om bij stil te staan.
Erger is het als andermans kinderen, zoals baby’s die nog te jong zijn om ingeënt te kunnen worden, gevaar lopen op een dodelijke ziekte omdat jij je kinderen weigert in te enten. Een pasgeboren baby mag toch niet de dupe worden van het geloof of de overtuiging van een ander gezin?
Ook in Europa en in andere delen van de wereld rukt de mazelen verder op en is alleen te stoppen als iedereen zich laat inenten. In New York wordt hard opgetreden met boetes van 1000 dollar en een schoolverbod voor kinderen die niet zijn ingeënt. Logisch.
In Nederland lossen we het weer ’op zijn Nederlands’ op: ons kabinet heeft een commissie ingesteld die gaat onderzoeken wat er eventueel tegen vaccinatie-weigeraars gedaan kan worden. Ja echt. De commissie zou in mei klaar zijn, maar vertraagt de boel nu al. Hun rapport komt op zijn vroegst een paar maanden later. Gut. Hoeveel kun je in hemelsnaam uitzoeken hierover?
Geloof is prima, het zal veel mensen richting in hun leven geven. Maar het is ook iets persoonlijks en privé. Waarom kunnen we in ons land niet ook eens een keer zeggen dat zaken als gezondheid en onderwijs los staan van geloof?
Het geloof is een vrije keuze, maar die vrijheid zou moeten stoppen op het moment dat ons aller welzijn in het geding is, of als het kinderen belemmert in de kansen die ze krijgen.
Ik geef een voorbeeld: de overheid zit behoorlijk in haar maag met het islamitische Cornelius Haga Lyceum, waar salafistische en antidemocratische denkbeelden verspreid worden. Op deze school krijgen jongens en meisjes gescheiden les, want volgens de islam is de vrouw niet gelijk aan de man. Je gelooft het niet, maar toch gebeurt het anno 2019 nog steeds. Meisjes horen in onze wereld net zoveel kansen te krijgen als jongens. De islam is trouwens niet de enige religie die dit doet, want ook bijvoorbeeld op de orthodox-joodse school in Buitenveldert krijgen jongens en meisjes gescheiden les.
Het Cornelius Haga Lyceum kan niet gesloten worden, omdat de vrijheid van onderwijs stevig in onze grondwet verankerd is. Iedere religie of overtuiging heeft in ons land recht op speciaal onderwijs dat bovendien door onze overheid gefinancierd wordt. De geldkraan van onze overheid stroomt net zo hard naar een school met speciaal onderwijs waar haatzaaien gepredikt wordt en jongens en meisjes gescheiden les krijgen, als naar een openbare school. Islamitische ouders die hun kinderen op het Cornelius Haga Lyceum inschrijven, zetten daarmee hun kind bewust op achterstand en ontnemen hun kinderen gelijke kansen in onze maatschappij. Dat zou niet moeten kunnen en daar zouden wij als samenleving voor moeten waken. Alle kinderen hebben evenveel recht op kansen in onze maatschappij, zelfs als ze ouders hebben die dat niet willen.
De wet voor de vrijheid van onderwijs stamt uit 1848 en de wereld is sindsdien nogal veranderd. In 1848 hadden we nog geen besef van de uitdagingen die de huidige tijd met zich meebrengt.

Talent

Toch is die vrijheid van onderwijs nog steeds een groot goed, dat we vooral moeten koesteren omdat daardoor ook nieuwe schoolvormen ontstaan, zoals montessorionderwijs of scholen die zich meer richten op digitaal onderwijs, of juist op kinderen met talent voor sport of techniek. Maar als we op dit moment ons onderwijs opnieuw zouden mogen inrichten, dan weet ik zeker dat we met gezond verstand geen scholen met een religie als basis zouden tolereren. Religie is vaak een mooie aanvulling op iemands leven, maar waarom zou je daar ook de scholen mee belasten? Kinderen met streng religieuze ouders krijgen van hun ouders thuis en in hun omgeving al veel mee van de religie, dus laat de tijd dat kinderen op school zijn, in ieder geval vrij zijn van religie.
Laten we de vrijheid van onderwijs aanpassen en vooral gebruiken om naar de toekomst toe nieuwe mogelijkheden voor betere onderwijsvormen open te houden. Maar laten we de deuren naar het verleden, naar belemmering van medische vooruitgang, naar belemmering van kansen en ongelijkheid tussen jongens en meisjes, sluiten. Soms levert het ontnemen van een vrijheid ook iets goeds op: minder uitwassen zoals het Cornelius Haga Lyceum, een betere gezondheid en gelijke kansen voor álle kinderen die hier opgroeien bijvoorbeeld.

8 april 2019

Compensatie van energienota kan wel

Vorig jaar hebben we met zijn allen meer gekocht, meer verkocht en dus ook meer belasting betaald. De grootste profiteur van deze opleving is onze eigen overheid die de belasting erover incasseerde. Zij kreeg meer binnen dan ze hoefde uit te geven en dat resulteerde in een meevallertje van ruim 11 miljard euro: het grootste meevallertje sinds twintig jaar voor de schatkist.
Wopke Hoekstra, onze minister van Financiën, was zichtbaar trots toen hij dit heuglijke nieuws meldde en stond erbij alsof hij er persoonlijk voor verantwoordelijk was. Dat is natuurlijk niet zo, maar afgaande op zijn tevreden lachje, zou je het zomaar kunnen denken. Maar nu de grote vraag: wat gaan we met de 11 miljard euro doen? Een van de meest gehoorde suggesties was om een deel ervan te gebruiken om een compensatie te geven aan huishoudens voor de hogere energierekening. Dat zou een sympathiek gebaar zijn van onze overheid, na alle verwarring die ze eerder gezaaid heeft.
Per slot van rekening was het zijn CDA-collega Mona Keijzer die eerder beloofde dat íedereen er dit jaar op vooruit zou gaan. Zij gaf iedereen valse hoop en voor de vele gezinnen die nauwelijks uitkomen met hun geld, was dit een bericht waar ze al jaren naar snakten.
Ik had het deze gezinnen zo gegund, maar toen de eerste energierekeningen op de deurmat vielen, beseften zij dat ieder meevallertje op zou gaan aan de hogere energiekosten en dat de belofte van het kabinet dus niets waard was geweest.
Hoekstra hoefde niet lang na te denken over de bestemming van de meevaller: dit geld zou niet gebruikt worden om de energierekening te verlagen, maar zou rechtstreeks naar de schatkist gaan om daarmee de staatsschuld te verlagen.
Over de reden waarom hij de meevaller niet ging gebruiken om huishoudens een financieel meevallertje te geven, was hij ook duidelijk. Hij zou wel willen, maar het gaat simpelweg niet omdat „de Belastingdienst het niet aankan”. Laat dit even doordringen: Nederlandse huishoudens zijn nu dus de dupe omdat de Belastingdienst het niet aankan om een belastingregel aan te passen. Ik kan me geen slapper excuus voorstellen.
Ten eerste is het de schuld van zijn eigen ministerie dat de Belastingdienst het niet aankan. Door een té ruimhartige ontslagvergoeding voor haar ambtenaren, zijn er honderden miljoenen euro’s over de balk gegooid en zijn te veel goede mensen vertrokken.
Ten tweede is het volstrekt ongeloofwaardig dat juist dit gebaar naar Nederlandse huishoudens ’praktisch gezien’ niet uitvoerbaar zou zijn.
Ik wil hier wel iets over zeggen. Ten eerste moet u weten dat bijna de helft van onze energierekening bestaat uit belastingen die door de overheid via de energiemaatschappijen worden geïncasseerd. Een vraagje: hoeveel energiemaatschappijen zijn er nu helemaal in Nederland? Ik schat niet meer dan een stuk of dertig of veertig. Dus hoe moeilijk is het om de energiebelasting die deze energiemaatschappijen betalen, te verlagen en te eisen dat zij de verlaging doorberekenen aan de consument. Het enige wat de Belastingdienst moet doen is een lager percentage op haar aanslagen naar 30 of 40 energiemaatschappijen zetten. Niet zo moeilijk toch?
Maar nog even iets: Vorig jaar was de Belastingdienst in dezelfde staat en toen is het ook geen probleem geweest om de dividendbelasting af te schaffen. En ook de hele ingewikkelde afbouw van het belastingvoordeel van de wet-Hillen werd zonder veel discussie eerder besloten en ingevoerd.
Deze belastingaanpassingen kon de Belastingdienst kennelijk wél aan, maar een verlaging van de energiebelasting aan een paar energiemaatschappijen, die gezinnen erbovenop helpt én waarmee je bovendien je eerder gedane belofte waarmaakt, lukt níet? Voor het één kan de Belastingdienst kennelijk wél aan het werk gezet worden, en voor het andere niet.

Rekensommetje

Waar een wil is, is een weg. Kennelijk was de wil om de overbelaste Belastingdienst op te zadelen met een aanpassing om een paar multinationals te pleasen, er vorig jaar wel. Het kan dus niet zo zijn dat de overbelasting van de Belastingdienst een paar maanden later, gebruikt wordt als excuus om Nederlandse gezinnen geen extra financiële armslag te geven.
Om de beslissing voor minister Hoekstra wat gemakkelijker te maken, maak ik nog even een rekensommetje:
Minister Hoekstra wil met de ruim 11 miljard euro onze staatsschuld omlaag brengen. Volgens hem is de staatsschuld nu 400 miljard euro en zijn de rentelasten 6 miljard euro. Met de storting van 11 miljard euro, verlaag je de rentelasten met 165 miljoen euro per jaar. Best veel geld, maar vergelijk het even met de volgende berekening:
Een gemiddeld huishouden betaalt volgens het CBS dit jaar ongeveer 2073 euro aan energiekosten en dat is 334 euro meer dan vorig jaar. Stel dat de overheid alle Nederlandse huishoudens via een lagere energiebelasting compenseert voor de verhoging, dan kost het ons 2,6 miljard euro.
Dat is veel geld, maar als we de staatsschuld ermee zouden aflossen, zou het slechts 39 miljoen euro per jaar schelen aan rentelasten. Bovendien is het maar een deel van de meevaller en houdt minister Hoekstra nog altijd bijna 8,7 miljard euro over om daarmee de staatsschuld verder omlaag te brengen. De verlichting die het de Nederlandse gezinnen zal geven, zal het dubbel en dwars waard zijn.

1 april 2019

Shoppen voor een uitkering in de EU

Het was de idioterie ten top dat Poolse werknemers na een halfjaartje werken in ons land, met behulp van frauderende tussenkantoortjes, drie maanden lang vakantie konden vieren in eigen land mét een Nederlandse werkloosheidsuitkering. Maar alsof het nog niet erg genoeg was, deed de Europese Unie er nog een schepje bovenop en besloot dat álle EU-burgers recht hebben op een half jaar werkloosheidsuitkering van het land waar je gewerkt hebt, ongeacht hoelang je daar werkte. Zelfs Poolse arbeiders die al na één maand werken in ons land hun baan verliezen, hebben dan recht op een Nederlandse werkloosheidsuitkering van een half jaar die ze in Polen mogen ontvangen.

De EU wil hiermee bewijzen dat de arbeidsmobiliteit tussen de landen werkt. Dus als u of ik een maandje in Polen hebben gewerkt en ontslagen worden, dan kunnen we terug naar Nederland en ontvangen wij nog zes maanden een Poolse werkloosheidsuitkering van zo’n 120 euro per maand. Omgekeerd kan een Poolse werknemer die een maandje in ons land werkt, ontslagen worden en in Polen nog zes maanden lang onze werkloosheidsuitkering ontvangen van pak ’m beet 1200 euro per maand.
De EU gaat ervan uit dat Poolse arbeidsmigranten in eigen land meteen op zoek gaan naar een baan. Maar, zoals het televisieprogramma Nieuwsuur ontdekte, gaat slechts 1% van de Poolse werklozen met een Nederlandse werkloosheidsuitkering op zoek naar werk.
Best begrijpelijk, want hun Nederlandse uitkering is anderhalf keer zoveel als het loon dat zij in Polen kunnen verdienen en als ze in Polen wat zwart gaan bijverdienen dan is er geen haan die ernaar kraait. Wat zouden wij doen als we zó op het spek gebonden zouden worden?
Het goede nieuws is dat deze nieuwe regeling zó royaal en gemakkelijk is, dat de frauderende tussenkantoortjes ook geen bestaansrecht meer hebben. Je hoeft namelijk niet meer te frauderen als je het geld in je schoot geworpen krijgt. Het slechte nieuws is wel dat je je afvraagt hoever de ambtenaren in Brussel zijn afgedreven van de werkelijkheid.
Verstandige West-Europese landen zoals Nederland, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Oostenrijk en België verzetten zich tegen de regeling. Maar de voorstanders, waaronder landen als Polen, Roemenië, Bulgarije, Tsjechië, Kroatië en Slovenië, zijn in de meerderheid.
Deze zes Oost-Europese landen vertegenwoordigen nauwelijks 10% van het bruto binnenlands product van alle EU-landen samen, maar hebben wel bijna 20% van het stemrecht binnen de EU.
Door alle kritiek wordt de regel voorlopig uitgesteld, maar uitstel betekent geen afstel, dus we moeten ons erop voorbereiden.
Even ter verduidelijking: ik heb absoluut niets tegen buitenlandse werknemers, ze werken keihard en we kunnen niet meer zonder ze. Feit is dat we in ons land simpelweg te veel vacatures hebben en té veel mensen die niet willen of kunnen werken.
Ik wil het in deze column over een andere boeg gooien. Kijk, als we ons niet kunnen verzetten tegen de belachelijke regels van de EU, dan zullen we moeten zorgen dat we minder arbeidsmigranten nodig hebben.
Volgens minister Koolmees zijn er ieder jaar ruim 250.000 arbeidsmigranten in Nederland aan de slag. Aan de andere kant zijn er nog steeds 400.000 mensen met een bijstandsuitkering. Dat aantal krimpt nauwelijks, ondanks de enorme hoeveelheid vacatures. Een deel van de bijstandsgerechtigden, ik schat zo’n 20%, zal om allerlei redenen moeite hebben met werken. Met de overige 80% is niets aan de hand. Zij zijn gezond van lijf en leden en kunnen best werken. Er zijn echter twee blokkades.
Aan de ene kant is de werkgever bang om mensen die langdurig in de bijstand zitten, aan te nemen. Aan de andere kant is de bijstandsgerechtigde bang om te gaan werken omdat dan al zijn ingewikkelde regelingen en toeslagen wijzigen of vervallen. Eén klein foutje en je krijgt boetes en naheffingen waar je nooit meer van verlost wordt. Iedereen die eerder heeft geprobeerd om een paar dagen te werken, is van een koude kermis thuisgekomen en doet dat nooit weer. Zowel de werkgever als de werknemer heeft een zetje van de overheid nodig.
Waarom zouden we bijvoorbeeld niet iedereen die een bijstandsuitkering heeft, een tijdelijk aanbod doen om te gaan werken met de belofte dat we hun uitkering én alle toeslagen, regelingen en heffingen, de komende zes maanden ongemoeid laten? Wanneer ze een baan van minimaal 32 uur per week accepteren, ontvangen ze als ’extraatje’ van de overheid een pinpas met een bestedingsruimte van €500 per maand.
De werkgever hoeft, behalve een reiskostenvergoeding, de eerste zes maanden niets te betalen aan de werknemer, mits hij de intentie heeft om de werknemer na zes maanden een vaste baan aan te bieden. Deze zes maanden zijn een mooie tijd om de werknemer op te leiden en aan elkaar te wennen. Na zes maanden wordt er hopelijk een arbeidscontract gesloten, krijgt de werknemer een vast inkomen en kan hij met een gerust hart zijn uitkering laten stopzetten en toeslagen laten aanpassen.
Stel dat 100.000 bijstandsgerechtigden op deze manier aan een baan komen, dan kost het weliswaar eenmalig 300 miljoen euro aan pinpassen, maar levert het daarna bijna 2 miljard euro per jaar op aan minder bijstandsuitkeringen en toeslagen. Plus een fijnere samenleving.

25 maart 2019

Burgemeesters met streken

Als klein meisje had ik grenzeloos vertrouwen in de burgemeester van het Limburgse dorp waar ik woonde. Niet dat ik hem persoonlijk kende, maar als ik op school vragen kreeg over landen of geschiedenis waarop ik het antwoord niet wist, dan dacht ik in mijn naïviteit dat de burgemeester vast wel het antwoord zou weten. Menig brief met vragen heb ik in de brievenbus van de ambtswoning gestopt. Nooit antwoord gekregen. Inmiddels weet ik dat burgemeesters niet over uitzonderlijke kwaliteiten beschikken en dat het gewone mensen zijn, net als u en ik.
Privé hebben ze dezelfde sores als ieder ander: ze maken ruzie met hun buren, hebben buitenechtelijke affaires of worden opgepakt terwijl ze te diep in het glaasje hebben gekeken. Burgemeester is een mooi beroep met veel verantwoordelijkheid want burgemeester ben je per slot van rekening altijd, maar voor een aantal van hen blijkt het nét te veel verantwoordelijkheid.
Ons land heeft ruim 350 gemeenten en ongeveer net zoveel burgemeesters, maar maandelijks stapt er ergens wel een burgemeester op door gebrek aan verantwoordelijkheid. Die keuze wordt hun ook wel heel gemakkelijk gemaakt door de riante wachtgeldregeling. Voorlopig zitten de opgestapte burgemeesters gebeiteld met een financieel vangnet ’van heb ik jou daar’.
Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet principieel tegen wachtgeld en het is logisch dat een burgemeester beschermd moet worden tegen druk die met zijn ambt te maken heeft. Stel dat bijvoorbeeld de burgemeester van Haarlem besluit dat hij niet langer wil onderduiken vanwege de bizarre dreiging door motorbendes en besluit te stoppen als burgemeester, dan is dat heel begrijpelijk en heeft hij alle recht op een goede wachtgeldregeling.

Stommiteit

Maar nu even een paar andere voorbeelden: vorig jaar stapte de burgemeester van Oosterhout op vanwege dronkenschap en omdat hij het maar niet kon laten om aan de billen van zijn medewerksters te zitten. Eigen schuld zou je zeggen, maar deze ex-burgemeester ontvangt nog tien jaar wachtgeld, bij elkaar bijna een miljoen euro. Hij stapt op door zijn eigen stommiteit, dus waarom zouden wij als samenleving dan voor de financiële gevolgen opdraaien? Als hij manager in het bedrijfsleven was geweest, dan was hij met dit gedrag op staande voet ontslagen en had hij helemaal geen recht op een werkloosheidsuitkering gehad.
Overigens is de werkloosheidsuitkering van iemand die in het bedrijfsleven ontslagen wordt, maximaal €36.000 per jaar en die van een zich misdragende ex-burgemeester van een middelgrote gemeente al gauw €100.000 en dat dan jarenlang.

Opstappers

Neem alleen even de opstappers van de afgelopen maand: burgemeester Berry Link van de gemeente Geldrop-Mierlo wordt tot over zijn oren verliefd op een medewerkster. Zijn vriendin komt erachter, maakt stennis en de burgemeester verlaat de echtelijke woning. Volgens burgemeester Link is er niets gebeurd tussen de medewerkster en hemzelf, maar zijn vriendin denkt er het hare van. Privéprobleempje lijkt me. Even op de blaren zitten en er weer tegenaan zou ik zeggen. Maar dat is niet wat burgemeester Link doet; hij treedt af. Dat klinkt vrij gemakkelijk en dat is het ook, want als ex-burgemeester van de kleine gemeente Mierlo-Geldrop is hij de komende drie jaar verzekerd van zo’n tweeënhalve ton aan wachtgeld.
Een paar weken eerder besloot de burgemeester van het Brabantse plaatsje Haaren om voorlopig betaald thuis te blijven. De reden? Het botert niet zo tussen haar en haar collega’s. Kan gebeuren, maar los het op of ga op zoek naar een andere baan. Maar ook deze burgemeester zal het de komende jaren op financieel gebied aan niets ontbreken.
Of neem de burgemeester van Heerlen die solliciteerde naar het burgemeesterschap van het ernaast gelegen Kerkrade terwijl hij eigenlijk al een jaar ziek thuis zit. Niet netjes om te solliciteren naar een andere baan, terwijl je niet op je werk verschijnt. Zijn sollicitatie komt uit en ’dus’ stapt hij op. Na ruim een jaar betaald verlof, kan hij deze periode uitbreiden met nog eens ruim drie jaar betaald verlof. Ik kan nog tientallen voorbeelden van opstappende burgemeesters aanhalen, maar ik denk dat het zo wel duidelijk is.

Logica

Ik begrijp best dat het beroep van burgemeester veeleisend is, en ook dat je privé-leven invloed heeft op je werk en vice versa, maar geldt dat niet óók voor ondernemers of werknemers? Als je je als werknemer misdraagt of ruzie maakt met je collega’s, kun je
opstappen en zijn de financiële gevolgen daarvan voor eigen rekening. Logisch. Als burgemeester val je klaarblijkelijk buiten deze logica en krijg je ongeacht de reden van je opstappen nog jarenlang wachtgeld.
Past het nog bij deze tijd dat wij als samenleving moeten opdraaien voor het alcoholmisbruik of de privé-escapades van ex-burgemeesters? Als het antwoord ’nee’ is, dan hoop ik dat iemand in Den Haag de moeite neemt om de namen van de opstappende burgemeesters en hun redenen nog eens goed op een rijtje te zetten. Zet dan meteen ook even de kosten voor de samenleving erachter.
Het kan bijna niet anders dan dat diegene zich eens goed achter de oren krabt en een voorstel indient om de wachtgeldregeling voor opstappende burgemeesters aan te passen.

18 maart 2019

Verplichte sociale huur remt woningbouw

Er worden in ons land te weinig nieuwe woningen gebouwd. Volgens verschillende onderzoeken komen we op dit moment 100.000 woningen tekort en loopt dit tekort de komende tien tot vijftien jaar op tot maar liefst één miljoen woningen.
Tja, en wiens schuld is het? Vastgoedontwikkelaars zijn boos op de provincies en gemeenten omdat de grondprijzen te hoog zijn én zij veel te strenge regels opgelegd krijgen. Hun grootste frustratie is dat van alle woningen die zij willen bouwen, een verplicht percentage bestemd wordt als sociale huurwoning. Deze verplichting in combinatie met de almaar stijgende bouwkosten maakt het héle bouwproject onrendabel. Dus bouwen ze minder, of niet.
Neem even Amsterdam. Bijna de helft van alle woningen in deze stad is een sociale huurwoning. Dat is om twee redenen te veel. De eerste is dat Amsterdam, en eigenlijk de hele Randstad, een enorme aantrekkingskracht heeft op hoogopgeleide expats, ondernemers en ambitieuze starters. Door de grote hoeveelheid sociale huurwoningen zit de woningmarkt muurvast en komen er simpelweg te weinig woningen vrij voor deze groep, waardoor de huur- en koopprijzen almaar stijgen.

Inkomensgrens

De tweede reden waarom het percentage sociale huurwoningen te hoog is, hangt daarmee samen: de inkomensgrens om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen is vrij laag. Zo laag dat bijvoorbeeld een leraar in het basisonderwijs met een paar jaar ervaring er al boven zit. Als hij een partner heeft die één dag in de week werkt, helemaal. Volgens de cijfers van het CBS is het gemiddelde inkomen van een werkende in ons land hóger dan de ondergrens voor sociale huurwoningen. Waarom inzetten op sociale woningen als de grote groep werkende starters er niet voor in aanmerking komt en geen woning kan vinden?
Maar voor de verantwoordelijke SP-wethouder Ivens is het nog niet genoeg. Hij wil het percentage sociale huurwoningen in Amsterdam juist opkrikken en eist van alle ontwikkelaars dat zij minimaal 40 procent van de nieuw te bouwen woningen als sociale huurwoning opleveren. De tweede 40 procent moet een middenhuur hebben tussen de €700 en €1000 en de laatste 20 procent van de woningen mag verkocht worden. Op die laatste 20 procent moet dus de winst gemaakt worden om het verlies van de rest van het project goed te maken. Geen wonder dat nieuwbouwkoopwoningen onbetaalbaar worden. Niet goed, want de welvaart van een land komt vooral van ambitieuze Nederlanders die bereid zijn om hard te werken, veel belasting te betalen en te streven naar een mooie toekomst voor henzelf en hun kinderen. Juist deze groep moet je omarmen.

Neveneffecten

Het hoge percentage sociale huurwoningen in een stad als Amsterdam zorgt voor allerlei onwenselijke neveneffecten. Uit onderzoek blijkt dat zo’n 15% van de sociale huurwoningen bewoond wordt door ’scheefwoners’ die meer verdienen dan is toegestaan. Daarnaast wordt ongeveer 15 tot 20% van de sociale huurwoningen illegaal onderverhuurd. Je moet je voorstellen dat wanneer iemand met een bijstandsuitkering een relatie krijgt met iemand met een betaalde baan, hij niet officieel zal gaan samenwonen, want dan verliest hij zijn uitkering én zijn sociale huurwoning. Kennelijk is zijn oplossing dan om de sociale huurwoning illegaal onder te verhuren want zo houdt hij beide in stand. Ik begrijp niet dat deze misstanden niet voortvarender worden aangepakt. Geef de controleurs meer bevoegdheden en laat ze de gegevens van de huurder ook meteen aan de sociale dienst geven: twee vliegen in een klap. Zo kan alvast bijna één op de vijf sociale huurwoningen vrijgemaakt worden voor de mensen die het echt nodig hebben.
Daarnaast moeten we vastgoedontwikkelaars gas laten geven door ze de helft middenhuurwoningen en de andere helft koopwoningen te laten bouwen. Veel logischer in deze tijd.

Starters

Ik wil ook nog even een ander onderwerp aanhalen in deze column: voor veel hardwerkende starters valt de droom van een eigen koopwoning in duigen vanwege de hoge prijzen in de grote steden. Vaak moet je daarnaast ook nog flink wat eigen geld meebrengen om überhaupt kans te maken bij het bieden. De overheid heeft geprobeerd om een handje te helpen door bijvoorbeeld rijke ouders een ton belastingvrij te laten schenken aan hun kinderen, mits het geld bestemd is voor een koopwoning; de zogenaamde jubelton. Maar wat als je ouders niet rijk zijn en jou geen ton kunnen schenken? Dan vis je achter het net, hoe hard je ook werkt. Dat is niet goed en zo blijven we ongelijkheid in de samenleving houden. Alle starters die hard willen werken, zouden geholpen moeten worden.
Waarom zouden we het dus niet mogelijk maken voor werkgevers om hun werknemers aan een koopwoning te helpen? Natuurlijk moeten daar wat belastingregels voor veranderd worden, maar waarom niet? Even als voorbeeld: stel dat je ook via je werkgever een belastingvrije ton voor een eigen huis kunt opbouwen? Stel, je verdient €4000 per maand bruto, maar hebt maar €3000 nodig, dan zou de werkgever de €3000 als salaris kunnen betalen met inhouding van alle belastingen en sociale lasten. De overige €1000 zou de werkgever dan belastingvrij op een speciale bankrekening kunnen storten, tot maximaal €100.000. Die ton kan de werknemer vervolgens gebruiken bij de aankoop van een huis.

11 maart 2019

Statenverkiezingen zijn maar een tussenpeiling

Op 20 maart kunnen we weer naar de stembus. Dit keer onder het mom van het stemmen op leden van de Provinciale Staten en onze waterschappen, maar ik vraag me steeds vaker af of deze verkiezingen niet gewoon een soort tussenpeiling voor de landelijke politiek zijn geworden. Niet meer en niet minder.
Tot nu toe zie ik in de media alleen landelijke partijleiders met elkaar in debat over landelijke thema’s. Ministers, staatssecretarissen en Kamerleden zijn al maandenlang de hort op om stemmen te winnen voor hun eigen partij, terwijl ze eigenlijk gewoon aan het werk zouden moeten zijn in Den Haag.
Kennelijk hebben de provincies en waterschappen geen belangrijke of specifieke thema’s, want waarom zou je anders deze verkiezingen aangrijpen om je eigen landelijke politieke standpunten onder de aandacht te brengen? Waarom zien we geen provinciale lijsttrekkers in de media? Zou de kwaliteit ervan misschien zo tegenvallen, dat de landelijke partijleiders liever zelf de kar trekken?
We zullen het nooit weten, vermoed ik. In deze column wil ik ervoor pleiten om de Provinciale Statenverkiezingen voortaan te zien als niets meer en niets minder dan een tussenpeiling waarop we de verhoudingen in de Eerste Kamer herstellen. De boodschap dat het belangrijk is om te stemmen op de vertegenwoordiging binnen de Provinciale Staten en de waterschappen, is sowieso wat verwarrend.
Kijk. Alles wat groot is, zoals het aanleggen van snelwegen, opheffen van knelpunten in het openbaar vervoer of uitbreiding van Schiphol, wordt in Den Haag besloten. En alles wat klein en dichtbij is, wordt door de gemeenteraad besloten. Voor de landelijke politiek in Den Haag kies je voor een partij waar je je het meest thuis voelt. Logisch, zij beslissen mee over de toekomst van ons land. Voor de gemeenteraad kies je voor een politieke partij wier ideeën over jouw woonplaats het meest met die van jou overeenkomen. Ook logisch, in de gemeenteraad worden zaken besloten die je om je heen ziet: dichtbij en voelbaar.
Beide zijn belangrijk, maar hoe belangrijk zijn de provincies dan nog? Wat doet een provincie eigenlijk, dat níét overgenomen kan worden door de gemeenten enerzijds of door de landelijke politiek anderzijds? Ik kan niet veel bedenken.
We zijn een klein en dichtbevolkt land en we danken onze welvaart vooral aan onze wendbaarheid en mobiliteit. Bureaucratie en onnodige bestuurslagen staan de vooruitgang alleen in de weg. Ik begrijp dat we de Provinciale Staten voorlopig in stand willen houden, maar zouden we niet alvast de discussie aan kunnen zwengelen om van twaalf provincies naar vier of vijf provincies te gaan? Neem even de dichtbevolkte Randstad, wat is erop tegen om van Noord- en Zuid-Holland en Utrecht één provincie te maken?
En nog iets: we kiezen nu in feite voor een raad met Statenleden die toezicht gaat houden op de werkzaamheden in de provincie, maar hoe effectief is het om per provincie een raad van veertig of vijftig mensen te hebben? Zou een kleine, professionele raad van vier of vijf personen per provincie niet veel effectiever zijn?
En nog iets: de kandidaten op de kieslijsten worden nu geselecteerd uit het ledenbestand van de politieke partijen, maar nog slechts 2% van alle kiesgerechtigden in ons land is lid van een politieke partij. De rest voelt zich kennelijk niet verbonden met een partij om er lid van te willen zijn. Dus de kiescommissies kiezen de kandidaten voor hun lijst uit het piepkleine vijvertje van 2% van de kiesgerechtigden. Dan vis je wel in een héél kleine vijver van talent. Té klein als je het mij vraagt. We hebben gewoon de allerbeste mensen nodig die toezicht houden op de werkzaamheden in de provincie: mensen die als geen ander budgetten kunnen analyseren en op de hoogte zijn van de nieuwste technieken en innovaties om daarmee het bestuur uit te dagen. Liever een kleine raad met vier of vijf heel goede mensen, dan die veel te grote raad van 40 of 50 Statenleden.
En laten we het ook even over de waterschappen hebben. Begrijp me niet verkeerd; we kunnen niet zonder het werk van de waterschappen. Ons waterbeleid is enorm belangrijk, maar waarom zou het politiek gekozen moeten worden? Als een dijk of een rivierbedding verstevigd moet worden omdat er anders wateroverlast dreigt, dan moet hij verstevigd worden en dat moet gewoon door de beste mensen gedaan worden, ongeacht welke politieke partij de scepter over de waterschappen zwaait. En als er besloten moet worden over de aanleg van een sloot of een dam bij een meertje, dan kan het provinciebestuur daar toch over beslissen? Wat valt er politiek gezien nog in de melk te brokkelen als het om de waterschappen gaat, zolang we ook provinciale verkiezingen hebben?
Ik hou van duidelijkheid en laten we de zaken niet ingewikkelder maken dan ze zijn. Laten we in het vervolg gewoon toegeven dat de Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen alleen tot doel hebben om de landelijke politieke partijen verder in of uit het zadel te duwen. Dat het niet meer is dan een tussentijdse peiling van de politieke stand van het land en dat de Eerste Kamer daarmee gecorrigeerd wordt. Wel zo duidelijk.

4 maart 2019

Volharden soms een teken van zwakte

De Brexit is iedere dag in het nieuws. Logisch, want als er geen uitstel komt is het over drie weken al zover en zijn de Britten uit de EU. Toch wil ik het in deze column niet zozeer over de Brexit hebben, maar meer over Theresa May.
Kijk, bij scheiden hoort een portie lijden, maar wat Theresa May momenteel moet ondergaan is meer dan dat. Veel meer. Vóór het Brexit-referendum van drie jaar geleden was May een fervent voorstander van de EU, en nu moet zij als premier, tegen haar eigen overtuiging in, de beste Brexit-deal eruit slepen.
Een heidens karwei, en als je dit moet doen terwijl zowat het hele parlement zich tegen je keert, steeds meer ministers als kikkers uit de kruiwagen springen en je eigen bevolking met de dag angstiger wordt, kun je alleen maar medelijden met haar hebben. Ondanks alle dagelijkse verwensingen die zij over zich uitgestort krijgt en alle ruzies, zit ze nog steeds op haar plek en blijft ze de stem van het volk verdedigen.
In dat opzicht is May te vergelijken met onze eigen Neelie Kroes, die als politica ondanks tegenwerking en vijandigheid, met een niet-aflatende inzet bleef strijden voor wat zij belangrijk vond. Als Eurocommissaris voor Mededinging was Neelie Kroes de vleesgeworden nachtmerrie voor bedrijven die aan koppelverkoop of kartelvorming deden. Door hen aan te pakken sleepte zij meer dan 9 miljard euro aan boetes binnen.
Theresa May past in het rijtje ’onverschrokken vrouwen’. Haar vastbeslotenheid om de uitslag van het referendum uit te voeren en daarmee de stem van het volk te laten horen, is bewonderenswaardig. Haar volharding is ongekend.
Maar volharding heeft ook een keerzijde. Volharding belemmert je zicht en het verhindert je om de juiste signalen op te vangen. Soms heb je die signalen nodig om je te vertellen dat je op de verkeerde weg bent.
Ondanks dat er al veel over de Brexit geschreven is, vraag ik me als leek en buitenstaander nog steeds iets af.

Impact

Kijk, drie jaar geleden, toen het referendum in Groot-Brittannië werd gehouden, was er nog niet zoveel duidelijk over wat de Brexit nu precies betekende of wat de impact ervan op Groot-Brittannië zou zijn. Ondanks deze onwetendheid werd er tóch een referendum georganiseerd. De uitslag was niet bepaald overtuigend. Slechts 51,9% koos voor een Brexit. Dus de ene bijna-helft van de bevolking koos voor een vertrek uit de EU en de andere bijna-helft wilde gewoon in de EU blijven.
Even eerlijk: is dit een uitslag die overtuigend de keuze van het volk vertegenwoordigt? Dat denk ik niet. Veel kiezers uit met name de armere gebieden van Engeland stemden vóór een Brexit en dat is logisch. Armoede is in Engeland een groot probleem. Maar liefst een op de vijf Britten leeft in armoede met alle stress van dien.
Stemmen voor een Brexit was voor deze groep ’stemmen voor verandering’ en dat kun je ze niet kwalijk nemen. Veel slechter dan ze het hadden, kon niet. Dachten ze. Inmiddels realiseren ze zich meer en meer wat de consequenties zullen zijn van het uitstappen uit de EU en weten ze: slechter kan wel.
Maar nu even terug naar de volharding van May. Hoe fair is het om volhardend te zijn in de uitslag van een niet-overtuigend referendum van drie jaar geleden?

Referendum

De wereld verandert en je kunt geen bedrijf, maar zeker geen land, succesvol leiden als je stug vasthoudt aan een mening of een situatie van drie jaar geleden. Vooruitgang wordt alleen geboekt als je openstaat voor nieuwe inzichten en je durft aan te passen. Dus waarom zou May geen tweede referendum houden? Wat is erop tegen om nogmaals de mening van het volk te vragen? Waarom zou een nieuw referendum de stemming van het volk van drie jaar geleden ondermijnen? We zijn inmiddels drie jaar verder en de tijden zijn veranderd.
Hooguit zal het een verbeterde uitslag geven omdat iedereen nu scherper dan drie jaar geleden kan overzien wat de gevolgen van een Brexit zijn en welke impact het zal hebben. Misschien is er niets veranderd en kiest de meerderheid opnieuw voor een vertrek uit de EU. Dat is dan duidelijk en dat houdt in dat de Brexit er linksom of rechtsom moet komen.
Maar aan de andere kant is een overtuigende meerderheid van de Britten misschien tot een verbeterd inzicht gekomen en kiest ervoor om in de EU te blijven. Dat is dan ook duidelijk. Maar die duidelijkheid hebben we niet, omdat we niet weten wat het Britse volk nu, op dit moment, zou kiezen.

Zwakte

De ijzeren volharding van Theresa May om de Brexit koste wat het kost door te voeren is geen teken van kracht, maar eerder van zwakte. Juist nu je kwetsbaarheid tonen en je durven afvragen of je nog wel op de juiste weg bent, zou krachtig zijn. Dat May over veel kracht beschikt, heeft ze wel bewezen in het afgelopen jaar. Dus als iemand nu de kracht heeft om kwetsbaarheid te tonen en de Britten te vragen of de route nog klopt, dan zou zij dat zomaar kunnen zijn. Ik hoop het.

25 februari 2019

Personeelstekort IND nergens voor nodig

Vorige week viel ik bijna van mijn stoel van het bericht dat onze Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in een jaar tijd anderhalf miljoen euro had betaald als compensatie aan asielzoekers omdat zij soms te lang moeten wachten op de behandeling van hun aanvraag. De wereld op zijn kop, lijkt me.
De IND wordt dagelijks overspoeld door een tsunami aan volstrekt kansloze aanvragen van asieladvocaten. Zodra de ene aanvraag is afgewezen, begint de asieladvocaat weer aan een kansloze nieuwe aanvraag. Iedere omstandigheid kan een aanleiding zijn om een nieuwe procedure te starten: „Werd je onheus bejegend door landgenoten?”, „ben je misschien chronisch moe?”
En wanneer alle tijdslurpende aanvragen zijn afgewezen, dan probeert de asieladvocaat het nog een laatste keer met het argument dat de asielzoeker nu, na al die jaren, te diep geworteld is in ons land en het onmenselijk is om hem terug te sturen.
Ik begrijp best dat asieladvocaten, vaak tegen beter weten in, elke kans benutten om een aanvraag te kunnen indienen. Dat is per slot van rekening hun werk. Aan de andere kant begrijp ik ook dat de afgewezen asielzoeker ieder sprankje hoop aangrijpt om tóch in ons land te kunnen blijven.
Maar wat ik níét begrijp is dat, wanneer de IND-medewerkers door alle kansloze procedures achterlopen met hun werk en niet op tijd antwoorden, de asielzoeker een smak geld ter compensatie krijgt.
Kijk, aan de ene kant is het prima dat de overheid gestimuleerd wordt om tempo te maken en dat zij een boete krijgt als ze dat niet doet. Het is ook goed dat ze het geld van de boete moet betalen aan degene die door haar vertraging gedupeerd wordt. Als de overheid bijvoorbeeld te laat is met het wel of niet goedkeuren van een bouwvergunning, dan kan de huiseigenaar in de problemen komen en is het logisch dat de overheid de boete betaalt aan de huiseigenaar.
Maar nu mijn vraag: is de asielzoeker die keer op keer alles aangrijpt om wéér een kansloze procedure op te starten, de gedupeerde? Ik denk het niet. Waarom zou je iemand die willens en wetens de boel traineert, compenseren met geld?
We belonen toch geen individueel wangedrag?
Zou het geen idee zijn om het geld voor de compensatie níét meer aan de asielzoeker persoonlijk te geven, maar ten goede te laten komen aan de groep asielzoekers in het algemeen? Betaal van dit geld bijvoorbeeld extra beroepsopleidingen of trainingen in de asielzoekerscentra, waarvan ze later in hun thuisland profijt zullen hebben. Lijkt me een betere besteding.
Even terug naar de IND. De IND kampt met een chronisch personeelstekort om de procedures op tijd af te handelen en verwacht ook dit jaar weer een paar miljoen kwijt te zijn aan compensaties door te late besluitvorming.
Er worden mondjesmaat mensen bij de IND aangetrokken, maar het lijkt dweilen met de kraan open want binnenkort krijgen de medewerkers ook weer 700 extra kinderpardon-dossiers op hun bureau, die allemaal opnieuw beoordeeld moeten worden.
De IND komt vele handen tekort, terwijl andere onderdelen van dezelfde overheid wellicht mensen over hebben. Even als voorbeeld: de Belastingdienst heeft onlangs 5000 mensen met een riante vertrekregeling laten vertrekken.

“Waarom compensatie asielzoekers?”

Dat waren ongetwijfeld 5000 medewerkers die goed en nauwgezet konden controleren. Als ze bij de Belastingdienst overbodig waren, dan hadden wij ze toch bij andere onderdelen binnen diezelfde overheid, in dit geval de IND, kunnen inzetten? Hadden deze 5000 mensen niet kunnen helpen om alle achterstand bij de IND weg te werken? Ik begrijp best dat je als Belastingdienstmedewerker niet meteen bij de IND aan de slag kunt, maar met wat opleiding en goede wil moet het toch mogelijk zijn.
Als een ondernemer personeel voor zijn bedrijf aanneemt, probeert hij zoveel mogelijk risico’s af te dekken. Een van de bepalingen die in veel arbeidscontracten staan, is dat de werkgever kan vragen aan de werknemer om op een andere vestiging te werken en dat de werknemer daar op voorhand mee akkoord gaat. Waarom zou de overheid niet ook dit soort bepalingen opnemen in haar contracten? Het is ook logisch dat je een tekort op een plek, opvult met een overschot aan mensen op een andere plek binnen dezelfde overheid?
Had de verantwoordelijke staatssecretaris, in dit geval Eric Wiebes, zich niet kunnen afvragen of het slim was om 5000 mensen te laten vertrekken bij de Belastingdienst, terwijl een ander onderdeel van diezelfde overheid, in dit geval de IND, schreeuwt om mensen?
De vertrekregeling bij de Belastingdienst heeft ons door de knullige uitvoering ervan, meer dan een half miljard euro gekost. Hadden we deze vertrekregeling niet kunnen omdraaien en alleen diegene een premie aanbieden die kiest voor een andere baan bij de IND? Je had de Belastingdienstmedewerkers er wellicht niet toe kunnen verplichten, maar ze hadden in ieder geval de keus gehad om met een premie en omscholing bij de IND aan de slag te gaan met behoud van salaris. Ik weet zeker dat veel Belastingdienstmedewerkers het aanbod geaccepteerd zouden hebben.
Met wat meer slagvaardigheid en een praktische inslag van de overheid hadden we er als land waarschijnlijk heel wat beter voor gestaan qua immigratiedruk.

18 februari 2019

Transitievergoeding beter dan wachtgeld

Vorige week was er even ophef over de 24 miljoen euro aan wachtgeld die de laatste jaren betaald is aan vertrokken Kamerleden, staatssecretarissen en ministers. Omdat dit nieuws in de loop van de week ondergesneeuwd werd door ander nieuws, wil ik het in deze column toch nog even oprakelen.
Het lukt veel vertrokken politici, na hun carrière in Den Haag, kennelijk niet om een baan te vinden en daarom moeten ze noodgedwongen jarenlang gebruikmaken van de riante wachtgeldregeling. Om het even in cijfers uit te drukken, die 24 miljoen euro ging in zes jaar tijd naar 18 oud-ministers, 15 oud-staatssecretarissen en 186 afgezwaaide Kamerleden. Per persoon hebben ze dus gemiddeld €110.000 nodig gehad als financieel vangnet, voor ze aan een nieuwe baan begonnen of van een ander vangnet gebruikmaakten. Daar zijn de vele tienduizenden euro’s die door de overheid betaald worden aan begeleiding van oud-Kamerleden, nog niet eens bij opgeteld.
Hoe is het mogelijk dat oud-politici maar geen baan kunnen vinden in deze krappe arbeidsmarkt? De banen vliegen je bij wijze van spreken om de oren en alle bedrijven schreeuwen om goed personeel. Bij het UWV staan meer dan 124.000 vacatures geregistreerd en ook vacaturesites als De Nationale Vacaturebank en Monsterboard hebben vele tienduizenden banen in de aanbieding. Wat gaat hier mis?
Volgens mij komt het neer op twee mogelijkheden: niet kunnen óf niet willen. Meer smaken zijn er niet. ’Niet kunnen’ zou betekenen dat wij sukkels in onze Tweede Kamer en in ons kabinet hebben, die logischerwijze nergens meer aan de bak komen, maar dat lijkt me niet. Ze zijn misschien wat wereldvreemd geworden op het moment dat ze het pluche verlaten, maar over het algemeen zijn onze politici goede, bekwame en hardwerkende mensen.
Dus blijft over: ’niet willen’. Ze willen liever geen nieuwe baan omdat het wachtgeld dat voorlopig iedere maand gestort wordt zonder er iets voor te doen en zonder tegenprestatie, ruim voldoende is om lekker van te leven.
Ik heb al eerder geschreven dat wij als land, kampioen ’kat op het spek binden’ zijn. Dat geldt voor ons hele stelsel van uitkeringen, regelingen en toeslagen en kennelijk óók voor de wachtgeldregeling van onze politici.
Oud-Kamerleden kunnen 38 maanden lang wachtgeld opstrijken van €7200 per maand in het eerste jaar en €6400 in de jaren erna. En het mooie is, gedurende al die jaren loopt de opbouw van hun pensioen ook gewoon door, dit in tegenstelling tot een gewone werkloze die geen pensioen opbouwt als hij werkloos is.
Oud-minister Plasterk, die overigens zelf geen wachtgeld krijgt omdat hij meteen als hoogleraar aan de slag is gegaan, verdedigde de wachtgeldregeling door te zeggen dat politici elk moment ontslagen worden, ook voor bijvoorbeeld fouten van een voorganger. Daar zie ik weinig verschil met gewone werknemers, die kunnen immers ook elk moment ontslagen worden vanwege iets dat buiten hun schuld ligt.
Kijk, ik snap best dat je een tijdje nodig hebt om af te kicken van de politiek, maar om jarenlang niets te doen en wachtgeld op te strijken is gewoon niet nodig gezien je capaciteiten. Dat is gewoon misbruik van ons gemeenschapsgeld.
De 73 Britse Europarlementariërs die binnenkort afscheid nemen, hebben ook een riante wachtgeldregeling, maar zij krijgen maar één maand wachtgeld voor ieder jaar dat zij parlementariër zijn geweest. Ter vergelijking: bij ons is het minimaal 38 maanden voor iedereen. De maximum termijn bij de Europarlementariërs is maximaal twee jaar. Daarna is het over. Dat is een veel betere regeling.
Sorry dat ik weer het voorbeeld van Tweede Kamerlid Wassila Hachchi aanhaal, maar het legt zo lekker uit. U herinnert zich haar nog wel als het Kamerlid dat in 2016 de Kamer verliet om vrijwilligerswerk te gaan doen voor het campagneteam van Hillary Clinton. We betalen haar nog steeds wachtgeld en inmiddels heeft ze al een kleine twee ton geïncasseerd. Degene die haar plek innam in de Tweede Kamer tot de verkiezingen, heeft ook weer recht op 38 maanden wachtgeld. Dus voor één onbemande D66-zetel hebben wij als maatschappij al ruim €400.000 betaald.
Stel dat we dezelfde rekenmethode hadden als de EU-parlementariërs, dan zou Hachchi een paar maanden wachtgeld hebben gekregen en haar opvolgster ook. Dat had ons als samenleving toch zeker drie ton bespaard. Bovendien zijn verreweg de meeste Tweede Kamerleden, ook Wassila Hachchi, voorheen ambtenaar geweest en ambtenaren hebben een terugkeergarantie van de overheid, dus ze hoeven helemaal geen wachtgeld te krijgen, want ze kunnen zo weer aan de bak op het ministerie.
Kijk. We willen goede volksvertegenwoordigers, het salaris van een Tweede Kamerlid is daar ook naar en dat is prima. Ik begrijp best dat je als Kamerlid in een vissenkom zit qua zichtbaarheid, maar de upside is dat je jezelf kunt profileren. Een fatsoenlijke transitievergoeding van het Kamerlidmaatschap naar een baan is ook normaal, maar het wachtgeld is gewoon niet meer te verdedigen. Waarom zouden we de Tweede Kamerleden niet een vaste, fatsoenlijke transitievergoeding bij vertrek geven en daarna gewoon een WW-uitkering net als iedere andere burger? Wedje maken dat we dan vrijwel geen werkloze oud-politici meer hebben over een paar jaar?

11 februari 2019

Fraude te lijf met pool controleurs

Gelukkig is ons land een magneet voor vele hardwerkende, eerlijke Poolse arbeiders. Mede dankzij hen draait onze economie op volle toeren. Helaas is ons land tegelijkertijd ook een magneet voor fraudeurs.
U herinnert zich vast nog de uitkeringsfraude die vorig jaar aan het licht kwam. Tienduizenden Polen die er een gewoonte van maakten om zes maanden in Nederland te werken en vervolgens drie maanden vakantie in Polen te vieren met een werkloosheidsuitkering van ons UWV op zak? De grootschalige fraude was mogelijk dankzij talloze foute tussenkantoortjes, die de DigiD’s van de fraudeurs beheren, hun uitkering aanvragen en als postadres fungeren. En om het nog erger te maken: zelfs arbeidsmigranten die níet werkloos waren, schreven zich in voor een WW-uitkering en kregen die vervolgens ook nog.
Het UWV wist tien jaar geleden al dat dit gebeurde, maar deed niets. Te weinig controleurs en het had geen prioriteit omdat het dacht dat het niet zo’n vaart zou lopen. Ach ja, wat zijn tientallen miljoenen euro’s op de schaal van UWV? Vorige week las ik in De Telegraaf dat het UWV toegeeft dat het meer had moeten doen om de fraude aan te pakken. Maar het belooft wel beterschap, want vanaf nu zal het extra alert zijn op adressen waarop drie of meer werkloosheidsuitkeringen staan geregistreerd. Desnoods gaan controleurs persoonlijk langs. Zo.
Ja, je valt bijna van je stoel van zoveel alertheid. Welk normaal huishouden heeft in deze krappe arbeidsmarkt, waarbij de banen je zowat om de oren vliegen, op hetzelfde moment drie of meer WW-uitkeringsgerechtigden op hetzelfde adres? Ik heb een handige tip voor de controleurs van het UWV: als op hetzelfde adres drie of meer WW-uitkeringen geregistreerd staan én de namen klinken Pools, dan kun je er vergif op innemen dat je een fraudegeval te pakken hebt. Het grote probleem is natuurlijk dat het UWV veel te weinig controleurs heeft. Maar nu we de omvang van het probleem bij het UWV kennen, is er nóg iets waarover ik me zorgen maak.
Ik ga in deze column even een horrorscenario beschrijven. Laten we hopen dat het niet voorkomt, maar even voor het idee. Stel je voor dat een Poolse arbeidsmigrant, laat ik hem Pavel noemen, de fraudemogelijkheden heeft ontdekt. Pavel komt zes maanden werken in ons land, neemt drie maanden, door het UWV betaald, verlof in Polen en keert weer terug. Pavel heeft een huurwoning in ons land waarvoor hij huurtoeslag krijgt. In de drie maanden dat hij vakantie viert, is dat dubbel feest, want hij verhuurt zijn woning dan onder aan wat Poolse vrienden. Zo vangt hij een fikse huur én de huurtoeslag blijft lekker doorlopen. Misschien vragen de onderhuurders ook wel huurtoeslag aan en krijgen zij die ook, wie zal het zeggen. Ook de Belastingdienst heeft te weinig controleurs. Omdat Pavel in Nederland ingeschreven blijft, ontvangt hij natuurlijk ook zorgtoeslag, terwijl hij niet eens een Nederlandse zorgverzekering heeft afgesloten.
Pavel heeft vier kinderen die in Polen wonen. Het is niet helemaal duidelijk of het zijn eigen kinderen zijn, maar in ieder geval krijgt hij daar Nederlandse kinderbijslag voor.
Dus terwijl hij vakantie viert, ontvangt hij naast de WW-uitkering van het UWV, zorg- en huurtoeslag van de Belastingdienst én kinderbijslag van de Sociale Verzekeringsbank. O ja, en ik vergeet nog de huur die hij krijgt van zijn onderhuurders. Een gemiddeld Pools salaris is 800 euro per maand, maar in de drie maanden vakantie ontvangt hij zonder te werken omgerekend zo’n tien Poolse maandsalarissen aan geld van onze overheid. En dan heb ik de eventuele huurinkomsten uit de onderhuur nog niet eens meegeteld. Lucratief handeltje en door het geringe aantal controleurs is de pakkans niet groot. Het UWV heeft veel te weinig controleurs, de Belastingdienst ook en de Sociale Verzekeringsbank en de gemeenten al helemaal. Hier moeten we iets aan doen, want ons sociale stelsel is een groot goed en is bedoeld als vangnet dat door ons allen bijeengebracht wordt, voor mensen die het nodig hebben. Misbruik van ons sociale stelsel mogen we niet tolereren. Iedereen die er misbruik van maakt, moet worden opgespoord en aangepakt, maar helaas lijkt onze manier van controleren op dweilen met de kraan open. Dat moet anders.
Ik wil er in deze column voor pleiten om álle controleurs in een soort centrale pool bij de overheid te laten werken. Ze werken dan zowel voor het UWV, de Belastingdienst, gemeenten als de Sociale Verzekeringsbank.
Alle controleurs die nu nog voor een van deze instanties werken, zouden een nieuw arbeidscontract moeten krijgen waarin staat dat ze voor onze overheid in het algemeen werken. Zij zouden dan bij het opsporen van een fraudeur meteen in alle systemen moeten kunnen kijken en gegevens moeten kunnen vergelijken en checken. Zo kun je met minder controleurs de fraude veel efficiënter en effectiever aanpakken en misbruik op alle fronten de kop indrukken.
Ik begrijp dat we met strenge privacyregels te maken hebben, maar met bepaalde waarborgen, opleidingen en garanties moet dit toch mogelijk zijn? Deze controleurs kunnen dan niet alleen de Poolse fraudezaken opsporen en aanpakken, maar ook alle andere fraudezaken zoals bijvoorbeeld de bijstandsfraude van mensen met vermogen of bezit in het buitenland.

4 februari 2019

Crimineel gevangen in slecht gedrag

’Feest in de bajes’ kopte deze krant vorige week, met daarbij ontluisterende foto’s van feestvierende gevangenen die elkaar filmden met hun binnengesmokkelde mobieltjes.
Triest. Ik heb er geen ander woord voor. Op de eerste plaats triest dat dit überhaupt kan gebeuren, dat er kennelijk nauwelijks controle is. Of nog erger, dat er misschien voldoende scanapparaten en controles zijn, maar dat enkele corrupte gevangenisbewaarders een oogje dichtknijpen.
De eerste reactie is natuurlijk dat zoiets niet mag gebeuren. Deze gasten hebben straf en moeten die zo sober mogelijk uitzitten. Maar ik vraag me zo langzamerhand wel af of we met onze manier van straffen niet de plank misslaan. Laat ik in deze column proberen om de gevangenisstraf van een andere kant te benaderen.
Kijk, wij zetten criminelen vast als straf voor hun foute gedrag. Bijkomend voordeel is dat de samenleving even van hen verlost is en de slachtoffers genoegdoening hebben. Er zitten momenteel zo’n 35.000 gasten vast en om maar even man en paard te noemen: bijna twee derde van onze gevangenen is allochtoon en slechts 5 procent is vrouw. Op één punt zijn ze weer allemaal gelijk en dat is dat ze vroeg of laat weer vrijgelaten worden in onze maatschappij. Helaas gaat het daar mis.
Meer dan de helft van de ex-gevangenen vervalt na hun vrijlating weer in crimineel gedrag, met alle ellende voor de samenleving van dien.
Dus nu de cruciale vraag: hoe effectief is onze methode van gevangenschap als je weet dat de helft opnieuw de fout in gaat?
Voorbeelden
Laten we ons even verplaatsen in de positie van een gevangene. Omdat hij moet ’zitten’, verliest hij zijn baan of uitkering en meestal ook zijn woonplek. Vervolgens moet hij maanden- of jarenlang zijn tijd in een cel uitzitten en raakt steeds verder afgestompt. Hij heeft nauwelijks privacy en brengt de dagen liggend op bed en lanterfantend door. Als hij zijn cel verlaat, ontmoet hij medebewoners die allemaal het een en ander op hun kerfstok hebben en niet bepaald inspirerende voorbeelden zijn.
Als de dag is gekomen dat hij vrijgelaten wordt, krijgt hij een paar euro mee om een bus- of treinkaartje te kopen. Eén op de drie ex-gevangenen kan op dat moment nergens heen en is dus dakloos. Zonder adres krijg je geen uitkering, dus hoe ga je weer een normaal leven oppakken? Onze reclasseringsambtenaren proberen met de beste bedoelingen ex-gevangenen te begeleiden en steken daar veel tijd, energie en geld in, maar uit de cijfers blijkt dat deze aanpak bar weinig oplevert.
Tegenprestatie
Waarom zouden we gevangenschap als experiment niet eens over een andere boeg gooien? Waarom verplichten we ze niet om te werken tijdens hun gevangenschap? Zo blijven ze in ieder geval in een goed werkritme. Een gevangene kost ons als samenleving 250 euro per dag, dus daar mogen we best wat voor terugvragen als tegenprestatie.
Werken mag voor de gevangene ook best een voordeel opleveren. Stel dat wij de gevangenen die fulltime hebben gewerkt tijdens hun gevangenschap een woonplek voor zes maanden geven als ze vrijgelaten worden? Vanuit die woonplek kunnen ze een baan zoeken en hun leven op de rails krijgen.
Gek idee? Dacht ik eerst ook. Toch kunnen we op dit gebied iets leren van Denemarken. Wat daar begon als een experiment in de zeventiger jaren, blijkt een groot succes. In Denemarken zitten gevangenen het laatste deel van hun straf uit in ’Pension Skejby’, waar ze samen met gewone burgers zónder crimineel verleden wonen. De ’gewone’ medebewoners zijn vaak werkende jongeren of studenten die hier wonen vanwege het maatschappelijke aspect en de lage huur.
Afspraken
Gevangenen mogen hier wonen, mits ze bereid zijn iets van hun leven te willen maken, geen psychiatrisch of verslavingsprobleem hebben en verantwoordelijkheid willen nemen. De bewoners doen boodschappen, koken en eten samen en verdelen onderling de taken, zoals het schoonmaken van de toiletten en de gangen. Elke gedetineerde die hier aankomt, maakt afspraken op het gebied van werk, studie en vrije tijd. Die afspraken blijken te werken, want veel gedetineerden ronden hier hun opleiding af en beginnen aan een baan.
Doordat criminaliteit niet langer een gemeenschappelijk kenmerk is, gaan de gesprekken daar ook niet over. Het blijkt dat een omgeving met niet-gevangenen een beter effect op hen heeft dan het opsluiten met medecriminelen. Uit onderzoek blijkt dat ex-gedetineerden die Pension Skejby verlaten 21 procent minder kans hebben om terug te vallen in crimineel gedrag. De ’gewone’ bewoners vinden hun periode in Pension Skejby overigens ook een prima ervaring; en nee, zij worden niet aangestoken door de ex-gevangenen, want bij hen is geen toename in crimineel gedrag gebleken.
Stel nu dat we in Nederland alle gevangenen die tijdens hun gevangenisstraf hebben gewerkt een halfjaar verblijf in een dergelijk pension na hun vrijlating bieden? In dit halfjaar kunnen ze ’afkicken’ van hun tijd in de gevangenis, in contact komen met ’gewone’ burgers, een baan zoeken en hun leven weer op de rails krijgen.
Als wij dezelfde resultaten zouden boeken als in Denemarken, dan zou het betekenen dat we ieder jaar duizenden ex-gevangenen hebben die níét het criminele pad op gaan, die het anders wél hadden gedaan. Bedenk eens hoeveel inbraken, overvallen en andere ellende dit zou schelen? Het experiment waard lijkt me.

28 januari 2019

Schrap energienota voor de Groningers

Mijn man en ik denken over veel zaken hetzelfde, maar er is één onderwerp waarover we het nooit eens zullen worden en dat is de ellende van de Groningers.
Ik heb met de gedupeerde Groningers rondom Loppersum te doen, maar mijn man vindt dat de Groningers niets te klagen hebben.
Bij het zien van de meest verschrikkelijke buitenlandse rampen op televisie is zijn standaard antwoord: „En die Groningers maar klagen.”
Als de nieuwslezeres tijdens het achtuurjournaal meldt dat er tweehonderdduizend mensen in India dakloos zijn geworden door een overstroming, dat orkaan Katrina tweeduizend doden op haar geweten heeft of dat er een brug is ingestort in Genua, dan kan ik er vergif op innemen dat hij vervolgens verzucht: „En die Groningers maar klagen.”
Ze mógen wel klagen vindt hij, maar niet net doen of er een wereldramp heeft plaatsgevonden.
In tegenstelling tot hem begrijp ik het geklaag van de Groningers wél. Ik zou ook laaiend worden als mijn huis beschadigd werd door de aardgaswinning en ik vervolgens afhankelijk zou zijn van de grillen van politici en van de NAM, die maar niet over de brug komt met een schadevergoeding.
Een scheur in een muur is te herstellen, maar de tergend trage schadeafhandeling en bureaucratie hebben het vertrouwen van de Groningers onherstelbaar beschadigd. Dat begrijp ik wel.
Jarenlang ging het overgrote deel van het bedrag dat bestemd was voor het herstel van de schade niet naar de bewoners, maar naar de kosten van het bureaucratische en juridische geneuzel van schade-experts, rapporteurs en advocaten. Na de eerste aardbeving is er, alleen al in de eerste vijf jaar, meer dan een miljard euro verspild aan bureaucratie en bakkeleien. Geld dat niet bij de gedupeerde bewoners terecht is gekomen, maar gewoon over de balk werd gegooid.

Nukken

Over één ding zijn mijn man en ik het op dit moment trouwens roerend eens, en dat is dat het best zielig is voor de Groningers dat zij nu afhankelijk zijn van de nukken van minister Wiebes.
Wiebes wil de gaskraan terugdraaien naar nul, hopende dat er dan geen aardbevingen meer zijn, maar is dat ook zo?
En als de aardbevingen blijven komen, wordt de gaskraan dan weer opengedraaid omdat het toch niet uitmaakt? Of blijven we tot in de lengte der jaren op dezelfde omslachtige manier schades uitkeren, terwijl we aan de andere kant geen inkomsten uit de gaswinning meer hebben? Is het wel slim om de gaskraan helemaal dicht te draaien? Per slot van rekening lopen we daarmee als samenleving vele miljarden euro’s aan inkomsten mis.
Hoe je het ook wendt of keert, een beperkte en rustige aardgaswinning in Groningen zou een prima opvang kunnen zijn voor als onze zonne- of windenergie in de toekomst tekort zou schieten. Ik denk dat een beperkte aardgaswinning best mogelijk zou zijn geweest als we vanaf het begin de situatie in Groningen voortvarender en slimmer hadden aangepakt. Ik had heel veel vertrouwen in Wiebes toen hij aantrad als staatssecretaris van Financiën in 2012, maar nu weet ik dat hij niet kan opruimen en niet kan oplossen.

Geblunder

Hij heeft de Belastingdienst in dezelfde rommelige staat achtergelaten als waarin hij deze heeft aangetroffen bij zijn aantreden. Daarnaast heeft het geblunder met de vertrekregelingen voor de medewerkers van de Belastingdienst ons als samenleving al meer dan een half miljard euro gekost. Dat is een onvoorstelbaar hoog bedrag. Overigens blinkt Wiebes wél uit in het bagatelliseren van zijn fouten, want hij noemde de rampzalig uitgepakte vertrekregeling in het televisieprogramma Zomergasten een ’bedrijfsongevalletje’. Tuurlijk, nog een paar van dit soort bedrijfsongevalletjes en we kunnen onze borst wel natmaken als land.
Ik vind het jammer dat we niet wat pragmatischer te werk zijn gegaan met uitdagingen zoals de aardgaswinning in Groningen.

Ruimhartiger

Kijk, er staan zo’n 22.000 woningen in het aardbevingsgebied in Groningen. Stel dat we vanaf het begin ruimhartiger waren geweest met de schadeafwikkeling. Niet via de afdeling geneuzel van de NAM, maar dat we gewoon rechtstreeks aan alle huishoudens een eenmalig bedrag van 50.000 tot 100.000 euro per woning hadden gegeven. Dit bedrag zou dan bestemd zijn om de woning te herstellen en verstevigen, en daarnaast als compensatie voor de eventuele waardevermindering van de huizen. Vergeleken met de gemiddelde woningwaarde van destijds 167.000 euro was dit een prima bedrag geweest. En laten we eerlijk zijn: dit bedrag is nog altijd minder dan de gemiddelde vertrekpremie die de ambtenaren van de Belastingdienst kregen.
Daarnaast zou ik alle gezinnen in het getroffen gebied maandelijks laten meeprofiteren van de gaswinning door ze geen energiekosten meer te laten betalen. Gewoon geen maandelijkse energienota’s meer, die betaalt de NAM. Dat zou niet meer dan fair zijn, want per slot van rekening hebben de 22.000 huishoudens last van de gaswinning, dus mogen ze er ook van profiteren.
Groningers zijn een nuchter volk: kleine aardschokken die geen schade aanrichten, nemen ze heus wel voor lief en een energiekostenvrij huis zou zomaar een reden kunnen zijn dat de huizen in die regio niet verder dalen in prijs. Met de juiste aanpak wordt Groningen zomaar de aantrekkelijkste regio om te wonen.

21 januari 2019

Oude systemen werken niet meer

Als grootste krant van Nederland heb je lezers van diverse pluimage: aan de ene kant heb je een schare grote fans, daarna komen de iets minder grote fans, de geïnteresseerde lezers, de gewoonte-lezers en tot slot een klein groepje tegenzin-lezers.
Bij die tegenzin-lezers zitten ook een paar mensen met hoge functies bij het bedrijfsleven of financiële instellingen, die zich verplicht voelen om deze krant te lezen zodat ze weten wat er speelt in de samenleving. Zelf hebben ze nauwelijks nog contact met de gemiddelde Nederlander op straat, maar door de krant blijven ze toch op de hoogte en kunnen ze ingrijpen of de publieke opinie beïnvloeden.
Vorige week zag ik weer zo’n staaltje ’ingrijpen’. Deze keer was het bedoeld om een wetsvoorstel over een pensioenaanpassing van minister Wouter Koolmees van tafel te halen. Koolmees heeft namelijk een wetsvoorstel ingediend om vanaf 2021 het, tijdens het huwelijk opgebouwde, pensioen bij een scheiding in tweeën te knippen en te verdelen zodat beide partners ieder een eigen pensioen hebben.
In het ingewikkelde jargon van pensioendeskundigen heet dit dan ’conversie’ in plaats van het huidige ’verevenen’. Nu is het nog zo dat wanneer je gaat scheiden en één van de partners heeft een pensioen opgebouwd terwijl de ander thuis is gebleven voor bijvoorbeeld de opvoeding van de kinderen, het pensioen standaard ’verevend’ wordt. De partner die geen pensioen heeft opgebouwd, krijgt dan een aanspraak op de helft van het pensioen van de ander. Dat lijkt eerlijk, maar in de praktijk blijf je dan altijd afhankelijk van je ex-partner.
Even een voorbeeld: als de ex-man het pensioen heeft opgebouwd en besluit om eerder te stoppen met werken en genoegen te nemen met een lagere pensioenuitkering, dan heb je daar als ex-vrouw maar in mee te gaan; jij krijgt namelijk het pensioen op het moment dat je ex-man ervoor kiest. Je hebt geen keuze.
Ander voorbeeld: als je ex-man 15 jaar ouder is, dan krijg je als ex-vrouw al op je 51e een pensioenuitkering. Of neem even een omgekeerd geval als voorbeeld: stel dat de 15 jaar jongere ex-vrouw het pensioen heeft opgebouwd en de ex-man thuis is gebleven, dan zal de ex-man tot zijn 81e moeten wachten voor hij iets van het pensioen van zijn ex-vrouw krijgt. Koolmees wil dit veranderen en wil de opgebouwde pensioenrechten bij een scheiding standaard knippen en verdelen, zodat beide ex-partners een eigen pensioen krijgen op hun eigen pensioendatum, zonder afhankelijk te zijn van de nukken van de ex-partner. Prima plan van Koolmees.

Aanpassing

Je kunt overigens ook ná de invoering van deze wet nog steeds kiezen voor de oude manier, maar de standaard wordt ’knippen’ van het pensioen. Deze aanpassing had al veel eerder moeten gebeuren, maar kennelijk laten de pensioenmaatschappijen liever alles bij het oude. Vorige week leverde eerst een pensioendeskundige in deze krant commentaar op de voorstellen en twee dagen later bemoeiden ook de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars zich ermee.
Allemaal hadden ze bezwaar tegen het wetsvoorstel vanwege één uitzonderlijke situatie: als een ex-vrouw financieel afhankelijk is van de partneralimentatie van haar ex-man en deze overlijdt vóór de pensioendatum, dan stopt de partneralimentatie en valt zij terug in inkomen. Met het oude systeem zou ze dan nog een klein nabestaandenpensioentje krijgen, waarschijnlijk ook niet genoeg om van te leven, maar dit flinterdunne voorbeeldje was voor de pensioenmensen genoeg om hoog van de toren te blazen met hun kritiek.
Het voorbeeldje lijkt me een non-issue, want hoe vaak komt dit voor? Bij verreweg de meeste scheidingen wordt er helemaal geen partneralimentatie betaald en bovendien kun je altijd een overlijdensrisicoverzekering afsluiten om dit op te vangen. Het is duidelijk dat de pensioenmaatschappijen alles bij het oude willen laten, terwijl zij toch ook wel inzien dat ex-partners voor hun pensioenuitkering niet hun hele verdere leven afhankelijk van elkaar willen blijven.

Rompslomp

Ik denk dat de pensioenmaatschappijen gewoon geen administratieve rompslomp willen. Maar de samenleving verandert en oude systemen en methodes functioneren gewoon niet goed meer. We moeten daar alert op zijn en ons continu willen aanpassen aan de veranderende samenleving.
Nu we het er toch over hebben: ik hoop dat Koolmees ook nog iets anders regelt op het gebied van pensioenen. Nu is het zo dat wanneer je gaat scheiden, beide partners een ingewikkeld formulier moeten invullen en ondertekenen en naar hun pensioenmaatschappij moeten sturen. Als ze dit vergeten of het blijft liggen vanwege de scheidingsperikelen of vervelende situatie na een scheiding, dan is een van de ex-partners, meestal de vrouw, het haasje. Zij krijgt dan niet automatisch haar pensioen via de pensioenmaatschappij overgemaakt, maar moet bij haar ex-man, vele jaren na hun scheiding, gaan bedelen om het maandelijks overgemaakt te krijgen. Als de verhoudingen in de tussentijd verslechterd zijn of er andere partners in het spel zijn, kun je je wel voorstellen tot wat voor ellende dit leidt. De pensioenmaatschappijen zorgen daarmee indirect voor veel onrust en zorgen bij ex-partners.

Het zou fijn zijn als Koolmees de pensioenmaatschappijen verplicht om alle afspraken na een scheiding in hun administratie te verwerken, ook als de formulieren niet op tijd zijn ingeleverd.


14 januari 2019

Oudere werkloze het haasje

De oudere werkloze is zwaar de pineut in ons land. Bijna de helft van de ouderen die werkloos worden, vindt binnen een jaar weer werk, maar die ándere helft niet. Zij solliciteren zich suf en zijn kansloos op de arbeidsmarkt. Best triest eigenlijk.

Als u deze berichten leest, denkt u waarschijnlijk dat er veel meer werkloosheid is onder ouderen dan onder jongeren, maar als je de cijfers van het CBS erbij pakt, blijkt dat niet.

Volgens het CBS zijn er in ons land namelijk 7,7 miljoen mensen tussen de 25 en 75 jaar die zij tot de beroepsbevolking rekenen. Van deze groep zijn er 3,7 miljoen tussen de 25 en 45 jaar. Laat ik hen voor het gemak de ’jongeren’ noemen. Daarnaast zijn er 4 miljoen Nederlanders tussen de 45 en 75 jaar, die groep noem ik even de ’ouderen’. Volgens het CBS is het werkloosheidspercentage bij de jongeren 2,6%, en bij de ouderen 3,2%. Het laatste percentage is in werkelijkheid lager omdat het CBS rekent met een leeftijd tot 75 jaar, royaal ná de pensioendatum. Als je de groep vanaf de pensioendatum eraf haalt, dan zal de werkloosheid tussen jongeren en ouderen vrijwel gelijk zijn, schat ik.

Het grote verschil tussen beide groepen zijn de kansen op een nieuwe baan áls je eenmaal werkloos bent. Bij jongeren lijkt dat geen probleem, de vacatures vliegen hun bij wijze van spreken om de oren en met weinig moeite hebben ze over het algemeen zó een nieuwe baan.
Aan de andere kant zijn er oudere werklozen die honderden sollicitatiebrieven schrijven en iedere keer ’nee’ te horen krijgen. Ze hebben hun salariseisen flink naar beneden bijgesteld, zodat hun loon gelijk is aan dat van jongeren of lager en nóg krijgen ze geen baan aangeboden.
Best een ellendige situatie want de periode dat je een ww-uitkering krijgt wordt steeds korter en is binnenkort nog maar maximaal twee jaar. Na die twee jaar beland je als oudere werkloze in de bijstand of krijg je helemaal niets meer. Hoe ga je dan de jaren tot je pensioen overbruggen? Vreselijke situatie.
Hoe meer de overheid benadrukt dat het aannemen van oudere werknemers niet duurder of risicovoller is dan het aannemen van jongeren, hoe averechtser het werkt. De overheid is geen geloofwaardige of betrouwbare afzender, want zij draagt het risico niet, dat doen de werkgevers en zij kunnen nergens verhaal halen als later blijkt dat de overheid het bij het verkeerde eind had. De overheid heeft het trouwens ook bij het verkeerde eind, want de oudere werknemer is wel degelijk duurder dan de jongere werknemer.
Vergeet even de seniorendagen en andere cao-voordeeltjes, daar kom je wel overheen als werkgever. Nee, het zijn vooral de bijkomende kosten die het duur maken. Ik geef even een paar voorbeelden. Als je als werkgever de pensioenen van je werknemers hebt ondergebracht bij een pensioenverzekeraar, dan betaal je naarmate een werknemer ouder wordt, meer pensioenpremie. Hoe ouder de werknemer, hoe duurder. Daarnaast ben je als werkgever verplicht om het loon door te betalen als een werknemer ziek wordt. Daar kun je je voor verzekeren met een zogenaamde verzuimverzekering. Maar, je raadt het al, hoe ouder je werknemers zijn, hoe duurder die verzekering is. Verzekeraars baseren zich op cijfers waaruit blijkt dat het verzuimpercentage bij oudere werknemers veel hoger is dan bij jongeren. De overheid kan dus wel zeggen dat oudere werknemers zich niet vaker ziek melden dan jongeren, maar feit is wel dat de verzekeraars hun premies baseren op cijfers waaruit blijkt dat ouderen áls ze eenmaal ziek zijn, langer ziek blijven.
De overheid geeft een tijdelijke subsidie aan werkgevers die een oudere werkloze vanuit een WW-uitkering in dienst nemen, maar die subsidies zijn ingewikkeld, van korte duur en worden met een enorme vertraging betaald. Dat is geen structurele oplossing voor het probleem. Bovendien voelen werkgevers die al sinds jaar en dag oudere werknemers in dienst hebben, zich benadeeld omdat zij geen subsidie krijgen, maar wel dezelfde hoge kosten betalen.
Oudere werknemers zijn vanwege hun ervaring waardevol, maar simpelweg te duur en te riskant voor een kleine werkgever.
Waarom zou de overheid het probleem van oudere werklozen niet op een simpele, eenvoudige manier tackelen? Schaf de ingewikkelde subsidies af en regel het structureel. Ik doe even een voorzetje: Je bent nu als werkgever nog twee jaar verantwoordelijk voor doorbetaling bij ziekte. Bij oudere werknemers is dit een risico en hoe ouder, hoe duurder de verzekeringspremie is. Waarom zou je als overheid niet voor alle oudere werknemers dit risico overnemen van de werkgevers? Niet via een verzekering want dat betaalt de werkgever uiteindelijk toch zelf, maar gewoon als regel voor bijvoorbeeld alle 60-plussers?
Stel dat alle 60-plussers vanaf de tweede week dat zij ziek zijn, hun uitkering van het UWV krijgen en niet van de werkgever of de verzekeraar van de werkgever. De werkgever loopt geen risico meer en hoeft geen dure verzuimverzekering meer af te sluiten. Voor de overheid is dit ongetwijfeld goedkoper dan het hele subsidieapparaat dat zij nu opgetuigd hebben. Ik denk dat er geen énkele werkloze 60-plusser meer tegen zijn zin thuis zal zitten en dat is wel zo fijn in een maatschappij waar de AOW-leeftijd steeds verder stijgt.

7 januari 2019

Onderzoek is stroop tegen alle kwalen

Moedeloos word ik van al die onderzoeken die steeds door onze overheid uit de kast getrokken worden. Even een recent voorbeeldje: in Scheveningen vindt een brandramp van ongekende omvang plaats en wat doet burgemeester Krikke? Zij laat eerst uitgebreid onderzoeken hóe de brandramp heeft kunnen gebeuren en welke lessen we hieruit voor de toekomst kunnen trekken. Een onderzoek naar wat?
We moeten wel geduld hebben, want zoals ze zelf in haar verklaring zegt: „Ik neem de tijd om dit goed uit te zoeken en dat gaat minder snel dan u en ik wensen.” Dus het gaat ook nog eens lang duren? Waarom? Ik kan de oorzaken van de brandramp én de adviezen voor de toekomst zó voor haar oplepelen. U ook waarschijnlijk. Deze krant had binnen twee dagen al een complete inventarisatie gemaakt van wat er mis was gegaan, dus waarom belt de burgemeester De Telegraaf niet en vraagt om een kopie? Scheelt een onderzoek, tijd én geld.
Ook op ministeries worden aan de lopende band de meest nutteloze onderzoeken gedaan. Ik zie best het belang van onderzoek in, maar bij veel van de onderzoeken waarvoor door ministers opdracht gegeven wordt, frons ik toch mijn wenkbrauwen.
Een onderzoek van minister Ollongren naar de reden waarom mensen permanent op vakantiehuisjes in de Veluwe wonen of een onderzoek van minister Blok naar de situatie in de kliniek waar de moordenaar van Anne Faber zat en dan met name over de vraag of hij misschien te veel bewegingsruimte had. Het antwoord weten zij toch ook wel? Daar heb je toch geen onderzoek voor nodig? Als ministers denken dat er voor dit soort simpele vragen een uitgebreid onderzoek nodig is, dan twijfel ik aan hun kwaliteiten óf aan het gevoel dat ze nog met de samenleving hebben. Leven ze als minister soms in een andere wereld? Niet meer in die van ons?
’Er komt een onderzoek’ is een politieke dooddoener geworden. Deze zin betekent in ministertaal: „Ik wil er nu niet op afgerekend worden, dus beloof ik een onderzoek waarmee ik het op de lange termijn schuif en tegen de tijd dat het onderzoek klaar is, is iedereen het vergeten.”
Het onderzoek is de stroop die ons als burgers om de mond wordt gesmeerd bij lastige vragen, en waar iedere criticus vervolgens over wegglijdt. Want het standaard antwoord van ministers op lastige vragen is: „Het wordt momenteel onderzocht, dus laten we eerst de resultaten van het onderzoek afwachten.”
Ik had veel vertrouwen in de slagvaardigheid van minister Koolmees toen hij aantrad, maar afgaande op het aantal onderzoeken dat hij heeft lopen, is mijn enthousiasme getemperd. Hij wacht nog op talloze onderzoeksresultaten: over de Polenfraude bij het UWV, over de vraag of de AOW-leeftijd langzamer kan stijgen en eind 2019 verwacht hij het onderzoeksrapport over hoe de arbeidsmarkt zich zal ontwikkelen. Tot die tijd hoeven we geen ’overhaaste’ beslissingen te verwachten.
Koolmees heeft ook een onderzoek gevraagd naar de mogelijkheden om zzp’ers een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering te laten afsluiten. Wat wil je weten, vraag ik me dan af. Volgens mij zijn er tientallen onderzoeken naar gedaan, allemaal met de conclusie dat de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering te duur zijn voor de zzp’ers voor wie deze verzekering belangrijk zou zijn en niet nodig voor de zzp’ers die voldoende spaargeld hebben om een tegenslag op te vangen.
In ieder geval: beide groepen willen niet gedwongen worden om een dure arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Dat kan ik je nu alvast vertellen, daar hoef je de uitkomsten van het onderzoek niet voor af te wachten. Wat we nodig hebben zijn oplossingen. Een oplossing voor kwetsbare zzp’ers zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat een organisatie als MKB Nederland kleinschalige broodfondsen organiseert, die uitkeren bij ziekte van de kwetsbare zzp’er. De kosten daarvan zijn minimaal en kunnen best betaald worden uit een een ietwat verhoogde contributie van de sectoren waar deze zzp’ers werkzaam zijn, zoals de bouw.
Of neem de vraag of zzp’ers gedwongen zouden kunnen worden om pensioen bij een pensioenfonds op te bouwen. Het antwoord lijkt me simpel, dat is ’nee’. In ieder geval niet op de manier waarop de pensioenfondsen nu georganiseerd zijn. Pensioenfondsen hebben voor zzp’ers namelijk twee grote tekortkomingen.
De eerste tekortkoming is de vaste maandelijkse premie die pensioenfondsen vragen. Als zzp’er kun je niet iedere maand een vast bedrag betalen, want het kenmerk van een zzp’er is dat je geen vast inkomen hebt en je de pensioenpremie de ene maand wél en de volgende maand niet kunt missen. Je wilt flexibel zijn in je inleg.
Ten tweede rendeert het geld dat je aan een pensioenfonds betaalt niet op een normale manier. De premie die je betaalt, wordt namelijk omgezet in een aanspraak op een uitkering voor later en blijft verder gelijk. Als je geluk hebt wordt de aanspraak nog af en toe geïndexeerd, maar verder gebeurt er niets met je geld. Dat stilstaande geld zint een zzp’er niet. Geld moet groeien en normaal rendement opleveren.
Dus minister Koolmees, niet wéér een onderzoek instellen, maar leef je in in de wereld van een zzp’er en kom met een pensioen waarmee álle zzp’ers kunnen profiteren van de belastingvoordelen van pensioen, maar dan passend.

31 december 2018

Te veel aandacht voor laatste moment

Hebben jullie dat ook, dat je aan het einde van ieder jaar opnieuw verbaasd bent hoe snel het afgelopen jaar voorbij is gegaan?
Deze week moest ik weer denken aan een wekelijks ritueel in de keuken van mijn ouders. Als klein meisje mocht ik met de oranje plastic telefoon die op het aanrecht stond ’0-0-2’ draaien. Ik moest dan hardop herhalen wat de mevrouw aan de andere kant van de lijn zei: ’Bij de volgende toon is het 9 uur en 12 minuten’. Mijn moeder zette dan de klok gelijk. De klok gelijkzetten is niet meer nodig. Alle mobieltjes, laptops en tablets hebben de goede tijd, altijd. Maar tijd is een gek iets. Het lijkt wel of de klokken in onze samenleving nu, meer dan ooit, juist níet gelijkstaan.

Andere klok

De politiek kijkt op een andere klok dan de samenleving, en verschillende groepen in de samenleving hebben ieder ook weer een ander besef van tijd. Denk alleen al aan de verschillende religies die allemaal een ander besef van de huidige tijd hebben. Dit moment, hier en nu, voelt voor iedereen anders.
Ik heb de lome dagen van de afgelopen week gebruikt om klusjes te doen waar ik normaal gesproken niet aan toe kom. Een van de klusjes was het opschonen van de lijst contacten in mijn telefoon. Wekelijks komen er nieuwe contacten bij en van sommigen weet ik niet eens meer waarom ze überhaupt nog in de lijst staan.

Confronterend

Nuttig klusje, maar ook confronterend. Veel scheidingen, maar gelukkig ook nieuwe relaties en huwelijken. Tien mensen uit mijn telefoonlijst waren inmiddels overleden. Sommigen door ouderdom, anderen door ziekte en een paar veel te plotseling door een noodlottig ongeval. Triest, ook voor de achterblijvers die geen kans meer hebben gehad om afscheid te nemen en nog even te praten over de dingen die écht belangrijk zijn.
Maar liefst zes contacten uit mijn lijst hadden zelfmoord gepleegd. Zonder uitzondering mensen van wie ik nooit had gedacht dat ze zichzelf van het leven zouden beroven. Zes mensen die een leven met ups en downs hadden, met momenten van geluk en succes, maar ook met teleurstellingen en periodes van verdriet. Eigenlijk een leven zoals iedereen. Zes mensen die tóch op een bepaald moment, op één klein beslissend moment in hun leven besloten om een einde aan hun leven te maken.

Dramatisch

Ik vraag me altijd af of zelfmoord met tijd voorkomen kan worden. Stel dat je één dag zou wachten en je hele leven zou overdenken, zou je dan de volgende dag nog steeds dezelfde dramatische beslissing nemen? Bij alle zes was er een ongelukkig laatste moment, een tegenvallend jaar als ondernemer of een relatie die niet zo lekker liep. Maar dat zou in de scope van een heel leven nooit de reden kunnen zijn om zelfmoord te plegen.
Dat ene laatste moment is niets vergeleken met het fijne leven dat je altijd gehad hebt, en dat je na deze vervelende periode ongetwijfeld weer gaat leiden. Je neemt de beslissing om je leven te stoppen en die is onherroepelijk. In luttele seconden is je leven voorbij.

Balans

Waarom zie je op dat laatste moment niet meer de balans van het leven dat je ervoor leidde en dat je daarna weer op gaat pakken? Waarom bepaalt dat ene vervelende laatste moment van je leven deze beslissing? Het is verdrietig als je erover nadenkt. Je kunt er met je verstand niet bij, en misschien is dat maar goed ook.
Over dat ’laatste moment’ wilde ik het in deze column hebben. Krijgen we niet steeds meer een laatste-moment-samenleving? We denken steeds minder aan de mooie tijden die we in de loop der jaren hebben meegemaakt en aan wat er allemaal goed gaat in de wereld om ons heen. We zien ook niet meer wat er nog aan mooie dingen in het verschiet liggen voor de toekomst: alleen het laatste moment telt.

Verwensingen

We reageren het heftigst op één enkele gebeurtenis die vandaag gebeurt, of op die ene politieke beslissing die onvoordelig uitpakt. Twitter en andere sociale media staan vol met verwensingen van mensen die reageren op dat éne laatste moment. Ze spuien zonder overdenking hun gif, omdat er iets op Facebook staat dat ze niet bevalt of omdat ze iets zien op televisie waar ze boos om worden. Beledigingen, terechtwijzingen en verwensingen, gewoon omdat het nu, op dit moment, in je opkomt.
Als columnist en mens maak ik me er ook wel eens schuldig aan. Natuurlijk zijn er in ieders leven momenten waarop de moed je in de schoenen zakt of je woede een uitweg zoekt, maar er gaat zo langzamerhand veel te veel aandacht naar dat laatste moment.

Blindstaren

Het zou goed zijn als we ons ietsje minder blindstaren op nu. ’Nu’ is maar een momentje in een lang leven, geteld van vroeger tot later. ’Nu’ is belangrijk, maar is feitelijk niet meer dan een nanoseconde op een heel leven.
Laten we in het nieuwe jaar proberen wat minder aandacht te hebben voor dat laatste moment en wat meer het grotere geheel te zien. Ik wens iedereen een geweldig 2019!

24 december 2018

Huurder met geld moet weg of kopen

We komen ruim 100.000 woningen tekort. Klinkt veel, en dat is het ook. Er zijn in ons land 7,6 miljoen huishoudens en maar 7,5 miljoen woningen. Die 7,5 miljoen woningen zijn grofweg te verdelen in 4,3 miljoen koophuizen en 3,2 miljoen huurhuizen waarvan het merendeel sociale huurwoningen zijn.
Als je weinig verdient, kom je in aanmerking voor een sociale huurwoning en betaal je maximaal €710 per maand aan huur. Daarnaast krijg je een huurtoeslag van de overheid om je tegemoet te komen in de woonlasten. Een woning met een hogere huur dan €710 is geen sociale huurwoning en daar krijg je ook geen huurtoeslag voor.
Dat weinig verdienen leg ik even uit. Om op de wachtlijsten van de woningcorporaties te komen, mag je als alleenstaande niet meer dan €22.700 per jaar verdienen en als samenwonenden maximaal €31.000. In veel gemeenten sta je zeven tot tien jaar op een wachtlijst, maar áls je dan eenmaal aan de beurt bent, is dat top: lage huur én huurtoeslag.
Toch vraag ik me altijd af hoe dat in de praktijk werkt. Stel: je begint aan je carrière als getalenteerde marketingassistente of administratief medewerker. Je bent alleenstaand en verdient nog geen €22.700 per jaar. Je zet jezelf op de wachtlijst, blijft zolang bij je ouders wonen en als je dan eindelijk aan de beurt bent voor die sociale huurwoning, heb je met een beetje geluk een paar keer een salarisverhoging of promotie gekregen en verdien je meer dan de maximale grens. Je krijgt dan geen sociale huurwoning meer. Waar kun je dan heen? De kans om dan op klaarlichte dag door een meteoriet getroffen te worden, is groter dan de kans dat je een betaalbare woning vindt. Dat is niet goed, want we hebben deze carrièremakers hard nodig in ons land.
Ik kan me ook voorstellen dat, wanneer je bijna bovenaan de wachtlijst staat, je liever geen promotie accepteert omdat je dan meer gaat verdienen dan €22.700 per jaar. Je gaat ook niet solliciteren naar een betere baan elders, want dan verlies je je plek op de wachtlijst. Die wachtlijsten dempen dus de ambitie van veelbelovende Nederlanders.
Misschien heb je in tussentijd zelfs een leuke partner ontmoet die ook aardig verdient, maar ga je niet samenwonen omdat je samen teveel verdient. Niet goed.
Zodra je eenmaal die sociale huurwoning bemachtigd hebt, zit je gebeiteld. Want niemand zal je uit je woning zetten, zelfs al verdien je meer dan de bovengrens. Je krijgt hooguit een huurverhoging van een paar extra procenten en ontvangt geen huurtoeslag meer. Je bent officieel een ’scheefwoner’ geworden, maar je hoeft niet te verhuizen. Herinneren jullie je nog de GroenLinks politicus Tofik Dibi die, ondanks zijn riante salaris als Tweede Kamerlid van €120.000 per jaar, in zijn sociale huurwoning bleef wonen? Daar had hij recht op, vond hij.
Scheefwonen wordt een steeds groter probleem in onze samenleving, want de scheefwoners houden sociale huurwoningen bezet voor mensen die het nodig hebben. Volgens recente onderzoeken zijn er minstens een half miljoen huishoudens in Nederland die ’scheefwonen’. Ruim 200.000 van deze scheefwoners hebben zelfs een inkomen van meer dan twee keer modaal, maar blijven rustig in hun sociale huurwoning met navenante huur zitten. Want waar kunnen ze naartoe? Een huurwoning in de vrije sector is te duur, en met de steeds strenger wordende hypotheekregels komen ze nooit in aanmerking voor een koopwoning, zeker niet in dezelfde buurt waar ze graag willen blijven wonen.
Ik vraag me af waarom de overheid geen plan voor scheefwoners maakt. Kijk, de woningcorporaties verkopen nu af en toe sociale huurwoningen die leeg komen. Met de opbrengst ervan kunnen ze weer nieuwe sociale huurwoningen bouwen in andere wijken.
Nu het plan: Waarom zou de woningcorporatie haar woningen niet met een aangepaste hypotheek verkopen aan scheefwoners die nu het huis huren?
Stel je even de situatie van een scheefwoner voor. We noemen hem Jan: Jan is alleenstaand en woont in Utrecht. Hij verdient €32.000 per jaar en betaalt €700 per maand huur. Een woning kopen is geen optie, want met een inkomen van €32.000 kan hij een hypotheek van €140.000 krijgen en daar is geen woning voor te koop.
Stel dat hij de sociale huurwoning waarin hij nu woont, kan kopen voor €200.000. Met een annuïteitenhypotheek van €200.000 zouden zijn netto maandlasten €680 zijn, in ieder geval minder dan zijn huur. Hij kan het gemakkelijk betalen, maar krijgt van de bank geen hypotheek voor dat bedrag.
Waarom zouden de woningcorporaties niet de hypotheek verstrekken? Het geld kan geleend worden door BNG, de Bank Nederlandse Gemeenten. Dit zou een win-win-win-situatie zijn. Het zou goed zijn voor de wijken met sociale woningen, want enkele koopwoningen in de wijk zorgen ervoor dat de wijk mooi onderhouden blijft. Het zou ook eerlijk zijn, omdat we scheefwonen niet meer hoeven te tolereren. Scheefwoners hebben nu de keuze om hun woning te kopen óf te vertrekken. Oudere huurders zouden natuurlijk uitgezonderd moeten worden. En als laatste pluspunt: woningcorporaties zouden met de verkoopopbrengst volop sociale huurwoningen kunnen bouwen in andere wijken.

17 december 2018

Burgers moeten écht iets te kiezen krijgen

Vorige week presenteerde een commissie onder leiding van Johan Remkes prima ideeën over aanpassingen aan onze democratie zodat wij ons beter vertegenwoordigd en gehoord voelen. Het is ook de hoogste tijd dat er iets gebeurt, want steeds meer mensen voelen zich in de steek gelaten door onze overheid en haken af. Als je de overheid niet meer vertrouwt, is de democratie een farce geworden.
„Ik vind dat we er goed naar moeten kijken”, was de eerste reactie van minister Kajsa Ollongren, toen zij het rapport in ontvangst nam.
Maar de grote vraag is: blijft zij ernaar kijken of gaat ze er ook iets mee doen? En de tweede vraag is: gaat zij er deze kabinetsperiode nog mee aan de slag of schuift ze het door naar een volgend kabinet en gebeurt er dus niets?
Als Ollongren écht de intentie heeft om iets te veranderen, dan zou ze er meteen werk van maken en bij onze volgende verkiezingen alvast een aanpassing moeten doen. In mei is het namelijk weer zover, dan kunnen we stemmen op de leden van de Provinciale Staten. Trouwens best een leuk bijbaantje zo’n Statenlidmaatschap: Je kunt het prima naast je gewone baan doen en krijgt er toch €16.000 per jaar voor betaald, maar dat terzijde.

Krom

Het irriteert mij al jaren dat we alleen maar kunnen kiezen uit de keuze die de politieke partijen ons voorzetten. Voor onze vertegenwoordiging in de landelijke politiek kiezen we uit kandidaten die de politieke partijen geselecteerd hebben en door hen op hun lijst zijn gezet, en voor onze vertegenwoordiging in de gemeenteraad kunnen we ook alleen kiezen uit de kandidaten die door de politieke partijen geselecteerd zijn. En nu voor de tussenlaag, namelijk de leden van de Provinciale Staten, kunnen we opnieuw alléén maar kiezen uit de kandidaten die geselecteerd zijn door de politieke partijen. Dat is toch krom?
Om als kandidaat op de kieslijst van een politieke partij te komen, moet je lid zijn van die partij, maar laten we eerlijk zijn, hoeveel Nederlanders voelen zich nog zo verbonden met één politieke partij dat ze er lid van zijn? Vrijwel niemand want nauwelijks 2% van de kiesgerechtigden in ons land is nog lid van een politieke partij. Twee procent, dat is minder dan het percentage werknemers dat lid is van een vakbond, en daarvan zeggen we ook dat ze eigenlijk qua vertegenwoordiging niet meer zo’n grote mond op zouden moeten zetten.
Twee procent van onze bevolking voelt zich betrokken genoeg bij een politieke partij om er lid van te worden en vervolgens bepalen diezelfde politieke partijen toch 100% van de politieke vertegenwoordiging in onze samenleving. In iedere laag van onze samenleving, van onze eigen gemeente en provincie tot aan de Tweede en Eerste Kamer in Den Haag, kunnen we alléén maar kiezen uit een lijstje namen dat door een politieke partij samengesteld is en het wordt ook nooit helemaal duidelijk waarop die kandidaten precies geselecteerd zijn.

Saai

De meeste Nederlanders zien de Provinciale Staten nu als een saaie, nietszeggende tussenlaag tussen de gemeente en de landelijke politiek en de komende verkiezingen leven dan ook nauwelijks bij de kiezers. Lager in de aandacht kun je bijna niet komen en dat is een prima uitgangspunt om er iets aan te veranderen. Stel dat we bij deze verkiezingen nu eens níet alleen de politieke partijen als uitgangspunt nemen. Stel dat we naast de kieslijsten met kandidaten die namens een politieke partij geselecteerd zijn, een éxtra lijst met namen toevoegen van individuele, onafhankelijk kandidaten?
Een lijst met betrokken mensen uit de provincie, die weten wat er speelt in de regio en die zin hebben om hun tanden in het provinciale reilen en zeilen te zetten. Mensen die een eigen mening hebben, zich goed voorbereiden en zich met hart en ziel willen inzetten voor de provincie en haar bewoners.
Kandidaten met een duidelijk profiel, die staan voor hun mening en die ook ná de verkiezingen benaderbaar zijn voor de kiezers. Kandidaten die de provincie willen vertegenwoordigen, maar dat niet in het keurslijf van een politieke partij willen doen. Gewoon goede, betrokken bewoners.

Steunbetuigingen

Om een lijst met goede, onafhankelijke kandidaten te krijgen zou de provincie aan bewoners kunnen vragen om een eigen campagne te voeren om daarmee binnen twee weken bijvoorbeeld minimaal duizend of tweeduizend steunbetuigingen voor hun kandidatuur op de site van de provincie te krijgen.
Als dat lukt, dan weet de kiescommissie in ieder geval zeker dat de kandidaten voldoende gemotiveerd zijn om hun Statenlidmaatschap serieus te nemen en kunnen zij met een gerust hart op de lijst van de ’onafhankelijke kandidaten’ gezet worden.
Het lijkt mij heerlijk om dit voorjaar eens níet op een partij te hoeven stemmen, maar op een ’gewone’ man of vrouw met een overtuiging en een duidelijk eigen profiel. Ik denk dat we daarmee bij iedereen niet alleen de interesse in de verkiezingen aanwakkeren, maar ook in de besluiten en in het wel en wee van de provincie ná de verkiezingen.
Het zou bovendien goed zijn als de politieke partijen wat concurrentie zouden krijgen.
Maar ja, wie gaat er uiteindelijk over? Oh ja, de politieke partijen.

10 december 2018

Wat past nog bij Amsterdam?

Het leven is een feestje als je ’s avonds laat op een sloepje door de Amsterdamse grachten vaart. Met zijn vele lichtjes en mooie bruggetjes heeft Amsterdam by night iets magisch en met een maximum snelheid van een paar kilometer per uur heb je tijd genoeg om de omgeving te bekijken en de opvarenden van andere sloepjes vriendelijk te groeten.
Binnenkort is dit feest afgelopen want vanaf de komende zomer mag er niet meer gevaren worden tussen 11 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens. Waarom, vraagt u zich af? Nou gewoon, het Amsterdamse gemeentebestuur wil het niet meer hebben. Ik geloof best dat er ieder jaar een paar dronken jongeren zijn die overlast geven, maar een paar raddraaiers is toch geen reden om iedereen zijn vaartochtje te verbieden?
Nee, de gemeente is onverbiddelijk. Zij willen niet meer ’s nachts handhaven, dus verbieden ze boottochtjes voor iedereen, ook voor hen die zich keurig aan de regels houden. Wie geen overlast bezorgt, is de dupe.
Wat volgt er, vraag ik me af. Geen boten meer tijdens de Gay Pride? Niet meer varen op Koningsdag vanwege de overlast? Boten horen bij Amsterdam en een beetje overlast hoort bij een grote stad. Dat is een kwestie van accepteren en als je dat niet wilt, moet je op het platteland gaan wonen.
Een groep die in ieder geval nooit overlast bezorgt zijn de opvarenden van de luxe cruiseschepen die in Amsterdam aanmeren. Soms zie ik vanaf de kade zo’n immens schip de stad binnenvaren. Ik kan mijn ogen er nooit vanaf houden, zo mooi vind ik het.
Maar helaas, ook deze aanblik zal binnenkort niet meer te zien zijn want niet alleen de kleine bootjes worden geweerd, de grote ook. Die prachtige cruiseschepen met duizenden vermogende toeristen aan boord moeten vanaf volgend jaar acht euro per persoon per dag aan de gemeente gaan betalen als ze aanmeren. Wethouder Udo Kock van Amsterdam vindt namelijk ’als er dan toch toeristen komen, laat het dan ook iets opleveren voor de stad’. Kock heeft berekend dat dit maar liefst twee miljoen euro voor de gemeentekas zal opleveren.

“Raddraaiers zijn wel van harte welkom”

Kock is econoom maar heeft overduidelijk nog nooit één dag in het bedrijfsleven gewerkt. Hij heeft nooit ervaren hoe een klein offer soms leidt tot grotere inkomsten. De vermogende toeristen van de cruiseschepen stappen van boord bij de Passenger Terminal en trekken massaal Amsterdam in. Zij winkelen, bezoeken de diamanslijperijen of musea en eten bij de vele restaurants die Amsterdam rijk is. Zij besteden misschien wel het honderdvoudige van de luttele twee miljoen cruiseboten-belasting voor de gemeentekas. Kock benadeelt met deze maatregel de Amsterdamse middenstand voor honderden miljoenen euro’s want hij houdt er kennelijk geen rekening mee dat de cruiseschepen zullen uitwijken naar Rotterdam, waar ze met open armen en zonder cruisebotenbelasting ontvangen zullen worden.
Het is duidelijk: Wie géén overlast geeft is de dupe en wie wél overlast geeft is van harte welkom: Raddraaiers in alle maten en vormen, zijn namelijk van harte welkom in Amsterdam.
Neem de ’We Are Here’-groep. Een groep uitgeprocedeerde asielzoekers van vooral Afrikaanse afkomst. Kansloos voor een verblijfsvergunning omdat ze uit veilige landen komen. Ze moeten terug naar hun eigen land, maar weigeren. Eigenlijk zijn het dus toeristen geworden die nog even vakantie vieren in Amsterdam. In plaats van terug te gaan, trekken ze demonstrerend, vernielend en overlast gevend van kraakpand naar kraakpand. Meer dan 50 panden hebben ze in de afgelopen zes jaar al gekraakt en vernield. Wat denk je dat het ontruimen van 50 kraakpanden aan politiemacht heeft gekost en het herstellen van de vernielingen? Daar valt de 2 miljoen euro aan cruisebotenbelasting bij in het niet. De overlast die de uitgeprocedeerde asielzoekers annex krakers geven, werkt want meer dan 100 van hen kregen de afgelopen jaren alsnog een verblijfsvergunning. Slecht gedrag loont.
Die honderd krakers kregen naast hun verblijfsvergunning ook een sociale huurwoning en een passende uitkering. Ik wil niet generaliseren, maar uit onderzoeken blijkt dat 95% van deze groep jaren later nog steeds een bijstandsuitkering heeft. Met een beetje pech kosten deze raddraaiers de stad in de toekomst miljoenen euro’s per jaar aan bijstandsuitkeringen en waar gaat dat geld vandaan komen? Ik houd mijn hart vast, want ik kan nog wel een paar leuke dingen bedenken die door dit gemeentebestuur afgeschaft of extra belast kunnen worden om het te bekostigen.
Zo langzamerhand weet je niet meer wat nog wel en wat niet bij Amsterdam past volgens dit stadsbestuur. De Iamsterdam-letters op het Museumplein pasten kennelijk niet meer bij de stad en een boottochtje op een mooie zomeravond ook niet. Je mag wél volledig gesluierd in een tram gaan zitten en iedereen de stuipen op het lijf jagen, want het boerkaverbod handhaven heeft geen prioriteit. Vermogende toeristen worden geweerd met extra belasting, maar uitgeprocedeerde asielzoekers die panden kraken en vernielen, kunnen hun gang gaan en worden beloond met een verblijfsvergunning.
Amsterdam blijft een mooie stad, maar laten we ervoor waken dat we deze stad niet verder van ons af laten nemen door een stadsbestuur dat er nog drie jaar zit.

3 december 2018

Verzekeraar moet proactief worden

’Woekerpolisclaimclub voert actie’ kopte deze krant een paar weken geleden. Woekerpolisclaimclub is een mooi woord dat in de wereld van scrabble een woordwaarde van liefst 51 punten heeft, maar in onze wereld is het een woord om je voor te schamen. Het is triest dat nietsvermoedende klanten van een verzekeraar jarenlang onredelijk hoge kosten voor hun verzekering moesten betalen en vervolgens ook nog eens jarenlang actie moeten voeren om nog wat geld terug te halen van een moloch als Achmea.
Nóg triester is het dat Achmea zich kennelijk niet geroepen voelt om te reageren op de brief van de woekerpolisclaimclub en evenmin een voorstel doet om de schade collectief voor alle leden af te handelen omdat zij dat liever individueel, per klant doet. Natuurlijk: individueel. Achmea weet donders goed dat klanten, zodra ze er alleen voor staan, eerder zullen opgeven of zich gewonnen geven tegenover de nietsontziende juristen van de Achmea afhandelingsafdeling.
Heel triest dat in ons land consumenten worden opgezadeld met vele miljarden euro’s aan onterecht berekende kosten, waarna zij vervolgens ook nog jarenlang moeten strijden voor compensatie.
Om het nog even in herinnering te brengen: woekerpolissen waren ingewikkelde beleggingsproducten, vaak gecombineerd met een overlijdensrisicoverzekering en gekoppeld aan een hypotheek of pensioen. Vaak werden consumenten door de hypotheekgever verplicht om ze af te sluiten. De overlijdensrisicoverzekering keerde een geldbedrag uit ingeval van overlijden zodat het gezin de hypotheekschuld zou kunnen aflossen en in de woning kon blijven wonen. Als verzekerde betaalde je daarnaast elke maand een premie, waarvan een groot deel belegd zou worden door de beleggingsexperts van de verzekeraar zodat je aan het einde van de rit een mooi bedrag zou overhouden waarmee je je hypotheek kon aflossen of je pensioen kon aanvullen.

Kosten

Alleen, dat beleggen lukte niet, omdat de verzekeraars onterecht hoge kosten in rekening brachten. Deze kosten slokten een groot deel van de maandelijkse inleg op, vaak zoveel dat er nauwelijks iets overbleef om te beleggen. Consumenten waren vooraf niet duidelijk geïnformeerd over de hoogte van deze kosten. Sommige verzekeraars gingen zelfs zo ver dat ze de totale administratiekosten voor de duur van de looptijd meteen al aan het begin van de polis in rekening brachten, zodat de verzekeraar die alvast binnen had en de consument jarenlang zijn volledige premie van honderden euro’s per maand betaalde zonder dat er ook maar één cent van belegd werd.
Kijk, als consument zijn we inmiddels gewend geraakt aan een steeds flexibelere en transparantere wereld. De kosten voor administratieve afhandeling zijn door de technologie nog maar een fractie van de totale kosten van een leverancier. We kunnen naar hartenlust, maandelijks of jaarlijks, overstappen als de ene leverancier zijn zaakjes beter voor elkaar heeft dan de andere en daardoor lagere kosten rekent. Logisch in deze tijd. Concurrentie van nieuwkomers is goed omdat zij er met een efficiëntere, klantvriendelijkere en prijsbewustere organisatie voor zorgen dat de bestaande verzekeraars wakker blijven.

Laat

Vorige maand kreeg ik een mail van mijn verzekeringstussenpersoon over de overlijdensrisicoverzekeringen. Hij meldde dat de premies van deze verzekeringen ’de laatste jaren sterk zijn gedaald’. Vrij late mededeling, maar goed, beter laat dan nooit.
Hij bood aan om te bekijken of de premie misschien goedkoper kan. Voor €250 kon hij vergelijken of mijn verzekering tegen dezelfde verzekerde som en gelijkwaardige voorwaarden, voor een lagere premie bij dezélfde verzekeraar overgesloten zou kunnen worden. Voor €500 kon hij meerdere verzekeraars vergelijken en adviseren welke verzekering het meest passend is voor mijn situatie. Fijn hoor. Maar hoezo vraagt hij geld om te bekijken of mijn verzekering bij dezelfde verzekeraar goedkoper kan? In een normale markt is het toch niet meer dan fair van een leverancier om mij als trouwe klant op de hoogte te stellen dat een product nu goedkoper wordt aangeboden en dat ik daar ook van kan profiteren? En vergelijken met andere verzekeraars (zijn dagelijkse werk, lijkt me) kost €500?
Ik weet niet veel van verschillende aanbieders van overlijdensrisicoverzekeraars, maar bij een aanbieder als Turtleneck kun je binnen een paar minuten een overlijdensrisicoverzekering afsluiten die €100.000 uitkeert als je overlijdt. Zij berekenen €2,- per maand aan kosten en de rest van de ingelegde premie blijft van de verzekerden. Veel eerlijker en transparanter. In een normale markt zou iedereen de neus ophalen voor de aanpak van ouderwetse verzekeraars. Maar verzekeringen zijn geen normale markt. Voor eenvoudige verzekeringen zijn er gelukkig steeds betere vergelijkingssites, maar voor ingewikkelde en verplichte verzekeringen zoals deze woekerpolissen waren die er niet.

Actie

Verzekeraars of banken worden nog steeds niet verplicht om klanten te informeren als verzekeringen goedkoper zijn geworden en hoeven ook niet proactief een prijsverlaging voor klanten door te voeren. Het is aan de klant om actie te nemen. Maar welke actie kun je nemen als het té ingewikkeld en té kostbaar is om te vergelijken of vrijwel onmogelijk is om over te stappen? In de basis is hier iets vreselijk mis en ik hoop dat de toezichthouder zélf eindelijk eens een wat proactievere rol pakt en met goede regels voor een gezonde samenleving komt. Laten ze beginnen om Achmea met ferme hand te bewegen om collectief compensatie aan te bieden.

26 november 2018

Belastingstelsel zonder fratsen zou een zegen zijn

’Belasting moet veel simpeler’ kopte deze krant vrijdag op de voorpagina. Een bericht naar mijn hart. Doordat we steeds meer regels, heffingen en uitzonderingen bedenken die bovenop alle bestaande regels komen, wordt ons belastingstelsel ieder jaar ingewikkelder en complexer en begrijpen zelfs de beste belastingspecialisten het niet meer, laat staan dat ze het kunnen uitleggen.
Staatssecretaris Menno Snel heeft zich nu voorgenomen om ons belastingstelsel te gaan hervormen en wil daar snel mee beginnen. Hulde voor zijn voornemen, maar ik wacht nog even met de complimentjes want zijn voorganger Wiebes zei vijf jaar geleden bij zijn aantreden ook dat hij het belastingstelsel zou gaan versimpelen: nooit iets aan gedaan.
Natuurlijk moet ons belastingstelsel simpeler, want een berekening van een fiscalist is zelfs voor liefhebbers van ingewikkelde formules vrijwel ondoenlijk om na te rekenen. Maar het échte probleem gaat verder. Voor mensen die geen administratieve hoogvliegers zijn of cijfers niet begrijpen, is ons belastingstelsel een regelrechte ambitie-demper en dat is de meest dringende reden om ons stelsel met grote spoed te vereenvoudigen.
Vele honderdduizenden mensen met een bijstands- of andere uitkering worden door het ingewikkelde belastingstelsel ontmoedigd om op zoek te gaan naar een betaalde baan. Als gevolg van het ingewikkelde oerwoud van regelingen, heffingen en toeslagen durven zij niet te bewegen. Vooral mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden door alle ingewikkeldheid onzeker, terwijl het zo belangrijk voor ze is om te werken.

Ingewikkeld

Als ik iemand met een bijstandsuitkering stimuleer om een betaalde baan te zoeken, dan hoor ik vaak ’nee, ik ga niet werken want dan verlies ik mijn toeslagen en alles wordt veel te ingewikkeld’. Vaak zijn ze door schade en schande ’wijs’ geworden. Soms hebben ze ooit een baan gehad, vaak als oproepkracht of met wisselende werktijden en kwamen daardoor enorm in de problemen met de Belastingdienst. Zodra zij gingen werken en inkomen kregen, veranderde de hele carrousel van regelingen en toeslagen en was het volstrekt onduidelijk wat ze de volgende maand zouden overhouden. Alles moest steeds opnieuw opgegeven en berekend worden. Regelingen werden teruggedraaid en toeslagen klopten niet meer, waardoor zij naheffingen kregen en alles met boetes moesten terugbetalen.
Doordat ze de ene maand meer verdienden dan de andere maand werd hun salaris soms aangevuld met een gedeeltelijke uitkering. Maar die berekening ging vaak verkeerd, waardoor ze wekenlang geen geld kregen en hun rekeningen niet konden betalen, met boetes en honderden euro’s aan incassokosten als gevolg. Om uit de administratieve ellende te komen, hebben ze hun baan maar weer opgegeven en zich voorgenomen om nooit meer een betaalde baan te nemen.

Kwetsbare groepen

Gaan werken of meer werken, loont niet. Zolang alles bij het oude blijft, weten kwetsbare groepen precies voor welke toeslagen, regelingen en kwijtscheldingen ze in aanmerking komen. Ingewikkeld maar wel duidelijk; en iedere maand weten ze wat ze kunnen verwachten.
Ons belastingstelsel dempt niet alleen hun ambitie, maar blokkeert ook oplossingen die onze samenleving zouden verbeteren. Neem bijvoorbeeld de woningmarkt. Iemand met een laag inkomen of bijstandsuitkering woont in een sociale huurwoning en ontvangt iedere maand een flink bedrag aan huurtoeslag, waardoor zijn netto huur op een laag niveau blijft.
Misschien is hij inmiddels gescheiden en is de woning te groot voor hem alleen, maar waarom zou hij verhuizen naar een kleinere woning? Een kleinere woning heeft weliswaar een lagere huur, maar dan krijgt hij ook minder huurtoeslag terug. Per saldo verandert er voor hem financieel niets en dus heeft hij geen enkele motivatie om te verhuizen, terwijl het voor de samenleving beter zou zijn als we wat meer doorstroming zouden hebben.

Circus

Het ingewikkelde circus van toeslagen, regelingen en heffingen bij de Belastingdienst is dus niet alleen een demper op onze ambitie, maar ook op onze vooruitgang. Ik geloof best dat staatssecretaris Snel er voortvarend mee aan de slag zal gaan, hij heeft al aangetoond dat hij snel kan schakelen. Zo heeft hij vorige week de regels voor het belastingbeleid voor buitenlandse brievenbusfirma’s strenger gemaakt. Hij vond dat hij niet mee hoeft te werken aan gunstige belastingrulings als de Nederlandse economie er niets mee opschiet. Helemaal mee eens.
Met dit ingewikkelde belastingstelsel schiet onze economie ook niets op, dus ook daar zal hij actie willen nemen. Maar iets versimpelen dat complex is, is niet bepaald de sterkste kant van onze regering. Waarschijnlijk zal Menno Snel zich laten adviseren door een team van belastingdeskundigen, die de kennis en capaciteiten van de gemiddelde Nederlander op dit vlak overschatten. Het is ook niet in hun belang om de belastingen té simpel te maken, want als iedere Nederlander de belastingen begrijpt en zelf zijn administratie kan doen, dan is hun specialisme overbodig geworden.

Frustratie

Een nieuw belastingstelsel dat geen ambitie-demper is maar juist een ambitie-aanwakkeraar, is in deze tijd crucialer dan ooit. Werkgevers schreeuwen om personeel, we komen overal handen tekort en mogen niet accepteren dat mensen die willen werken, uit administratieve frustratie langs de kant blijven staan.
Het zou goed zijn als de staatssecretaris zich vooral omringt met mensen die in oplossingen denken in plaats van nog meer fiscale beren op de weg zien. Een belastingstelsel zonder fratsen zou een zegen voor ons land zijn.

19 november 2018

Verzin een list voor pensioenakkoord

Jarenlang wordt er al gebakkeleid over een nieuw pensioenakkoord. Vorige week leek het er dan toch echt van te komen. Donderdagavond was er nog een laatste vergadering waar ook premier Rutte bij aanwezig was. Iedereen begon vol goede moed maar om zes uur ’s morgens droop het gezelschap af, volledig leeg geslurpt en zonder akkoord op zak.
Vakbond FNV schijnt de hoofdspelbreker te zijn. De bond bekommert zich vooral om de laagste inkomens en dat is logisch, dat is zijn taak. De FNV wil het loslaten van de rekenrente niet uitruilen tegen een hogere kans op indexatie van de pensioenen voor de gepensioneerden. Zij willen bovendien dat de AOW-leeftijd minder hard stijgt. Het kabinet wil in dat laatste nog wel meegaan.
De FNV eist daarnaast dat zzp’ers verplicht een pensioen gaan opbouwen. De overheid vindt dit lastig, want je kunt niet alle zzp’ers over een kam scheren en zzp’ers die bewust kiezen voor het ondernemerschap kun je moeilijk dwingen om een pensioen op te bouwen. De FNV daarentegen ziet vooral de laagbetaalde zzp’ers in de bouw en strijdt voor hen. Logisch.
Voor minister Koolmees is dit overleg een grote teleurstelling. Hij zette in op een hervorming van het pensioenstelsel met persoonlijke pensioenpotjes en eindigt nu met niet meer dan een minuscule aanpassing van een verouderd stelsel.
Deze week praten ze verder, maar ik verwacht geen wonderen want als je onze premier een hele nacht naar je argumenten laat luisteren zonder een akkoord te sluiten, dan ben je dat binnenkort ook niet van plan. Als iedereen blijft vasthouden aan zijn eigen standpunten, komt er nooit een nieuw pensioenakkoord en dat is misschien wel de slechtste uitkomst voor iedereen.
Nee, er moet een list verzonnen worden waar alle partijen tevreden mee zijn en met opgeheven hoofd het nieuwe akkoord kunnen ondertekenen. Ik wil wel een voorzetje voor een list doen.
Kijk, we bereiken geen akkoord omdat alle groepen aan tafel voor een andere groep Nederlanders opkomen. Wat voor de hoge inkomens belangrijk is, blijft voor de lage inkomens onbespreekbaar en omgekeerd. Wat voor de onderbetaalde zzp’er in de bouw broodnodig is, daarvan gruwelt de zzp’er die als dikbetaalde consultant voor multinationals werkt.
Het standpunt van de FNV is begrijpelijk, omdat deze bond vooral de werknemers met vaak zware en laagbetaalde banen vertegenwoordigt. Deze groep bouwt over het algemeen geen groot pensioen op, gemiddeld zo’n €700 tot €800 per maand bovenop hun AOW. Voor deze groep moet het pensioen goed geregeld worden, zonder verrassingen.
Werknemers met hoge inkomens bouwen navenant grote pensioenen op en zij willen en kunnen zelf over hun pensioen beslissen.
Nu de list: Een paar jaar geleden is het zogenoemde Witteveenkader ingevoerd. Dit houdt in dat je nog maar tot een salaris van €100.000 per jaar belastingvrij pensioen kunt opbouwen. Voor het inkomen boven €100.000 hoeft geen pensioenpremie meer afgedragen te worden. De vrijgevallen pensioenpremie komt bij het salaris en kan gebruikt worden voor extra uitgaven, beleggingen of om te sparen voor later.
Stel dat we dat Witteveenkader nu eens verlagen naar een inkomensgrens van bijvoorbeeld €40.000 per jaar? Dat betekent voor de achterban van de FNV niets, omdat hun salarissen voor het merendeel onder deze grens zijn. Zij houden dus gewoon recht op het pensioen dat zij nu hebben. Voor anderen met een inkomen boven de €40.000 verandert er wel wat. Doordat er geen geld meer wordt afgedragen boven die grens, houden zij maandelijks meer geld over dat zij naar eigen inzicht kunnen uitgeven of investeren in een eigen pensioenpotje. De keuze is aan hen: individueel en persoonlijk.
Ook zzp’ers met lage uurtarieven, die niet meer verdienen dan €40.000 per jaar, zouden een pensioen moeten kunnen opbouwen doordat de overheid de opdrachtgever bijvoorbeeld verplicht om voor deze zzp’ers, een paar euro per gewerkt uur, in hun pensioenfonds te storten.

“Bij dit plan heeft ook overheid voordeeltje”

Deze verlaging heeft nog een ander groot voordeel: ik heb al eerder geschreven over de oneerlijkheid tussen pensioenaanspraken van de lage inkomens en hoge inkomens. Degenen met de hoogste pensioenen leven gemiddeld langer en genieten dus ook langer van hun hoge pensioen. De groep met lage pensioenen leeft gemiddeld 7 tot 8 jaar korter en kan dus ook minder lang van het pensioen genieten.
De pensioenfondsen maken geen onderscheid tussen hoge en lage pensioenen en berekenen iedere pensioenaanspraak op een gemiddelde levensduur. Dus feitelijk subsidiëren mensen met lagere pensioenen de mensen met hoge pensioenen. Niet eerlijk, maar wel de realiteit. Als we de inkomensgrens van €40.000 per jaar aanhouden voor pensioenopbouw, dan heeft iedereen de kans om een redelijk pensioen op te bouwen en zijn er op termijn geen extreem hoge pensioenen meer uit te keren door de pensioenfondsen. Als er dan een herberekening gemaakt wordt qua hoogte van het pensioen, dan resulteert dit zeker in een hoger pensioen voor de achterban van de FNV.
Ook de overheid heeft een voordeeltje. Over een pensioen betaal je namelijk pas belasting als het uitgekeerd wordt. Met deze oplossing worden de belastinginkomsten voor de overheid naar voren gehaald en dat geld zou weer gebruikt kunnen worden om de stijging van de AOW-leeftijd te temperen.

12 november 2018

Vreemde actie van ABN Amro

Vorige week presenteerde ABN Amro zijn kwartaalcijfers. Niet veel nieuws onder de zon, behalve dat topman Van Dijkhuizen aankondigde dat de bank meer winst wil gaan maken om de aandeelhouders tevreden te stellen. Tuurlijk, alles voor de aandeelhouders. Tegelijkertijd werd bekend dat de ABN Amro drie commissarissen met onmiddellijke ingang, voortijdig loost en vervangt door andere commissarissen. Deze rigoureuze actie doet bij mij de wenkbrauwen fronsen.
De bank beroept zich op een onderzoek van de Europese Centrale Bank die een snoeihard oordeel velde over de belabberde relatie tussen de bestuurders van de bank en haar commissarissen. De voorzitter van de Raad van Commissarissen moest daarom begin dit jaar al het veld ruimen en nu volgen dus nóg drie commissarissen.
Waren alle vier de commissarissen niet goed genoeg? Of voelde de top van de bank zich misschien teveel op haar vingers gekeken door de kritische commissarissen? Was de belabberde relatie te wijten aan de commissarissen of aan de bestuurders, vraag ik me dan af.

“Het gaat erom dat de bank goede dingen doet”

De top van de ABN Amro wast zijn handen in onschuld en zegt al langer op zoek te zijn naar commissarissen met meer kennis van de bankensector. Tuurlijk. Ervaren bankiers als commissarissen, lekker makkelijk: Geen lastige vragen en zij begrijpen als geen ander dat de salarissen van bankiers en bankmedewerkers ver boven hun capaciteiten liggen en dat het bankiersvak dichtgetimmerd is met regels waarachter je je comfortabel kunt verschuilen, zonder jezelf af te vragen of de regels wel terecht zijn en nog wel passen bij de maatschappij.
Mij lijkt dat de ABN Amro juist commissarissen zou moeten willen die niét doordrenkt zijn van het bankiersvak en die behalve toezicht houden ook kunnen challengen, adviseren en de broodnodige maatschappelijke antenne zijn.
Maar nee, de bank wil alleen commissarissen met bankierservaring.
De vorige, lastige voorzitter van de Raad van Commissarissen is inmiddels vervangen door Tom de Swaan. Lekker vertrouwd, want De Swaan heeft tot zijn pensionering notabene zélf in de Raad van Bestuur van de ABN Amro gezeten. Hij zal niet snel iets ter discussie stellen of met lastige vragen komen, want hij is vergroeid met de cultuur van de bank. Mijn grootste schrikbeeld is een cultuur als binnen Goldman Sachs bank. Zo krijg ik nog steeds kippenvel als ik denk aan de uitspraken van Lloyd Blankfein, de topman van deze bank. Goldman Sachs speelde een hele foute rol bij de bankencrisis in 2007 want zij speculeerden namelijk in producten die ze nota bene zélf aan haar klanten verkocht hadden.
Blankfein zei vervolgens dat zijn bank een ‘sociaal doel’ had en zonder blikken of blozen voegde hij eraan toe dat hij als bankier ‘God’s work’ deed. Je moet toch wel behoorlijk ver heen zijn om te denken dat je als bankier het werk van God doet. Qua cultuur moeten we geen voorbeeld willen nemen aan een bank als Goldman Sachs, lijkt me.
De twee nieuw aangenomen ABN Amro-commissarissen beloven in dat kader niet veel goeds. De eerste is een voormalige topvrouw van een Scandinavische bank die daarvoor jarenlang bij (jawel) Goldman Sachs werkte. De tweede commissaris is ook iemand die zijn hele leven bij banken heeft gewerkt en recent, nota bene tijdens de crisisjaren, tien jaar lang partner was bij (tromgeroffel!) Goldman Sachs.
Kees van Dijkhuizen, de topman van ABN Amro, belooft dat hij de cultuur en de transparantie binnen de top gaat verbeteren. Ik weet niet of de commissarissen met Goldman Sachs-werkervaring mij daarvan gaan overtuigen.
Ik ken geen van de vroegere of huidige commissarissen, maar wat ik wel weet is dat een goed afgestelde maatschappelijke antenne, op dit moment belangrijker is dan verregaande kennis van het bankiersvak. Het gaat er niet om dat de bank de dingen góed doet, maar dat zij de goede díngen doet.
Banken zitten teveel in hun ivoren toren en stellen eisen waar ze in geen enkele andere sector mee weg zouden komen. Klein voorbeeldje: Een huiseigenaar heeft nog een klein hypotheekje van € 25.000 voor een woning met een waarde van ruim € 400.000. Hij wil zijn vrouw voor de helft mede-eigenaar van de woning maken, maar de bank eist dat zijn vrouw dan ook mee tekent als schuldenaar op de hypotheekakte. Onzinnig want de bank heeft een lening die een paar procent is van de garantie, dus waarom een extra schuldenaar bijschrijven? Maar het meest schokkende is dat ze voor deze onzinnige actie tweeduizend euro in rekening brengen. Banken berekenen ook al jaren teveel boeterente bij het oversluiten of het extra aflossen van de hypotheek.
Slaat de ABN Amro niet door? Natuurlijk is het belangrijk om bankervaring binnen de Raad van Commissarissen te hebben, maar toch niet bij alle commissarissen? Het vertrouwen van de samenleving win je zo niet terug. Waarom niet de helft van de commissarissen met bankkennis en de andere helft, commissarissen die met hun beide benen in de maatschappij staan en de juiste signalen oppakken. Commissarissen met ervaring in andere sectoren die de vertaalslag naar de bankensector kunnen maken. Die niet alleen vergenoegzaam naar de winst kijken, maar beseffen dat de ABN Amro er niet alleen voor de aandeelhouders is, maar ook voor zijn klanten en voor de lange termijn.

5 november 2018

Voorrang voor werkenden

’Gratis scooter en woonruimte in Amsterdam’, zo werft restauranteigenaar Ron Blaauw tegenwoordig nieuwe medewerkers. Kun je nagaan hoe krap de arbeidsmarkt is als je zo moet stunten om personeel voor je horecabedrijven te krijgen.
We hebben in ons land een nijpend personeelsgebrek, niet alleen in de horeca, maar bijvoorbeeld ook in de zorg, de bouw of het onderwijs. Vorige week hoorde ik minister Hugo de Jonge in het televisieprogramma Nieuwsuur praten over de enorme personeelstekorten in de zorg. Als er niets verandert komen we over een paar jaar meer dan 100.000 werknemers in de zorg tekort. De Jonge bedacht een actieplan en belooft zich de komende jaren in te gaan zetten om meer mensen voor de zorg te werven. Prima dat een minister zich sterk maakt om de personeelstekorten in de zorg op te lossen, maar er is maar een relatief kleine vijver waar je uit kunt vissen en zijn inzet voor de zorg maakt het probleem om bijvoorbeeld mensen voor het onderwijs te vinden, alleen maar groter.
Door het nijpende lerarentekort hebben een paar basisscholen inmiddels een 4-daagse schoolweek en sturen andere scholen regelmatig hele klassen naar huis als de leraar ziek is. Voor ouders waarvan één van beiden werkt en de ander thuis is, is een uitgevallen schooldag nog wel op te lossen, maar in gezinnen waarvan beide ouders werken of gezinnen met een alleenstaande, werkende ouder, is dit een groot probleem. Veel ouders zullen met de handen in het haar zitten als je onderweg naar je werk, stopt om je kind bij school af te zetten en daar hoort dat de deuren vandaag dicht blijven.
De overheid probeert met man en macht meer vrouwen fulltime te laten werken en meer vrouwen te laten doorstromen naar de top van het bedrijfsleven, maar dit is natuurlijk gedoemd te mislukken als de basisscholen hun zaakjes niet op orde krijgen en op onverwachte dagen dicht zijn.
Het bedrijfsleven bedenkt nog wel creatieve manieren om aan nieuw personeel te komen, maar de bestuurders in de zorg of het onderwijs zijn niet gewend om creatief te zijn.
Toch denk ik dat ook scholen en ziekenhuizen met wat meer creativiteit beter functioneren, betere werkgevers worden en beter personeel aan kunnen trekken. Bestuurders in die sectoren moeten zich ervan bewust zijn dat creativiteit steeds belangrijker wordt. Creativiteit kunnen ze ook inzetten om de enorme bureaucratie in hun sector te lijf te gaan. Als je hoort dat leraren of zorgmedewerkers gemiddeld 2 tot 3 uur per dag bezig zijn met administratie, dan weet je dat er ergens iets faliekant verkeerd gaat. Als we de administratieve rompslomp met slimme oplossingen tot 20 minuten per dag kunnen terugbrengen, dan houden zij meer tijd over voor het échte werk en is het voor de toekomst ook weer gemakkelijker om personeel te werven.
Maar nu even iets anders. Goed onderwijs en goede zorg zijn de basis van onze samenleving en wij mogen nooit het risico lopen dat er te weinig mensen zijn om het werk te doen.
Als ik onze overheid een advies mag geven, denk ik dat zij zich eens moet verdiepen in de échte problemen van onze samenleving en zich af moet vragen waar de oplossingen liggen. Ik leg het uit. De reastauranteigenaar die ik aan het begin van de column aanhaalde begrijpt dat de beschikbaarheid van een woning in de buurt en bereikbaarheid belangrijk zijn om ergens te komen werken.
Voor toekomstige zorgmedewerkers en onderwijzers geldt hetzelfde. Ook zij zouden verleid kunnen worden voor een baan als er een fijne, betaalbare huurwoning in de buurt van het ziekenhuis of de school beschikbaar is.
Kijk, nu praten we over scheefwonen als mensen een sociale huurwoning bezet blijven houden, terwijl ze inmiddels te veel verdienen voor een sociale huurwoning en eigenlijk zouden moeten verhuizen.
In de toekomst zouden we ook moeten durven praten over scheefwonen als werkloze mensen een sociale huurwoning in de stad, vlakbij de school of het ziekenhuis, bezet houden terwijl de onderwijzer of de zorgmedewerker iedere dag twee uur moet reizen om van en naar zijn werk te komen. Ook dát is scheefwonen.
Werkloze of bijstandsgerechtigden zouden in deze tijd van krapte niet de betaalbare huurwoningen in grote steden bezet moeten houden. Zonder werk hoef je namelijk niet per se in een bepaalde gemeente te wonen, maar kun je in feite overal wonen. Begrijp me niet verkeerd, ik pleit er níet voor om mensen uit hun woning te zetten, maar ik vind het in deze tijden van krapte op de arbeidsmarkt niet meer dan logisch dat woningcorporaties werkenden voorrang gaan geven voor een betaalbare huurwoning. Woningcorporaties zouden meer moeten samenwerken met de ziekenhuizen en scholen en als er huurwoningen in de buurt van ziekenhuizen of scholen vrij komen, dan zou de woningcorporatie deze woningen moeten bestemmen voor de zorgmedewerkers en leraren die er werken. Een leuke bijvangst is dat minder woon-/werkverkeer sowieso in de files scheelt. Dat is belangrijk, maar nog veel belangrijker is dat meer mensen zullen kiezen voor een baan in de zorg of het onderwijs en dat we deze sectoren, die zo belangrijk zijn voor de toekomst van ons land, helpen.

29 oktober 2018

Het ’beste’ pensioen van de wereld

Vorige week maakte adviesbureau Mercer de nieuwe wereldranglijst van pensioenstelsels bekend. Na zeven jaar lang als tweede te zijn geëindigd, staat Nederland nu weer fier boven aan de lijst van 34 landen.
Ik denk dat ze bij de pensioenfondsen, vakbonden en op het Binnenhof taart hebben besteld. Pfff, opluchting alom. Deze score zien zij ongetwijfeld als een teken dat ze niet verder hoeven te onderhandelen over een modernisering van ons pensioenstelsel, want hoeveel beter wil je worden als je de beste bent?
Jammer. Na jarenlang soebatten had dit kabinet eindelijk heilig beloofd om ons oudbakken pensioenstelsel te hervormen. Van een grote collectieve pot waarvan niemand weet wat zijn of haar deel precies was, zouden we in elk geval naar persoonlijke pensioenpotjes gaan. Logisch, een flink deel van je inkomen gaat naar je pensioenopbouw en dan mag je toch ook wel enige garantie krijgen dat het gestorte bedrag van jou is en dat een ander er niet mee vandoor kan gaan.
Persoonlijke pensioenpotjes passen beter bij de huidige tijd. We kunnen dan zonder problemen veranderen van baan en ons potje meeverhuizen zonder dat het gekort wordt. Misschien zouden we het potje zelfs kunnen aanspreken om bijvoorbeeld een paar jaar eerder met pensioen te gaan, of om een wereldreis te maken als blijkt dat we vóór de pensioendatum ongeneeslijk ziek zijn en niet lang meer te leven hebben. We zouden het persoonlijke pensioenpotje in kunnen zetten als borg voor het kopen van een huis, waardoor we meer hypotheek kunnen krijgen. Met een persoonlijk potje zou dat allemaal mogelijk zijn, met een collectieve pensioenpot kan dat niet.
Pensioenfondsen zien op tegen het vele werk om het stelsel te moderniseren en ook de vakbonden laten alles liever bij het oude. Waarom? Nou, gewoon omdat vakbonden altijd alles liever bij het oude laten.

Ik vraag me trouwens überhaupt af waarom de vakbonden nog aan de onderhandelingstafel zitten. Hoe relevant zijn zij nog met die paar leden die ze vertegenwoordigen? Waarom zitten er bijvoorbeeld geen delegaties van jonge premiebetalende werkenden en gepensioneerden aan tafel in plaats van vakbonden? Zij zijn de dupe van het ouderwetse pensioenstelsel.

De eerste plek op de Mercer wereldranglijst zal nu vooral voor de vakbonden het ultieme argument worden om alles bij het oude te laten. Volgens Mercer hebben landen als Argentinië, China en India de slechtste pensioenstelsels ter wereld en Nederland, Denemarken en Zweden de beste. De ranking van Mercer zal vast kloppen: wij zullen inderdaad een beter pensioenstelsel hebben dan bijvoorbeeld Argentinië, dat geloof ik meteen, maar heeft Mercer wel genoeg gekeken in hoeverre het pensioenstelsel past bij de samenleving?
Eén van de aspecten die Mercer meetelt in de beoordeling is bijvoorbeeld hoeveel procent van de werkende bevolking deelneemt aan een pensioenplan. Nederland scoort hier als hoogste met ruim 80 procent. Ja, als je álle mensen neemt die ooit in het verleden ergens kortere of langere tijd een pensioentje hebben opgebouwd, dan kom je wel aan 80 procent. Maar hoe relevant is dat percentage? Zou je niet moeten meten hoeveel procent van de werkende bevolking actief op dit moment deelneemt aan een pensioenplan? Als je alle zzp’ers, mkb-ondernemers, flexwerkers of oproepkrachten eraf haalt die nu geen pensioen opbouwen, dan kom je op minder dan de helft en dan zakt Nederland toch wat verder weg in de score.
Een andere vraag uit het onderzoek is of je je pensioenopbouw kunt meenemen naar je volgende werkgever? Nederland haalt hier met het antwoord ’ja’ de maximale score. Wat helaas niet meegenomen wordt is dat je in veel gevallen een flinke korting moet slikken als je dat doet.
Of neem de vraag of de opgebouwde pensioenen over het algemeen verdeeld worden bij scheiding. Nederland haalt hier met het antwoord ’ja’ opnieuw de maximale score. Maar wat niet meegenomen wordt is dat je in de meeste gevallen als ex-vrouw voor eeuwig afhankelijk blijft van de grillen van je ex-partner. Als hij besluit om eerder te stoppen met werken, dan krijg jij ook minder pensioen zonder dat je daarover hebt kunnen beslissen en als je ex-man eerder overlijdt, dan krijg jij met wat geluk ongeveer de helft van wat je had gekregen als je ex-man nog had geleefd. Niet eerlijk, maar dat telt ook niet mee.
Een ander aspect dat flink meetelt in de score is de vraag of je ergens terecht kunt met je klachten. Weer haalt Nederland hier de maximale score, want onze pensioenfondsen hebben een klachtenlijn. Maar hoe er vervolgens met je klachten wordt omgegaan, wordt niet gemeten. Minimaal 95 procent van de bellers met een klacht krijgt het onbevredigende antwoord ’helaas, dat zijn onze regels’ en anderen zijn óf te laat met de klacht of hebben het formulier verkeerd ingevuld waardoor ze ook nul op rekest krijgen.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik wil niet zeggen dat het rapport niets voorstelt, want het is een degelijk onderzoek, maar het feit dat we zo hoog eindigen, mag geen reden zijn om alles te laten zoals het is. Verandering en aanpassing van ons pensioenstelsel aan de huidige tijd is nu meer dat ooit nodig. Overheid, het is tijd om in te grijpen.


22 oktober 2018

De blinde vlekken van GroenLinks

Wie zichzelf nog een keer wil fotograferen bij de ’I amsterdam’ letters op het Museumplein, moet snel zijn. Binnenkort worden de letters weggehaald omdat deze slogan volgens de GroenLinksers in de Amsterdamse gemeenteraad het symbool is voor het massatoerisme dat de stad ’teistert’ én omdat het staat voor individualisme.
Vreemde redenering. De slogan ’I amsterdam’ is briljant en geeft iedereen het gevoel dat hij welkom is. Ik kan me geen mooiere en uitnodigendere slogan voorstellen en ook geen mooiere plek voor deze slogan dan op het Museumplein.
GroenLinks slaat de plank mis, maar dat doet ze wel vaker. Op de pagina van de GroenLinks-fractie van Amsterdam kondigt fractievoorzitter Femke Roosma nog aan dat ze een stad wil waar „Amsterdammers het voor het zeggen hebben, in plaats van de markt of de overheid”. Interessante uitspraak, want zeven op de tien Amsterdammers willen dat de letters ook op het Museumplein blijven, maar GroenLinks luistert niet naar de Amsterdammers en zet haar plannen door. Dus hoezo willen zij een stad waar Amsterdammers het voor het zeggen hebben en niet de overheid? Of geldt deze uitspraak alleen voor de besluiten die níét door GroenLinks genomen worden?
Ik ben bang dat GroenLinks aan een ernstige vorm van wereldvreemdheid lijdt. Volgens fractievoorzitter Femke Roosma houden de multinationals en de commercie Amsterdam in hun greep en wordt dat ’met de dag’ erger. We moeten de economie terugclaimen volgens haar, maar wie dacht zij dat verantwoordelijk zijn voor de economie? Dat zijn wij. Iedereen die Amsterdam bezoekt of er woont of werkt, maakt de economie van Amsterdam.
Roosma heeft het vooral gemunt op de buitenlanders. Sommige buitenlanders mogen van haar blijven, zoals de uitgeprocedeerde asielzoekers van de ’We Are Here’-kraakbeweging. Andere buitenlanders is zij liever kwijt dan rijk.
Neem bijvoorbeeld de toeristen. Amsterdam wordt volgens haar ’geteisterd’ door toerisme. Maar goed toerisme is ook van belang voor de economie van Amsterdam. Niet alleen de grote hotels en musea profiteren ervan, maar ook vele tienduizenden kleine ondernemers met winkels en restaurants danken hun inkomsten aan de steeds groter wordende stroom toeristen. Ook gewone Amsterdammers pikken een graantje mee van de toeristen door een kamer via Airbnb te verhuren. Maar ook dat moet stoppen volgens Roosma. Ze noemt Airbnb zelfs ’de wolf in schaapskleren van de zogenaamde deeleconomie’.
Een andere groep buitenlanders die veel aan de Amsterdamse economie bijdragen zijn de expats. De vele expats zijn er mede verantwoordelijk voor dat Amsterdam de technologie-hoofdstad van Europa is geworden met bedrijven als Booking.com, TomTom en Adyen. Al die expats moeten natuurlijk wel ergens wonen en zij huren meestal woningen die in de vrije markt verhuurd worden. De eigenaren van die woningen zijn vaak particulieren die een extra appartement hebben gekocht dat zij verhuren aan expats. GroenLinks noemt ze ’speculanten’ die gestopt moeten worden.
Maar wat dacht GroenLinks dan? Waar gaan de expats dan wonen? Als ze nergens kunnen wonen, helpen ze ook niet mee met de economie.
Aan de andere kant zijn er groepen buitenlanders die GroenLinks wél van harte welkom heet. Ten eerste zijn dat de arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. GroenLinks heeft recent een initiatief gelanceerd met de titel ’Een warm welkom voor arbeidsmigranten’ en ervoor gezorgd dat er een loket komt voor de arbeidsmigranten waar zij informatie kunnen inwinnen, zodat zij geen slachtoffer worden van oplichting en uitbuiting. Inmiddels weten we dat de risico’s van oplichting en uitbuiting niet alleen bij de arbeidsmigranten liggen. Door de massale uitkeringsfraude van arbeidsmigranten lopen wij als samenleving ook risico.
En dan is er nog een andere groep buitenlanders die GroenLinks omarmt en dat zijn de uitgeprocedeerde asielzoekers zoals van ’We Are Here’. Hoeveel rotzooi deze groep ook schopt, hoeveel huizen ze ook kraken en hoeveel overlast ze ook bezorgen: GroenLinks zal ze geen strobreed in de weg leggen, ze krijgen een 24-uurs opvang, een bataljon advocaten tot hun beschikking, er wordt geen tegenprestatie gevraagd en het wordt ze niet lastig gemaakt.
Roosma hield anderhalve week geleden een toespraak waarin ze uitspreekt dat ze hoopt op een terugkeer van activistische groepen zoals de Amsterdamse kraakbeweging die in de jaren ’60 en ’70 tegen het kapitalisme streed. Volgens haar bracht de Amsterdamse kraakbeweging een ’democratische vernieuwing’ die we nu ’harder dan ooit’ nodig hebben.
Dus daarom omarmt ze de kraakbeweging van ’We Are Here’. Ze verwacht dat zij de democratische vernieuwing gaan brengen. Wereldvreemd zei ik al.
Roosma vindt dat de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers nu te veel wordt bepaald door economische afwegingen. Dat is volgens Roosma niet nodig want ’Amsterdam is ongelooflijk rijk’.
Tuurlijk, nog wel, maar iedere vorm van welvaart is snel voorbij als we GroenLinks haar gang laten gaan. Als we onze welvaart kwijtraken door de verkeerde beslissingen van een gemeenteraad dan kan deze mooie stad ook niet meer goed zijn voor haar inwoners die kwetsbaar zijn en extra zorg en financiële hulp nodig hebben. Nee. Amsterdam is rijk, maar vooral dankzij iedereen die met de beste bedoelingen naar de stad komt en er zijn of haar steentje aan bijdraagt.

15 oktober 2018

Kwijtschelding belastingen is geldslurpend

Als de dividendbelasting níet geschrapt wordt, houden we een kleine 2 miljard euro in de knip, ieder jaar opnieuw. Het geld brandt al in de zakken van onze politici en iedereen heeft er wel een leuke bestemming voor: de zorg, het onderwijs of een verlaging van de vennootschapsbelasting voor ondernemers.
Stel dat we wat overhouden, dan wil ik er ook nog een bestemming aan toevoegen, namelijk het schrappen van de mogelijkheid van kwijtschelding bij de gemeenten. Ik leg het uit.

Rioolheffing

De gemeente heft belastingen zoals de rioolheffing, waterschapsbelasting of de ozb-belasting. Voor mensen met een bijstandsuitkering of een laag inkomen zijn deze belastingen vaak te hoog om te betalen en dus kunnen zij kwijtschelding aanvragen. Dat lijkt fijn, maar dan begint de ellende pas.
De procedure rondom het aanvragen van kwijtschelding is zó ingewikkeld dat mensen die toch al in de problemen zitten, dit er niet meer bij kunnen hebben. Ik krijg vaak wanhopige mails van mensen die dagen bezig zijn met het verzamelen van alle gevraagde stukken: bankafschriften van de afgelopen drie maanden, de laatste belastingaanslagen, beslissingen van het UWV, brieven van de gemeente en nog veel meer. Alles moet overlegd worden voordat zo’n aanvraag tot kwijtschelding in behandeling wordt genomen.
Een deel van de mensen die recht hebben op kwijtschelding kan simpelweg geen ingewikkelde formulieren invullen, laat staan alle bijlagen verzamelen. Anderen kunnen door de financiële stress niet eens de moed opbrengen om eraan te beginnen. Zij geven het op en komen daardoor nóg verder in de problemen.

Foutje

Van degenen die alles wél keurig invullen, verzamelen en opsturen, worden er veel afgewezen omdat ze een klein foutje hebben gemaakt, bijvoorbeeld omdat de termijn verstreken is, omdat ze de voorwaarden niet goed hebben gelezen of omdat ze één van de meer dan vijftig pagina’s aan bijlages niet hebben meegestuurd.
Alles is namelijk een reden om afgewezen te worden. ’Heeft u langer dan drie maanden geleden de rioolheffing betaald en u wilt nu kwijtschelding? Jammer, alleen bedragen die korter dan drie maanden geleden betaald zijn, komen in aanmerking voor kwijtschelding.’
Of als je met veel moeite van je bijstandsuitkering een bedragje van 600 euro hebt kunnen sparen voor als de wasmachine kapot gaat of als je kind op schoolreis moet? ’Jammer, u krijgt ook geen kwijtschelding, want daarvoor mag u namelijk geen geld op uw rekening hebben’.

Adviesbureaus

Veel gemeenten schakelen dure adviesbureautjes in die de aanvragen voor kwijtschelding beoordelen. Medewerkers van het adviesbureau spitten dagenlang alle bankafschriften door op redenen om kwijtschelding te kunnen afwijzen. Contante bedragen die recent zijn opgenomen, betekenen een afwijzing. Verzekeringspremies die betaald zijn voor bijvoorbeeld een levens- of uitvaartverzekering? Dat vertegenwoordigt waarde, dus ook een afwijzing. Ieder jaar worden in ons land ongeveer 300.000 verzoeken tot kwijtschelding van gemeentebelastingen gedaan en relatief veel worden afgewezen.
De kosten die het adviesbureau rekent voor het afhandelen van een verzoek om kwijtschelding, of de kosten van de dagen dat een gemeente-ambtenaar ermee bezig is, zijn vele malen hoger dan het vaak geringe bedrag waarvoor kwijtschelding gevraagd wordt.
Aan het hele kwijtscheldings-circus zijn we, ieder jaar opnieuw, een paar honderd miljoen euro kwijt. De kosten daarvan worden natuurlijk weer verrekend in de belasting van het deel van de bevolking dat wél zijn aanslagen betaalt.

Aardbevingsschade

Deze hele gang van zaken doet me trouwens denken aan de afhandeling van de aardbevingsschade bij de Groningers. Van het bedrag dat bestemd was voor de compensatie van de schade aan huizen kwam maar 5% bij de Groningers terecht en 95% ging naar dure adviesbureaus, inspecteurs en controleurs die het moesten uitvoeren en afwijzen. Idioot dat zoiets jarenlang in stand blijft.
Natuurlijk begrijp ik dat we secuur moeten omgaan met verzoeken tot kwijtschelding, je wilt namelijk niet dat mensen daar misbruik van maken. Maar toch is het van de zotte dat we een systeem als dit van kwijtschelding in stand houden, als het apparaat dat het uitvoert vele malen meer kost dan het bedrag dat ermee gemoeid is?
Ik wil het systeem van kwijtschelden in deze column ook even van een andere kant benaderen: is het eigenlijk niet bizar dat mensen überhaupt kwijtschelding van belastingen kunnen vragen? Iedereen – of je nu veel of weinig verdient – hoort in ons land belasting te betalen. Als je weinig verdient, betaal je minder en als je veel verdient betaal je meer. Dat is alleen maar eerlijk. Dus als de onderkant van de samenleving kwijtschelding kan vragen, omdat ze met geen mogelijkheid hun belastingen kunnen betalen, dan hebben ze toch te weinig inkomen?

Basistoeslag

Waarom zou je dan belasting opleggen, waartegen zij bezwaar kunnen maken en wij als samenleving het tienvoudige kwijt zijn om het bezwaar af te handelen?
We hebben nu wat geld over, dus waarom schaffen we het hele geldslurpende systeem van kwijtschelding bij de gemeenten niet af en geven we iedereen die een inkomen heeft van minder dan bijvoorbeeld 24.000 euro bruto per huishouden een basistoeslag van duizend euro per jaar van de Belastingdienst? Met deze basistoeslag hebben de laagste inkomens het beter en kunnen ze de lokale belastingen en andere tegenvallers betalen zonder de stress van het ridicule kwijtscheldingscircus.

 


8 oktober 2018

Wegkijken stimuleert Poolse WW-fraude

Ik wil nog even terugkomen op de uitkeringsfraude van onze Poolse arbeidsmigranten. Weet u het nog? Tienduizenden Polen die via foute tussenkantoortjes onze werkloosheidsuitkeringen opstrijken. De Polen werken zes maanden in Nederland en vieren vervolgens met een WW-uitkering op zak drie maanden een royaal betaalde vakantie in Polen. Daarna begint het riedeltje weer van voren af aan: zes maanden werken, drie maanden een WW-uitkering.
Geef ze eens ongelijk: een Nederlandse WW-uitkering is 70% van je laatstverdiende loon, dus als je hier € 1800 per maand verdiende dan is je uitkering € 1.260 per maand en dat is anderhalf keer de hoogte van een gemiddeld netto salaris in Polen, dat ongeveer € 800 is.
Deze fraude kan blijven bestaan dankzij de vele foute tussenkantoortjes die dit mogelijk maken. Zij beheren de DigiD’s van de frauderende Polen en fungeren als aanvrager en postadres voor de uitkeringen. Het misbruik schijnt al jaren bekend te zijn bij het UWV maar daar leek niemand zich er druk om te maken. Volgens de eigen rapporten van het UWV hebben zij in 2017 al 151 frauduleuze tussenkantoortjes ontdekt die gezamenlijk een kleine tienduizend WW-uitkeringen incasseerden voor Polen. Het UWV heeft er destijds niets mee gedaan, behalve de aanbeveling dat er verder onderzoek naar gedaan zou worden. Achteraf vindt het UWV ook dat het ’alerter’ had kunnen zijn. Tja, alerter.
Volgens zijn eigen medewerkers heerst er al jaren een wegkijkcultuur. Dit lakse gedrag maakt ons kampioen ’kat op het spek binden’ voor arbeidsmigranten die willen frauderen.
Op een totaal aantal van ruim 300.000 WW-uitkeringen in ons land worden er maar liefst 40.000 betaald aan (vooral Poolse) arbeidsmigranten. Daar krijg je toch koude rillingen van?

Toeslagen

Om het nóg erger te maken: De WW-uitkering is één manier om misbruik te maken van ons sociale stelsel. Terwijl je hier in Nederland ingeschreven blijft, ontvang je natuurlijk ook je zorg- en huurtoeslag terwijl je in Polen je vakantie viert. Een beetje handige Pool heeft zijn sociale huurwoning ook nog eens tijdelijk aan een Poolse vriend onderverhuurd. Voor je kinderen ontvang je trouwens ook Nederlandse kinderbijslag. Die betalingen blijven doorlopen zolang je je uitkering hebt. Als je de kinderbijslag vergelijkt met een gemiddeld salaris in Polen incasseer je met twee kinderen er zo een kwart maandsalaris bij, iedere maand opnieuw.

Fortuin

Bleef het daar maar bij, maar Poolse werknemers schijnen zich ook regelmatig ziek of arbeidsongeschikt te melden en met een riante ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering op zak mág je zelfs naar Polen verhuizen. Eenmaal in Polen hoef je vanwege de afstand ook niet bang te zijn dat je wordt opgeroepen voor een herkeuring bij het UWV, dus tot je AOW ben je verzekerd van een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering en daarna krijg je, ook weer van de Nederlandse Staat, een AOW-uitkering voor alle jaren dat je hier ingeschreven hebt gestaan. Wat denk je dat dit hele circus ons land kost? Alleen de uitvoeringskosten zijn al een fortuin. Als ik het totale bedrag van uitkerings- en toeslagenfraude en uitvoeringskosten van Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten bij elkaar optel, schat ik het op een half miljard euro per jaar.

Laks

Wouter Koolmees moest vorige maand ook erkennen dat de controle bij het UWV ’onder de maat’ is, maar hij belooft het te gaan oplossen op een manier, zoals ze bij de overheid alles oplossen: niet door de fraude aan te pakken, maar door meer controles te gaan invoeren. Hij gaat honderden extra UWV-controleurs inschakelen die strenger gaan controleren en meer persoonlijke bezoekjes gaan brengen aan de huisadressen van de frauderende Polen. Zo, dat zal afschrikken zeg.
Nee, we moeten naar een ander systeem. De frauderende Poolse arbeidsmigranten zijn fout, maar het UWV is minimaal net zo fout door er al jaren zo laks mee om te gaan.
Ik zou zeggen, filter meteen alle Polen uit het systeem die op deze manier misbruik maken of hebben gemaakt van onze WW-uitkering, dan zie je ook meteen wie de tussenkantoortjes zijn. Geef de tussenkantoortjes een boete van € 10.000 per fraudegeval en laat iedere betrapte Pool bijvoorbeeld gedurende twee jaar niet meer in aanmerking komen voor een uitkering in ons land en laat hem vóór hij hier weer aan het werk kan, eerst zijn onterecht ontvangen uitkering terugbetalen.
Ik vraag me ook af of andere landen zoals Duitsland en Engeland net zoveel last hebben van uitkeringsfrauderende Poolse arbeidsmigranten. Mocht dat zo zijn, dan zouden we met spoed een Europese registratie moeten opzetten, zodat arbeidsmigranten niet meer van land naar land kunnen hoppen met hun fraude.

Solidair

En mocht het UWV niet in staat zijn om deze fraude binnen een paar maanden een halt toe te roepen, dan zou ik als overheid niet schromen om een privaat bedrijf in de arm te nemen, dat de jacht op frauderende arbeidsmigranten en foute tussenkantoortjes kan inzetten. Kijk, wij zijn een solidair volkje. Wij betalen met zijn allen graag sociale premies als bescherming voor mensen die het nodig hebben en in tijden van nood een beroep kunnen doen op onze solidariteit. Door de fraude niet aan te pakken ondermijn je op termijn ons aller gevoel van solidariteit, dus neem actie.

1 oktober 2018

Werkwijze BKR past niet bij deze tijd

Registratie studielening een idioot voornemen
Het BKR, het Bureau Krediet Registratie, wil nu ook de studieschulden van studenten officieel gaan registreren. Slaat het BKR in zijn ijver niet een beetje door?
Het BKR is er om het leen- en aflosgedrag van consumenten bij te houden en zo consumenten te beschermen dat ze niet meer lenen dan ze aankunnen. Op zich een prima streven natuurlijk. Maar die ’bescherming’ moet niet omslaan in het ontnemen van kansen van groepen in onze samenleving. BKR is in de jaren zestig opgericht en het lijkt wel alsof hun houding en werkwijze ook nog steeds uit die jaren stamt. Niet goed.

Milieu

Kijk, het leenstelsel voor studenten is ervoor bedoeld dat iedereen kan studeren, ongeacht of je uit een rijk of arm milieu komt. Als studenten die lenen massaal met hun studieschuld geregistreerd staan bij BKR, dan wordt het voor hen lastig om een hypotheek af te sluiten als zij klaar zijn met hun studie.
Ik kom later in deze column terug op de problematiek van studenten, maar eerst nog even iets over het BKR en zijn werkwijze. Regelmatig krijg ik e-mails of brieven van mensen met klachten over het BKR.
Zo was er bijvoorbeeld een ondernemer die een conflict kreeg met zijn bank. In 2007 trof hij een betalingsregeling met de bank en ze spraken af dat hij maandelijks een bedrag zou betalen. Acht jaar lang hield hij zich keurig aan de betalingsafspraak. Het BKR hield acht jaar lang een negatieve code achter zijn naam.

Telefoonabonnement

De code gaf een betalingsachterstand aan, terwijl hij iedere maand keurig het afgesproken bedrag overmaakte naar de bank. Zolang die codering achter zijn naam bleef staan, was hij kansloos voor nieuwe bedrijfskredieten en leverde zelfs het verlengen van zijn telefoonabonnement problemen op.
Of deze: een jonge vrouw bestelde online voor €100 bij een warenhuis en door omstandigheden was zij te laat met betalen. Ze kreeg vijf jaar lang een negatieve code achter haar naam en kon daardoor jarenlang geen hypotheek krijgen.
Nog een voorbeeld: de moeder van een briefschrijver bleek op zijn naam spullen te hebben gekocht bij een postorderbedrijf in 2011. Hij wist daar niets van en omdat hij niets had besteld, diende hij een klacht in en betaalde de rekeningen niet. Pas in 2014 kwam de aap uit de mouw en bleek zijn moeder de bestelling te hebben gedaan. Hij heeft toen de rekening van €200 met boete alsnog betaald, maar de negatieve BKR-code blijft aan zijn naam geplakt tot 2019 en al die tijd ondervindt hij er de nare gevolgen van.

Nieuwe start

Nadat je aan je betalingsverplichting hebt voldaan, houdt BKR de achterstandscode nog vijf jaar in stand en dat is gewoon té lang in onze huidige tijd. Ongeveer 720.000 Nederlanders hebben momenteel een negatieve BKR-codering. Er kan veel gebeuren in vijf jaar en je moet wel in de gelegenheid zijn om je leven te beteren en een nieuwe start te maken, vind ik. Als mensen met een negatieve BKR-codering een kleine lening willen afsluiten, kunnen ze alleen terecht bij dubieuze geldverstrekkers die een woekerrente rekenen. Dus in plaats van hen te helpen om hun leven op orde te krijgen na een betalingsprobleem, duwt het BKR ze verder het moeras in. Ik vind de duur en de consequenties van een BKR-codering voor vaak kleine bedragen buitenproportioneel.
Maar even terug naar de studenten en het idiote voornemen van het BKR om de studielening te registreren. Rijke ouders zullen vaak de studie van hun kind betalen, maar gelukkig kunnen kinderen van minder gefortuneerde ouders via ons leenstelsel geld lenen voor hun studie. Studeren is investeren in jezelf en je verdiencapaciteit en een studieschuld is geen gewone schuld: je betaalt geen of vrijwel geen rente, mag er 35 jaar over doen en er wordt rekening gehouden met de hoogte van je inkomen.

Discrimineren

Als BKR nu ook studieleningen officieel gaat registreren, dan discrimineren we de studenten uit minder gefortuneerde nesten.
Studenten van rijke ouders hebben dan geen BKR-registratie, krijgen na hun studie een mooie baan en kunnen vervolgens zonder problemen een hypotheek met lage rente en kosten afsluiten. Studenten die hebben moeten lenen voor hun studie hebben dat geluk dan niet. Zij zijn gedoemd tot huren en een groot deel van hun hele salaris is nodig om de veel te hoge huur te betalen en de studentenlening af te lossen, voor zij voor een normale hypotheek in aanmerking kunnen komen. Studeren geeft iedereen de kans om een beter leven op te bouwen. Laten we die kansen dan ook gelijk houden voor iedereen.

Factor

Als ik het voor het zeggen zou krijgen bij het BKR, zou ik álle leningen registreren, maar wel met een factor erachter waar een krediet- of hypotheekverstrekker rekening mee moet houden.

Bij een studieschuld zou ik factor ’0’ achter het leenbedrag zetten en bij een krediet van een postorderbedrijf factor 0,9 of 1,0. De factor geeft aan hoe zwaar de lening meegewogen mag worden bij een hypotheek of lening. Daarnaast wil ik ervoor pleiten dat een negatieve codering maximaal één jaar mag blijven staan en, mits er in dat jaar geen nieuwe achterstallige betalingen bijkomen, resoluut verwijderd moet worden na dat jaar.


24 september 2018

Een welverdiend pensioen

Het pensioenakkoord schijnt in zicht te zijn. Tot mijn grote teleurstelling verklapte Rutte vorige week al dat er geen uitzondering gemaakt zal worden voor zware beroepen om eerder met pensioen te gaan. Om zo’n uitspraak kan ik me nu al kwaad maken.
Persoonlijk vind ik dat iedereen die 40 of 45 jaar gewerkt heeft met pensioen zou mogen gaan als hij dat wil en niet zou hoeven te wachten tot zijn 67e. Ik vind dat je na zoveel jaren je steentje wel hebt bijgedragen aan de maatschappij. Het zijn vaak de mensen met de zwaarste beroepen of laagste opleidingen die daarvan gaan profiteren omdat zij vaak al, meteen na hun schooltijd, beginnen met werken en er op hun 63e vaak al 45 jaar op hebben zitten. Ik vind dat deze groep in aanmerking moet komen om na 45 jaar werken hun volledige AOW-uitkering en hun opgebouwde pensioen te krijgen, zonder gekort te worden.
Het komt goed uit dat juist déze groep zou profiteren van een eerdere pensioendatum, want zij profiteren namelijk het minst van hun opgebouwde pensioen ná pensionering omdat ze over het algemeen eerder overlijden dan de groep hoogopgeleiden met de fysiek minder zware banen. Laagopgeleiden overlijden gemiddeld 7,5 tot 8 jaar eerder dan hoogopgeleiden. Dus neem even als vergelijk een advocaat en een stratenmaker. De advocaat geniet na zijn pensionering gemiddeld nog 24 jaar lang van zijn AOW-uitkering en zijn opgebouwde pensioen, terwijl de laagopgeleide stratenmaker er maar amper 16 jaar van kan genieten.
Niet eerlijk. Er moet een balans zijn tussen de jaren dat je werkt en de jaren dat je van je pensioen kunt genieten. En die balans is zoek, zeker bij de groep mensen met een zwaar beroep.
Nu haken de mensen met een zwaar beroep vaak noodgedwongen een paar jaar voor hun pensionering af, omdat hun rug versleten is, hun handen kapot zijn of het werk te gevaarlijk wordt. Dat betekent in alle gevallen een forse financiële aderlating en het is te hopen dat ze het financieel kunnen overbruggen tot hun pensioendatum. Die ellende gun je niemand en zeker niet iemand die er al 45 jaar noeste arbeid op heeft zitten. Ik zou het een toonbeeld van beschaving vinden als wij in een land als Nederland mensen die 45 jaar gewerkt hebben, zonder verplichtingen laten genieten van de jaren die hen nog resten.
Maar Rutte wil er dus niet aan om voor de zware beroepen een uitzondering te maken. Het argument dat politici vaak gebruiken is dat het lastig is om de groep zware beroepen precies te definiëren. Dat klopt ook wel. Onze zuiderburen, de Belgen, hebben dat namelijk ook al geprobeerd en dat leidt tot nogal wat discussies.
Maar waarom doen we niet gewoon wat onze oosterburen, de Duitsers doen? Zij hebben al jarenlang de regel dat iedereen die 45 jaar heeft gewerkt vanaf zijn 63e met pensioen kan, als hij of zij dat wil. Zonder uitzondering.
Deze 45-jarengrens heb ik met veel politici besproken en zonder uitzondering reageren zij dat het weliswaar een prima idee is, maar helaas onuitvoerbaar omdat het aantal werkjaren niet te bewijzen is. In ons land is er geen overheidsinstantie die de gegevens over iemands arbeidsverleden zo ver terug in de tijd goed heeft bijgehouden. De meeste bedrijven zullen ook hun salarisadministratie niet decennialang bewaren, dus ook via hen is het niet te bewijzen dat iemand echt al 45 jaar heeft gewerkt.
Maar stel dat we iemands arbeidsverleden wél zouden kunnen bewijzen? Stel dat er een betrouwbare instantie is die het wél allemaal feilloos heeft bijgehouden en die precies kan zeggen hoeveel jaar iemand gewerkt heeft? Dan zouden we de mogelijkheid om met pensioen te gaan na 45 jaar werken toch meteen moeten invoeren?
En nu komt het: die instantie is er! En ook nog heel dicht bij huis. Soms zoek je te lang naar een oplossing of denk je te ingewikkeld over een probleem en blijkt dicht bij huis de beste oplossing gewoon voor het oprapen te liggen.
Kijk, de instanties die in ons land de aantallen gewerkte jaren altijd perfect hebben bijgehouden, zijn namelijk de pensioenmaatschappijen zelf. In ieders pensioenoverzicht kun je precies zien hoeveel jaar je hebt gewerkt bij iedere werkgever. Zo heb ik bijvoorbeeld toen ik net begon met werken 4,24 jaar bij mijn eerste werkgever gewerkt en achttien jaar geleden heb ik nog 1,08 jaar bij de TMG gewerkt. Ik weet het zelf niet meer precies, maar de pensioenfondsen hebben het prima bijgehouden voor mij.
Dus waarom zouden we niet het pensioenoverzicht als bewijs nemen? Als je volgens je pensioenoverzicht bij elkaar 45 jaar pensioen hebt opgebouwd, dan is dat het bewijs dat je minimaal 45 jaar hebt gewerkt en dat je vanaf die datum je AOW krijgt en met pensioen mag. Simpel.
De kleine groep van zzp’ers of flexwerkers zullen hun arbeidsverleden op deze manier niet kunnen aantonen omdat zij geen pensioen hebben opgebouwd en er dus ook geen administratie van is. Dat is jammer, maar de grootste groep, namelijk degenen met een vast arbeidscontract, kunnen hun arbeidsverleden op deze manier wél eenvoudig bewijzen.

Dus mijn oproep aan de politici in Den Haag met hun fysiek niet zulke heel zware banen: gun de harde werkers in ons land na 45 jaar hun pensioen en maak je hier sterk voor.


19 september 2018

Volle portemonnee is niet dankzij regering

De koopkrachtplaatjes vliegen ons weer om de oren: het koopkrachtplaatje van de tweeverdieners met drie kleine kinderen, van de alleenwonende man met een bijstandsuitkering, van het gepensioneerde stel met alleen een AOW-uitkering en een afgeloste koopwoning…
Koopkrachtplaatjes worden berekend aan de hand van denkbeeldige huishoudens. Pure fictie, de omstandigheden kloppen nooit met de werkelijkheid. Maar goed, dat zijn we inmiddels wel gewend van de regering. De pensioenen worden per slot van rekening ook gekort vanwege fictieve rekenrentes en de vermogensbelasting die je betaalt is ook gebaseerd op fictie.

Gedraai

Met Prinsjesdag erger ik me altijd aan twee dingen. Het eerste is de neiging om altijd maar weer te nivelleren. Als een koopkrachtplaatje te negatief of té positief uitpakt, dan wordt er aan de knoppen gedraaid en gesleuteld aan de hoogte van de toeslagen, belastingen en speciale regelingen. De ambtenaren draaien net zolang aan de knoppen tot er geen enorme uitslagen naar links of naar rechts meer zijn. Dat gedraai aan de knoppen leidt alleen maar tot meer ingewikkeldheid en bureaucratie, die daarnaast bakken met geld kost om in stand te houden.
Het tweede waaraan ik me erger, is de zelfvoldaanheid van onze regering als de plannen worden bekendgemaakt. Ze slaan zichzelf op de borst, alsof zij er in hoogsteigen persoon verantwoordelijk voor waren dat het economisch goed gaat in ons land. Dit jaar hadden ze ook nog een volle portemonnee om uit te delen en meldden ze trots dat ’vrijwel iedereen’ erop vooruitgaat. Maar de volle portemonnee is er niet dankzij hen, eerder ondanks hen. De overheid is noodzakelijk, maar moet die noodzaak zo groot zijn? Regels versimpelen of bezuinigen is snijden in eigen vlees en dat kunnen ze niet.

Vooruit duwen

De volle portemonnee is er niet door hen, maar hooguit door de economische rugwind en door de werkgevers én werknemers die ons land vooruit duwen.
Toch heeft het kabinet het lef om te zeggen dat het tijd wordt dat de werkgevers loonsverhogingen gaan uitdelen. En de FNV die ook nog een duit in het zakje doet met haar looneis van 5 procent. Een loonsverhoging van 5 procent betekent dat de overheid nóg meer loonbelasting en premies kan heffen en het volgend jaar een nog grotere portemonnee heeft voor onzinnige uitgaven.

Nee, veel beter is het wanneer de overheid stopt met het bureaucratische gedraai aan de knoppen en het geld dat ze daarmee overhoudt, gebruikt voor het significant verlagen van het verschil tussen bruto- en nettoloon. Het zou mooi zijn als de lagere inkomens helemaal niet meer gekort zouden worden op hun brutoloon. Netto meer overhouden van je brutosalaris levert geld op voor álle werkenden en dat zou pas écht een mooie aankondiging zijn voor Prinsjesdag.


17 september 2018

Sussers en blussers tegenover salafisme

Ik maak me grote zorgen over de opkomst van radicale moslims en salafisten. Even voor de duidelijkheid, ik ben voor vrijheid van elke vorm van geloof, maar tégen de radicale, fundamentalistische gelovigen die onze samenleving omver willen trekken.
Uit wetenschappelijk onderzoek waar Mohammed Soroush eerder deze maand op promoveerde, blijkt opnieuw dat salafisten onze samenleving en ons gedrag afkeuren en nooit loyaal aan ons zullen zijn. Hun hoogste doel is om onze maatschappij te ontwrichten en ons volgens hun salafistische ideaal te laten leven. Soroush concludeert dan ook dat salafistische opvattingen niet verenigbaar zijn met de Nederlandse. Als wij het belangrijk vinden dat onze maatschappij overeind blijft, dan zullen we hard en rigoureus moeten optreden tegen het gedachtegoed van radicale moslims.
Tot voor een kort had ik mijn hoop gevestigd op een politieke partij als de VVD om de opkomst van radicale moslims en salafisten te stoppen. Inmiddels weet ik beter; de VVD is op dit gebied, de partij van sussers en blussers geworden.
Gelukkig werd ik deze week aan de andere kant weer positief verrast door de uitspraken van Femke Halsema, de nieuwe burgemeester van Amsterdam. Zij vindt dat fundamentalisten niet meer vallen onder de vrijheid van geloof. Radicale moslims die niet voor gelijke rechten staan en bijvoorbeeld vrouwen als minderwaardig aan de man zien, zal ze niet meer uitnodigen voor een gesprek. Waar haar voorganger, de VVD’er Jozias van Aartsen, nog wilde samenwerken met fundamentalistische organisaties, sluit zij een samenwerking resoluut uit. Daarnaast kondigde ze ook aan om gebedshuizen waar haatpreken gehouden worden, resoluut te sluiten. Gelijk heeft ze. Ik prijs me gelukkig dat we op dat vlak een burgemeester met ballen hebben in Amsterdam.
Eerder dit jaar was ik te gast bij een uitzending van WNL op Zondag. Sander Dekker, onze minister voor Rechtsbescherming, was er ook en de discussie ging over de ondoorzichtige stroom van gelden uit Koeweit en Saoedi-Arabië die tientallen moskeeën in ons land ontvangen. Ter illustratie werd een filmpje getoond van een salafistische prediker in een van deze Nederlandse moskeeën die verwerpelijke teksten riep en onder andere zei dat besnijdenis bij vrouwen goed was omdat het de lust van vrouwen verminderde.
Sander Dekker werd gevraagd om een reactie op dit filmpje en hij reageerde met dezelfde slappe houding die we zo ondertussen wel kennen van onze politici. Hij vond dat we moesten onderzoeken hoe we de stroom van giften aan de moskeeën transparant konden maken. Hij suggereerde dat het wellicht een idee zou zijn om de moskeeën te dwingen om in het jaarverslag giften boven een bepaalde grens op te nemen en te vermelden wie de gulle gever is. Typisch zo’n VVD-standpunt. Wat denkt Sander Dekker dan? Dat de salafisten uit het Midden-Oosten dan stoppen met financieren? Zou het jaarverslag nog betrouwbaar zijn?
Maar wat me aan zijn reactie nog het meest verbaasde was dat hij met geen woord repte over de inhoud van de teksten van de prediker. Vrouwenbesnijdenis is pure verminking en is illegaal in ons land. Hoe kunnen wij als geciviliseerd land toestaan dat iemand in ons land deze vorm van verschrikkelijke verminking bij vrouwen predikt?
Ik kan me hier zo kwaad om maken. Het lijkt mij volkomen duidelijk dat je niet iets mag prediken dat verboden is in ons land, maar onze politici schijnen er maar geen standpunt over te kunnen innemen en blijven hangen in de discussie of de verheerlijking van terroristisch geweld strafbaar moet zijn of niet. De VVD wil het níet strafbaar stellen omdat zij, zoals ze zelf zeggen, ’geen gedachtepolitie wil zijn’. Zij willen verheerlijking van terroristisch geweld daarom ongemoeid wil laten. Hun redenatie is dat je mag denken wat je wilt, zolang je het maar niet uitvoert.
Natuurlijk moet onze vrijheid van meningsuiting overeind blijven en is onze tolerantie ten opzichte van andersdenkenden een groot goed, maar we hoeven als brave Nederlanders toch niet te accepteren dat we her en der dood gewenst worden door een paar ’andersdenkenden’ of dat we moeten toestaan dat een salafist vrouwenbesnijdenis predikt in een moskee in Nederland?
Ik vind dat er een grens moet zitten aan het uitspreken van dergelijke teksten. Wat doen we als een kleine, intolerante groep de rest van de samenleving haat en haar wil ontwrichten? Wat doen we als de mening van enkelen de mening van velen gaat gijzelen? Blijven we tolerant, zelfs als het mensen betreft die deze tolerantie om zeep willen helpen? Hoe lang blijft de VVD nog op haar standpunt staan dat dit moet kunnen? ’Andersdenkenden’ mogen wettelijk gezien nu nog alles roepen. Terroristisch geweld of vrouwenbesnijdenis prediken is nu nog niet strafbaar, maar het moet linksom of rechtsom wel een halt toegeroepen worden. We hoeven het niet over onze kant te laten gaan. Sterker nog, we mógen het niet over onze kant laten gaan.
Waar de VVD uitblinkt in slapte, hebben we nu gelukkig wel een GroenLinks-burgemeester die met ferme hand bestuurt en de haatpredikers gaat aanpakken en de uitwassen veroorzaakt door het salafisme gaat bestrijden. Het lijkt de wereld op zijn kop maar ik hoop dat de VVD zich achter de oren gaat krabben en ook ballen toont.

10 september 2018

We maken watjes van onze studenten

Lezers vragen vaak of het niet moeilijk is om iedere week weer een onderwerp te verzinnen. Dat is niet zo. Het verzinnen van een onderwerp is gemakkelijk. Blader voor de lol maar eens door een hele week kranten en de onderwerpen vliegen je om de oren. Deze week was ook weer zo’n week waarin ik iedere dag wel drie onderwerpen kon bedenken.
Een mooi onderwerp zou bijvoorbeeld de grootschalige fraude van tienduizenden Polen zijn geweest. Via foute tussenpersonen incasseren zij onze werkloosheidsuitkeringen, terwijl ze vakantie vieren in Polen. Veel Polen schijnen er een lekker ritme op na te houden: zes maanden werken in Nederland en dan drie maanden een royaal betaalde vakantie dankzij onze WW-uitkering. Daarna begint het riedeltje weer van voren af aan. Dit misbruik schijnt al jaren bekend te zijn bij het UWV, maar daar lijkt niemand zich druk te maken om het op te lossen.
Over fraude gesproken: ik had deze column natuurlijk ook kunnen schrijven over de ING, die haar ogen dichtkneep bij frauderende klanten. Uit eigen ervaring weet ik trouwens dat álle grote banken in ons land te laks en te traag reageren bij meldingen van fraude. Bij verdenking zouden ze tegoeden op bankrekeningen meteen moeten bevriezen en niet pas na achttien uur in actie komen als het geld al lang in de zakken van fraudeurs is verdwenen. Ik schrik ook van de laksheid van onze eigen regering. Onlangs diende CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt nog een wet in die het onder andere mogelijk maakt dat banktegoeden van fraudeurs bevroren kunnen worden. In Amerika, Canada en tal van andere landen geldt deze zogeheten Magnitsky-wet al, maar om een onverklaarbare reden nog niet in Nederland. Tot mijn stomme verbazing stemde de VVD tégen dit wetsvoorstel. De slappe reden was dat deze partij vindt dat zo’n wet in EU-verband aangenomen moet worden. Tuurlijk, wachten op de EU; wachten op sint-juttemis dus.
De Staat krijgt binnenkort 775 miljoen euro op zijn rekening gestort vanwege de door het Openbaar Ministerie aan ING opgelegde boete. Dat komt goed uit, want het OM kwam toevallig net geld tekort omdat het 200 miljoen euro aan gemeenschapsgeld door de plee had gespoeld vanwege een mislukt ict-project. Het trieste is dat zowel het geblunder bij het OM als het geblunder bij de ING uiteindelijk, linksom of rechtsom, door u en mij wordt betaald. De ING wordt niet gestraft met de boete, zij maakt gewoon een jaartje wat minder winst. Nee, de echte verliezers zijn wij met z’n allen.

Burn-out

Uiteindelijk heb ik toch besloten om een luchtiger onderwerp te kiezen voor deze column. Ik las namelijk de aankondiging van minister Van Engelshoven dat onze studenten het té zwaar hebben. Studenten schijnen de druk van hun studentenleven niet aan te kunnen en daarom kampt een kwart van de studenten zelfs met verschijnselen van een burn-out. Van Engelshoven gaat het leven van de studenten verlichten door het aantal punten dat studenten in het eerste jaar moeten halen, drastisch te verlagen. Nu heb ik zelf een studerende zoon, wiens druk vooral bestaat uit het feit of hij voldoende kan ’indrinken’ voor hij uitgaat en wat hij moet doen om de juiste sneakers te kunnen kopen. Het is zeker niet zijn studie die druk op hem legt. Hij geeft zelf ook toe dat hij door het relaxte studietempo lui wordt en zich moeilijk kan focussen op de studie. De maatregel van Van Engelshoven om de druk voor studenten nóg verder te verlagen is weer zo’n typisch Nederlandse pampermaatregel, met als gevolg dat we watjes van onze studenten maken.
Het afgelopen jaar studeerde mijn zoon in Parijs en wist hij me trots te vertellen dat hij met vlag en wimpel voor alle vakken was geslaagd én geen enkele les had gemist. Omdat dit in bizar contrast stond met zijn gedrag in Amsterdam, vroeg ik hem of de lessen misschien interessanter waren. Dat was niet zo, de regels waren anders.

Kater

In Frankrijk mag je per semester, per vak, maar één les missen. Als je er meer mist, dan ben je onherroepelijk gezakt voor dat vak. ’Je kijkt wel uit om een les te missen als je geen zin hebt, of een kater hebt, want misschien komt er nog een dag dat je echt ziek bent en dan heb je de verzuimles al verbruikt’. Daarnaast krijg je ook een directe beloning als je geen enkele les in een semester mist, want dan telt dat voor 10 procent van dat vak voor een cijfer ’10’. De druk om te studeren wordt dus verhoogd en niet verlaagd. Volgens mij is dat beter.
Neem een hbo-opleiding. Daar staat vier jaar voor, maar kan gemakkelijk in twee jaar. Veel beter, maar scholen zullen niet meewerken omdat ze van de overheid een bepaald bedrag per student per jaar krijgen. Als ze vier jaar over de studie doen, krijgen ze bijna twee keer zoveel dan wanneer een student twee jaar over zijn studie doet. Eigenlijk zou de overheid hetzelfde bedrag moeten betalen per afgestudeerde student. Veel beter om studies in een kortere tijd te doen: twee jaar eerder op de arbeidsmarkt, twee jaar eerder een salaris en twee jaar minder studieschuld. Meer focus en minder stress.

 


3 september 2018

Verkoop sigaretten vanuit dichte kast

Onze overheid gaat nu wel heel ver in haar gedram om Nederland gezonder te maken. Sigaretten krijgen neutrale verpakkingen. Alcohol en sigaretten worden duurder en suikerhoudende dranken worden duurder dan suikervrije varianten. Onze overheid denkt kennelijk nog steeds dat alles met prijspolitiek te regelen is.
Ik vraag me af of het duurder maken van ongezonde producten wel de meest effectieve manier is. Prijsverhogingen zullen de keuzes die mensen maken, nauwelijks beïnvloeden. Mensen die verslaafd zijn aan sigaretten of alcohol laten zich echt niet tegenhouden door de prijs ervan. Zelfs al kun je het niet betalen, dan nóg wint je rookverslaving van je gezond verstand. Als alle pakjes sigaretten 50 cent duurder worden, zal dat ongetwijfeld een aantal niet-rokers in ons land opleveren. Maar juist de mensen die zouden moeten stoppen omdat ze het geld niet kunnen missen, zullen stug doorgaan met roken.
Kijk, roken is ongezond, daar vertel ik niets nieuws mee. Ooit heeft onze overheid in al haar wijsheid de verkoop van sigaretten goedgekeurd, maar met de kennis van nu en ons streven om de samenleving gezond te houden, zouden sigarettenfabrikanten in de huidige tijd waarschijnlijk nooit voet aan de grond hebben gekregen in ons land.

3000 euro per jaar

Ik heb persoonlijk niets tegen roken, mijn eigen man rookt ook, maar een wereld zonder sigaretten zou gezonder zijn en het zou daarnaast goed zijn voor de portemonnee van veel mensen want een rookverslaving is een dure hobby. Een pakje sigaretten kost nu al 7 of 8 euro, waardoor een rookverslaafde een kleine 3000 euro per jaar aan roken kwijt is. Driekwart van dit bedrag belandt trouwens rechtstreeks in onze belastingkas.
De huidige prijs van een pakje sigaretten is voor iedereen een hoog bedrag en toch is deze prijs voor de meeste rokers kennelijk nog niet het goede argument om hun ongezonde gewoonte op te geven. Ik geloof dan ook niet dat als je gek bent op suiker, je zult switchen naar suikervrije frisdrank omdat het een dubbeltje goedkoper is.
Nee, als we de samenleving écht gezonder willen maken, moeten we aan andere knoppen draaien en ongezonde producten bijvoorbeeld lastiger verkrijgbaar maken.
Even terug naar mijn eigen situatie. Zoals ik al zei; mijn man rookt. Weliswaar alleen ’s avonds, maar toch. Deze zomer waren we in Moskou en wilden we op het vliegveld Sheremetyevo belastingvrije sigaretten kopen. Goed gezocht, een paar keer heen en weer gelopen, maar in het hele taxfree deel van de luchthaven, was geen pakje sigaretten te vinden. Althans, wij zagen het niet. Na een medewerker gevraagd te hebben, werden we naar een hoek gestuurd waar een dichte kast met twee witte schuifdeuren stond. Op een tafeltje lag een vel papier met een lijst van de sigarettenmerken en bijbehorende prijzen. Pas nadat we gezegd hadden welk sigarettenmerk we wilden kopen, schoof de verkoper de witte kastdeur open, pakte de slof eruit en schoof de deur met dezelfde snelheid weer dicht.

“Als zelfs een land als Rusland sigaretten uit het zicht legt, waarom doen wij dat dan eigenlijk nog niet?”

Het voorval verbaasde me. Rusland staat nou niet bepaald bekend om zijn zorgen voor een gezonde samenleving en als zelfs een land als Rusland sigaretten uit het zicht legt, waarom doen wij dat dan eigenlijk nog niet?
Waarom worden bij ons de sigaretten nog steeds vol in het zicht aangeboden?
Lidl kondigde onlangs als eerste supermarktketen aan, te stoppen met de verkoop van sigaretten. Uiterlijk in 2022 zijn de sigaretten uit de filialen verdwenen. U leest het goed: 2022. Waarom nu aankondigen dat je over vier jaar iets verandert? Als je een beslissing neemt en er publiciteit voor zoekt, voeg dan ook de daad bij het woord en niet over vier jaar. Maar dat terzijde.

Lastiger

Sigaretten hoeven wat mij betreft niet verboden te worden, maar ze mogen best lastiger verkrijgbaar zijn. De overheid zou bijvoorbeeld kunnen eisen dat alle supermarkten, kiosken en benzinestations die sigaretten verkopen, dit alleen kunnen doen mits de pakjes achter gesloten witte kastdeuren liggen. De beslissing om sigaretten overal uit het zicht te leggen, zou een prima eerste stap zijn. Het lastig maken om sigaretten te kopen, werkt volgens mij beter dan neutrale pakjes of een prijsverhoging. Niemand vindt het leuk om naar een witte kast te lopen en daar te wachten op een verkoper die de kastdeur kan openen en het pakje sigaretten kan pakken.
Dit ongemak zou zomaar de lust om te roken of de verslaving weg kunnen laten ebben bij veel mensen.
Met suikerhoudende frisdrank is het eigenlijk hetzelfde. Als kinderen gewend zijn aan suikerhoudende frisdrank, dan zullen ze niet kiezen voor de suikervrije variant omdat die een paar cent goedkoper is. Misschien stimuleert de prijskorting zelfs het tegenovergestelde gedrag en drinken kinderen in hun lunchpauze liever de suikerhoudende frisdrank want die is duurder, dus ’beter’. Stel dat het verstoppen van sigaretten achter witte kastdeuren helpt om rookverslavingen te verminderen, waarom zouden we dan met andere ongezonde producten niet hetzelfde doen?
Waarom zou je in supermarkten de suikerhoudende troep niet achter witte kastdeuren kunnen opslaan en de gezonde, suikervrije producten gewoon in de schappen kunnen leggen? Op een gegeven moment wordt het gemak ingeruild voor de moeite en voor je het weet is iedereen aan de gezondere producten gewend.

27 augustus 2018

Eigenwoningbelasting oneerlijk voor oudere

Ik ben een fan van koopwoningen. Een eigen woning is voor veel hardwerkende Nederlanders namelijk de enige manier om een mooi vermogen voor de toekomst op te bouwen. Aflossen van je hypotheek is ook goed, want dan komt het bezit langzaamaan als een spaarvarken aangewaggeld.
Ook als ik het even vanuit het standpunt van onze regering bekijk, is het voor ons land goed om zoveel mogelijk Nederlanders met koopwoningen met een flinke overwaarde te hebben, want zij zullen vrijwel nooit een beroep kunnen doen op een bijstandsuitkering. Zij zullen blijven werken en belasting betalen, want het laatste wat je wilt, is je koopwoning opgeven.
Door massaal af te lossen, belanden wij ook nooit meer in de ellende van de recente bankencrisis. Veel mensen raakten vanaf 2008 in de problemen toen de huizenprijzen drastisch daalden en de banken hen aflossingsvrije hypotheken bleken te hebben verkocht. Veel gezinnen konden geen kant op, omdat ze hun huis niet konden verkopen zonder met een enorme restschuld achter te blijven.

Wet Hillen

Maar nu even naar de situatie van vandaag. We geloven weer in aflossen en de banken verkopen gelukkig ook geen aflossingsvrije hypotheken meer. Maar net nu we die discipline van aflossen goed in ons systeem hebben, verrast de overheid ons weer met een andere regel en schaffen ze de Wet Hillen af.
De Wet Hillen gaf mensen met een vrijwel afgeloste of afgeloste woning, het voordeeltje dat ze hun eigenwoningforfait konden verrekenen. Een kleine stimulans om je hypotheek af te lossen, zeg maar. Eigenlijk ook fair, je doet namelijk ook geen beroep meer op het belastingvoordeel van hypotheekrenteaftrek, dus daar mag best een voordeeltje tegenover staan. Dit voordeeltje voor trouwe aflossers wordt de komende jaren in rap tempo afgeschaft.
Over het wel of niet afschaffen van de Wet Hillen, kun je discussiëren. Persoonlijk vind ik het een domme zet van het kabinet, maar eigenlijk wil ik het in deze column over iets anders hebben, namelijk over het principe van het eigenwoningforfait.

Huisbelasting

Het eigenwoningforfait is niets meer en niets minder dan een ordinaire belasting op je koopwoning, dus zullen we het vanaf nu niet gewoon ’eigenwoningbelasting’ noemen? Het principe vind ik niet fair om een aantal redenen. Ten eerste omdat je al belasting hebt betaald over het geld waarmee je je woning hebt gekocht of afgelost. Hoe groter en duurder de woning is waarin je woont, hoe meer belasting je als burger al naar de Belastingdienst hebt gebracht. Dus hoe fair is het dat je ieder jaar opnieuw, weer belasting moet betalen over de waarde van je eigen woonhuis?
De regering zal antwoorden dat een eigen koopwoning een vorm van vermogen is en dat we daar nu eenmaal belasting over moeten betalen. Daar wil ik ook een paar dingen tegenin brengen. Op de eerste plaats vind ik een koopwoning waarin je met je gezin woont, geen ’gewoon’ vermogen. Je kunt het namelijk niet omzetten in geld, zoals je dat wel kunt met een aandelenportefeuille of een vakantiehuis. Een koopwoning waarin je zelf woont is een eerste levensbehoefte en eerste levensbehoeften zouden niet belast moeten worden. Kunnen we ook eens een keer iets níet belasten in ons land?

“Een koopwoning waarin je zelf woont is een eerste levensbehoefte en eerste levensbehoeften zouden niet belast moeten worden”

Maar mijn grootste bezwaar tegen de eigenwoningbelasting is dat het voor een grote groep mensen met nauwelijks inkomen, onbetaalbaar wordt. Zo maak ik me bijvoorbeeld zorgen over de vele ouderen met een koopwoning. Van de 65-plussers in ons land heeft maar liefst 60% een koopwoning die vaak afgelost of vrijwel afgelost is. De eerste jaren is het effect van afschaffing van de Wet Hillen nog mondjesmaat, maar in de jaren daarna stijgen de kosten voor deze woningbezitters tot ongekende hoogte.

Erfpacht

Een koopwoning in Nederland heeft een gemiddelde prijs van een kleine drie ton, maar in een stad als Amsterdam liggen de prijzen hoger. Daar betaal je aan eigenwoningbelasting misschien wel 4000 tot 5000 euro per jaar. In Amsterdam komen daar bovendien ook nog de exorbitant hoge kosten van erfpacht bovenop.
Iemand met een goed inkomen kan de eigenwoningbelasting nog wel ophoesten, maar hoe gaan ouderen met een AOW-uitkering en misschien nog een klein aanvullend pensioentje dit betalen? Je bent weliswaar rijk op papier, maar waar haal je het geld vandaan om de vele duizenden euro’s per jaar te betalen? Het verschil met mensen die een sociale woning huren, wordt zo wel heel groot.
Het is te gemakkelijk om te suggereren dat ouderen hun woning kunnen verkopen, want de overheid stimuleert ouderen juist om zolang mogelijk thuis te blijven wonen en daarnaast zijn er nauwelijks betaalbare huurwoningen beschikbaar. Mijn voorstel aan ons kabinet zou zijn om de eigenwoningbelasting te verlagen en het voor ouderen zelfs helemaal kwijt te schelden.
Kabinet, denk even na; het gemis aan belasting hark je toch wel binnen door de erfbelasting die je na het overlijden incasseert op de verkochte woning. Als je de eigenwoningbelasting niet wilt kwijtschelden, kun je het ook achteraf verrekenen met de erfbelasting. Gun ouderen met een eigen woning een financieel onbezorgde oude dag. Ik hoop dat ons kabinet tot inkeer komt en zich snel realiseert dat ze hun fout moeten herstellen.

 


20 augustus 2018

Uitbuiting op de Wallen gaat door

Vorige week kwam in het nieuws dat uit onderzoek blijkt dat veel prostituees op de Wallen in Amsterdam met enorme schulden kampen. Tienduizenden euro’s schuld en vrijwel geen mogelijkheid om hun schuld af te lossen, ongeacht hoe hard en hoe lang ze werken.
Hun inkomsten dekken nauwelijks de torenhoge huren die zij aan de huisbazen moeten afdragen voor hun kleine kamertje met rood lampje en raam. Met drie of vier klanten op een avond kunnen ze nét de huur van 150 tot 200 euro die de kamer per avond kost, betalen. De huren zouden omlaag moeten, maar kennelijk is er zo’n enorme schaarste aan beschikbare ramen op de Wallen, dat de inhalige huisbazen deze exorbitante huren kunnen blijven rekenen.
Eigenlijk is het triest als je bedenkt dat de schaarste aan ramen op de Wallen door de gemeente zélf is veroorzaakt. Dat zit zo: Lodewijk Asscher was in 2007 wethouder in Amsterdam en wilde koste wat kost de vrouwenhandel op de Wallen aanpakken. Een nobel streven, maar in plaats van de vrouwenhandel aan te pakken en te berechten, besloot hij zoveel mogelijk ramen te sluiten. Hij had de naïeve overtuiging dat als er minder bordeelramen op de Wallen zouden zijn, er automatisch ook minder prostitutie zou zijn en dus ook minder vrouwenhandel. Vreemde redenatie. De foute pooiers waren de boosdoeners en niet de prostituees.
Kijk, je kunt vóór of tegen prostitutie zijn, maar feit is dat het legaal is en dat het kennelijk voorziet in een behoefte.

De overleden burgemeester Eberhard van der Laan zei ooit: „Prostitutie is niet alleen het oudste beroep ter wereld, maar het zou ook het normaalste beroep van de wereld moeten zijn.”

Terug naar de Asscher-actie: met heel veel belastinggeld kocht de gemeente Amsterdam in rap tempo zoveel mogelijk bordeelpanden op. Eind 2007 had de gemeente bijna 100 bordeelpanden op de Wallen in handen, die ze vervolgens renoveerde en voor een symbolisch lage huur verhuurde aan creatieve bedrijfjes. Maar hoe naïef was Asscher? Door het sluiten van de vele ramen van de bijna 100 bordeelpanden, werden veel prostituees gedwongen om nieuwe plekken elders in de stad en daarbuiten te zoeken om hun klanten te ontvangen. De prostitutie verplaatste zich naar onzichtbare en vooral oncontroleerbare plekken buiten de stad of achter gesloten gordijnen. De vrouwenhandel op de Wallen is goed aangepakt, maar wat gebeurt er nu elders op die andere, onzichtbare, oncontroleerbare plekken die door Asschers actie zijn ontstaan?

“Prostituee in greep van de huisbaas”

Tegelijkertijd voltrekt zich op de Wallen op dit moment een ander drama, want daar hebben de huiseigenaren met een bordeelvergunning nu de macht in handen. Die macht zullen ze niet snel opgeven, want het levert te veel geld op. Reken even mee: stel je voor dat je een pand hebt met een bordeelvergunning en zes ramen aan de straatkant. Prostituees kunnen die ramen huren voor een dag-, een avond- of een nachtdienst. Zo’n pandje kan zomaar vele tienduizenden euro’s aan huurinkomsten per maand opleveren. Iedere maand.
Doordat er maar weinig ramen overbleven na de opkoop van Asscher in 2007, kunnen de louche huiseigenaren torenhoge huren vragen voor de resterende ramen. De prostituees willen het liefst op de Wallen werken omdat ze zich daar nog enigszins beschermd voelen, maar met deze hoge huren werken ze zich ook in de schulden. Prostituees die hun huurschuld niet meer kunnen betalen, komen in het krijt te staan bij hun huisbaas. Triest. Prostituees die uit de vak willen stappen, kunnen dat niet omdat ze met handen en voeten aan hun huisbaas gebonden zijn vanwege de huurschuld.
De prostituees zijn van de regen in de drup gekomen: van de louche pooiers en vrouwenhandelaren die hen vroeger dwongen om zich te prostitueren zijn het nu de huisbazen geworden die hen in de greep houden met hun torenhoge huren. Oplopende huurschulden zijn een dwangmiddel voor de huisbaas om de prostituees in hun macht te houden. Er is minder vrouwenhandel op de Wallen, dat is een plus, maar dit is net zo goed een pressiemiddel dat wij niet zouden moeten willen.
Zo zie je maar hoe een beslissing om schaarste te creëren, een averechtse uitwerking heeft. Ik zie wel een oplossing, maar daarvoor heb je lef nodig. Kijk. De gemeente zou de ramen van de 100 door haar opgekochte panden weer open kunnen stellen voor prostituees en er reële, haalbare huren voor vragen van bijvoorbeeld een paar tientjes per raam. Prostituees die in deze 100 panden ramen huren, zouden geregistreerd en gecontroleerd moeten worden. Ze zouden voldoende moeten kunnen verdienen om btw en inkomstenbelasting af te dragen, net als iedere andere zzp’er.
Als de huren van de ramen van gemeentepanden omlaag gaan, dan zullen de louche huiseigenaren moeten volgen met lagere raamhuren en de prostituees hoeven dan niet meer voor niets te werken om hun achterstallige huurschulden in te lopen.
Het zal waarschijnlijk niet gebeuren, want de gemeente wil uiteraard niet te boek staan als exploitant van bordelen.

Maar waarom richt ze geen goede stichting op met scherpe toezichthouders die dit in goede banen kunnen leiden? De Wallen zullen ervan opknappen en de prostituees zullen dankbaar zijn.


13 augustus 2018

Een pensioen waar je wat aan hebt

De Rabobank pleitte twee weken geleden in deze krant voor een ’ontschotting’ tussen huizen- en pensioenvermogen. Prima plan, vind ik. Nederlanders staan in alle ranglijstjes bovenaan als meest vermogende particulieren, maar dat vermogen staat niet op onze bankrekening, het zit verstopt in onze koophuizen en vooral in ons pensioen.
Even ter verduidelijking: ik heb het hier over de aanvullende pensioenen en niet over de AOW-uitkering. In ons land krijgt iedereen na zijn pensionering een AOW-uitkering van ruim 800 euro als je een partner hebt, en een deel van ons krijgt daarbovenop nog een aanvullend pensioen, dat is opgebouwd via hun werkgever.
Vermogens in huizen en pensioenen zouden prima gecombineerd kunnen worden. Zo is een afgeloste woning op het moment dat je stopt met werken, een mooi vermogen en een prima alternatief voor je pensioen. Met een (vrijwel) afgeloste woning heb je namelijk nauwelijks woonlasten en daardoor kun je wellicht rondkomen met minder pensioen of zelfs alleen met een AOW-uitkering.
En aan de andere kant, waarom zou je tegenwoordig alleen een hypotheek kunnen krijgen als je een flink bedrag aan spaargeld meebrengt? Waarom zouden de vele tienduizenden euro’s die je aan pensioen hebt afgedragen, daar niet voor gebruikt kunnen worden? Of in ieder geval als een borg kunnen dienen? Die ontschotting zou een prima stap zijn, alleen hebben we daarvoor wel een ander pensioenstelsel nodig.

Individu

Met ons collectieve pensioenstelsel heb je als individu namelijk niets in handen. Alles wat je aan pensioenpremie betaalt, wordt door een pensioenfonds omgezet in een aanspraak op een uitkering ná je pensioendatum. Het geld is tot die datum niet opneembaar en feitelijk ook niet jouw vermogen. Om het voorstel van de Rabobank te kunnen uitvoeren zul je ons stelsel moeten veranderen van een collectief stelsel naar persoonlijke pensioenpotjes.
Jammer dat iedereen in Den Haag bij dit soort voorstellen altijd om het hardst roept dat wij niet moeten sleutelen aan ons pensioenstelsel omdat we ’het beste pensioenstelsel van de wereld hebben’. Dat is namelijk niet zo. We hebben een prima collectief en op solidariteit gebaseerd pensioenstelsel, maar slaan de plank mis als het om individuele wensen of inspraak gaat. Om toekomstbestendig te zijn zullen pensioenfondsen moeten luisteren naar de markt en hun bedrijfsmodel moeten aanpassen naar een individueler stelsel waar klanten meer inspraak hebben.
Zodra deze discussie oplaait, is de reactie van de pensioenfondsen dat het vele miljarden euro’s gaat kosten om over te schakelen van ons huidige pensioenstelsel naar een stelsel van individuele pensioenpotjes. Deze miljarden euro’s zijn volgens de pensioenfondsen nodig omdat er dan geen nieuwe pensioenpremie meer binnenkomt en de pensioenfondsen te weinig in kas zouden hebben om de toekomstige pensioenen van de huidige deelnemers te betalen. Ik weiger dit te geloven.

Generaties

Kijk. Stel dat je nu op 1 september een streep zou zetten onder het huidige stelsel en over zou gaan naar het stelsel van persoonlijke pensioenpotjes. Wat je tot nu toe hebt ingelegd, krijg je zoals afgesproken, uitgekeerd door het pensioenfonds in een maandelijkse pensioenuitkering nadat je met pensioen gaat: je pensioen ’oude stijl’ zeg maar. Alles wat je vanaf 1 september inlegt, gaat naar je eigen persoonlijke pensioenpot: je pensioen ’nieuwe stijl’. Omdat ook twintigers pensioenpremie betalen, moeten de pensioenfondsen nog zeker 60 of 70 jaar pensioenen ’oude stijl’ uitkeren, terwijl we daarnaast het pensioen ’nieuwe stijl’ hebben. Zo duurt het nog een paar generaties voor we helemaal zijn overgestapt van het collectieve pensioenstelsel naar het nieuwe pensioenstelsel met persoonlijke pensioenpotten.
Als de pensioenfondsen zeggen dat ze daar niet genoeg geld voor in kas hebben, dan geloof ik dat niet. De pensioenfondsen hebben op dit moment 1400 miljard euro in kas en dat is meer dan voldoende om alle opgebouwde pensioenaanspraken tot nu toe, uit te keren in pensioenen. Niet als je rekent met de fictieve rekenrentes van 2%, maar wel als je met normale, reële rendementen rekent. Ik bespaar jullie de rekensommen in deze column, maar hoe ik mijn berekeningen ook wend of keer en zelfs al ga ik aan de bovenkant van de schattingen zitten, dan nog houden wij honderden miljarden over.

Rendement

Bedenk even dat een pensioenfonds als het APG over de afgelopen twintig jaar een gemiddeld rendement heeft behaald van 7% per jaar. Als zij de hele pot van 1400 miljard euro zouden beheren, dan halen zij een gemiddeld rendement van 100 miljard euro per jaar. Met dit rendement van 100 miljard euro per jaar en een gemiddeld aanvullend pensioen van 900 euro per maand per gepensioneerde, zouden de pensioenfondsen bijna 10 miljoen Nederlanders hun pensioenuitkering kunnen geven zónder in te teren op hun vermogen. En er zijn trouwens geen 10 miljoen gepensioneerden met een aanvullend pensioen, het zijn er maar 1,6 miljoen en in de komende decennia gaan heel geleidelijk de werkenden van nu met pensioen, terwijl van de groep gepensioneerden mensen overlijden. Nee, we komen geen geld tekort, we houden geld over.

Als we besluiten dat het opgebouwde vermogen verdeeld moet worden onder degenen die het hebben opgebouwd, dan vieren we binnenkort allemaal feest, want dan krijgen we veel meer dan we hadden verwacht. De pensioenuitkeringen worden voor de verandering dan eens niet ’gekort’ maar jaarlijks ’gelengd’. Ook leuk.


6 augustus 2018

Goed dat percentage overwerkers stijgt

Vorige maand kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met ’alarmerende’ cijfers over de toename van overwerk in ons land. Nu wordt in ons land al snel iets alarmerend genoemd, dus leest u rustig verder.
Vijf jaar geleden gaf 64% van de werknemers aan dat zij soms of regelmatig overuren maakten en nu is dat percentage volgens het CBS al bijna 66%. In vijf jaar tijd. Als ik dit soort minuscule stijgingen zie, vraag ik me altijd af of het überhaupt de moeite waard is om je onderzoeksresultaten te melden.
Die 2% is toch niet echt iets om je druk over te maken en hoe groot is de foutmarge van het onderzoek eigenlijk? Was het misschien een bloedhete dag en keken de ondervraagden niet op een procentje meer of minder omdat ze weer zo snel mogelijk in de tuin of op het balkon wilden gaan zitten?

Nieuwe werken

Sowieso is de vraag of je wel of niet overwerkt steeds lastiger te beantwoorden. Veel bedrijven hebben het nieuwe werken inmiddels geïntroduceerd en dan maakt het niet uit waar of wanneer je je werk doet, zolang je het maar goed doet en op tijd af hebt. Wanneer ben je dan nog aan het overwerken? Als je in het weekend een rapport doorleest of je mails checkt tijdens de treinreis?
Verreweg de meeste werknemers kennen deze vrijheid niet en werken nog steeds volgens vastomschreven uren op vaste plekken.
Persoonlijk vind ik het trouwens een goed teken dat, hoe minuscuul ook, het percentage overwerkers stijgt. Meer overwerk betekent dat onze economie harder draait dan de werkgevers hebben ingeschat en dat is goed voor ons land.
Fijn dat er dan werknemers zijn die overuren willen maken als hun baas het vraagt. Met betaald overwerk kom je wat ruimer bij kas te zitten of je kunt er je geldtekort mee oplossen. Volgens het Nibud hebben maar liefst 8 van de 10 bedrijven werknemers met financiële problemen. Dát vind ik pas alarmerend en dat is een probleem dat we niet mogen onderschatten.
Werknemers met geldzorgen kunnen zich slecht concentreren, krijgen door de geldstress een kort lontje en melden zich vaker ziek op hun werk. Geldzorgen van een werknemer zijn op de eerste plaats vreselijk voor hem of haar, maar ook voor het bedrijf waarvoor zij werken. Een werknemer met schulden ’kost’ een bedrijf gemiddeld €11.000 per jaar.

Geldzorgen

Die geldzorgen van hardwerkende Nederlanders gaan me aan het hart. Alles om ons heen wordt duurder, prijzen van boodschappen of vakanties stijgen zienderogen maar de salarissen blijven in veel branches gelijk. Neem bijvoorbeeld de bouw. Op dit moment zijn wij met een onderkeldering aan een pand bezig en de voorman die het project leidt is geweldig. Het is zwaar werk en hij sjouwt de hele dag met loodzware metalen palen of schept hele vrachtwagens aan zand weg. Daarnaast komt er ook veel kennis bij kijken want de kleinste meetfout kan funest zijn.
Vandaag vertelde hij dat hij al vanaf zijn zestiende werkt en dat al twintig jaar bij hetzelfde bouwbedrijf doet. Ondanks zijn twintig jaar ervaring is zijn salaris de laatste tien jaar niet meer verhoogd. Bruto verdient hij € 2600 per maand en toen hij daar laatst met zijn baas over wilde praten, reageerde die: „Wat zei je? Opslag of ontslag? Je weet waar de deur is.”

Bijstandsmoeder

Met dit salaris houd je netto minder over dan een alleenstaande bijstandsmoeder die van allerlei toeslagen en regelingen kan profiteren. Ik begrijp dat veel werkgevers de salarissen tijdens de laatste crisis niet verhoogd hebben, maar inmiddels is de markt behoorlijk aangetrokken, wordt er meer en duurder gebouwd en kan er echt in veel branches wel een salarisverhoging vanaf.
Tot dat moment biedt overwerken een uitkomst. Onze voorman werkt ook over om wat extra geld te kunnen verdienen. Alleen is het jammer dat je met overwerk meestal in een hogere belastingschijf valt en de overheid van die extra verdiensten maar liefst 52% aan loonbelasting inhoudt.
De overheid zou ook haar duit in het zakje kunnen doen om deze groep hardwerkende Nederlanders te helpen. Stel je voor dat iedereen bijvoorbeeld maximaal 10 of 15 uur per maand belastingvrij zou mogen overwerken? Geen loonbelasting over de extra uren.
Volgens mij krijgen we daar een fijnere samenleving van. De werknemer verdient belastingvrij wat extra geld. Daarmee kan hij zijn schulden gemakkelijker afbetalen waardoor hij uiteindelijk geen geldzorgen meer heeft. Het extraatje zal iedere werknemer goed uitkomen. De werkgever aan de andere kant, krijgt werknemers die graag een paar uur extra overwerken én werknemers met minder stress over geld.

Overuren

De overheid loopt alleen wat belastinginkomsten op de overuren mis, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door een beter draaiende economie. Daarnaast zijn de kosten die de overheid bespaart op bijvoorbeeld de schuldhulpverlening, de schuldsanering en maatschappelijke kosten, enorm. Ieder gezin met problematische schulden schijnt ons als samenleving meer dan € 100.000 per jaar aan hulpverleners en bureaucratie te kosten.
Laat de overheid eens verder kijken dan het Binnenhof en de werkgevers toestaan om overuren tot een bepaald maximum onbelast uit te betalen. Dat zou alvast een mooie stap in de goede richting zijn van een schuldenloze maatschappij.

30 juli 2018

Slimme vakbond heeft de toekomst

De vakbonden luiden de noodklok, want zij verliezen aan de lopende band leden. De FNV blijkt de grootste verliezer met meer dan 50.000 afhakende leden in een jaar tijd.
In totaal zijn nog maar 1,7 miljoen mensen lid van een vakbond. Haal van dit aantal de niet-werkenden zoals gepensioneerden, studenten en de uitkeringsgerechtigden af en je houdt amper één miljoen relevante leden over. Best weinig als je het afzet tegen de 7,5 miljoen werkende Nederlanders. Ondanks alle lokkertjes die de vakbonden bieden zoals gratis juridische bijstand, korting op je benzine, je ziektekostenverzekering en hulp bij het invullen van je belastingformulier, lukt het hen tóch niet om meer mensen te overtuigen. Uit pure wanhoop nodigen de vakbonden zelfs uitkeringsgerechtigden of studenten uit om voor een of twee euro per maand lid te worden. Hebben die iets aan een vakbond? Nee, maar die voordeeltjes zijn leuk en de vakbond hunkert naar grotere ledenaantallen.
En om het nóg gekker te maken: een lidmaatschap van een vakbond is ook nog eens fiscaal aftrekbaar, het is dus in feite een door de overheid gesubsidieerd lidmaatschap.
Door al die voordeeltjes, vraag ik me sowieso af hoe gemotiveerd de huidige vakbondsleden werkelijk zijn. Kozen zij voor de vakbond of voor al die voordeeltjes?
Ondanks alle kortingen en cadeautjes is tóch maar 13 procent van de werkenden in ons land lid van een vakbond.

Sportschool

Vergelijk dit percentage voor de lol eens met een abonnement op een sportschool. Een gemiddeld sportschoolabonnement kost enkele tientallen euro’s per maand, je kunt het niet aftrekken van de belasting (waarom eigenlijk niet?), je krijgt er geen gratis juridisch advies bij, geen kortingen en tóch is ruim 16 procent van alle volwassenen in ons land, lid van een sportschool. Meer volwassenen zijn dus lid van een dure sportschool dan van de goedkope vakbond, ondanks alle cadeautjes en aftrekbaarheid.
Af en toe duiken er linkse geluiden op dat iedereen verplicht zou moeten worden om lid van een vakbond te worden. Dat zou de idiotie ten top zijn. Nee, we moeten het gewoon onder ogen zien: vakbonden als de FNV en CNV doen er niet meer toe in de huidige tijd. Ze grijpen iedere strohalm aan om aandacht te trekken, maar slaan de plank finaal mis. Ten einde raad betalen ze soms figuranten die zogenaamd als ’ontevreden personeelsleden’ met spandoeken voor bedrijven heen en weer lopen. Best zielig.

Bestaansrecht

De FNV en CNV waren broodnodig in de jaren 60 en 70 toen werknemers nog soms uitgebuit werden, maar in onze huidige tijd zijn zij overbodig geworden. Een vast contract is niet meer de heilige graal die het vroeger was en niemand heeft nog behoefte aan vakbonden die algemene, dwingende afspraken maken. Ik denk dat de vakbonden zich eens achter de oren moeten krabben en bedenken of zij nog wel bestaansrecht hebben in hun huidige vorm in deze tijd en in deze arbeidsmarkt.
Kijk, vrijwel alle grote bedrijven hebben een prima ondernemingsraad die de situatie van het bedrijf kent en op een goede manier opkomt voor de belangen van de werknemers terwijl hij ook het langetermijnbelang van het bedrijf in de gaten blijft houden. Zelfs de rechters zien de huidige arbeidsmarkt veranderen en staan niet meer aan de kant van de vakbonden.
Vorige week besliste een rechter nog dat een bezorger van Deliveroo ongelijk had door van zijn werkgever een vast arbeidscontract te eisen. Uiteraard werkt Deliveroo vanwege de dynamische markt liever met zzp’ers en dat is haar goed recht.
Dat vond de rechter ook. Als een werknemer graag een vast arbeidscontract wil, dan moet hij bij een andere werkgever gaan werken die dat wél wil aanbieden: niemand houdt hem tegen.
Voor veel beroepen liggen de banen op dit moment voor het opscheppen en dat wordt misschien wel de wal die het schip gaat keren voor de vakbonden. Als de vakbonden de moed hebben om zichzelf opnieuw te gaan uitvinden en relevant worden in de huidige markt, dan zie ik wel een mooie toekomst voor ze.

Hulp

Ik denk dat ze moeten stoppen met hun onvermurwbare standpunten en het afdwingen van algemene voorwaarden voor een hele branche. Ze zouden niet meer tegenover de werkgever moeten gaan staan, maar juist ernáást. Werkgevers hebben nu, meer dan ooit, behoefte aan goed personeel en daarbij kunnen ze wel wat hulp van de vakbonden gebruiken.
Vakbonden zouden met hun kennis en ervaring de beste bemiddelaars kunnen zijn tussen werkgevers en werknemers. Zij kennen beide posities en zouden met voorstellen voor afspraken kunnen komen die op de persoon zijn afgestemd en passen bij de levensstijl of de specifieke behoeften van de werknemer én bij de doelen van het bedrijf. Vakbonden zouden samen met de werkgever persoonlijke regelingen en tegemoetkomingen kunnen bedenken om goed personeel te krijgen en houden. Ze kunnen zich inzetten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en bedenken hoe de werkgevers hen tegemoet kunnen komen.
De vakbond niet meer als activist met afgedwongen, collectieve arbeidsvoorwaarden, stakingen of grove voeten tussen de deur, maar als een slimme bemiddelaar voor de verhitte arbeidsmarkt. Ik zie de mooie, zonnige toekomst voor de vakbonden al gloren.

23 juli 2018

Te flex of nog niet flex genoeg?

Onze economie draait prima en dat is vooral te danken aan het grote aantal zzp’ers in ons land en werknemers met een flexibel of tijdelijk arbeidscontract. De best draaiende ondernemingen hebben namelijk geen vaste stroom werk meer, maar zijn flexibel en buigen mee met vraag en aanbod van de markt.
Inmiddels heeft nog maar 60 procent van alle werkenden een vast arbeidscontract en bijna 40 procent is zelfstandig of werkt met een tijdelijk of flexibel contract. Onze economie floreert vanwege flexibiliteit, laten we het omarmen.
Vakbonden en de overheid doen nog steeds alsof een vast arbeidscontract het hoogst bereikbare is en boven aan ieders wensenlijstje staat, maar dat is natuurlijk allang niet zo. Het gros van de zzp’ers en flexwerkers wil helemaal geen vast contract en jongeren kiezen sowieso liever voor bewegingsvrijheid in plaats van de beklemmende zekerheid van een vast contract.

Voordeeltjes

Begin deze maand kwam de denktank OESO ook met een rapport over de arbeidsmarkt en gaf daarin nota bene de zzp’ers en flexwerkers er de schuld van, dat de lonen van de werknemers in vaste dienst niet sneller stijgen. Flexibele werknemers zouden volgens de OESO oneerlijke concurrentie leveren en zij dringt er dan ook bij de overheid op aan om alle fiscale voordeeltjes voor zzp’ers af te bouwen én om zzp’ers en flexwerkers te verplichten om zich te verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Zo komt er weer een gelijk speelveld, aldus de vele medewerkers met vaste arbeidscontracten van de OESO. Tuurlijk, gelijk speelveld voor de zzp’er: geen fiscaal voordeel meer, maar wél een dure, verplichte verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid terwijl je wél alle onzekerheid en verantwoordelijkheid blijft houden zonder een financieel vangnet van bijvoorbeeld een WW-uitkering als het misgaat. Nee, zo blijft er altijd juist een óngelijk speelveld over. Niet goed.
Maar ik heb wel een idee hoe we de ongelijkheid kunnen weghalen en meteen ook een eind maken aan de hele discussie over wel of geen VAR-verklaring en verplichte verzekeringen voor zzp’ers.

Niet eerlijk

Kijk, de werknemers met een vast contract hoeven zich niet te verzekeren voor ziekte of arbeidsongeschiktheid, hun werkgever is namelijk maar liefst twee jaar lang verantwoordelijk voor de loondoorbetaling in het geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid. In het geval van de zzp’er of flexwerker zou deze de verzekering zelf moeten betalen. Dat is in principe al niet eerlijk.
Die twee jaar loondoorbetaling is de grootste ergernis van werkgevers en de allerbelangrijkste reden waarom er überhaupt niet meer vaste contracten worden aangeboden. Als ik met kleine ondernemers praat zijn ze altijd verbolgen over het feit dat zíj verantwoordelijk zijn voor de ziekte van hun werknemer. Ze zeggen dan: ’Het is toch niet míjn schuld dat een paard tijdens het weekend op hun voet gaat staan? Of dat ze ongelukkig terecht komen tijdens hun skivakantie? Waarom ben ik er dan wél verantwoordelijk voor en moet ik het salaris doorbetalen?’
Iedere ondernemer zal begrijpen dat als het een ongeluk tijdens het werk betreft, hij of zij zal moeten betalen. Maar waarom betalen omdat je werknemer een ongeluk krijgt tijdens het uitoefenen van zijn gevaarlijke hobby of omdat hij of zij zich een paar maanden niet lekker voelt vanwege een scheiding? Ondernemers kunnen zich verzekeren voor de ziekte van hun personeel, maar die dure verzekering betaalt alleen de loonkosten van degene die ziek is, niet de kosten van de vervanging en de vele extra kosten die erbij komen kijken.
Nee, als we écht een gelijk speelveld willen creëren, dan zouden we íédere Nederlander dezelfde verantwoordelijkheid moeten geven, ongeacht of het nu mkb-ondernemers, zzp’ers, werknemers met een vast contract óf werknemers met een flexibel of tijdelijk contract, zijn.

Afsluiten

Ik doe even een voorzet: stel dat we iedereen, en dan bedoel ik ook echt iedereen die werkt, zzp’ers, flexwerkers en óók de werknemers met een vast contract, zélf een verplichte verzekering voor ziekte of arbeidsongeschiktheid laten afsluiten.
Het eerste voordeel is dat die verzekering vanwege het grote aantal polissen zeker goedkoper zal worden. Uiteraard zullen de werkgevers hun werknemers moeten compenseren in bruto salaris voor de verzekering die zij nu ook betalen. Dat is goed, want dan zien de werknemers ook hoe duur de verzekering is en zullen zij er ook verantwoordelijker mee omgaan.
Ik ben fan van de zogenaamde broodfondsen waar veel zzp’ers al bij zijn aangesloten. Kleinschalig, geen geld dat aan de strijkstok van een grote verzekeraar blijft hangen. Wellicht kunnen we ons broodfondsen-arsenaal uitbouwen. Heel Nederland één groot broodfondsen-web.
De verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt verplicht, maar iedereen kan zélf bepalen of hij zijn inkomen bij ziekte wil laten ingaan na twee dagen, vijf dagen of (maximaal) twee weken, afhankelijk van je financiële situatie.

Daarmee leg je de verantwoordelijkheid neer bij de individuele werkende en zul je zien dat de ziekmeldingen vanwege ’te diep in het glaasje gekeken’ of vanwege ’lekker weer en het strand lonkte’ zullen afnemen en dat gaat ons aller welvaart nóg beter maken. Daarnaast trekt het de positie van werknemers met een vast contract en werknemers met een flexibel contract of zzp’ers gelijker en dat wilden we toch?


16 juli 2018

Puntensysteem voor de Eerste Kamer

Ik weet dat een Eerste Kamerlidmaatschap geen fulltime baan is en dat je er best nog iets naast kan doen. Maar Eerste Kamerlid zijn is wel een belangrijke taak én een serieuze aanslag op je agenda. Op dinsdag vergadert de Eerste Kamer in Den Haag, die dag ben je als Kamerlid sowieso al kwijt en daarnaast ben je nog een extra dag bezig om je stukken te lezen en je voor te bereiden. Het is belangrijk werk, dus die tijd moet je er ook aan besteden. De rest van de werkweek kun je wat anders doen. Dat is prima, want het is goed dat politici liefst met twee, maar in ieder geval nog met één been in de maatschappij staan.
Maar dat éne been, als dat nou blundert… wat gebeurt er dan?
Neem even de perikelen rond André Postema als voorbeeld. Postema is voorzitter van de LVO-raad, het Limburgse Voortgezet Onderwijs én Eerste Kamerlid, naast een aantal andere nevenfuncties. Onder zijn verantwoordelijkheid lopen honderden leerlingen hun diploma mis. Niet fijn voor de PvdA, namens welke partij hij in de Eerste Kamer zit, maar nog veel erger voor de honderden kinderen die door zijn falende toezicht benadeeld zijn.
Met zijn fulltime baan als voorzitter van de LVO-raad verdient hij € 179.000 per jaar, precies het maximale salaris dat bestuurders van publieke en semi-publieke instellingen mogen verdienen. Daarnaast is hij Eerste Kamerlid, waarvoor hij inclusief alle toeslagen, vergoedingen en reiskosten nog eens dik € 50.000 per jaar opstrijkt.

Commissies

Voor het fractievoorzitterschap komt er nog een paar duizend euro extra bij en daarnaast zit hij nog in een aantal commissies van de Eerste Kamer en ook dat tikt lekker aan op de bankrekening van de familie Postema.
Alleen al met zijn Eerste Kamerlidmaatschap voor de PvdA verdient hij anderhalf keer een modaal salaris.
Dus als fulltime ambtenaar én als Eerste Kamerlid krijgt hij bij elkaar een riant inkomen van ruim € 230.000, ruim zes keer een modaal inkomen. Daarnaast heeft hij ook nog tijd voor maar liefst vier ándere nevenfuncties. Vier. Knap? Nee, niet zo knap blijkt, want hij blundert behoorlijk als voorzitter van het Limburgse Voortgezet Onderwijs en opstappen weigert hij.
Kijk, wij hebben allemaal 24 uur in een dag en als je gezegend bent met veel energie, dan kun je best werkweken maken van 50 uur, maar geen 100 uur. Niet als je alles goed wilt doen tenminste. Zowel het voorzitterschap van de LVO-raad als het Eerste Kamerlidmaatschap, maar ook de nevenfuncties van Postema vereisen tijd en aandacht. Halfslachtig werk betekent blunders en het resultaat is nu dat honderden kinderen hun diploma mislopen. Vertrouwen wij iemand nog wel die zo slecht zijn vak uitoefent en zo weinig toezicht houdt, om een belangrijke baan als Eerste Kamerlid uit te oefenen waarmee hij in feite toezicht houdt op onze regering?

“Halfslachtig werk betekent blunders”

Ondanks zware druk van de PvdA om zijn Eerste Kamerlidmaatschap op te zeggen, weigert Postema. Voor de bühne zegt hij zijn PvdA-fractievoorzitterschap op, maar hij blijft gewoon aan als Eerste Kamerlid. Hij draagt zijn taken over aan een nieuwe voorzitter; alweer de derde voorzitter van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer in een half jaar tijd.
De opvolger van André Postema is Esther-Mirjam Sent. Volgens mij is zij een prima vrouw, maar zij maakt het qua tijdsbesteding nóg bonter. Naast PvdA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer is zij hoogleraar en vice-decaan bij de Radboud universiteit in Nijmegen. En dat is nog niet alles, zij heeft daarnaast maar liefst tien nevenfuncties. Tien. Knap? Nee, niet knap. Onverantwoord.

Te belangrijk

Een lidmaatschap van de Eerste Kamer is niet iets wat je ’erbij’ doet, daar is het veel te belangrijk voor. Ik zou de discussie weleens aan willen zwengelen hoever we hiermee door willen gaan.
Even ter vergelijking: Als je commissaris bent bij een bedrijf dan moet je je houden aan de zogenaamde code Tabaksblat, die bepaalt dat je als commissaris maximaal vijf punten mag hebben. Ieder commissariaat telt voor één punt en een voorzitterschap van een Raad van Commissarissen voor twee punten.
Dat is een prima systeem en het gaat wildgroei tegen van mensen die denken dat ze wel even tien belangrijke nevenfuncties ’ernaast’ kunnen doen. Met vier commissariaten waarvan één als voorzitter, of met drie commissariaten waarvan twee als voorzitter, zit je aan je maximale vijf punten. Meer kan niet en dat is maar goed ook. Je kunt alleen dingen goed doen als je er voldoende ruimte voor hebt in je agenda én in je hoofd.
Ik stel voor dat ze in Den Haag deze discussie ook gaan voeren en dat een Eerste Kamerlidmaatschap voor bijvoorbeeld drie punten gaat tellen. Een fulltime baan is niet te combineren met een Eerste Kamerlidmaatschap, tenzij je een of twee dagen minder gaat werken.
Een Eerste Kamerlidmaatschap is dan ook niet te combineren met bijvoorbeeld drie commissariaten, want dan kom je boven je maximale vijf punten.
Je wilt toch geen baantjesjagers op een belangrijke positie als Eerste Kamerlid?
Deze discussie is hard nodig want wij verdienen namelijk betere bestuurders en politici, met minder aandacht voor hun eigen bankrekening en meer aandacht voor hun belangrijke taak.


 9 juli 2018

Klant lozen: terecht of onverantwoord?

’Van Lanschot loost duizenden klanten’ kopte het Financieele Dagblad vorige week. Ik vroeg me af waarom je als bedrijf je klanten zou lozen, dus ik las geboeid verder. Van Lanschot blijkt alleen nog maar geïnteresseerd te zijn in klanten die minimaal een vermogen van €500.000 bij hun bank beleggen.
Alle andere klanten met ’alleen maar’ een spaarrekening of een betaalrekening zijn ze liever kwijt dan rijk, en daarom hebben ze die een brief gestuurd met de mededeling dat ze op zoek moeten gaan naar een andere bank. Van Lanschot zegt hun bankrekeningen zonder pardon op.

Beleggen

Het viel veel klanten rauw op hun dak, niet iedereen wil zijn zuurverdiende geld namelijk risicovol beleggen via de overbetaalde vermogensbeheerders van de bank en dat kun je ze niet kwalijk nemen.
De AFM heeft er geen bezwaar tegen dat ze klanten de wacht aanzeggen, mits ze die klanten maar een alternatief bieden en dat doet Van Lanschot ook, want ze schrijven in hun brief naar hun vermogende klanten dat zij ’voor slechts €1,50 per maand’ terecht kunnen bij de Rabobank. Gênant eigenlijk.
Natuurlijk begrijp ik dat Van Lanschot minder verdient aan geld dat op een spaarrekening staat dan aan geld dat zij naar hartenlust mogen beleggen en waar zij kosten voor mogen rekenen. Maar om dan zomaar een groep trouwe klanten te laten vallen, die je nota bene in veel gevallen zélf hebt overgehaald om bij je te komen bankieren, gaat best ver. Het is trouwens niet voor het eerst dat Van Lanschot de relatie met een groep klanten eenzijdig opzegt. Tijdens de financiële crisis in 2012 kregen duizenden mkb-ondernemers die klant waren bij Van Lanschot, een brief. De brief begon met de zin: ’U weet dat een duidelijke focus essentieel is voor een goede bedrijfsvoering’. Tsja, en vervolgens kwam de mededeling dat deze ondernemers niet meer voldeden aan de ’focus’ van Van Lanschot, want die was namelijk verlegd en zij wilden vanaf dat moment alleen nog maar bedrijven bedienen met een omzet van meer dan €5 miljoen. ’U voldoet hier niet aan’, concludeerde de bank en de ondernemers werden gedwongen om op zoek te gaan naar een andere bank die bereid was hen te financieren, want Van Lanschot beëindigde de relatie. Van Lanschot was onverbiddelijk, bood geen hulp en heeft met deze actie veel ondernemers in een faillissement geduwd.
Nu ben ik ondernemer én liberaal, dus ik vind in principe dat ieder normaal bedrijf zijn eigen afweging moet kunnen maken. Ik zou het bijvoorbeeld niet vreemd vinden als een particulier bezorgbedrijf een opslag vraagt om pakketjes naar het drukke centrum te brengen, of wanneer een winkel maar drie dagen per week open is omdat het anders niet rendabel is. Dat begrijp ik.
Maar een bank heeft een publieke functie én bovendien een zorgplicht en dat vind ik toch een ander verhaal.
Stel dat een energiebedrijf zou zeggen: ’Vanaf nu bezorgen wij alleen nog maar in villa’s. U woont in een appartement en dat levert niet voldoende op voor ons, dus gaat u maar op zoek naar een ander energiebedrijf. Wij zeggen hierbij onze relatie op. Goedemiddag.’
Of de Nederlandse Spoorwegen die zegt: ’Wij zijn vanaf nu alleen nog maar geïnteresseerd in mensen die minimaal vijf keer per week met de trein reizen. U doet dat niet, dus u begrijpt dat wij u vanaf volgende maand niet meer kunnen vervoeren. U kunt als alternatief de bus nemen of een auto kopen.’ Dat zouden we nooit accepteren van de NS, maar waarom accepteren we het wel van een bank?

Meedogenloos

De publieke opinie is vaak meedogenloos waar het de grote banken zoals ING en ABN Amro betreft, maar om de een of andere vreemde reden, zien we een kleine bank als Van Lanschot en haar acties over het hoofd.
Weet u nog dat het land te klein was toen aangekondigd werd dat de topman van ING een salarisverhoging van vijftig procent zou krijgen en daarmee €3 miljoen per jaar zou gaan verdienen? Onder grote druk van klanten en de media is die loonsverhoging destijds teruggedraaid. Maar toen de topman van Van Lanschot een salarisverhoging van 25 procent kreeg en daarmee op een jaarinkomen van €1,5 miljoen kwam, was er nauwelijks ophef. Even ter vergelijking: ING heeft bijna 13.000 werknemers, Van Lanschot maar 1680, ING heeft een balanstotaal van €846 miljard, Van Lanschot €14,7 miljard; nog geen twee procent van de grootte van de ING Bank dus. De topman van Van Lanschot verdient op dit moment bijna net zoveel als de topman van ING, terwijl zijn bank slechts een vijftigste van de grootte van de ING heeft.
Benieuwd wie dat gaat betalen? Nou, met wat geluk houden ze bij Van Lanschot nog het groepje vermogende klanten over dat dik gaat betalen aan het vermogensbeheer, dus maakt u zich daar maar geen zorgen over.
De AFM houdt toezicht op het gedrag en de cultuur van de banken. Het lijkt mij de hoogste tijd dat ze het gedrag en de cultuur bij Van Lanschot eens onderzoeken. Als de AFM het niet doet, dan doen de klanten het wel. Hoop ik.